id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 december 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.255.356 Rolnummer: A. 237861/X-18291 Zaak: Arrest 255356 - Plaatselijk openbaar ambt (provinciën, gemeenten, enz.) - Reglementen - 21/12/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-12-22 Raadplegingen: 88 - laatst gezien 2026-06-10 08:05 Fiche Arrest nr 255.356 van 21 december 2022 Openbaar ambt - Plaatselijk openbaar ambt (provinciën, gemeenten, enz.) - Reglementen Beslissing : Bevolen Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 255.356 van 21 december 2022 in de zaak A. 237.861/X-18.291 In zake : Jef HUYGHE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Gitte Laenen kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de GEMEENTE HEUVELLAND bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Inge Derde kantoor houdend te 1170 Brussel Terhulpsesteenweg 166 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering 1. De vordering, ingesteld op 7 december 2022, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Heuvelland van 23 november 2022 tot “[g]oedkeuring maatregelen op grond van verslag van preventieadviseur psychosociale aspecten Liantis n.a.v. ingediend formeel verzoek tot psychosociale interventie”. II. Verloop van de rechtspleging 2. De verwerende partij heeft een nota en een administratief dossier ingediend. X-18.291-1/13 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op vrijdag 16 december 2022, om 11.15 uur. Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaten Wouter Rubens en Charlotte Mestdagh, die loco advocaat Gitte Laenen verschijnen voor verzoeker, en advocaat Inge Derde, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Iris Verheven heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3. Verzoeker is algemeen directeur van de gemeente Heuvelland. Op 23 maart 2022 meldt het college van burgemeester en schepenen mogelijke tuchtvergrijpen van verzoeker aan de gemeenteraad. Op 28 maart 2022 stelt de gemeenteraad een tuchtonderzoeker aan. Naar aanleiding van een formeel verzoek tot psychosociale interventie bij Liantis, externe dienst voor preventie en bescherming, in verband met een situatie die hoofdzakelijk betrekking heeft op risico’s die een collectief karakter vertonen, acht de preventieadviseur psychosociale aspecten (hierna: de preventieadviseur) het in een schrijven van 13 juni 2022 nodig om volgende bewarende maatregelen voor te stellen: “1. De algemeen directeur neemt voorlopig niet deel aan de vergaderingen van het managementteam. X-18.291-2/13 2. Tussen de algemeen directeur enerzijds en de financieel directeur en de afdelingshoofden anderzijds vindt er voorlopig geen individueel overleg plaats. De algemeen directeur kan wel via e-mail communiceren met de financieel directeur en de afdelingshoofden. Vragen worden zoveel mogelijk gebundeld. 3. Tussen de algemeen directeur en de diensten vindt er voorlopig geen individueel of gezamenlijk overleg plaats. De algemeen directeur kan wel via e-mail communiceren met de diensten, met de financieel directeur of het afdelingshoofd in CC. Ook de communicatie met de preventiedienst verloopt via e-mail. Vragen worden zoveel mogelijk gebundeld.” Op 15 juni 2022 keurt het college van burgemeester en schepenen de voorgestelde bewarende maatregelen goed. Ook wordt aan de preventieadviseur de opdracht gegeven om een specifieke risicoanalyse uit te voeren “om zicht te krijgen op de problematiek”. Verzoekers vordering tot schorsing bij hoogdringendheid van die beslissing wordt op 12 september 2022 door de Raad van State verworpen bij arrest nr. 254.446. Geoordeeld wordt dat verzoeker “niet in een geval verkeert van een urgentie die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing”. 4. Tijdens de maanden augustus en september 2022 voert de preventieadviseur de specifieke risicoanalyse uit. Uit het verslag zou blijken dat er in hoofde van verzoeker sprake is van een disfunctioneren en manipulatief gedrag. Overigens zou ook de burgemeester een aandeel hebben in de problematiek. De preventieadviseur geeft op 27 oktober 2022 duiding bij de inhoud van het verslag aan verzoeker. Met een brief van 28 oktober 2022 wordt verzoeker uitgenodigd om te worden gehoord door het college van burgemeester en schepenen over de maatregelen die het op grond van het verslag van de preventieadviseur overweegt te nemen. X-18.291-3/13 De hoorzitting heeft plaats op 18 november 2022. Op 23 november 2022 neemt het college van burgemeester en schepenen de bestreden beslissing tot “[g]oedkeuring maatregelen op grond van verslag van preventieadviseur psychosociale aspecten Liantis n.a.v. ingediend formeel verzoek tot psychosociale interventie”. De beslissing, die gegrond is op “art. 5 en 32/2 van de Welzijnswet en art. I.3-17 tot en met I.3-21 van de codex over het welzijn op het werk”, keurt meer bepaald de volgende maatregelen goed: “1) De algemeen directeur neemt niet langer deel aan de vergaderingen van het managementteam. Tussen de algemeen directeur enerzijds en de financieel directeur en de afdelingshoofden anderzijds vindt er geen individueel overleg meer plaats. De communicatie tussen de algemeen directeur enerzijds en de financieel directeur en de afdelingshoofden anderzijds verloopt via e-mail. Vragen worden zoveel mogelijk gebundeld. Tussen de algemeen directeur en de diensten vindt er geen individueel of gezamenlijk overleg meer plaats. De algemeen directeur en de diensten kunnen wel via e-mail met elkaar communiceren, met de financieel directeur of het afdelingshoofd in CC. Ook de communicatie tussen de algemeen directeur en de preventiedienst verloopt via e-mail. Vragen worden zoveel mogelijk gebundeld. 2) De algemeen directeur voert de taken, die hij van het college van burgemeester en schepenen krijgt, zo veel mogelijk zelfstandig uit. Hij delegeert geen taken die hij zelf kan uitvoeren. Hij brengt verslag uit aan het college van burgemeester en schepenen van 1) de toegewezen taken; 2) de (deel)taken die hij gedelegeerd heeft en 3) waarom hij bepaalde (deel)taken gedelegeerd heeft. 3) De algemeen directeur oefent de bevoegdheid van dagelijks personeelsbeheer niet langer uit. Deze bevoegdheid wordt voorlopig uitgeoefend door het afdelingshoofd ondersteuning. 4) Deze maatregelen worden ingesteld voor een periode van 6 maanden die na evaluatie kunnen worden verlengd dan wel kunnen worden stopgezet. Telkens zal de betrokkene hierover worden gehoord. De evaluatie gebeurt op basis van een nieuw advies van de [preventieadviseur psychosociale aspecten].” IV. Regelmatigheid van de rechtspleging 5. Door de verwerende partij is na de sluiting van het debat nog het verslag ‘Specifieke risicoanalyse psychosociaal welzijn’ van de X-18.291-4/13 preventieadviseur bijgebracht, met het verzoek om het ter wille van de slachtoffers en getuigen vertrouwelijk te behandelen. 6. Daargelaten of het verzoek om vertrouwelijke behandeling van het verslag terecht is, blijkt het stuk hoe dan ook niet nodig te zijn voor de beslechting van de voorliggende vordering. Het wordt buiten het debat gehouden. V. Rechtsmacht 7. Ter terechtzitting werpt de verwerende partij, onder verwijzing naar artikel 79 van de welzijnswet, op dat de Raad van State te dezen zonder rechtsmacht is. 8. Zoals de algemene vergadering van de Raad van State uiteenzet in haar arrest nr. 183.478 van 27 mei 2008, wijst artikel 32octiesdecies van de welzijnswet uit dat wanneer het geschil in verband met de welzijnswet en haar uitvoeringsbesluiten de toepassing betreft van de bepalingen van hoofdstuk Vbis van de welzijnswet, ‘Bijzondere bepalingen betreffende de preventie van psychosociale risico’s op het werk, waaronder stress, geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk’, de Raad van State niet onbevoegd is om kennis te nemen van de betrokken vordering tegen een eenzijdige administratieve rechtshandeling. Aldus komt de Raad van State ook in de voorliggende zaak niet onbevoegd voor. De exceptie wordt niet bijgevallen. VI. Schorsingsvoorwaarden 9. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende X-18.291-5/13 noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing. VII. Voorwaarde van een ernstig middel Uiteenzetting van de partijen 10. Verzoeker leidt een tweede middel af uit “een schending van art. 41, 2de lid, 6° en art. 170, 2de lid Decreet Lokaal Bestuur, art. 5 Welzijnswet van 4 augustus 1996, art. I.3.18, §1 Codex Welzijn op het Werk, art. 23 Vlaams Rechtspositieregelingsbesluit van 7 december 2007, alsook het beginsel van machtsoverschrijding”. Betoogd wordt dat het college van burgemeester en schepenen zich een bevoegdheid heeft toegeëigend die hem niet toekomt. Toegelicht wordt dat de gemeenteraad over de exclusieve bevoegdheid beschikt inzake het aanstellen en ontslaan van de algemeen directeur en dat het college van burgemeester en schepenen dan ook iedere bevoegdheid mist om ten aanzien van verzoeker de bestreden maatregelen op te leggen. Waar artikel 5 van de welzijnswet bepaalt dat “de werkgever” de nodige maatregelen neemt ter bevordering van het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk en waar artikel I.3-18, § 1, van de codex welzijn op het werk voorschrijft dat het “de werkgever” is die een beslissing neemt met betrekking tot de gevolgen die hij aan het verzoek met een hoofdzakelijk collectief karakter geeft, is deze werkgever in het geval van verzoeker de gemeenteraad. Voorts raken de maatregelen aan de inhoud van de functiekaart van de algemeen directeur en wordt zo weerom de bevoegdheid van de gemeenteraad geschonden aangezien het de gemeenteraad is die de functiebeschrijving vaststelt. Ook wordt door de bestreden beslissing de decretaal aan verzoeker toegewezen bevoegdheid tot delegatie van het dagelijks personeelsbeheer miskend. X-18.291-6/13 11. De verwerende partij antwoordt dat het te dezen gaat om de wettelijke verplichting die op de werkgever rust om het welzijn van zijn werknemers te garanderen. In het kader van het toepassingsgebied van de welzijnswet is de gemeente Heuvelland als werkgever te aanzien. In een ministeriële omzendbrief van 7 juni 2002 wordt verduidelijkt dat de persoon die deze werkgever vertegenwoordigt het college van burgemeester en schepenen is. Als werkgever van ten minste de werknemer(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.