← België

Cassatiebeschikking 14779 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 10/03/2022

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 10 maart 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ORD.14.779 Rolnummer: A. 235403/XIV-38922 Zaak: Cassatiebeschikking 14779 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 10/03/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-03-14 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-10 06:27 Fiche Beschikking nr 14.779 van 10 maart 2022 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 14.779 van 10 maart 2022 in de zaak A. 235.403/XIV-38.922 In zake : XXXXX XXXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Sophie Copinschi kantoor houdend te 1060 Brussel Berckmansstraat 93 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de COMMISSARIS-GENERAAL VOOR DE VLUCHTELINGEN EN DE STAATLOZEN ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Het cassatieberoep, ingesteld op 4 januari 2022, strekt tot de cassatie van de arresten nrs. 265.046 en 265.048 van 7 december 2021 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het dossier van de zaak is op 19 januari 2022 aangekomen ter griffie. Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State’. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari

  1. De verzoekers stellen met één enkel verzoekschrift een cassatieberoep in tegen twee onderscheiden arresten van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen heeft de zaken niet samengevoegd en derhalve zeker en noodzakelijk geoordeeld dat de zaken niet samenhangend waren. Zo blijkt dat in het tweede bestreden arrest betreffende tweede XIV-38.922-1/2 verzoekster niet enkel wordt verwezen naar de motieven van het eerste bestreden arrest betreffende eerste verzoeker doch dat bijkomend wordt opgemerkt “dat [tweede] verzoekster hoe dan ook hoegenaamd niet aantoont of aannemelijk maakt dat of op welke wijze een eventuele intrekking van de vluchtelingenstatus van haar echtgenoot gevolgen zou hebben voor haar eigen persoon en situatie” en dat tweede verzoekster “op generlei wijze aan[toont] dat, waarom of op welke wijze een eventuele intrekking van de vluchtelingenstatus van haar echtgenoot enig (negatief) gevolg zou kunnen hebben voor haar eigen, op basis van andere gronden en aan haar persoonlijk verleende beschermingsstatus en het hieruit voortvloeiende verblijfsrecht in Polen”. Dit is een onaantastbare feitelijke beoordeling die door de Raad van State als administratieve cassatierechter niet opnieuw in vraag kan worden gesteld, hoewel de verzoekers hem daartoe uitnodigen door één enkel verzoekschrift in te dienen. Het cassatieberoep is kennelijk niet-ontvankelijk. BESLUIT:
  2. Het cassatieberoep is niet-toelaatbaar.
  3. De verzoekers worden verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 400 euro, ieder voor de helft. Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op 10 maart 2022, door: Carlo Adams, kamervoorzitter, bijgestaan door Johan Pas, griffier. De griffier De voorzitter Johan Pas Carlo Adams XIV-38.922-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ORD.14.779 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.