id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 november 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.255.138 Rolnummer: A. 235611/XII-9185 Zaak: Arrest 255138 - Overheidsopdrachten - 29/11/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-12-06 Raadplegingen: 79 - laatst gezien 2026-06-10 07:55 Fiche Arrest nr 255.138 van 29 november 2022 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Opheffing Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 255.138 van 29 november 2022 in de zaak A. 235.611/XII-9185 In zake: de NV HYE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Peter Flamey kantoor houdend te 2018 Antwerpen Jan Van Rijswijcklaan 16 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de NV DE VLAAMSE WATERWEG bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Karel Van Hoorebeke en Rebecca Denys kantoor houdend te 9000 Gent Coupure Rechts 162 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de NV DE BRANDT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Erika Rentmeesters kantoor houdend te 9100 Sint-Niklaas Vijfstraten 57 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 3 februari 2022, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van het besluit van de nv De Vlaamse Waterweg van 18 januari 2022 waarbij de opdracht ‘Onderhoud op het land en dringende interventies – Afdeling Regio Centraal – district 2’ (bestek nr. ARC-21-0034) wordt gegund aan de nv De Brandt. XII-9185-1/4 II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 253.139 van 1 maart 2022 is de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid bevolen van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de nv De Vlaamse Waterweg van 18 januari 2022 waarbij de opdracht ‘Onderhoud vanop het water en dringende interventies – Afdeling Regio Centraal – district 2’ wordt gegund aan de nv De Brandt. Met toepassing van artikel 26, § 2, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State’, heeft de voorzitter van de XIIe kamer bij beschikking van 12 september 2022 aan de partijen voorgesteld dat de zaak niet op een openbare terechtzitting wordt behandeld, tenzij één van de partijen hierom verzoekt. Geen van de partijen heeft om een terechtzitting gevraagd. Overeenkomstig bovenvermelde beschikking, werd het debat gesloten en werd de zaak in beraad genomen op 22 november
- Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Opheffing van de schorsing
- De verzoekende partij heeft na het indienen van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid geen verzoekschrift ingediend om de nietigverklaring van de bestreden beslissing te vorderen. De Raad van State is in dat geval overeenkomstig artikel 17, § 4, derde lid, van de gecoördineerde wetten ertoe gehouden de uitgesproken schorsing op te heffen. XII-9185-2/4
- Met een schrijven van 15 september 2022 deelt de verzoekende partij overigens mee dat de verwerende partij de bestreden beslissing op 8 maart 2022 heeft ingetrokken. IV. Kosten
- Gelet op de intrekking van de bestreden beslissing past het de kosten, zijnde het rolrecht van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en de door de verzoekende partij gevraagde rechts- plegingsvergoeding van 700 euro, ten laste te leggen van verwerende partij. BESLISSING
- De Raad van State heft de bij arrest nr. 253.139 van 1 maart 2022 bevolen schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid op.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 22 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op een rolrecht van 150 euro. XII-9185-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negenentwintig november tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Paul Lemmens, kamervoorzitter, bijgestaan door Silja Doms, griffier. De griffier De voorzitter Silja Doms Paul Lemmens XII-9185-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.255.138 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.139 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.