← België

Arrest 255316 - Huisvesting - 20/12/2022

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 december 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.255.316 Rolnummer: A. 235667/X-18091 Zaak: Arrest 255316 - Huisvesting - 20/12/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-01-03 Raadplegingen: 79 - laatst gezien 2026-06-10 08:04 Fiche Arrest nr 255.316 van 20 december 2022 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Huisvesting Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 255.316 van 20 december 2022 in de zaak A. 235.667/X-18.091 In zake : de NV NAEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dirk Merckx kantoor houdend te 1600 Sint-Pieters-Leeuw V. Nonnemanstraat 15 B bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jérôme Sohier en Manoël De Keukelaere kantoor houdend te 1170 Brussel Terhulpsesteenweg 181/24 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 28 januari 2022, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing van de gemachtigde ambtenaar, gedateerd op 29/11/2021 betreffende het door verzoekster ingediende schorsend beroep aangaande een administratieve geldboete met betrekking tot een leegstaande woning gelegen te 1000 Brussel, Vlaamse Steenweg 114 ten belope van 7.700,00 € in hoofdsom, tweede verdieping”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. X-18.091-1/5 Eerste auditeur An Van den broeck heeft een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 25 november
  3. Staatsraad Stephan De Taeye heeft verslag uitgebracht. Advocaat Dorien Avaux, die loco advocaat Dirk Merckx verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Manoël De Keukelere, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur An Van den broeck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. De verzoekende partij is eigenaar van een onroerend goed, gelegen aan de Vlaamsesteenweg 114 te Brussel, dat zij verhuurt middels een handelshuurovereenkomst. 3.
  6. Op 21 mei 2021 deelt de leidend ambtenaar van de cel Leegstaande Woningen van de directie Huurtoelagen en Leegstaande Woningen (hierna: CLW) aan de verzoekende partij mee dat er is vastgesteld dat het goed leeg staat, dat er een einde moet worden gemaakt aan de leegstand vóór 21 augustus X-18.091-2/5 2021, en dat zonder geldige verantwoording binnen de vastgestelde termijn de CLW een administratieve boete zal opleggen van 7700 euro. 3.
  7. Op 4 oktober 2021 richt de leidend ambtenaar van de CLW aan de verzoekende partij een aangetekend schrijven, waarin de administratieve boete van 7700 euro wordt opgelegd. Met een 2 november 2021 gedateerde aangetekende brief tekent de verzoekende partij administratief beroep aan tegen deze beslissing. 3.
  8. Op 24 november 2021 vindt een digitale hoorzitting plaats. 3.
  9. Met het bestreden besluit van 30 november 2021 verklaart de gemachtigde ambtenaar het beroep ontvankelijk, doch ongegrond en bevestigt hij de administratieve geldboete van 7700 euro. IV. Ontvankelijkheid Standpunt van de partijen 4.
  10. De verwerende partij werpt in haar memorie van antwoord op dat het beroep onontvankelijk is bij gebrek aan een uiteenzetting van een ontvankelijk middel. 4.
  11. De verzoekende partij antwoordt in haar memorie van wederantwoord niet op deze exceptie, maar beperkt zich tot het herhalen van haar uiteenzetting in het verzoekschrift. Beoordeling 5.
  12. Opdat een door haar aangevoerd middel ontvankelijk zou zijn, dient een verzoekende partij niet alleen duidelijk te maken welke rechtsregel zij geschonden acht, maar ook op welke wijze, naar haar oordeel, die rechtsregel door X-18.091-3/5 de bestreden beslissing wordt miskend. Het ontbreken van een middel in het verzoekschrift heeft de onontvankelijkheid van het beroep tot gevolg. 5.
  13. Onder het opschrift ‘III. IN RECHTE’ leest men in het verzoekschrift een betoog van een paar bladzijden dat de verzoekende partij het niet eens is met de bestreden beslissing. 5.
  14. Niet alleen komt de verzoekende partij in haar verzoekschrift niet verder dan het herhalen van haar tijdens de administratieve beroepsprocedure geuite grieven, zij brengt haar kritiek ook niet in verband met de schending van enige rechtsregel, zoals vereist in de procedure voor de Raad van State. Zij vraagt daarentegen de Raad van State om akte te nemen van haar verzoekschrift “conform de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek, inzonderheid conform art. 1385decies van het Gerechtelijk Wetboek”. 5.
  15. Vastgesteld moet worden dat de verzoekende partij in haar verzoekschrift geen middel ontwikkelt zoals bedoeld onder randnummer 5.
  16. 5.
  17. De exceptie van de verwerende partij is gegrond. BESLISSING
  18. De Raad van State verwerpt het beroep.
  19. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 22 euro. X-18.091-4/5 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twintig december tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Stephan De Taeye, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Stephan De Taeye X-18.091-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.255.316 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.