← België

Arrest 255339 - Federale reglementen (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 20/12/2022

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 december 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.255.339 Rolnummer: A. 235209/X-18047 Zaak: Arrest 255339 - Federale reglementen (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 20/12/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-01-03 Raadplegingen: 76 - laatst gezien 2026-06-10 08:04 Fiche Arrest nr 255.339 van 20 december 2022 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Federale reglementen (binnenlandse zaken en lokale besturen) Beslissing : heropening debatten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 255.339 van 20 december 2022 in de zaak A. 235.209/X-18.047 In zake : Ahmed DAHOU bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Chris Schijns en Jef Goffings kantoor houdend te 3600 Genk Grotestraat 122 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen :

  1. het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering en de beroepscommissie voor tuchtzaken bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Koen Geelen en Jarien Bloemen kantoor houdend te 3500 Hasselt Gouverneur Roppesingel 131 bij wie woonplaats wordt gekozen
  2. de STAD HASSELT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Patrick Van der Straten kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 210A/10 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  3. Het beroep, ingesteld op 14 december 2021, strekt tot de nietigverklaring van “[d]e beslissing van de Beroepscommissie voor Tuchtzaken d.d. 14.10.2021 waarbij het beroep, ingesteld door de verzoekende partij tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de Stad Hasselt d.d. 12.05.2021 houdende het opleggen van de tuchtstraf ‘ontslag van ambtswege’, ontvankelijk doch ongegrond wordt verklaard en waarbij vervolgens de bestreden tuchtbeslissing wordt gehandhaafd”. X-18.047-1/5 II. Verloop van de rechtspleging Het Vlaamse Gewest heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. De stad Hasselt heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is voorlopig toegestaan bij beschikking van 25 januari
  4. De stad Hasselt heeft een memorie ingediend. Auditeur Wendy Depester heeft een verslag opgesteld. Verzoeker, het Vlaamse Gewest en de stad Hasselt hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 25 november
  5. Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Verzoeker en advocaat Chris Schijns, die verschijnt voor verzoeker, advocaat Jarien Bloemen, die verschijnt voor het Vlaamse Gewest en advocaat Patrick Van der Straten, die verschijnt voor de stad Hasselt, zijn gehoord. Auditeur Wendy Depester heeft een advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  6. III. Feiten
  7. Verzoeker is statutair personeelslid van de stad Hasselt, in dienst als parkwachter bij de recyclagedienst. X-18.047-2/5 Hij krijgt op 12 mei 2021 door het college van burgemeester en schepenen de tuchtstraf van het ontslag van ambtswege opgelegd voor drie tuchtfeiten: - “Op 7 november 2019: het ontvreemden van goederen uit het recyclagepark te Sint-Lambrechts-Herk”; - “In de periode van 20 mei 2019 tot 7 november 2019: ontvreemden en verhandelen en verkopen van goederen uit het recyclagepark te Sint-Lambrechts-Herk”; - “In de periode van 20 mei 2019 tot 7 november 2019: bezorgen van overlast aan klanten tijdens hun bezoek aan het recyclagepark te Sint-Lambrechts-Herk”. Onder meer wordt overwogen: “De feiten die weerhouden worden zijn geen banale feiten. Diefstal/huisdiefstal/ontvreemding van goederen, toebehorende aan de werkgever/het bestuur en dit binnen het kader van de tewerkstelling, zijn ernstige inbreuken, die invloed hebben op de werking van de dienst. Deze feiten zijn zwaarwichtig genoeg om de zwaarste straf te verantwoorden, rekening houdende met de nultolerantie en ongeacht de context en arbeidscultuur die al dan niet eigen zijn aan de recyclageparken.” Oordelend over verzoekers administratief beroep tegen de tuchtstraf, beslist de beroepscommissie voor tuchtzaken (hierna: de beroeps- commissie) op 14 oktober 2021 om de tuchtstraf van 12 mei 2021 niet te vernietigen. Deze beslissing om de tuchtstraf niet te vernietigen voegt zich aan de tuchtstraf toe. IV. Precisering van het voorwerp
  8. Gelet op de uiteenzetting van het belang waarvoor verzoeker met zijn annulatieberoep opkomt, en met de aangevoerde middelen die – deels – rechtstreeks de opgelegde tuchtstraf viseren, is er reden om, naast de beslissing van de beroepscommissie van 14 oktober 2021, ook de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 12 mei 2021 tot het voorwerp van het voorliggende annulatieberoep te rekenen. X-18.047-3/5
  9. Daaruit volgt dat als verwerende partij moet worden beschouwd: niet alleen het Vlaamse Gewest als zijnde te dezen de rechtspersoon achter de beroepscommissie, maar ook de stad Hasselt, die tot nog toe optrad als vrijwillig tussenkomende partij. V. Heropening debat
  10. Op 29 juni 2022 heeft de rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Hasselt, sectie correctioneel, verzoeker vrijgesproken van de tenlastelegging dat hij ten nadele van de verwerende partij tussen 1 januari 2019 en 8 november 2019 bedrieglijk zaken heeft weggenomen die hem niet toebehoorden. Geoordeeld wordt dat “[u]it geen enkel objectief element van het dossier blijkt dat beklaagde goederen zou gestolen hebben”. De stad Hasselt heeft tegen het vonnis beroep ingesteld.
  11. Verwijzend naar het vonnis vraagt verzoeker met een brief van 1 juli 2022 dat, “gelet op de nieuwe gegevens”, een aanvullend auditoraatsverslag zou worden opgesteld. Ter terechtzitting vraagt de stad Hasselt dat de behandeling van de zaak wordt uitgesteld totdat er definitief uitsluitsel is over de strafvordering. Het Vlaamse Gewest verklaart zich ter zake naar de wijsheid van de Raad van State te gedragen. Ook verzoeker verklaart dat te doen.
  12. In de gegeven omstandigheden acht de Raad van State het wijs de eindbeslissing van de strafrechter af te wachten. Het komt de meest gerede partij toe de Raad over deze eindbeslissing in te lichten. BESLISSING De Raad van State heropent het debat. X-18.047-4/5 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twintig december tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-18.047-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.255.339 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.