← België

Cassatiebeschikking 14774 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 24/02/2022

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 24 februari 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ORD.14.774 Rolnummer: A. 235029/XIV-38871 Zaak: Cassatiebeschikking 14774 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 24/02/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-02-25 Raadplegingen: 67 - laatst gezien 2026-06-10 06:22 Fiche Beschikking nr 14.774 van 24 februari 2022 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 14.774 van 24 februari 2022 in de zaak A. 235.029/XIV-38.871 In zake : XXXXX XXXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Sarah Ronse kantoor houdend te 1731 Asse-Zellik Laarbeeklaan 36 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de COMMISSARIS-GENERAAL VOOR DE VLUCHTELINGEN EN DE STAATLOZEN ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Het cassatieberoep, ingesteld op 5 november 2021, strekt tot de cassatie van het arrest nr. 261.575 van 4 oktober 2021 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het dossier van de zaak is op 26 januari 2022 aangekomen ter griffie. Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State’. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari

  1. De door artikel 149 van de Grondwet aan de rechter en door artikel 39/65 van de wet van 15 december 1980 ‘betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen’ (hierna: de XIV-38.871-1/5 vreemdelingenwet) specifiek aan de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen opgelegde verplichting om zijn rechterlijke uitspraak te motiveren heeft het karakter van een vormvereiste. Een uitspraak is gemotiveerd in de zin van de voornoemde bepalingen wanneer de rechter duidelijk en ondubbelzinnig de redenen uiteenzet die hem ertoe brengen die beslissing te nemen. Om te voldoen aan de jurisdictionele motiveringsplicht is het niet relevant of die motieven in rechte of in feite juist zijn. Wel moet de rechter expliciet of impliciet antwoorden op elke vraag, elke exceptie, elk middel en elk verweer van de partijen.
  2. In het bestreden arrest overweegt de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen dat de verzoekers met een beschikking van 15 januari 2021 – die op 20 januari 2021 is aangeboden op het kantoor van hun advocaat – zijn gevraagd om het verschuldigde rolrecht te betalen. Omdat geen tijdige betaling werd uitgevoerd, zijn zij op 10 februari 2021 ervan in kennis gesteld dat hun beroep niet op de rol werd geplaatst. In een schrijven van 22 februari 2021 hebben de verzoekers een verklaring gegeven waarom geen betaling is gebeurd en op 25 februari 2021 hebben zij dan alsnog – maar laattijdig – het verschuldigde rolrecht betaald. De bij brief van 22 februari 2021 aangevoerde redenen die de laattijdigheid van betaling moeten verantwoorden, kunnen volgens de rechter niet als overmacht worden gekwalificeerd. Bijgevolg wordt de zaak van de rol geschrapt. Ten onrechte beweren de verzoekers dat het arrest motieven bevat die met deze redenering tegenstrijdig zijn. Zij verwijzen naar het feit dat hen toch is toegelaten om het rolrecht te betalen en aldus het dossier te regulariseren, dat het beroep toch op de rol is geplaatst en dat de zaak is opgeroepen op een terechtzitting. Daaromtrent wordt vooreerst opgemerkt dat dit geen motieven van het bestreden arrest zijn. Bovendien is geenszins aan de verzoekers medegedeeld dat zij het rolrecht alsnog mochten betalen en dat de niet-tijdige betaling daardoor definitief geregulariseerd zou zijn. Evenmin is hen te kennen gegeven dat de in het schrijven van 22 februari 2021 aangevoerde omstandigheden als overmacht worden beschouwd waardoor hun laattijdige betaling van het rolrecht zou zijn verschoond. De verzoekers kunnen dit niet afleiden uit het loutere feit dat hun zaak toch op de rol is geplaatst en op een terechtzitting is opgeroepen. Het is de rechter die bij het onderzoek van de zaak oordeelt of er tijdig is voldaan aan het rolrecht en of bepaalde omstandigheden als overmacht kunnen worden beschouwd die een niet-tijdige betaling kunnen verantwoorden. XIV-38.871-2/5 3.
  3. Overmacht is een van de wil van een partij onafhankelijke gebeurtenis die zij niet kon voorzien of voorkomen. 3.
  4. Omtrent de vraag of er sprake is van overmacht die de verzoekers verhinderde het rolrecht tijdig te betalen, oordeelt de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen in het bestreden arrest: “Op 22 februari 2021 maakte de advocaat van verzoekende partijen een aangetekend schrijven over aan de Raad waarin, aan de hand van een e-mail en een aantal getuigenissen (van haar echtgenoot en twee van haar mede-advocaten en kantoorgenoten), wordt uiteengezet dat de beschikking houdende de vaststelling van het rolrecht, nadat deze door iemand van haar kantoor werd ontvangen, om een onbekende reden (mogelijks een probleem met de scanner) aan haar niet werd overgemaakt. Slechts op 25 februari 2021 werd vervolgens het door verzoekende partijen verschuldigde rolrecht aan de Raad gestort. Dient te worden opgemerkt dat de reden voor de niet-tijdige betaling van het rolrecht zoals aangehaald in het aangetekende schrijven van 22 februari 2021 vanwege de advocaat van verzoekende partijen, met name dat er in de interne organisatie van haar kantoor blijkbaar iets is misgelopen, waarbij gepreciseerd wordt dat het moeilijk te achterhalen valt wat er precies misliep maar dat het ‘vermoedelijk’ zou gaan om een probleem met de scanner, geen overmacht constitueert. Het kwam aan verzoekende partijen en hun advocaat toe om in te staan en verantwoordelijk te zijn voor de organisatie van hun verdediging. Daarbij was het aan de advocaat van verzoekende partijen om de nodige maatregelen te treffen en om haar kantoor op dusdanige wijze te organiseren dat de briefwisseling die op haar kantoor werd aangeboden haar op een gedegen en tijdige wijze zou bereiken. Eventuele fouten en tekortkomingen, begaan door een advocaat in het kader van een procedure, worden toegerekend aan de partij waarvoor hij als procesvertegenwoordiger optreedt en maken voor die partij geen geval van overmacht uit.” 3.
  5. Uit de voormelde overwegingen kan worden afgeleid dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen rekening heeft gehouden met alle in het schrijven van 22 februari 2021 aangevoerde argumenten, waaronder ook de persoonlijke omstandigheden die de advocaat van de verzoekers ertoe noopten om tijdens de coronapandemie van thuis uit te werken, de gemaakte afspraken met de medewerkers van het kantoor over het per e-mail doorsturen van briefwisseling en het gegeven dat de advocaat van de verzoekers zelf de briefwisseling over het verschuldigde rolrecht niet heeft ontvangen van haar medewerkers. De rechter oordeelt evenwel dat de argumentatie van de verzoekers geen afbreuk doet aan de verplichting voor de advocaat van de verzoekers om haar kantoor op dusdanige wijze te organiseren dat zij ervan verzekerd is dat de briefwisseling die op haar kantoor wordt aangeboden haar op een gedegen en tijdige wijze bereikt en dat fouten en tekortkomingen wat dit punt betreft, worden toegerekend aan de partij waarvoor de advocaat als procesvertegenwoordiger optreedt en voor die partij geen geval van overmacht vormen. De XIV-38.871-3/5 rechter verwerpt aldus de stelling dat de niet-tijdige betaling van het rolrecht te wijten was aan een vreemde oorzaak waarop de advocaat van de verzoekers geen enkele vat had. De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen heeft wel degelijk alle door de verzoekers aangevoerde argumenten beoordeeld en (impliciet) beantwoord. Dat in de motivering van het bestreden arrest de specifieke persoonlijke situatie van de advocaat van de verzoekers en de concrete afspraken met de kantoormedewerkers niet uitdrukkelijk worden vermeld, doet aan die vaststelling geen afbreuk. 3.
  6. De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen heeft op wettige wijze geoordeeld dat de verzoekers zich onterecht beroepen op overmacht. Hij heeft daarbij het begrip ‘overmacht’ niet miskend. 3.
  7. De beoordeling in feite of er al dan niet sprake is van een geval van overmacht die de laattijdige betaling van het rolrecht kan verschonen, behoort tot de soevereine appreciatiebevoegdheid van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het komt niet aan de Raad van State als cassatierechter toe om die beoordeling opnieuw te doen.
  8. Voor zover de verzoekers aanvoeren dat de beslissing van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel en het redelijkheidsbeginsel, wordt opgemerkt deze algemene beginselen niet van toepassing zijn op jurisdictionele beslissingen zoals het bestreden arrest.
  9. Ten slotte wordt vastgesteld dat de verzoekers hebben verzuimd om toe te lichten op welke wijze, naar hun oordeel, het recht van verdediging en het recht op tegenspraak door het bestreden arrest zouden zijn geschonden.
  10. Het enige middel is, voor zover ontvankelijk, kennelijk ongegrond. BESLUIT:
  11. Het cassatieberoep is niet-toelaatbaar.
  12. De verzoekers worden verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 400 euro, ieder voor de helft, en een bijdrage van 20 euro. XIV-38.871-4/5 Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op 24 februari 2022, door: Carlo Adams, kamervoorzitter, bijgestaan door Johan Pas, griffier. De griffier De voorzitter Johan Pas Carlo Adams XIV-38.871-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ORD.14.774 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.