id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 december 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.255.374 Rolnummer: A. 235674/IX-10008 Zaak: Arrest 255374 - Varia (justitie) - 23/12/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-01-10 Raadplegingen: 79 - laatst gezien 2026-06-10 08:07 Fiche Arrest nr 255.374 van 23 december 2022 Justitie - Varia (justitie) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 255.374 van 23 december 2022 in de zaak A. 235.674/IX-10.008 In zake: Rudy HOLVOET bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Piet Rotsaert kantoor houdend te 8700 Tielt Deinsesteenweg 131 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Michel van Dievoet kantoor houdend te 1000 Brussel Wolstraat 56 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 19 maart 2022, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de directeur-generaal van het directoraat-generaal Rechterlijke Organisatie van de federale overheidsdienst Justitie van 18 januari 2022, waarbij de voorlopige inschrijving van Rudy Holvoet in het Nationaal Register voor gerechtsdeskundigen en voor beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken, wordt geschorst. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. IX-10.008-1/12 Eerste auditeur-afdelingshoofd Werner Weymeersch heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 5 september
- Staatsraad Bruno Seutin heeft verslag uitgebracht. Advocaat Piet Rotsaert, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Michel van Dievoet, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Melissa Celis heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Verzoeker is sinds 24 november 2016 ingeschreven in het register als gerechtsdeskundige. Hij legt op 10 december 2019 de eed af als gerechtsdeskundige. 3.
- Met een e-mail van 24 augustus 2021 deelt de dienst Nationaal Register van de federale overheidsdienst Justitie (hierna: het Nationaal Register) aan verzoeker mee dat een klacht werd ontvangen en dat zijn dossier zal worden voorgelegd aan de aanvaardingscommissie. Tevens wordt gevraagd om ter vervollediging van zijn dossier alle door hem behaalde diploma’s te bezorgen. IX-10.008-2/12 3.
- In antwoord op een vraag om toelichting van verzoeker deelt het Nationaal Register met een e-mail van 26 augustus 2021 het volgende mee: “In de klacht die anoniem werd neergelegd, wordt gesteld dat de titel master of science engeneering aan de University of California aan u werd toegekend op basis van een gelijkwaardig diploma behaald in België. Volgens de klager zou u echter niet over […] een equivalent diploma in België beschikken. Om deze reden is het voor ons belangrijk om uw diploma-afschrift van de behaalde diploma’s in België (en aan andere universiteiten) te ontvangen zodat wij uw dossier kunnen vervolledigen. Bij aanvraag voor het definitieve register zullen deze diploma’s ook sowieso opgevraagd worden.” 3.
- Op 26 september 2021 bezorgt verzoeker een schriftelijke toelichting aan het Nationaal Register maar geen diploma’s. 3.
- Op 14 januari 2022 geeft de aanvaardingscommissie het volgende advies: “Besluit De heer Holvoet is voorlopig ingeschreven in het nationaal register op basis van zijn aanstellingen voor 1 december
- Uit de verschillende elementen van het dossier blijkt dat zijn optreden problematisch is en vooral dat hij als gerechtsdeskundige er niet in slaagt om een antwoord te geven op de eenvoudige vraag over welke diploma’s hij nu eigenlijk beschikt. Op basis hiervan adviseert de aanvaardingscommissie om de voorlopige inschrijving van de heer Holvoet in het nationaal register van gerechtsdeskundigen met onmiddellijke ingang te schorsen tot hij duidelijkheid brengt over zijn diploma’s en met succes gevolgde opleidingen. Dit alles in de wetenschap dat hij op dit ogenblik ook niet voldoet aan de voorwaarden voor definitieve opname zodat zijn inschrijving automatisch vervalt op 30 november 2022.” 3.
- Op grond van dit advies beslist de directeur-generaal van het directoraat-generaal Rechterlijke Organisatie van de federale overheidsdienst Justitie op 18 januari 2022 de voorlopige inschrijving van verzoeker in het Nationaal Register te schorsen. Deze beslissing is als volgt gemotiveerd: IX-10.008-3/12 “Hierbij deel ik u mee, tot onze spijt, dat er besloten werd uw voorlopige inschrijving in het Nationaal Register voor gerechtsdeskundigen en voor beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken te schorsen. Deze beslissing werd genomen op basis van artikel 555/12 van het Gerechtelijk wetboek, gelet op: - Een anonieme klacht waarin wordt aangegeven dat u uw diploma’s zou vervalsen en dat de titels die u zich toe-eigent regelmatig zouden wisselen; - Gelet op uw schriftelijke toelichting die geen duidelijkheid biedt over de diploma’s waarover u beschikt; - Het advies op 14/01/2022 van de aanvaardingscommissie, dat van oordeel is dat uit verschillende elementen van het dossier blijkt dat uw optreden problematisch is en vooral dat u als gerechtsdeskundige er niet in slaagt om een antwoord te geven op de vraag over welke diploma’s u beschikt. De commissie heeft in ditzelfde advies geadviseerd om uw inschrijving in het nationaal register te schorsen tot u duidelijkheid brengt over uw diploma’s en met succes gevolgde opleidingen. Uw profiel zal geschorst worden. Deze schorsing zal van toepassing zijn vanaf de datum van ondertekening.” Dat is de bestreden beslissing. IV. Schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden. V. Spoedeisendheid Uiteenzetting
- Verzoeker voert in zijn inleidend verzoekschrift ter staving van de spoedeisendheid van zijn vordering aan: IX-10.008-4/12 “Door de jaren heen heeft verzoeker een belangrijke expertise opgebouwd in ongevalsanalyse. Hij heeft er jaren terug voor gekozen om zich hierin te specialiseren en de gerechtelijke opdrachten maken zijn inkomen uit. Hij is ondertussen ook tot een respectabele leeftijd gekomen. Hij is thans 63 jaar oud (°09.01.1959). De gewone procedure tot nietigverklaring zal allicht enkele jaren, of toch minstens meer dan een jaar duren. Dat zal er ongetwijfeld toe leiden dat het parket te Limburg verzoeker zal vervangen door een ander deskundige in het bestaande schema van drie experten die elk om beurt een week van wacht zijn. Omwille van het systeem (slechts om de drie weken van wacht) en de actuele flexibiliteit door de coronapandemie, heeft verzoeker het directe gevolg van de schorsing nog kunnen beheersen door zijn beide collega’s te verzoeken om zijn ‘wachtweek’ over te nemen. Deze tijdelijke regeling kan uiteraard geen maanden aangehouden worden. Verzoeker wijst op de hardnekkigheid waarmee de ‘anonieme’ klager zijn privé queeste voerde en de voor de hand liggende betrachting van de ‘anonieme’ klager. Om die redenen valt het te verwachten dat deze het Parket te Limburg zal benaderen met de melding dat verzoeker door de schorsing van zijn inschrijving op de lijst van gerechtsdeskundigen niet meer kan aangesteld worden. Hij zal de Parketmagistraten allicht melden dat men beter het zekere voor het onzekere neemt en dat het gelet op de leeftijd van verzoeker aangewezen is om hem te vervangen door hemzelf (de bewust ‘anonieme’ klager). Het is aldus zonneklaar dat wanneer de schorsing van de inschrijving van verzoeker pas ongedaan zou gemaakt worden middels de gewone procedure tot nietigverklaring verzoeker de facto nooit meer gerehabiliteerd zal worden in de situatie van voor de schorsing. De situatie is verder ook problematisch voor de lopende opdrachten. Indien de schorsing te lang zou duren, dan kunnen deze opdrachten niet (meer) afgewerkt worden door verzoeker en zal het parket in deze dossiers een ander expert moeten gelasten met alle nadelige gevolgen voor de rechtsgang en de daarbij betrokken partijen. Actueel gaat het daarbij om 8 lopende dossiers bij het Parket van Limburg, 2 voor de Ondernemingsrechtbank en 1 voor het Vredegerecht. Elke dag van de schorsing maakt een verdere aantasting uit van de eer van verzoeker. Omtrent de kwaliteit van het werk van verzoeker zijn er in al die jaren nooit klachten geuit. Maar het is duidelijk dat wanneer de schorsing niet binnen een korte periode opgeheven wordt, de reputatieschade van verzoeker onherroepelijk zal zijn en hij zijn loopbaan totaal ten onrechte in absolute mineur zal eindigen. Eens verzoeker in lopende gerechtelijke expertises vervangen wordt, omwille van de thans bestreden schorsing, is het evident dat de daardoor veroorzaakte reputatieschade nooit meer rechtgezet zal kunnen worden. IX-10.008-5/12 De geloofwaardigheid als gerechtsdeskundige zal dan dermate ondermijnd zijn, dat er mag verwacht worden dat er geen aanstellingen meer zullen volgen. Dat zal allicht ook niet het geval zijn bij een latere nietigverklaring van de beslissing, en dat omwille van de zweem die zal blijven hangen. Magistraten zullen dit evident willen vermijden bij aanstellingen, en daarom bij voorkeur iemand met een onbesmet imago aanstellen. In het gerechtelijk landschap dreigt verzoeker aldus tot een paria te verworden, tenzij de bestreden maatregel geschorst wordt. Bovendien is het zo dat verzoeker door de schorsing van zijn inschrijving zijn beroep in België niet langer kan uitoefenen en aldus geen inkomsten uit die beroepsactiviteit meer kan bekomen. Dat doet uiteraard afbreuk aan de bijzonder goede reputatie die hij in de loop der jaren heeft weten op te bouwen. Dat gegeven geldt niet alleen voor toekomstige opdrachten, maar dat geldt ook voor lopende opdrachten. En dat klemt des te meer omwille van de leeftijd van verzoeker (63 jaar). Voorts lijdt ook verzoekers gezondheid erg onder deze situatie. Hij ervaart deze situatie als uitermate onrechtvaardig, niet in het minst nadat hij ondertussen al twee gerechtelijke onderzoeken met negatief gevolg heeft meegemaakt en nu een soortgelijke ‘anonieme’ actie, aan de vooravond van het einde van zijn loopbaan, opnieuw opduikt. Hij is op dit ogenblik erg vermagerd, moet medicatie nemen om zijn bloeddruk te doen dalen en heeft hartritmestoornissen. Verzoeker heeft op heden nog gezinslast. Zijn echtgenote is meewerkende echtgenote. Hij heeft nog een dochter ten laste, die momenteel aan de universiteit in Mainz neurowetenschappen studeert, wat evident kosten meebrengt, terwijl de hier bestreden beslissing tot gevolg heeft dat hij nu abrupt niet langer zijn normale inkomsten geniet. Verzoeker heeft vorig kalenderjaar 28 dossiers voor het Parket afgesloten tegen een gemiddeld ereloon van 1.250,00 € exclusief BTW, hetzij 35.000,00 € op jaarbasis, exclusief BTW. Het is daarom duidelijk dat enkel een voorafgaandelijke schorsing van het besluit tot schorsing van de inschrijving op de lijst van gerechtelijke experten, het ernstig nadeel dat verzoeker dreigt te lijden, kan voorkomen. Ondertussen heeft verzoeker op 03.03.2022 een brief aan de aanvaardingscommissie toegestuurd met verzoek om op basis van de inhoud van die brief […] een nieuw advies te formuleren ten aanzien van de gemachtigde ambtenaar om de hier bestreden schorsing op te heffen. Het is evenwel lang niet zeker dat de aanvaardingscommissie een dergelijk advies zal willen formuleren en het is evenmin zeker dat de gemachtigde ambtenaar dat advies zal volgen en de thans geldende schorsing zal willen opheffen. Omwille van deze onzekerheid en de aflopende termijn om een procedure voor de Raad in te stellen, vordert verzoeker de nietigverklaring met bijgaande vordering tot schorsing. Verzoeker heeft hiervoor een aantal aspecten uiteengezet van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing in zijn hoofde zou veroorzaken. Mocht elk van deze IX-10.008-6/12 aspecten op zich eventueel niet volstaan om de gevraagde schorsing te verantwoorden, dan is dat in ieder geval wel zo wanneer men al deze aspecten in globo beschouwt. De Raad van State heeft al veelvuldig geoordeeld dat alle schadelijke effecten van een akte moeten worden samengenomen om te oordelen over het voorhanden zijn van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel.” Beoordeling 6.
- Zoals hiervóór sub 4 in herinnering is gebracht, kan krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen indien, onder meer, “de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring”. In de parlementaire voorbereiding van de voormelde wettelijke bepaling is te lezen dat “[d]e spoedeisendheid zal worden vastgesteld wanneer de verzoeker het resultaat van [de] procedure [ten gronde] niet kan afwachten om zijn beslissing te verkrijgen, op straffe zich in een toestand te bevinden met onherroepelijke schadelijke gevolgen” (memorie van toelichting, Parl.St. Senaat 2012-13, nr. 5-2277/1, 13). 6.
- Luidens artikel 17, § 2, van diezelfde gecoördineerde wetten moet het verzoekschrift “een uiteenzetting van de feiten [bevatten] die, volgens de indiener ervan, de spoedeisendheid verantwoorden die ter ondersteuning van dit verzoekschrift wordt ingeroepen”. Hetzelfde is te lezen in artikel 8, eerste lid, 4°, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State’. Voor een verzoekende partij bij de Raad van State die beweert dat de zaak te spoedeisend is om de uitkomst van het annulatieberoep af te wachten, komt het dan ook erop aan om daarvan te overtuigen aan de hand van de feiten die zij in haar vordering aanvoert. Dit betekent dat het aan deze partij toevalt om in haar inleidend verzoekschrift specifieke gegevens bij te brengen, betrokken op de omstandigheden van haar zaak, die in concreto aantonen waarom de nadelige IX-10.008-7/12 gevolgen die een tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing voor haar persoonlijk veroorzaakt, niet kunnen worden gedragen gedurende de gewone doorlooptijd van de annulatieprocedure en waarom de afloop van deze procedure bijgevolg niet kan worden afgewacht. Zoals de Raad van State inmiddels reeds meermaals heeft geoordeeld, wordt de spoedeisendheid van de zaak niet vermoed of automatisch bewezen geacht, welke ook de aard van de bestreden beslissing is. Dit geldt des te meer nu krachtens artikel 17, § 1, tweede lid, van de voornoemde gecoördineerde wetten een schorsing kan worden gevorderd “op elk moment” en dus niet meer, zoals in de voorheen bestaande regelgeving, noodzakelijk in een enig verzoekschrift samen met de vernietiging. Met deze regeling heeft de wetgever de situaties willen verlaten waarbij “geen enkele bijzondere gebeurtenis vereist dat de Raad van State zich bij spoedeisendheid over de zaak die [hem] wordt voorgelegd uitspreekt” (memorie van toelichting, Parl.St. Senaat 2012-13, nr. 5-2277/1, 4). Bovendien mag krachtens artikel 17, § 2, derde lid, van de voornoemde gecoördineerde wetten een nieuwe vordering worden ingesteld, “indien die steunt op nieuwe elementen die de spoedeisendheid van deze vordering rechtvaardigen”.
- Voor zover verzoeker in de uiteenzetting van de feiten die volgens hem de spoedeisendheid rechtvaardigen verwijst naar een “moeilijk te her- stellen ernstig nadeel”, verliest hij uit het oog dat de voorwaarde van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel als schorsingsvoorwaarde verlaten is sinds de hervorming van de procedure bij wet van 20 januari 2014 die in werking is getreden op 1 maart
- Thans staat ter beoordeling van de Raad van State een volkomen andere wettelijke voorwaarde – de spoedeisendheid – waarvan de wettelijke draagwijdte niet gelijk is aan die van de vereiste van het ‘moeilijk te herstellen ernstig nadeel’. IX-10.008-8/12 8.
- Vooreerst stelt verzoeker dat hij door de schorsing van zijn inschrijving in het Nationaal Register, zijn collega’s heeft moeten verzoeken zijn wachtweek over te nemen. Ook voert verzoeker aan dat hij verschillende opdrachten niet kan afwerken. Dat verzoeker nadelen ondervindt van de schorsing van zijn inschrijving wordt niet betwist, maar toont geen spoedeisendheid aan. Verzoeker gaat er in zijn betoog in grote mate aan voorbij dat het hiervoor niet volstaat te wijzen op de nadelige gevolgen van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing. Dit immers is één zaak, ervan overtuigen dat hij die nadelen niet kan verdragen totdat over de grond van de zaak uitspraak is gedaan, een andere. 8.
- Daarnaast stelt verzoeker dat het “Parket te Limburg” door de anonieme klager zal worden benaderd met de melding dat hij “door de schorsing van zijn inschrijving op de lijst van gerechtsdeskundigen niet meer kan aangesteld worden” en dat hij “de facto nooit meer gerehabiliteerd zal worden in de situatie van voor de schorsing”. In de mate dat verzoeker aanvoert dat het parket te Limburg zal worden benaderd door de “anonieme klager” moet erop worden gewezen dat dit nadeel zich lijkt voor te doen als een zuiver hypothetisch nadeel. Evenmin brengt verzoeker een element aan dat erop wijst dat hij “de facto nooit meer gerehabiliteerd zal worden in de situatie van voor de schorsing”. In zoverre dit wordt aangevoerd, moet worden opgemerkt dat dit alles in de regel kan worden goedgemaakt door een vernietigingsarrest en dus niet onherstelbaar is. 8.
- Voor zover verzoeker aanvoert dat “[e]lke dag van de schorsing […] een verdere aantasting uit[maakt] van [zijn] eer”, dat “de reputatieschade van verzoeker onherroepelijk zal zijn” en dat “er mag verwacht worden dat er geen IX-10.008-9/12 aanstellingen meer zullen volgen”, voert hij op algemene wijze aan dat hij een moreel nadeel lijdt ten gevolge van de bestreden beslissing. Volgens ’s Raads vaste rechtspraak kan een moreel nadeel in beginsel worden goedgemaakt door de genoegdoening die wordt verleend door een eventueel vernietigingsarrest. Het valt een verzoekende partij voor de Raad van State toe om, in voorkomend geval, bijzondere omstandigheden aan te voeren die ervan overtuigen dat het in haar geval anders is en dat er redenen zijn om bij spoedeisendheid het aangevoerde morele nadeel een halt toe te roepen. In dit geval moet worden vastgesteld dat verzoeker geen enkele dergelijke bijzondere omstandigheid aanvoert. Hij beperkt zich tot de algemene en vage bewering dat de aangevoerde morele schade onherroepelijk dreigt te worden indien hij zou moeten wachten op een uitspraak over het beroep tot nietigverklaring. Een dergelijke niet concreet onderbouwde en niet-gestaafde bewering kan evenwel niet overtuigen van de spoedeisendheid van de vordering. 8.
- Voorts stelt verzoeker dat hij “op heden nog gezinslast” heeft, dat “[z]ijn echtgenote […] meewerkende echtgenote” is, hij “nog een dochter ten laste” heeft en dat de “bestreden beslissing tot gevolg heeft dat hij nu abrupt niet langer zijn normale inkomsten geniet”. Ook stelt verzoeker dat hij “vorig kalenderjaar 28 dossiers voor het Parket [heeft] afgesloten tegen een gemiddeld ereloon van 1.250,00 [euro] exclusief BTW, hetzij 35.000,00 [euro] op jaarbasis, exclusief BTW”. Het lijkt vanzelfsprekend dat verzoeker ingevolge de bestreden beslissing een financieel nadeel en inkomstenverlies lijdt. In zijn inleidend verzoekschrift brengt hij evenwel geen enkel concreet gegeven aan en hij voegt geen enkel stavingsstuk bij dat zelfs maar aannemelijk kan maken dat dit nadeel onoverbrugbaar is tot het einde van de annulatieprocedure. Het is opvallend dat hij met geen woord rept over zijn gezinsinkomsten, zijn financiële verplichtingen, zijn vermogenstoestand en beschikbare middelen, noch over de mogelijkheid om een IX-10.008-10/12 ander beroepsinkomen te verwerven. In die omstandigheden kan ook de beweerde onoverbrugbaarheid van het geleden financiële nadeel tot het einde van de annulatieprocedure, zonder meer, niet worden aangenomen. 8.
- Ten slotte voert verzoeker nog aan dat de bestreden beslissing ook een belangrijke impact heeft op zijn gezondheid. In de mate dat verzoeker aanvoert dat de bestreden beslissing zijn gezondheid beïnvloedt, moet worden opgemerkt dat zelfs zo al kan worden aangenomen dat de bestreden beslissing enige invloed kan hebben op zijn gezondheidstoestand, hij niet aantoont dat al de door hem aangehaalde gezondheidsproblemen dateren van na de bestreden beslissing en dat verzoeker met zijn uiteenzetting hoegenaamd niet aantoont dat hij het resultaat van de annulatieprocedure niet kan afwachten op het gevaar af dat zijn gezondheid onherstelbare schade oploopt.
- Aangezien verzoeker de spoedeisendheid van de vordering niet aantoont, is er niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn opdat de vordering zou kunnen worden ingewilligd. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. IX-10.008-11/12 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drieëntwintig december tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Bruno Seutin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Bruno Seutin IX-10.008-12/12 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.255.374 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.084 gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.498 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div