← België

Arrest 255324 - Dierenwelzijn - 20/12/2022

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 december 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.255.324 Rolnummer: A. 235550/VII-41292 Zaak: Arrest 255324 - Dierenwelzijn - 20/12/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-01-05 Raadplegingen: 77 - laatst gezien 2026-06-10 08:04 Fiche Arrest nr 255.324 van 20 december 2022 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 255.324 van 20 december 2022 in de zaak A. 235.550/VII-41.292 In zake :

  1. Boris VERVLOET
  2. Carmen VERHEYDEN woonplaats kiezend te 2275 Lille Sept 14 bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Nick Heinen kantoor houdend te 2930 Brasschaat Bredabaan 652 tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Isabelle Cooreman kantoor houdend te 1082 Brussel Keizer Karellaan 586, bus 9 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  3. Het beroep, ingesteld op 24 januari 2022, strekt tot de nietigverklaring van de bestemmingsbeslissing van de afdeling Dierenwelzijn van het departement Omgeving van 26 november 2021 waarbij 7 paarden en 2 kippen in toepassing van artikel 42, § 2, van de wet van 14 augustus 1986 ‘betreffende de bescherming en het welzijn der dieren’ definitief in volle eigendom worden gegeven aan het asiel waar ze nu verblijven. II. Verloop van de rechtspleging VII-41.292-1/5
  4. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Anja Somers heeft op 3 oktober 2022 een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ (hierna: algemeen procedurereglement). De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 15 december
  5. Staatsraad Pierre Lefranc heeft verslag uitgebracht. Advocaat Joeri Leten, die loco advocaat Isabelle Cooreman verschijnt voor de verwerende partij, is gehoord. Eerste auditeur Ronny Vercruyssen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  6. III. Feiten 3.
  7. Op 3 mei 2021 wordt er een controle bij de verzoekende partijen uitgevoerd door twee inspecteur-dierenartsen. Er worden vaststellingen gedaan. Op 11 mei 2021 verklaart tweede verzoekster dat aan de gevraagde punten zal gewerkt worden. VII-41.292-2/5 3.
  8. Op 6 juli 2021 en op 1 oktober 2021 vinden er nieuwe controles plaats. De dieren worden met een beslissing van 7 oktober 2021 in beslag genomen. 3.
  9. De verzoekende partijen worden gehoord op 24 november
  10. 3.
  11. Op 26 november 2021 neemt de verwerende partij de beslissing om de dieren in toepassing van artikel 42, § 2, van de wet van 14 augustus 1986 ‘betreffende de bescherming en het welzijn der dieren’ definitief in volle eigendom te geven aan het asiel waar ze nu verblijven. Dit is de bestreden beslissing. 3.
  12. De verwerende partij meldt in de memorie van antwoord dat alle dieren werden geadopteerd. Het administratief dossier bevat de adoptiecontracten, alsook een e-mail die de adoptie van de kippen bevestigt. IV. Ontvankelijkheid van het beroep
  13. Er is geen mogelijkheid meer dat de verwerende partij kan beslissen om de dieren terug te geven aan de verzoekende partijen, gelet op de plaatsing in een adoptiefamilie door het asiel. Uit het verzoekschrift blijkt dat dit nochtans is wat de verzoekende partijen nastreven. Een gebeurlijke vernietiging van de bestreden bestemmingsbeslissing kan de verzoekende partijen bijgevolg het door hun nagestreefde voordeel niet meer opleveren. Het recht van toegang tot de rechter wordt te dezen niet in het gedrang gebracht. Er staan voor de verzoekende partijen immers nog andere juridische actiemogelijkheden open om desgevallend schadeherstel te verkrijgen.
  14. Het beroep is niet ontvankelijk. VII-41.292-3/5
  15. Vermits korte debatten volstaan om te komen tot de bovenvermelde conclusie, kan in het huidige geval de zaak op grond van artikel 93 van het algemeen procedurereglement definitief worden beslecht. VII-41.292-4/5 V. Rechtsplegingsvergoeding
  16. Vermits het beroep wordt verworpen wegens de definitieve toestand die is ontstaan ten gevolge van de plaatsing van de dieren, kan de verwerende partij in het huidige geval niet worden beschouwd als een “in het gelijk gestelde partij” in de zin van artikel 30/1, § 1, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. Zij kan bijgevolg geen aanspraak maken op een rechtsplegingsvergoeding. BESLISSING
  17. De Raad van State verwerpt het beroep.
  18. De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, elk voor de helft, en een bijdrage van 22 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twintig december tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Pierre Lefranc, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Pierre Lefranc VII-41.292-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.255.324 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.