id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 01 december 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.255.156 Rolnummer: A. 235932/XII-9198 Zaak: Arrest 255156 - Overheidsopdrachten - 01/12/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-12-06 Raadplegingen: 80 - laatst gezien 2026-06-10 07:56 Fiche Arrest nr 255.156 van 1 december 2022 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : afvoering Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 255.156 van 1 december 2022 in de zaak A. 235.932/XII-9198 In zake :
- de NV BOUWBEDRIJF FURNIBO
- de NV PERSYN samen vormend een tijdelijke maatschap
- de BV LD-ARCHITECTEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Elke Casteleyn kantoor houdend te 9160 Lokeren Begijnhofstraat 8/0003 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de OV TUSSENGEMEENTELIJKE MAATSCHAPPIJ DER VLAANDEREN VOOR WATERVOORZIENING (TMVW) bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Frederik Vandendriessche, Ian Arnouts en Louis Francois kantoor houdend te 1000 Brussel Loksumstraat 25 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 6 mei 2022, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de voorzitter van de raad van bestuur van de Tussengemeentelijke Maatschappij der Vlaanderen voor Watervoorziening (afgekort: TMVW) van 4 maart 2022, door de raad van bestuur bekrachtigd op 24 maart 2022, waarbij de offerte van de nv Bouwbedrijf Furnibo, de nv Persyn en de bv LD-Architecten voor de opdracht voor het ‘aanstellen van een partner voor het ontwerp en de bouw van een nieuw zwembad, inclusief lokalen jeugddienst en omgevingsaanleg, op de site Neptunus te Gent’ substantieel XII-9198-1/5 onregelmatig wordt verklaard, en de opdracht wordt gegund aan het Consortium Triton uit Zeebrugge. II. Verloop van de rechtspleging
- Op 24 juni 2022 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de tweede en de derde verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 71, vierde lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De verzoekende partijen hebben gevraagd om te worden gehoord. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 22 november
- Kamervoorzitter Paul Lemmens heeft verslag uitgebracht. Advocaat Elke Casteleyn, die verschijnt voor de verzoekende partijen, en advocaat Ian Arnouts, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Eylenbosch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten XII-9198-2/5
- Door de verzoekende partijen wordt op 24 maart 2022 een vordering ingesteld tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de thans bestreden beslissing van 4 maart
- Met een arrest van 26 april 2022, nr. 253.575, beveelt de Raad van State de gevorderde schorsing.
- Gelet op die schorsing, beslist de raad van bestuur van de TMVW op 25 augustus 2022 om de bestreden beslissing in te trekken en om de lopende opdrachtprocedure stop te zetten. IV. Beoordeling
- Naar luid van artikel 71, vierde lid, van het voormelde besluit van de Regent zal, indien de in het eerste lid bedoelde rekening niet gecrediteerd is binnen de termijn van dertig dagen na de ontvangst van het overschrijvingsformulier, de vordering als niet verricht worden beschouwd. In het schrijven waarbij aan de verzoekende partijen de voor het overschrijven van de verschuldigde kosten vereiste gegevens werden meegedeeld, heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van het genoemde artikel 71, vierde lid. De betrokken rekening werd binnen de voormelde termijn van dertig dagen gecrediteerd met een bedrag van 222 euro, dat overeenstemt met éénmaal het rolrecht van 200 euro alsmede de bijdrage van 22 euro aan het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand. Na ontvangst van het voornoemde schrijven van de hoofdgriffier van 24 juni 2022 is de rekening gecrediteerd met een aanvullend bedrag van 400 euro, overeenstemmend met tweemaal het rolrecht van 200 euro.
- In hun verzoekschrift om gehoord te worden en ter terechtzitting erkennen de verzoekende partijen dat het rolrecht niet onmiddellijk XII-9198-3/5 driemaal betaald is. Zij stellen dat die vergetelheid berust op een materiële vergissing. Zij vragen dat de zaak niettemin niet van de rol zou worden geschrapt, aangezien het rolrecht inmiddels voor alle verzoekende partijen is betaald. Subsidiair vragen zij dat de zaak niet van de rol zou worden geschrapt in zoverre zij aanhangig is gemaakt door de partij die de rolrechten tijdig heeft betaald, zijnde de eerste verzoekende partij. De verwerende partij gedraagt zich naar de wijsheid van de Raad van State.
- Op grond van artikel 71, vierde lid, van het voormelde besluit van de Regent moet de bevoegde kamer van de Raad van State, indien de in het eerste lid bedoelde rekening niet gecrediteerd is binnen de termijn van dertig dagen, het ingestelde beroep van de rol schrappen. Te dezen is de rekening niet volledig gecrediteerd. Dit verzuim geeft aanleiding tot de schrapping van het beroep op de rol.
- Zoals de verzoekende partijen evenwel terecht aanvoeren, moet de schrapping beperkt blijven tot het beroep in zoverre het is ingesteld door de partijen die niet tijdig het rolrecht betaald hebben. Te dezen is de betaling gebeurd door de eerste verzoekende partij. Het beroep wordt bijgevolg slechts van de rol geschrapt in zoverre het is ingesteld door de tweede en de derde verzoekende partij. Met toepassing van artikel 70, § 1, vijfde lid, van het voornoemde besluit van de Regent is het rolrecht in de gegeven omstandigheden door die partijen niet verschuldigd en dient het aan hen te worden terugbetaald. XII-9198-4/5
- Voor zoveel als nodig wordt opgemerkt dat het beroep op de rol ingeschreven blijft in zoverre het is ingesteld door de eerste verzoekende partij. Het beroep zal ten aanzien van die partij verder volgens de gewone procedure behandeld worden. In het kader van die procedure kan de incidentie van de intrekking van de bestreden beslissing ter sprake komen. BESLISSING
- Het beroep wordt van de rol geschrapt in zoverre het is ingesteld door de tweede en de derde verzoekende partij.
- Het bedrag van 400 euro dat als rolrecht door de tweede en de derde verzoekende partij is betaald, dient aan hen te worden terugbetaald, ieder voor de helft. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van een december tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Paul Lemmens, kamervoorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Paul Lemmens XII-9198-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.255.156 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.575 gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.438 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.