id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 december 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.255.302 Rolnummer: A. 235926/X-18109 Zaak: Arrest 255302 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 20/12/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-01-03 Raadplegingen: 79 - laatst gezien 2026-06-10 08:04 Fiche Arrest nr 255.302 van 20 december 2022 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 255.302 van 20 december 2022 in de zaak A. 235.926/X-18.109 In zake : Francine VAN VEIRDEGEM woonplaats kiezend te 9041 Gent Edmond Helderweirdtstraat 36 bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bo Denie kantoor houdend te 9550 Herzele Provincieweg 477 tegen :
- de STAD GENT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Patrick Devers kantoor houdend te 9000 Gent Kouter 71-72 bij wie woonplaats wordt gekozen
- het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de gouverneur van de provincie Oost-Vlaanderen bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tom De Sutter kantoor houdend te 9000 Gent Koning Albertlaan 128 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 1 maart 2022, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de stad Gent “waarbij de procedure tot het opstarten van het re-integratietraject niet is gevolgd” en van de beslissing van de gouverneur van de provincie Oost-Vlaanderen van 28 januari 2022 over de klacht van Francine Van Terdegem. X-18.109-1/5 II. Verloop van de rechtspleging
- De eerste verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoekster heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Iris Verheven heeft een verslag opgesteld, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 2 december
- Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Annelies Uytterhaegen, die loco advocaat Bo Denie verschijnt voor verzoekster, advocaat Dieter Janssen, die loco advocaat Patrick Devers verschijnt voor de eerste verwerende partij, en advocaat Hans- Kristof Carême, die loco Tom De Sutter verschijnt voor de tweede verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Iris Verheven heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- X-18.109-2/5 III. Beoordeling A. Wat het volgen van het re-integratietraject betreft
- Verzoekster bekritiseert dat de stad Gent in gebreke bleef in haar geval het re-integratietraject voor arbeidsongeschikte werknemers, zoals bedoeld in boek I, titel 4, hoofdstuk VI, van de codex over het welzijn op het werk, naar behoren te volgen. De betrokken regeling, initieel opgenomen in het koninklijk besluit van 28 mei 2003 ‘betreffende het gezondheidstoezicht op de werknemers’, vindt haar rechtsgrond in artikel 4, § 1, van de wet van 4 augustus 1996 ‘betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk”.
- In artikel 79, § 1, eerste lid, van die wet is bepaald dat onverminderd de bepalingen van artikel 32duodecies van de wet – hier niet van toepassing of van belang – onder anderen de werknemers een vordering kunnen instellen bij de arbeidsgerechten tot beslechting van alle geschillen in verband met deze wet en haar uitvoeringsbesluiten. Ook personen die in statutair dienstverband bij een publiekrechtelijke rechtspersoon werken, vallen onder het toepassingsgebied van de wet.
- De uitdrukkelijke toewijzing aan de arbeidsrechtbank van de bevoegdheid tot beslechting van geschillen inzake het re-integratietraject voor arbeidsongeschikte werknemers en het re-integratieplan, brengt mee dat de Raad van State – ambtshalve – moet vaststellen ter zake zonder rechtsmacht te zijn. Verzoekster valt dat ter terechtzitting overigens volmondig bij. X-18.109-3/5 B. Wat de beslissing van de gouverneur betreft
- In de bestreden “beslissing” van de gouverneur van de provincie Oost-Vlaanderen van 28 januari 2022 geeft de gouverneur in essentie alleen te kennen dat zij niet zal optreden in het kader van haar facultatieve bevoegdheid inzake algemeen toezicht. De mededeling van deze onthouding maakt geen voor vernietiging vatbare beslissing uit. Ambtshalve wordt vastgesteld dat het beroep ook in zoverre onontvankelijk is.
- Vastgesteld wordt tevens dat de gouverneur in haar brief aan verzoekster heeft aangegeven dat tegen de bestreden beslissing van het lokaal bestuur een beroep tot nietigverklaring kon worden ingediend bij de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Dit is, als gezien, ten onrechte en van aard verzoekster te misleiden. Er is in de gegeven omstandigheden reden toe de kosten van het beroep ten laste van de tweede verwerende partij te leggen. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De tweede verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, en op een bijdrage van 22 euro. X-18.109-4/5 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twintig december tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Johan Lust X-18.109-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.255.302 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div