← België

Cassatiebeschikking 14721 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 20/01/2022

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 20 januari 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ORD.14.721 Rolnummer: A. 234992/XIV-38862 Zaak: Cassatiebeschikking 14721 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 20/01/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-02-04 Raadplegingen: 71 - laatst gezien 2026-06-10 06:03 Fiche Beschikking nr 14.721 van 20 januari 2022 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 14.721 van 20 januari 2022 in de zaak A. 234.992/XIV-38.862 In zake : XXXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Rudi L. Beeken kantoor houdend te 3390 Tielt-Winge Kraasbeekstraat 41 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de staatssecretaris voor Asiel en Migratie ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Het cassatieberoep, ingesteld op 9 november 2021, strekt tot de cassatie van het arrest nr. 261.829 van 7 oktober 2021 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het dossier van de zaak is op 15 december 2021 aangekomen ter griffie. Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State’. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari

  1. Het valt niet in te zien hoe het al dan niet gebruiken van een doorlopende nummering bij het onderzoek van het tweede middel in het bestreden arrest de strekking van dat arrest kan hebben beïnvloed. Het eerste middel is kennelijk niet-ontvankelijk. XIV-38.862-1/3
  2. De door verzoeker geciteerde zin die voorkomt op pagina 4 van het bestreden arrest maakt deel uit van een citaat uit de beslissing van de verwerende partij die voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen werd aangevochten. Die zin vormt geen motief van het bestreden arrest, zodat verzoekers kritiek erop niet dienstig is. Het tweede middel is kennelijk niet-ontvankelijk.
  3. Verzoeker heeft voor de eerste rechter geen schending opgeworpen van artikel 36 van het koninklijk besluit van 21 december 2006 ‘houdende de rechtspleging voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen’ en hij toont ook niet aan dat hij daartoe niet in de gelegenheid was, temeer daar hij zelf aanhaalt dat reeds naar deze bepaling wordt verwezen in de beschikking van 26 augustus 2021 waarmee de partijen werden opgeroepen voor de terechtzitting. Het derde middel is kennelijk niet-ontvankelijk. BESLUIT:
  4. Het cassatieberoep is niet-toelaatbaar.
  5. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro. XIV-38.862-2/3 Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op twintig januari tweeduizend tweeëntwintig, door: Carlo Adams, kamervoorzitter, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Carlo Adams XIV-38.862-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ORD.14.721 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.