← België

Cassatiebeschikking 14947 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 30/06/2022

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 30 juni 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ORD.14.947 Rolnummer: A. 236493/VII-41433 Zaak: Cassatiebeschikking 14947 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 30/06/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-07-01 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-10 07:12 Fiche Beschikking nr 14.947 van 30 juni 2022 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 14.947 van 30 juni 2022 in de zaak A. 236.493/VII-41.433 In zake : XXXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Steve Leung kantoor houdend te 2000 Antwerpen Terninckstraat 13 C1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de COMMISSARIS-GENERAAL VOOR DE VLUCHTELINGEN EN DE STAATLOZEN ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Het cassatieberoep, ingesteld op 25 mei 2022, strekt tot de cassatie van arrest nr. 272.138 van 29 april 2022 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het dossier van de zaak is op 25 mei 2022 aangekomen ter griffie. Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State’. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari

  1. Het redelijkheidsbeginsel is als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur niet van toepassing op jurisdictionele beslissingen zoals het bestreden arrest.
  2. Tot staving van de voorgehouden schending van artikel 57/6 van de wet van 15 december 1980 ‘betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen’ (hierna: de vreemdelingenwet) voert VII-41.433 -1/3 verzoeker samengevat aan dat hij wel degelijk in aanmerking komt voor erkenning als vluchteling of toekenning van de subsidiaire beschermingsstatus, dat zijn leven in gevaar is bij terugkeer naar Irak nadat hij zich heeft geout als homoseksueel, dat hij verschillende stukken heeft bijgebracht waaruit zijn seksuele geaardheid blijkt, dat algemeen geweten is dat de LGBTQ-gemeenschap in Irak te maken krijgt met vervolging wegens de seksuele geaardheid en dat “het CGVS ten onrechte heeft besloten dat verzoeker geen nieuwe elementen of feiten zou hebben aangebracht die de kans aanzienlijk groter maken dat verzoeker [in aanmerking komt] voor erkenning als vluchteling in de zin van artikel 48/3 of voor subsidiaire bescherming in de zin van artikel 48/4”. Met die argumentatie vraagt verzoeker in wezen een nieuwe beoordeling van de zaak zelf, waarvoor de Raad van State als administratieve cassatierechter niet bevoegd is.
  3. Het enige middel is kennelijk niet-ontvankelijk. BESLUIT:
  4. Het cassatieberoep is niet-toelaatbaar.
  5. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro. VII-41.433 -2/3 Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op dertig juni tweeduizend tweeëntwintig, door: Carlo Adams, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Carlo Adams VII-41.433 -3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ORD.14.947 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.