id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 02 december 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.255.157 Rolnummer: A. 230229/VII-40770 Zaak: Arrest 255157 - Dierenwelzijn - 02/12/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-12-08 Raadplegingen: 79 - laatst gezien 2026-06-10 07:57 Fiche Arrest nr 255.157 van 2 december 2022 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Verwerping Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 255.157 van 2 december 2022 in de zaak A. 230.229/VII-40.770 In zake :
- XXXX
- XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Alexander Meuwissen kantoor houdend te 3000 Leuven Parijsstraat 62, bus 0002 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jean-François De Bock en Valérie De Schepper kantoor houdend te 1180 Brussel Bosveldweg 70 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 17 februari 2020, strekt tot de nietigverklaring van “de bestemming met dossiernummer G-19-4513/A op 18/12/2019 genomen door Saartje Benoot, vervangend Afdelingshoofd van de Afdeling strategie, Internationaal Beleid en Dierenwelzijn van het Vlaams Gewest, Departement Omgeving, woonst verkiezend Koning Albert II- laan 20 bus 8, 1000 Brussel en handelend krachtens de bevoegdheid verleend bij wet van 14/08/1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren”. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 247.167 van 27 februari 2020 is de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. VII-40.770-1/4 De verzoekende partijen hebben een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Anja Somers heeft op 28 april 2022 een verslag opgesteld. De verwerende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verzoekende partijen hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 20 oktober
- Staatsraad Pierre Lefranc heeft verslag uitgebracht. Advocaat Erika Rentmeesters, die loco advocaat Alexander Meuwissen verschijnt voor de verzoekende partijen en advocaat Valérie De Schepper, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Anja Somers heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Op 18 december 2019 beslist de verwerende partij in toepassing van artikel 42, § 2, van de wet van 14 augustus 1986 ‘betreffende de bescherming VII-40.770-2/4 en het welzijn der dieren’, om de hond met chipnummer 972273000113904 definitief in volle eigendom te geven aan het asiel dat daarmee instemt. IV. Ontvankelijkheid van het beroep
- Uit de laatste memorie van de verwerende partij blijkt dat de hond die het voorwerp uitmaakt van de onderhavige procedure, ondertussen overleden is. Dit wordt door de verzoekende partijen niet betwist.
- Gelet op het overlijden van de hond is er thans geen enkele mogelijkheid meer dat de verwerende partij beslist om het dier terug te geven aan de verzoekende partijen. Enige schade die door de bestreden beslissing zou zijn ontstaan kan niet meer worden hersteld door een vernietiging van de bestreden bestemmingsbeslissing. Het recht van de verzoekende partijen van toegang tot de rechter wordt te dezen niet in het gedrang gebracht. Er staan hen immers nog andere juridische actiemogelijkheden open om desgevallend schadeherstel te verkrijgen. V. Rechtsplegingsvergoeding
- Aangezien het beroep wordt verworpen wegens het overlijden van de hond, kan de verwerende partij in het huidige geval niet worden beschouwd als een “in het gelijk gestelde partij” in de zin van artikel 30/1, § 1, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. Zij kan bijgevolg geen aanspraak maken op de toekenning van een rechtsplegingsvergoeding. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 800 euro, elk voor de helft. VII-40.770-3/4
- Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partijen niet bekendgemaakt. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twee december tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Carlo Adams, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Peter Sourbron, staatsraad, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Carlo Adams VII-40.770-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.255.157 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.167 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.