← België

Arrest 255373 - Varia (sociale zaken en volksgezondheid) - 23/12/2022

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 december 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.255.373 Rolnummer: A. 235051/IX-10076 Zaak: Arrest 255373 - Varia (sociale zaken en volksgezondheid) - 23/12/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-01-10 Raadplegingen: 79 - laatst gezien 2026-06-10 08:08 Fiche Arrest nr 255.373 van 23 december 2022 Sociale zaken en volksgezondheid - Varia (sociale zaken en volksgezondheid) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 255.373 van 23 december 2022 in de zaak A. 235.051/IX-10.076 In zake : Nuzen SWIERCZYNSKI bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Kristel Boels kantoor houdend te 1060 Brussel Bronstraat 68/2 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Pensioenen bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Valerie Kruijen kantoor houdend te 1800 Vilvoorde Xavier Buissetstraat 26 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het cassatieberoep, ingesteld op 19 november 2021, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de Hogere Beroepscommissie van Brussel van 14 september 2021 waarbij het beroep van Nuzen Swierczynski gericht tegen de beslissing van de Burgerlijke Invaliditeitscommissie van 2 augustus 2019 ontvankelijk doch ongegrond wordt verklaard en de beslissing van de Burgerlijke Invaliditeitscommissie van 2 augustus 2019 wordt behouden. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Het cassatieberoep is toelaatbaar verklaard bij beschikking van 31 januari
  3. IX-10.076-1/5 De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Eylenbosch heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van de procedure teneinde te worden gehoord ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 3 oktober
  4. Staatsraad Bruno Seutin heeft verslag uitgebracht. Advocaat Kristel Boels, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Valerie Kruijen, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Eylenbosch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Feiten 3.
  6. Verzoeker dient op 20 november 2017 een aanvraag in om een invaliditeitspensioen te krijgen overeenkomstig de wet van 15 maart 1954 ‘betreffende de herstelpensioenen voor de burgerlijke slachtoffers van de oorlog 1940-1945 en hun rechthebbenden’. IX-10.076-2/5 3.
  7. Op 2 augustus 2019 wijst de Burgerlijke Invaliditeitscommissie van Brussel de aanvraag af, “[g]elet op de afwezigheid van het causaal verband tussen de aangetoonde schade en de oorlogsomstandigheden”. 3.
  8. Nadat verzoeker tegen voormelde beslissing van 2 augustus 2019 een beroep heeft ingesteld, verklaart de Hogere Beroepscommissie van Brussel op 14 september 2021 het beroep ontvankelijk doch ongegrond en behoudt zij de beslissing van de Burgerlijke Invaliditeitscommissie van 2 augustus
  9. 3.
  10. Op 12 november 2021 dient verzoeker een aanvraag in tot herziening van de beslissing van de Hogere Beroepscommissie van Brussel van 14 september 2021 met toepassing van artikel 26 van de wet van 15 maart
  11. 3.
  12. Op 27 juni 2022 verklaart de Hogere Beroepscommissie van Brussel de aanvraag tot herziening ontvankelijk en gegrond en kent zij aan verzoeker een invaliditeitspensioen toe met ingang van
  13. IV. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  14. Uit de door verzoeker aan de Raad van State toegezonden brief van 1 september 2022 met in bijlage de herzieningsbeslissing van de Hogere Beroepscommissie van Brussel van 27 juni 2022, blijkt dat aan verzoeker een invaliditeitspensioen is toegekend met ingang van 1 november
  15. In voormelde brief en ter terechtzitting uitdrukkelijk bevestigd, stelt verzoeker dat “[i]n die omstandigheden […] het cassatieberoep zonder voorwerp [is] geworden”. Verzoeker geeft aldus aan genoegdoening te hebben gekregen en geen verdere belangstelling voor het voorliggende cassatieberoep te tonen. Hieruit volgt dat verzoeker niet langer belang heeft bij zijn beroep. IX-10.076-3/5 V. Kosten Standpunt van de partijen
  16. Zowel verzoeker als de verwerende partij vraagt om de kosten van het beroep ten laste te leggen van de andere partij. Verzoeker vraagt ook om een rechtsplegingsvergoeding ten bedrage van 700 euro ten laste te leggen van de verwerende partij. Beoordeling
  17. Hangende het cassatieberoep bij de Raad van State heeft de Hogere Beroepscommissie van Brussel bij herzieningsbeslissing van 27 juni 2022 aan verzoeker een invaliditeitspensioen toegekend met ingang van 1 november
  18. Dit invaliditeitspensioen is verkregen op grond van een aanvraag die werd ingediend nadat de bestreden beslissing reeds was genomen. Er is dan ook geen reden om in te gaan op de vraag van verzoeker om de kosten met inbegrip van een rechtsplegingsvergoeding ten laste te leggen van de verwerende partij.
  19. Op de terechtzitting vraagt de raadsman van de verwerende partij om verzoeker naast de kosten ook te veroordelen tot de betaling van een rechtsplegingsvergoeding. Uit artikel 84/1 van het algemeen procedurereglement volgt echter dat een dergelijk verzoek schriftelijk en – een hier niet relevante uitzondering terzijde gelaten – ten laatste vijf dagen vóór de zitting moet worden ingediend en dat de toekenning van een rechtsplegingsvergoeding niet voor het eerst kan worden gevraagd op de terechtzitting. De vraag van de verwerende partij tot het toekennen van een rechtsplegingsvergoeding wordt afgewezen. IX-10.076-4/5 BESLISSING
  20. De Raad van State verwerpt het cassatieberoep.
  21. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 20 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drieëntwintig december tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, Bruno Seutin, staatsraad, Bert Thys, staatsraad, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Geert Van Haegendoren IX-10.076-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.255.373 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.