id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 01 april 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ORD.14.829 Rolnummer: A. 235392/XIV-38919 Zaak: Cassatiebeschikking 14829 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 01/04/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-04-06 Raadplegingen: 68 - laatst gezien 2026-06-10 06:38 Fiche Beschikking nr 14.829 van 1 april 2022 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 14.829 van 1 april 2022 in de zaak A. 235.392/XIV-38.919 In zake : XXXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Julien Hardy kantoor houdend te 1348 Louvain-la-Neuve rue de la Draisine 2/004 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de COMMISSARIS-GENERAAL VOOR DE VLUCHTELINGEN EN DE STAATLOZEN ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Het cassatieberoep, ingesteld op 4 januari 2022, strekt tot de cassatie van het arrest nr. 264.876 van 3 december 2021 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het administratief dossier is op 19 januari 2022 aangekomen ter griffie. Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State’. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- Verzoekster laat gelden dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen de “aanvullende nota” van de verwerende partij volledig als dusdanig in aanmerking heeft genomen doch verzoeksters eigen “aanvullende nota” die geldt als “repliek op de aanvullende nota van de verwerende partij” slechts als dusdanig in XIV-38.919-1/3 aanmerking heeft genomen voor wat de nota 2021/2 van de vzw Nansen over El Salvador betreft en voor het overige “niet als procedurestuk maar enkel ter informatie”. Verzoekster beperkt zich thans tot een louter theoretische kritiek zonder op enigerlei wijze aan te geven welke argumenten uit haar “aanvullende nota”, in de mate dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen deze “enkel ter informatie” in aanmerking zou hebben genomen, in het bestreden arrest buiten beschouwing zouden zijn gelaten. Er blijkt dan ook niet dat de voorgehouden onwettigheid de strekking van het bestreden arrest kan hebben beïnvloed. Het eerste middel is kennelijk niet-ontvankelijk.
- Verzoekster laat gelden dat tijdens haar gehoor op het commissariaat-generaal geen tolk aanwezig was en dat de ambtenaar zelf als tolk is opgetreden en het gehoorverslag heeft ondertekend als ambtenaar en als tolk. De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen overweegt dienaangaande in het bestreden arrest dat verzoekster blijft steken in hypothetische overwegingen, zonder concrete elementen aan te brengen om aan te tonen dat de betrokken ambtenaar het Spaans niet of onvoldoende zou beheersen, dat verzoekster bij de dienst Vreemdelingenzaken haar verklaringen heeft kunnen afleggen, dat verzoekster tijdens dat interview geen melding heeft gemaakt van vertaalproblemen, dat verzoekster geen opmerkingen heeft gemaakt over de inhoud van dat interview, dat verzoekster in het beroepschrift geen concreet element aanvoert waaruit kan blijken dat het gehoor geen getrouwe weergave is van de vragen en antwoorden, dat verzoekster op geen enkele wijze aanduidt waar en hoe er verkeerd zou zijn vertaald of genoteerd en welke invloed dit op de voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen bestreden beslissing kan hebben gehad, dat verzoekster geen concrete of problematische vertaalfouten aanduidt en dat verzoekster nergens concreet aanduidt waarom zij zou zijn benadeeld door het feit dat de ambtenaar bij de dienst Vreemdelingenzaken, tijdens het onderhoud aldaar, rechtstreeks Spaans met haar sprak. Verzoekster beperkt zich thans opnieuw tot een louter theoretische kritiek. Zij gaat voorbij aan de voornoemde motieven van het bestreden arrest. Verzoekster had nochtans de mogelijkheid om eventuele fouten, tekortkomingen of concrete onregelmatigheden in (de weergave van) het kwestieuze interview aan te duiden waarmee de XIV-38.919-2/3 Raad voor Vreemdelingenbetwistingen rekening zou hebben kunnen houden bij de beoordeling van de zaak. Er blijkt dan ook niet dat de voorgehouden onwettigheid de strekking van het bestreden arrest kan hebben beïnvloed. Om die reden is de voorgestelde prejudiciële vraag niet dienstig voor de oplossing van het geschil en dient zij dus niet te worden gesteld. Het tweede middel is kennelijk niet-ontvankelijk. BESLUIT:
- Het cassatieberoep is niet-toelaatbaar.
- Verzoekster wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro. Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op een april tweeduizend tweeëntwintig, door: Carlo Adams, kamervoorzitter, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Carlo Adams XIV-38.919-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ORD.14.829 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div