← België

Arrest 255248 - Varia (vreemdelingen) - 12/12/2022

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 december 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.255.248 Rolnummer: A. 235563/VII-41512 Zaak: Arrest 255248 - Varia (vreemdelingen) - 12/12/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-12-22 Raadplegingen: 77 - laatst gezien 2026-06-10 08:00 Fiche Arrest nr 255.248 van 12 december 2022 Vreemdelingen - Varia (vreemdelingen) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 255.248 van 12 december 2022 in de zaak A. 235.563/VII-41.512 In zake : Mohammad Ishaq OTHMANZAI bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Done Dagyaran kantoor houdend te 1000 Brussel Dageraadstraat 44 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Ine De Cneudt kantoor houdend te 3054 Oud-Heverlee Maurits Noëstraat 145 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 27 januari 2022, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de Federale Overheidsdienst Justitie, dienst Voogdij, van 20 oktober 2021 waarbij wordt beslist verzoeker te beschouwen als ouder dan 18 jaar en dat verzoeker geen voogd zal krijgen. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Eerste auditeur Marijke Van Limbergen heeft een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. VII-41.512-1/6 Overeenkomstig artikel 26, § 2, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State’, heeft de voorzitter van de VIIe kamer bij beschikking van 23 september 2022 aan de partijen voorgesteld dat de zaak niet op een openbare terechtzitting wordt behandeld, tenzij één van de partijen hierom verzoekt. Geen van de partijen heeft om een terechtzitting gevraagd. Overeenkomstig bovenvermelde beschikking, werd het debat gesloten en werd de zaak in beraad genomen op 17 november
  3. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten
  5. Verzoeker komt België binnen en hij dient een verzoek om internationale bescherming in op 28 september
  6. Hij verklaart alsdan van Afghaanse nationaliteit te zijn en 17 jaar oud te zijn (administratieve geboortedatum: 30 september 2004). De dienst Vreemdelingenzaken uit twijfels over de leeftijd van betrokkene. In het Algemeen Ziekenhuis Sint-Jan Brugge-Oostende AV ondergaat verzoeker op 18 oktober 2021 een medisch onderzoek om na te gaan of hij al dan niet de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt. De arts besluit dat verzoeker ouder is dan 18 jaar. VII-41.512-2/6 Op 20 oktober 2022 beslist de dienst Voogdij verzoeker te beschouwen als ouder dan 18 jaar en dat verzoeker geen voogd zal krijgen. Dit is de bestreden beslissing. IV. Exceptie van niet-ontvankelijkheid ratione temporis
  7. De verwerende partij laat gelden dat de bestreden beslissing op 21 oktober 2021 ter kennis van verzoeker werd gebracht. Bijgevolg acht zij het op 27 januari 2022 ingestelde beroep tot nietigverklaring laattijdig en derhalve niet- ontvankelijk.
  8. De kennisgeving van 21 oktober 2021 waarnaar de verwerende partij verwijst, betreft een e-mail van die datum aan Fedasil, aan de federale dienst “minderjarige asielzoekers” en aan het commissariaat-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. Uit de mail aan de voormelde diensten blijkt echter niet met zekerheid dat verzoeker op die datum in kennis werd gesteld van de bestreden beslissing. Er blijkt evenmin op welke andere datum verzoeker kennis kreeg van de bestreden beslissing. Derhalve blijkt niet dat het op 22 januari 2022 ingestelde beroep tot nietigverklaring laattijdig is. De exceptie wordt verworpen. V. Onderzoek van het enige middel Uiteenzetting van het middel
  9. Verzoeker werpt in een enig middel de schending op van artikel 3 van het internationaal verdrag inzake de Rechten van het Kind (hierna: het IVRK) en van “artikel 61/14 Verblijfswet” iuncto de artikelen 2 en 3 van de wet VII-41.512-3/6 van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van administratieve bestuurshandelingen’. Verzoeker voert aan dat het volstrekt onduidelijk is op basis van welke tests is beslist tot de leeftijdsbepaling Hij acht het leeftijdsonderzoek op basis van botscans van pols, sleutelbeen en tanden niet helemaal betrouwbaar terwijl het resultaat ervan een grote impact heeft op de toekomst van de jongere. Het UNHCR, Unicef, het International Rescue Center en Vluchtelingenwerk zijn van oordeel dat een breder, multidisciplinair onderzoek nodig is, met name van medische, sociale, culturele en psychologische aard. Een medisch onderzoek is niet voldoende en focust niet op het belang van het kind. Gezien de grote impact op het verdere leven van het kind, meer bepaald op de asielprocedure, het recht op onderwijs en de strafrechtelijke aansprakelijkheid, is volgens verzoeker ook artikel 3 van het IVRK geschonden. Beoordeling
  10. Wat het medisch onderzoek betreft, is de bestreden beslissing formeel afdoende gemotiveerd wanneer het resultaat van dat onderzoek in de beslissing wordt vermeld. Te dezen geeft de bestreden beslissing de conclusie van dat onderzoek weer, waaruit blijkt dat verzoeker meer dan 18 jaar oud is, namelijk dat de leeftijd op 18 oktober 2021 wordt bepaald op “26,7 jaar met een standaarddeviatie van 2,3 jaar”. In de bestreden beslissing wordt opgemerkt dat verzoeker een taskara heeft ingediend op 28 september 2021, dat deze niet- gelegaliseerd is, dat de medische test op 24,4 jaar wijst terwijl verzoeker volgens zijn verklaringen en documenten ongeveer 17 jaar is, dat het verschil ongeveer 7,4 jaar bedraagt, dat dit te groot is en dat de documenten niet worden aanvaard doch dat het resultaat van de medische test wordt aangenomen, zodat verzoeker wordt beschouwd als ouder dan 18 jaar. Het is hierbij niet vereist dat de beslissing eveneens aangeeft welke medische onderzoeken werden uitgevoerd noch dat de resultaten van die onderzoeken samen met de bestreden beslissing worden betekend. Het verslag van VII-41.512-4/6 het leeftijdsonderzoek bevindt zich in het administratief dossier en de bestreden beslissing vermeldt uitdrukkelijk dat verzoeker een kopie van de resultaten van de medische test en een kopie van zijn dossier kan vragen. Verzoeker voert niet aan en toont a fortiori niet aan dat hij er geen kennis van heeft kunnen nemen. Verzoeker toont dan ook geen schending aan van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juni 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’.
  11. Naar luid van artikel 7, § 1, van Titel XIII, Hoofdstuk 6 ‘Voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen’ van de programmawet (I) van 24 december 2002 laat de dienst Voogdij, indien hij twijfel koestert omtrent de leeftijd van de betrokken persoon, onmiddellijk een medisch onderzoek door een arts uitvoeren teneinde na te gaan of die persoon al dan niet jonger is dan 18 jaar. De wet zelf heeft dus het medisch onderzoek als bewijsmiddel ingesteld wanneer twijfel over de leeftijd van de betrokkene bestaat. Verzoeker betwist kort de betrouwbaarheid van medische onderzoeken voor leeftijdsbepaling. Hij beperkt zich tot algemene kritiek doch hij toont niet aan dat het medisch onderzoek te dezen ondeskundig, onbetrouwbaar of niet correct is. Zo blijkt dat de arts eventuele afwijkingen ten gevolge van genetische, etnische of andere factoren heeft opgevangen door, waar nodig, een standaarddeviatie te hanteren. De wetgever heeft met de medische leeftijdstest overigens niet de bedoeling gehad de exacte leeftijd van de betrokkene te laten achterhalen doch enkel uitsluitsel te krijgen of de betrokkene al dan niet de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt. Verzoeker toont met zijn algemeen geformuleerde twijfel aan de onderzoeksmethode geen onwettigheid van de bestreden beslissing aan.
  12. Verzoeker geeft niet aan op welke wijze artikel 61/14 van de wet van 15 december 1980 ‘betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen’, dat slechts enkele definities bevat, zou zijn geschonden met de bestreden beslissing. VII-41.512-5/6
  13. Daargelaten de vraag naar de directe werking van artikel 3 van het IVRK in het Belgische recht, blijkt uit de bestreden beslissing dat verzoeker meer dan 18 jaar is. Verzoeker toont de onwettigheid van deze vaststelling niet aan, zodat hij zich niet op de voormelde verdragsbepaling kan beroepen.
  14. Het enige middel is, voor zover ontvankelijk, ongegrond. BESLISSING
  15. De Raad van State verwerpt het beroep tot nietigverklaring.
  16. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 140 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twaalf december tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Carlo Adams, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Carlo Adams VII-41.512-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.255.248 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.