id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 december 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.255.286 Rolnummer: A. 237729/XII-9287 Zaak: Arrest 255286 - Overheidsopdrachten - 15/12/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-12-16 Raadplegingen: 94 - laatst gezien 2026-06-10 08:02 Fiche Arrest nr 255.286 van 15 december 2022 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Bevolen Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 255.286 van 15 december 2022 in de zaak A. 237.729/XII-9287 In zake: de NV G&V SERVICESTATIONS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Nathalie Blauwblomme kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 15 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de LOKALE POLITIEZONE Meulebeke- Ingelmunster-Dentergem-Oostrozebeke-Wielsbeke (MIDOW) bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Paul Bekaert kantoor houdend te 8700 Tielt Hoogstraat 34 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 22 november 2022, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van het besluit van het politiecollege van de lokale politiezone MIDOW van 4 november 2022 waarbij de opdracht met als voorwerp ‘leveren van brandstoffen voor dienstvoertuigen – bestek 2022/2’ wordt gegund aan de nv Gabriëls & Co. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 13 december
- XII-9287-1/14 Staatsraad Patricia De Somere heeft verslag uitgebracht. Advocaat Fien D’Haenens, die loco advocaat Nathalie Blauwblomme verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Paul Bekaert, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Thomas Maes heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De verwerende partij schrijft een overheidsopdracht uit met als voorwerp ‘leveren van brandstoffen voor de dienstvoertuigen via tankkaart’. 3.
- In deel I ‘Administratieve bepalingen’ van het toepasselijk bestek wordt het voorwerp van de opdracht als volgt toegelicht: “De politiezone heeft 25 voertuigen die rijden op diesel en 1 personenauto en 5 motorfietsen die rijden op benzine. Voor het tanken van het voertuig dient men naar het tankstation te gaan en door middel van een tankkaart [te] kunnen tanken.” De opdracht wordt gegund met een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking. 3.
- In deel I ‘Administratieve bepalingen’ van het bestek worden de gunningscriteria omschreven, die van toepassing zijn bij de gunning van de opdracht, als volgt: “ Nr. Beschrijving Gewicht 1 Aangeboden korting 50 XII-9287-2/14 Korting op officiële netto brandstofprijs op datum van levering Regel van 3: score korting = (bedrag van de korting / bedrag van de laagste [lees: hoogste] korting) * gewicht van criterium korting 2 Nabijheid van beschikbare stations 30 Stations binnen een straal van 10 km: 1 station = 10 punten 2 stations = 20 punten +2 stations = 30 punten 3 Beheer tankkaarten 20 - manier waarop tankkaarten worden aangevraagd; - binnen welke termijn beschikbaar; - online toepassing voor opvolging. Totaal gewicht gunningscriteria: 100 .” In deel III ‘Technische bepalingen’ van het bestek zijn in deze zaak de volgende bepalingen relevant: “De inschrijver vermeldt in zijn offerte de werkingen en mogelijkheden van het tankkaartensysteem en de wijze waarop dit systeem conform is aan de modaliteiten in dit bestek. De inschrijver moet een volledige uitleg verschaffen over zijn tankkaartsysteem. III.4.1 Tankkaarten De minimumvereisten zijn: - De tankkaarten moeten gratis afgeleverd en geactiveerd worden. Er wordt 1 tankkaart per voertuig voorzien. Indien de kaart beschadigd, gestolen of verloren gegaan is, moet er gratis een nieuwe kaart ter beschikking gesteld worden en dit binnen de 48u na aanvraag. - Bij het tanken van brandstof moet er naast de geheime code ook verplicht de kilometerstand van het voertuig ingevuld worden. - Aan elk voertuig wordt een tankkaart gelinkt met het juiste type brandstof waarmee ofwel diesel, ofwel benzine kan getankt worden. III.4.2 Facturatie Het tankkaartsysteem moet toelaten dat, samen met elke factuur, een gedetailleerd overzicht van alle transacties aan de PZ Midow wordt voorgelegd. Dit overzicht vermeldt: . Identificatie van de tankkaart; . Identificatie van de soort brandstof; . De eenheidsprijzen (zowel officiële dagprijs als met korting verrekende prijs); . De getankte hoeveelheid in liter; . Het tijdstip van tanken (datum en uur); . De plaats van het tankstation; . De kilometerstand; XII-9287-3/14 . Eventuele incidenten met tankkaarten (vb: foutieve code). III.4.3 Veiligheid van het systeem De terminals van het net dienen zo geprogrammeerd te zijn dat: - een kaart die onbruikbaar zou geworden zijn, - een kaart, waarvan de gebruiker het geheime codenummer niet correct zou ingebracht hebben na drie pogingen, overal en automatisch geweigerd wordt. Bij elke tankbeurt dient het systeem volgende gegevens te vragen: . code tankkaart; . kilometerstand van het voertuig.” 3.
- Blijkens het proces-verbaal van de opening van de offertes werden drie offertes ingediend, namelijk door de nv G&V Servicestations, de nv Gabriëls & Co, en de nv Kuwait Petroleum (Belgium) (hierna: Q8). 3.
- Op 26 oktober 2022 wordt een gunningverslag opgesteld, waarbij de offertes inzake de drie gunningscriteria worden vergeleken. Voor het eerste gunningscriterium ‘Aangeboden korting’ is de beoordeling als volgt: “ Naam Gewicht Korting in euro punten G&V Servicestations 50 0,1765 50 Gabriels & Co 50 0,1720 48,7 Q8 50 0,1550 43,9 .” Voor het tweede gunningscriterium ‘Nabijheid van beschikbare stations’ verkrijgen alle drie de offertes een score van 30 op 30 punten. Wat de toetsing van het derde gunningscriterium ‘Beheer tankkaarten’ betreft, luidt het gunningsverslag als volgt: “Beheer van de kaarten De vooropgestelde minimumvereisten voor de kaarten zijn: - De tankkaarten moeten gratis afgeleverd en geactiveerd worden. Er wordt één kaart per voertuig voorzien - Indien de kaart beschadigd, gestolen of verloren gegaan is, moet er gratis een nieuwe kaart ter beschikking gesteld worden en dit binnen de 48u na aanvraag XII-9287-4/14 - Bij het tanken van brandstof moet er naast de geheime code ook verplicht de kilometerstand van het voertuig ingevuld worden - Aan elk voertuig wordt een tankkaart gelinkt met het juiste type brandstof waarmee ofwel diesel, ofwel benzine kan getankt worden - veiligheidsvereisten […] Algemeen: Bij de drie inschrijvers worden de kaarten geblokkeerd na drie foutieve pins. Bij G&V Servicestations en Q8 wordt de kaart automatisch gedeblokkeerd na 24 u en kan men terug de kaart gebruiken. Dit kan een probleem opleveren als de kaart in verkeerde handen terecht komt en men tijdens een periode van langere afwezigheid binnen de administratieve diensten van de PZ Midow ((verlengde) weekends en feestdagen) poogt de kaart te gebruiken. (-2pt) Men kan herhaaldelijk proberen waarbij de kaart na 24u terug actief wordt. Bij Gabriels & Co - Power Oil blijft de kaart geblokkeerd en kan ze slechts gedeblokkeerd worden na een manuele tussenkomst. Bij G&V Servicestations en Gabriels & Co - Power Oil is de leveringstermijn voor een kaart max. 2 dagen na aanvraag. Bij Q8 is dit drie à vier dagen (-1pt).” Vervolgens krijgen de offertes de volgende scores voor dit gunningscriterium: “ Naam Gewicht punten G&V Servicestations 20 18 Gabriels & Co 20 20 Q8 20 17 .” De finale rangschikking van de offertes is aldus: “ G&V [Gabriels & Co] Q8 Aangeboden prijskorting 50 48,7 43,9 Nabijheid tankstations 30 30 30 Beheer tankkaarten 18 20 17 Totaal 98 98,7 90,9 “ Punten G&V Gabriël&Co Q8 korting incl. btw 0,1765 0,1720 0,1550 aangeboden korting 50 50,0 48,7 43,9 XII-9287-5/14 nabijheid tankstations aantal 5 9 6 30 30 30 30 beheer tankkaarten 20 18 20 17 veiligheid: 2 2 2 2 productbeperking veiligheid: kaartlimiet 4 4 4 4 veiligheid: blokkeren na 3x foutieve pin 4 2 4 2 geldigheidkaart 2 2 2 2 beheer tankkaarten: aanvraag leveringtermijn kaarten 2 2 2 1 tankkaarten gratis 2 2 2 2 Beheer tankkaarten: (de)blokkeren 2 2 2 2 online kaartbeheer 2 2 2 2 totaal 100 98,0 98,7 90,9 .” 3.
- Op 4 november 2022 beslist het politiecollege, verwijzend naar het gunningsverslag, om de opdracht te gunnen aan de nv Gabriels & Co. Dit is de bestreden beslissing. IV. Herinnering aan de schorsingvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, gelezen in samenhang met de artikelen 15 en 31 van de wet van 17 juni 2013 ‘betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies’, moet enkel worden onderzocht of in de voorliggende vordering tot schorsing die is ingesteld volgens de procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid, een ernstig middel of een klaarblijkelijke onwettigheid wordt aangevoerd. V. Onderzoek van de middelen A. Eerste middel, eerste onderdeel XII-9287-6/14 Standpunt van de partijen
- De verzoekende partij voert in een eerste middel de schending aan van artikel 4 van de wet van 17 juni 2016 ‘inzake overheidsopdrachten’ (hierna: wet overheidsopdrachten 2016) “inhoudende het gelijkheids-, niet discriminatie, transparantie en proportionaliteitsbeginsel”, artikel 5 van de wet overheidsopdrachten 2016 “inhoudende het mededingingsbeginsel”, artikel 81 van de wet overheidsopdrachten 2016, de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, het redelijkheidsbeginsel, de materiële- en formelemotiveringsplicht en het beginsel patere legem quam ipse fecisti. Zij voert daarbij kritiek op de beoordeling van het derde gunningscriterium. In een eerste onderdeel voert de verzoekende partij in essentie aan dat “[d]e blijvende deblokkering na 3 foutieve pincode en/of de deblokkering na 24 uur na 3x foutieve pincode” geen element is waarmee rekening mocht worden gehouden bij de toetsing van het derde gunningscriterium ‘beheer van de tankkaarten’. Zij stelt dat de gunningscriteria zodanig geformuleerd moeten zijn dat elke normaal zorgvuldige inschrijver in staat is deze criteria op dezelfde wijze te interpreteren. Op grond van het bestek kan elke inschrijver verwachten dat aan de hand van het derde gunningscriterium “de wijze waarop een tankkaart [wordt] aangevraagd”, “de termijn waarbinnen de tankkaart beschikbaar zou zijn alsook de online toepassing voor de opvolging van het verbruik/facturatie” zou worden beoordeeld. Uit het gunningsverslag blijkt echter dat ook beoordeeld wordt “wat het gevolg is van de ingave van een verkeerde pincode”, terwijl dit geen element betreft dat de inschrijvers konden verwachten. Het blokkeren van de tankkaarten na drie foutieve pincodes kan niet beschouwd worden als ‘beheer van de tankkaarten’ vermits de inschrijvers geen vat hebben op de wijze waarop de tankkaart, afhankelijk van het informaticasysteem, werkt. Voor zover de verwerende partij zou verwijzen naar punt III.4.
- ‘veiligheid van het systeem’ van het bestek, merkt de verzoekende partij op dat dit in elk geval niet is opgenomen in het gunningscriterium ‘beheer van de tankkaarten’, en uit die bepaling bovendien niet kan worden afgeleid dat de tankkaart blijvend geblokkeerd moet blijven. De verzoekende partij vervolgt dat blijkens de gestelde vragen tijdens de onderhandelingen het automatisch deblokkeren na 24 uur niet werd gecatalogeerd XII-9287-7/14 als een element dat bij het criterium ‘beheer van tankkaarten’ beoordeeld zou worden, en dat blijkens het e-mailbericht van 13 oktober 2022 werd aangegeven “dat de toegekende korting doorslaggevend zal zijn”, zodat de technische verduidelijkingen geen beoordelingselement zouden vormen.
- In haar nota doet de verwerende partij gelden dat de beoordeling van het subcriterium “beveiliging van de kaarten” niet vermeld staat bij het derde gunningscriterium in het bestek, maar wel bij de technische bepalingen, onder punt III.4.
- ‘Veiligheid van het systeem’. Bij de drie inschrijvers worden de kaarten geblokkeerd bij drie foutieve ingaven van de pincode, maar bij de gekozen inschrijver kan de kaart enkel gedeblokkeerd worden na een menselijke tussenkomst, terwijl bij de twee andere inschrijvers de kaarten automatisch worden gedeblokkeerd na 24 uur. Dit resulteerde voor deze inschrijvers in een aftrek van twee punten. Zij kregen voor deze beoordeling twee op vier punten. De verwerende partij stelt dat hierover geen bijkomende informatie werd gevraagd omdat de informatie over de werking bij drie foutieve pincodes duidelijk kon worden vastgesteld in de offertes; dat de verzoekende partij telefonisch liet weten dat op twee leveranciers na alle grote spelers met hetzelfde systeem werken, waardoor het beheer van de kaarten bij de meesten dus hetzelfde moet zijn. De gekozen inschrijver werkt dus nog met een ander systeem. De punten bij het tweede en het derde criterium zijn niet gewijzigd na het opvragen van bijkomende informatie en na het indienen van de BAFO’s. De verwerende partij besluit bijgevolg dat de gekozen inschrijver, door een grotere korting te verlenen, op het eerste gunningscriterium 1,9 punten meer kreeg en daardoor naar de eerste plaats is geklommen ten nadele van de verzoekende partij. Beoordeling
- Het gelijkheidsbeginsel zoals neergelegd in artikel 4 van de wet overheidsopdrachten 2016 gebiedt de aanbestedende overheden de aannemers, de leveranciers en de dienstverleners op gelijke wijze te behandelen. Het beginsel van de gelijke behandeling van de inschrijvers veronderstelt tevens dat de gunningsprocedure op transparante wijze wordt XII-9287-8/14 gevoerd en dat openbaarheid de regel is. De inschrijvers moeten van de aanbestedende overheid een gelijke kans krijgen om de opdracht in de wacht te slepen, wat inhoudt dat zij zich zowel in de fase van voorbereiding van hun aanbiedingen als bij de beoordeling ervan door de aanbestedende overheid in een gelijke positie moeten bevinden. De gelijkheid die aan de gunning van overheidsopdrachten ten grondslag ligt, veronderstelt voorts dat degenen die voor gunning van de opdracht in aanmerking willen komen van tevoren weten wat zij daarvoor moeten doen of laten en dus met alle door de aanbestedende overheid cruciaal geachte gegevens rekening moeten kunnen houden bij het opstellen van hun offerte. Overeenkomstig artikel 81, § 3, derde lid, van de wet overheidsopdrachten 2016 moeten de gunningscriteria in de aankondiging van de opdracht of in een ander opdrachtdocument, zoals het bestek, worden vermeld. Artikel 81, § 4, vierde lid, van de wet overheidsopdrachten 2016 voegt daaraan toe: “Voor de overheidsopdrachten lager dan de [voor de Europese bekendmaking bepaalde bedragen], specificeert de aanbestedende overheid ofwel het relatieve gewicht dat zij voor de bepaling van de economisch meest voordelige offerte aan elk van de gekozen criteria toekent, ofwel de dalende volgorde van belangrijkheid ervan. Zo niet hebben de gunningscriteria dezelfde waarde.”
- In het licht van het gunningscriterium ‘Beheer tankkaarten’ worden luidens het bestek de offertes beoordeeld op grond van de volgende beoordelingselementen: “Beheer tankkaarten 20 [punten] - manier waarop tankkaarten worden aangevraagd; - binnen welke termijn beschikbaar; - online toepassing voor opvolging.” Aldus blijkt de verwerende partij in het bestek niet te hebben verwezen naar de beveiliging van de tankkaarten als een relevant element voor de beoordeling van dit gunningscriterium en de puntentoekenning. XII-9287-9/14
- In het gunningsverslag worden bij de offerte van de verzoekende partij (en de derde inschrijver) twee punten in mindering gebracht op het derde gunningscriterium, in essentie omdat de verwerende partij de wijze waarop volgens die offertes de tankkaarten worden geblokkeerd “na drie foutieve pins” minder veilig acht dan het systeem voorgesteld in de offerte van de gekozen inschrijver. De omstandigheid dat in de technische bepalingen van het bestek vereisten worden gesteld inzake de beveiliging van de tankkaarten, houdt evenwel niet in dat deze vereisten ook bij de toetsing van het derde gunningscriterium mogen worden betrokken. De vraag of de offertes al dan niet voldoen aan alle technische vereisten van het bestek, die worden onderzocht tijdens het regelmatigheidsonderzoek, staat immers los van de toetsing aan de gunningscriteria. In het gunningsverslag wordt betreffende het regelmatigheidsonderzoek niets vermeld, doch de verwerende partij heeft de verzoekende partij in ieder geval de toegang tot de plaatsingsprocedure niet ontzegd op grond dat haar offerte niet zou voldoen aan de betrokken technische vereiste van het bestek. Overigens, anders dan de verwerende partij in het gunningsverslag wil doen uitschijnen, zijn de “veiligheidsvereisten” van de tankkaarten geen minimumvereisten vermeld in punt III.4.1 van de technische bepalingen. Ten overvloede stelt de Raad van State ook vast dat de betrokken technische bepaling enkel vereist dat “een kaart, waarvan de gebruiker het geheime codenummer niet correct zou ingebracht hebben na drie pogingen, overal en automatisch geweigerd wordt”. Er wordt niet vereist dat die blokkering blijvend dient te zijn en slechts na een manuele tussenkomst gedeblokkeerd mag worden. Aldus lijkt de verwerende partij op het eerste gezicht aan het derde gunningscriterium bij de toepassing ervan een invulling te hebben gegeven die afwijkt van de wijze waarop zij dat gunningscriterium zelf heeft omschreven in het bestek.
- Bovendien moet op het eerste gezicht worden aangenomen dat de verwerende partij bij de beoordeling van het derde gunningscriterium zich heeft bediend van elementen die als subgunningscriteria moeten worden aangezien. XII-9287-10/14 De verwerende partij stelt immers in haar nota met opmerkingen dat zij bij de toetsing van het derde gunningscriterium het subgunningscriterium “beveiliging van de kaarten” heeft gehanteerd, met een weging van vier punten, waarbij de offerte van de verzoekende partij voor dit subgunningscriterium twee punten kreeg. Deze handelwijze wordt bevestigd door de tabel die werd gevoegd als bijlage bij het gunningsverslag, weergegeven sub 3.5, doch waarvan de verzoekende partij pas na inzage van het administratief dossier kennis heeft kunnen nemen. Uit deze tabel blijkt dat het derde gunningscriterium ‘Beheer tankkaarten’ is opgedeeld in acht subgunningscriteria met elk een eigen gewicht van twee of vier punten, waaronder “veiligheid: blokkeren na 3x foutieve pin” op vier punten. De verzoekende partij betoogt ter terechtzitting dat uit deze tabel het gebruik van niet vooraf aangekondigde subgunningscriteria blijkt. De opdeling van het derde gunningscriterium in subgunningscriteria en hun respectieve weging lijkt inderdaad op het eerste gezicht niet vooraf aan de inschrijvers bekend te zijn geweest. Zes van de acht subgunningscriteria wijken bovendien volledig af van de omschrijving van het derde gunningscriterium in het bestek. Terecht merkt de verzoekende partij bijgevolg op dat indien zij bij de voorbereiding van haar offerte kennis zou hebben gehad van, in het bijzonder, het subgunningscriterium “veiligheid: blokkeren na 3x foutieve pin”, dit de redactie van haar offerte zou kunnen hebben beïnvloed en zij aldus een meer economisch voordelige offerte had kunnen indienen. Aldus blijkt dat de offertes werden getoetst aan de hand van het derde gunningscriterium ‘Beheer tankkaarten’ dat werd opgedeeld in niet vooraf aangekondigde subgunningscriteria, met elk een afzonderlijke weging, wat een schending met zich brengt van het in het middel aangevoerde gelijkheids- en transparantiebeginsel.
- Uit het voorgaande volgt dat de toetsing van de offertes aan het derde gunningscriterium op het eerste gezicht behept lijkt te zijn met onwettigheden die van beslissende invloed kunnen zijn op de rangschikking van de offertes, gelet op het geringe puntenverschil tussen de offerte van de verzoekende partij en deze van de gekozen inschrijver (0,7 punten). XII-9287-11/14
- Het eerste onderdeel van het eerste middel is ernstig. B. Tweede middel Uiteenzetting van het middel
- Subsidiair voert de verzoekende partij in een tweede middel de schending aan van artikel 4 van de wet overheidsopdrachten 2016 “inhoudende het gelijkheids-, niet-discriminatie, transparantie en proportionaliteitsbeginsel”, de artikelen 5, 53 en 81 van de wet overheidsopdrachten 2016, en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Zij betoogt als volgt: “Verzoekster is van oordeel dat [zij] op basis van punt III.4.
- van het bestek […] niet kon afleiden dat de aanbestedende overheid de voorkeur gaf dat de tankkaarten na 3 foutieve pincodes blijvend geblokkeerd zouden blijven en verwijst hieromtrent naar het eerste middel. Ondergeschikt (indien de argumentatie van verzoekster niet gevolgd wordt) en voor zover verwerende partij van oordeel zou zijn dat deze bepaling verduidelijkt dat de tankkaarten na 3 foutieve pincodes geblokkeerd moeten blijven, is die besteksbepaling kennelijk onwettig. Artikel 53 van de [w]et van 17 juni 2016 voorziet dat de technische specificaties de ondernemers gelijke toegang moeten bieden tot de plaatsingsprocedure. Indien punt III.4.
- van het bestek geïnterpreteerd moet worden alsof de tankkaarten na 3 foutieve pincodes blijvend geblokkeerd moeten blijven, beperkt zij de mededinging waarbij die eis niet gerechtvaardigd is vermits er ook andere garanties mogelijk zijn om de veiligheid bij diefstal te garanderen. Zoals hoger toegelicht werden 5 ondernemingen uitgenodigd om een offerte in te dienen en werken 4 van die ondernemingen met Tokheim. Het systeem Tokheim voorziet 24 uur na 3 foutieve pincodes in een automatische deblokkering van de tankkaarten. Het systeem van de [gekozen inschrijver] voorziet dat als enige niet. Er is in de regio derhalve slechts één aanbieder van tankkaarten die een blijvende blokkering garandeert. In de interpretatie dat de kaarten blijvend geblokkeerd moeten blijven, is het bestek daardoor duidelijk ‘op maat’ van de [gekozen inschrijver] geschreven en bijgevolg onwettig.” Beoordeling XII-9287-12/14
- Het ernstig bevinden van het eerste onderdeel van het eerste middel leidt op zich tot de schorsing van de bestreden beslissing. Omdat het tweede middel, dat gericht is tegen een bestekbepaling (punt III.4.3 van het bestek), geacht zou kunnen worden tot een ruimere schorsing te leiden, wordt het eveneens onderzocht, ook al wordt het in ondergeschikte orde aangevoerd.
- Er lijkt op het eerste gezicht enkel sprake te kunnen zijn van een mededingingsbeperking zoals de verzoekende partij die aanvoert op grond van artikel 53, § 2, van de wet overheidsopdrachten 2016, indien de verwerende partij zou hebben besloten tot de substantiële onregelmatigheid en dus de nietigheid van de offertes die niet (volledig) zouden voldoen aan punt III.4.3 van het bestek, wat zij te dezen niet heeft gedaan. Zoals hoger bij de beoordeling van het eerste onderdeel van het eerste middel is gesteld, blijkt niet dat de verwerende partij te dezen de verzoekende partij de toegang tot de plaatsingsprocedure heeft ontzegd door haar offerte te weren als substantieel onregelmatig omwille van het niet voldoen aan de betrokken technische specificatie van het bestek. Haar offerte werd aanvaard en aan de hand van de gunningscriteria beoordeeld.
- Voorts maakt de verzoekende partij niet op het eerste gezicht aannemelijk dat punt III.4.3 van het bestek specifiek op maat van de gekozen inschrijver zou zijn geschreven. Zoals hoger vastgesteld wordt in deze bestekbepaling zelfs niet vereist dat de blokkering van de tankkaart blijvend dient te zijn en slechts na een manuele tussenkomst gedeblokkeerd mag worden.
- Het tweede middel is niet ernstig. VI. Besluit
- Het eerste onderdeel van het eerste middel is in de besproken mate ernstig. Die conclusie verantwoordt dat de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt bevolen. Het is niet nodig om het tweede onderdeel van het eerste middel, noch het derde middel te onderzoeken, die niet tot een ruimere schorsing kunnen leiden. XII-9287-13/14 BESLISSING De Raad van State beveelt de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van het besluit van het politiecollege van de lokale politiezone MIDOW van 4 november 2022 waarbij de opdracht met als voorwerp ‘leveren van brandstoffen voor dienstvoertuigen – bestek 2022/2’ wordt gegund aan de nv Gabriëls & Co. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vijftien december tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Patricia De Somere, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Patricia De Somere XII-9287-14/14 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.255.286 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.436 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.