← België

Arrest 255361 - Voedselveiligheid (FAVV) - 22/12/2022

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 december 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.255.361 Rolnummer: A. 225838/VII-40349 Zaak: Arrest 255361 - Voedselveiligheid (FAVV) - 22/12/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-01-05 Raadplegingen: 77 - laatst gezien 2026-06-10 08:06 Fiche Arrest nr 255.361 van 22 december 2022 Sociale zaken en volksgezondheid - Voedselveiligheid (FAVV) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 255.361 van 22 december 2022 in de zaak A. 225.838/VII-40.349 In zake : Marc GROOTAERT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tom Malfait kantoor houdend te 9000 Gent Kasteellaan 141 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Middenstand, Zelfstandigen, KMO’s en Landbouw, Institutionele Hervormingen en Democratische Vernieuwing bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Rik Depla kantoor houdend te 8310 Sint-Kruis (Brugge) Karel van Manderstraat 123 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 2 augustus 2018, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van 4 juni 2018 van de minister bevoegd voor landbouw betreffende ‘compensatie Fipronilcrisis’ waarbij beslist wordt om niet in te gaan op de aanvraag tot uitbetaling van een compensatie aan verzoeker. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Anja Somers heeft op 17 januari 2022 een verslag opgesteld. VII-40.349-1/11 Verzoeker heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 10 november
  3. Staatsraad Pierre Lefranc heeft verslag uitgebracht. Advocaat Tom Malfait, die verschijnt voor verzoeker en advocaat Frédérick Valcke, die loco advocaat Rik Depla verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Eylenbosch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten
  5. Op 8 augustus 2017 wordt door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (hierna: FAVV) een verslag opgesteld met betrekking tot monsters genomen van eieren. Op 17 augustus 2017 wordt verzoeker verhoord in het kader van het “resultaat Fipronil in eieren monitoring”. Op 31 augustus 2017 worden er opnieuw monsters van de eieren en vlees genomen door het FAVV en worden 171.000 eieren en 20.990 kippen in bewarend beslag genomen, 19.740 kippen worden op 18 september 2017 gedood door middel van vergassing. VII-40.349-2/11 Op 17 oktober 2017 wordt X verhoord over onder meer het houden en vervoeren van pluimvee zonder erkenning of toelating van het FAVV. Betrokkene verklaart 200 legkippen van verzoeker te hebben die uit een “Fipronilkot” kwamen. Op 27 november 2017 wordt verzoeker verhoord in het kader van tracering van de opgezette tomen 2017, onttrekking van in beslag genomen producten en herverhoor inzake de fipronilproblematiek en de contaminatie op het bedrijf. Op 27 november 2017 wordt een proces-verbaal van overtreding opgesteld ten laste van verzoeker voor volgende feiten: - onttrekking uit een beslag; - achterhouden van gegevens voor het FAVV; - in gevaar brengen van de volksgezondheid; - geen tracering van de ontbrekende kippen. Op 7 februari 2018 dient verzoeker een aanvraag in voor vergoedingen naar aanleiding van de fipronilcrisis. Op 17 april 2018 komt de Commissie in het kader van het koninklijk besluit ‘tot vaststelling van de procedure en van de uitvoeringsbepalingen met betrekking tot de compensaties ten gunste van bedrijven van de primaire sector getroffen door de fipronilcrisis samen. Zij adviseert om vergoeding te weigeren met volgende motivering: “- Vaststelling van de volgende inbreuken door het FAVV (PV2290/18/0045/NOE): o Onttrekking van dieren uit een beslag o Achterhouden van gegevens voor het FAVV o In gevaar brengen van volksgezondheid o Geen tracering van de ontbrekende kippen - Weigering van de vergoeding op basis van artikel 5, §1, 3de en 4de punt van de wet betreffende de compensaties ten gunste van bedrijven getroffen door de fipronilcrisis”. VII-40.349-3/11 Op 3 mei 2018 bezorgt verzoeker bijkomende gegevens aan de verwerende partij en verzoekt hij om een bijkomende onderzoeksdaad te verrichten, in die zin dat aan TCC-Group BV Amsterdam wordt gevraagd om de weegbon voor te leggen waaruit het gewicht blijkt van de na vergassing op 19 september 2017 bij het bedrijf van verzoeker opgehaalde kippen. Op 4 juni 2018 beslist de verwerende partij: “In het kader van de Fipronilcrisis heeft u bij het Uniek Loket Fipronil een aanvraagdossier voor compensatie ingediend voor een totaalbedrag van 123.453,82 EUR. Het door u ingevuld aanvraagformulier en de bijgevoegde stukken, werden door het Uniek Loket overgemaakt aan de Commissie Fipronil. Deze Commissie is samengekomen op 17 april
  6. Na analyse van uw dossier adviseert zij mij niet akkoord te gaan met een tussenkomst. De rechtstreekse aanleiding van deze weigering zijn de vaststellingen die het FAVV heeft gedaan op uw bedrijf. Het gaat onder meer om de volgende inbreuken: onttrekken van dieren uit het beslag, het achterhouden van informatie voor het FAVV, het in gevaar brengen van de volksgezondheid, geen tracering van de uit het beslag ontnomen dieren. Deze inbreuken werden geacteerd in het proces-verbaal nr 2290/18/0045/NOE waarvan u een kopie heeft ontvangen. Na controle van uw dossier besluit ik het advies en de motieven van de commissie te volgen. Op basis van artikel 5, §1, 3de en 4de punt van de wet van 21 november 2017 betreffende compensaties ten gunste van bedrijven getroffen door de fipronilcrisis, beslis ik niet in te gaan op uw aanvraag tot het uitbetalen van een compensatie”. Dit is de bestreden beslissing. IV. Onderzoek van het enige middel Standpunt van verzoeker
  7. Verzoeker roept in het enige middel de schending in van artikel 5, § 1, van de wet van 21 november 2017 ‘betreffende compensaties ten gunste van bedrijven getroffen door de fipronilcrisis’ (hierna: wet van 21 november 2017), de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen (hierna: motiveringswet) en van de materiëlemotiveringsplicht en het zorgvuldigheidsbeginsel. VII-40.349-4/11 Hij betoogt dat in het bestreden besluit de aanvraag wordt afgewezen omwille van de vermeende vaststellingen die het FAVV heeft gedaan, die in strijd zouden zijn met artikel 5, § 1, 3° en 4°, van de wet van 21 november 2017, dat de minister zich in het bestreden besluit verder beperkt tot het volgen van “het advies en de motieven van de Commissie”, zonder dat het voor verzoeker mogelijk is te achterhalen om welk advies het daarbij gaat, zodat hij logischerwijs ook de inhoud van dit advies niet kan nagaan, en dat op geen enkele manier kenbaar werd gemaakt waarom geen rekening wordt gehouden met zijn argumentatie, die eveneens werd opgenomen als bijlage in het proces-verbaal nr. 229900/18/0045/NOE. Artikel 5, § 1, 3° en 4° van de wet van 21 november 2017 stelt nochtans duidelijk dat een vraag tot compensatie in aanmerking komt indien het bedrijf dat de compensatie aanvraagt geen onregelmatigheden heeft begaan ten aanzien van de maatregelen bevolen door de overheid in het kader van de fipronilcrisis, en geen onjuiste gegevens of informatie heeft geleverd met het oog op het bekomen van de compensatie. Het zorgvuldigheidsbeginsel houdt in dat het bestuur zijn beslissing op zorgvuldige wijze moet voorbereiden, rekening houdend met alle bestaande en concrete feiten. De op de overheid rustende motiveringsplicht brengt met zich mee dat de feiten en motieven waarop een beslissing is gesteund eveneens tot uiting worden gebracht op een dergelijke wijze die aan de rechtsonderhorige toelaat om de gemaakte redenering te kunnen volgen. Voor de onderbouwing van de inbreuken die aanleiding zouden hebben gegeven tot voorliggende weigering verwijst de bestreden beslissing enkel naar het proces-verbaal nr. 229900/18/0045/NOE. Uit de bijlagen bij dit proces-verbaal blijkt duidelijk dat verzoeker reeds uitvoerig en op onderbouwde wijze heeft aangetoond dat er in voorliggend geval geen sprake is van een onregelmatigheid ten aanzien van de opgelegde maatregelen. Er kan evenmin sprake zijn van het doelbewust geven van onjuiste informatie met het oog op het bekomen van een hogere compensatie, nu uit de feitelijke gegevens van het dossier duidelijk blijkt dat door de vrouw van verzoeker per vergissing een lager aantal vergaste kippen werd opgegeven. VII-40.349-5/11 In de toelichting bij het middel stelt verzoeker voorts dat het bestreden besluit zich beperkt tot een eenvoudige verwijzing naar “het advies en de motieven van de commissie”, zonder dat naar een concreet advies van de commissie wordt verwezen, of dat het advies bij de beslissing zelf werd gevoegd. Hij heeft nooit kennis kunnen nemen van de inhoud van dit advies of de daarin vervatte overwegingen. Wat de verwijzing naar het proces-verbaal nr. 2290/18/0045/NOE betreft, betoogt verzoeker dat uit het proces-verbaal op zich niet blijkt waarom zijn repliek als onvoldoende zou worden beschouwd en waarom alsnog wordt besloten dat er sprake is van de inbreuken die de afwijzing van de aanvraag tot compensatie zouden kunnen verantwoorden.
  8. In zijn memorie van wederantwoord benadrukt verzoeker nog de volgende elementen: - de 37 ton vergaste kippen stemt overeen met het aantal in beslag genomen kippen; dit noopt tot de conclusie dat er geen onttrekking van dieren uit het beslag heeft plaatsgevonden en dat dit niet als weigeringsgrond voor de compensatieaanvraag kan worden gebruikt; - de kippen die werden aangetroffen bij een derde waren geen kippen die uit het beslag kwamen; de enige fout of onregelmatigheid bestaat uit de foute verklaring van de echtgenote van verzoeker over het aantal vergaste kippen.
  9. In zijn laatste memorie wijst verzoeker er in essentie op dat hij op 1 december 2020 door de correctionele rechtbank van Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, werd vrijgesproken voor het beweerde onttrekken van dieren uit het beslag. Hij werd op 16 december 2018 naar aanleiding van het proces-verbaal van het FAVV gedagvaard voor de correctionele rechtbank te Gent. In het vonnis van 1 december 2020 oordeelde de correctionele rechtbank dat er niet met zekerheid vastgesteld kon worden dat hij de kippen uit het beslag zou hebben onttrokken, zodat hij werd vrijgesproken voor het onttrekken van dieren uit het beslag: “Het dossier laat niet toe met zekerheid vast te stellen dat 1.279 in beslag gestelde legkippen bedrieglijk werden weggemaakt. De uitleg van de beklaagde is niet geheel ongeloofwaardig. Minstens bestaat er twijfel”. VII-40.349-6/11 Beoordeling
  10. In een eerste onderdeel voert verzoeker aan dat uit de bewoordingen van artikel 5, § 1, van de wet van 21 november 2017 duidelijk blijkt dat de aanvraag in aanmerking wordt genomen zolang er geen onregelmatigheden werden begaan ten aanzien van de genomen maatregelen en er geen onjuiste gegevens werden verschaft met het oog op het bekomen van de compensatie. Volgens verzoeker blijkt dat er geen sprake is van een onregelmatigheid ten aanzien van de genomen maatregelen en dat de initieel onjuiste aantallen die door zijn echtgenote werden verschaft hem geen voordeel zouden verschaffen aangezien ze tot een lagere compensatie zouden leiden. Artikel 5, § 1, 3° en 4°, van de wet van 21 november 2017 bepaalt: “Een bedrijf komt enkel in aanmerking voor een compensatie met toepassing van artikel 4 voor zover het: 3° geen onregelmatigheden heeft begaan ten aanzien van de maatregelen genomen door de overheid in het kader van de fipronilcrisis; 4° geen onjuiste gegevens of informatie heeft geleverd of bepaalde inlichtingen niet heeft nagelaten te verklaren, met het oog op het bekomen van de compensatiemaatregelen”. Uit het administratief dossier en de bestreden beslissing blijken de volgende vaststellingen: - onttrekking uit een beslag; - achterhouden van gegevens voor het FAVV; - in gevaar brengen van de volksgezondheid; - geen tracering van de ontbrekende kippen. Deze vaststellingen hebben wel degelijk betrekking op onregelmatigheden begaan ten aanzien van de genomen maatregelen. Er werd vastgesteld dat er onjuiste gegevens of informatie werden geleverd en dat werd nagelaten bepaalde inlichtingen te verklaren. VII-40.349-7/11 De vaststelling en berekening van het aantal onttrokken kippen werd als volgt opgenomen in het proces-verbaal 2290/18/0045/NOE van 27 november 2017: “Op basis van het proces verbaal van in beslagnamen dd 31 augustus 2017, werd Grootaert betekend in proces verbaal met nummer 2993/17/0024/OVL, 171000 eieren en 20990 kippen en alle daarvan voorkomende producten in beslag waren genomen. Op basis van de notities in een notitieboek, waarvan de gegevens ons ter beschikking werden gesteld door uw echtgenote bekomen wij de aantallen gestorven leghennen zijnde
  11. Wanneer dit aantal in mindering wordt gebracht met het totaal aantal aanwezige hennen dienen er nog 20819 dieren aanwezig te zijn op 11 september
  12. Indien hier de leghennen van Luc De Windt wordt bijgeteld, zijnde 200 stuks, betreft het 21019 dieren. Op 18/09/2017 ontvangt collega dr. H De Bruycker de huidige aantallen zijnde
  13. Dit wil zeggen dat er een verschil is van ongeveer 1000 kippen. Het verschil van de 1000 kippen kan niet verklaard worden door de heer Marc Grootaert. Deze zijn dus door Marc Grootaert op bedrieglijke wijze onttrokken uit het beslag. Op de legkaart, model Vepymo die Grootaert heeft overgemaakt aan het FAVV OVL., werd dit document achteraf door Grootaert zelf opgemaakt. Hierop staan de aantallen gestoren kippen per dag genoteerd. Het FAVV LCE OVB heeft dit ontvangen dd 21 september 2017, per mail en dat de opruiming van de legkippen die besmet waren met fipronil werd uitgevoerd dd 19 september
  14. Hierdoor had Grootaert alle mogelijkheden om bedrog te plegen”. De beweringen achteraf van verzoeker in verband met het gewicht van de kadavers dat overeenstemt met het aantal in beslag genomen kippen en in verband met de gezondheidstoestand van zijn echtgenote, verklaren niet het verschil tussen het aantal te doden kippen (21.000) vastgesteld op 5 september 2017 en het aantal effectief gedode kippen (19.740) zoals vermeld in stuk 5b, bijlage II. Het stuk waarop verzoeker zich baseert met betrekking tot het gewicht van de kippen is een e-mail waarin wordt gemeld: “Ik mag de informatie niet met je delen. Maar het was 37 ton”, zonder verdere toelichting. De vaststelling dat verzoeker bij vonnis van 1 december 2021 door de correctionele rechtbank te Gent werd vrijgesproken voor de tenlastelegging B, in de periode van 31 augustus 2017 tot 18 september 2017, bij inbreuk op artikel 505, eerste lid van het Strafwetboek, als beslagene, voorwerpen waarop tegen hem beslag was gedaan, in zijn belang bedrieglijk te hebben VII-40.349-8/11 vernietigd of weggemaakt, te weten 1.279 legkippen, laat de overige motieven van de bestreden beslissing onverlet.
  15. In een tweede onderdeel meent verzoeker dat de motivering van de bestreden beslissing niet volstaat omdat de beslissing zich beperkt tot een eenvoudige verwijzing naar het advies en de motieven van de Commissie, zonder dat naar een concreet advies wordt verwezen of dat dit advies wordt toegevoegd. De hoger weergegeven motieven van de Commissie werden hernomen in de bestreden beslissing met verwijzing naar het proces-verbaal waarin de inbreuken werden geacteerd en waarvan verzoeker een kopie heeft ontvangen. Hij kan bezwaarlijk voorhouden dat hij geen kennis heeft van de motieven of dat er enkel wordt verwezen naar het advies. Dit onderdeel mist feitelijke grondslag. Verzoeker meent dat er ten onrechte geen rekening werd gehouden met zijn argumenten en dat de bestreden beslissing niet duidt waarom met zijn argumentatie geen enkele rekening werd gehouden. De bestreden beslissing zet uiteen dat op basis van artikel 5, § 1, 3° en 4°, van de wet van 21 november 2017 niet wordt ingegaan op de aanvraag tot uitbetalen van een compensatie. Ze vermeldt als redenen de vaststellingen die werden gedaan door het FAVV, waaronder het achterhouden van informatie, het in gevaar brengen van de volksgezondheid, geen tracering van de uit het beslag ontnomen dieren, en dit met verwijzing naar het proces-verbaal nr. 2290/18/0045/NOE. Uit deze motivering kan dan ook worden afgeleid waarom de verwerende partij aldus heeft geoordeeld en verzoeker niet is bijgevallen in zijn argumentatie. Om afdoende te zijn, is het niet vereist dat in de formele motivering alle argumenten die de beroepsindiener in de loop van de beroepsprocedure aanvoert, stuk voor stuk worden beantwoord. Ook al is het niet vereist dat alle argumenten worden beantwoord, toch blijkt uit de bestreden beslissing op basis van welke motieven de VII-40.349-9/11 compensatie werd geweigerd en blijkt uit het proces-verbaal en zijn bijlagen waarom de argumenten van verzoeker niet worden aanvaard. Verzoeker gaat voorbij aan de andere door de verwerende partij aangehaalde motieven. Hij betwist in het verzoekschrift deze motieven niet, laat staan dat hij ze ontkracht. De schending van de aangevoerde bepalingen en beginselen wordt niet aangetoond.
  16. Het enige middel is niet gegrond. BESLISSING
  17. De Raad van State verwerpt het beroep.
  18. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. VII-40.349-10/11 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van tweeëntwintig december tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Carlo Adams, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Peter Sourbron, staatsraad, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Carlo Adams VII-40.349-11/11 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.255.361 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.