id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 11 oktober 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ORD.15.054 Rolnummer: A. 236977/VII-41626 Zaak: Cassatiebeschikking 15054 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 11/10/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-10-13 Raadplegingen: 74 - laatst gezien 2026-06-10 07:36 Fiche Beschikking nr 15.054 van 11 oktober 2022 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 15.054 van 11 oktober 2022 in de zaak A. 236.977/VII-41.626 In zake :
- XXXXX
- XXXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dirk Geens kantoor houdend te 2018 Antwerpen Lange Lozanastraat 24 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de COMMISSARIS-GENERAAL VOOR DE VLUCHTELINGEN EN DE STAATLOZEN ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Het cassatieberoep, ingesteld op 3 augustus 2022, strekt tot de cassatie van arrest nr. 275.333 van 18 juli 2022 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het dossier van de zaak is op 31 augustus 2022 aangekomen ter griffie. Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State’. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- De verzoekers voeren in het enige middel in essentie aan dat zij bij hun beroepschriften, die tot het bestreden arrest hebben geleid, een stuk 3 hebben gevoegd, zijnde “een omstandig artikel van France24 over de gevolgen van het conflict in Oekraïne op de situatie in Bosnië en Herzegovina” doch dat dit stuk “niet [werd] betrokken in de gemaakte beoordeling door de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen in het bestreden VII-41.626-1/3 arrest” vermits onder punt 3.2 van dat arrest te lezen staat dat de verzoekers “ter staving van hun identiek betoog geen stavingsstukken bij de voorliggende verzoekschriften [voegen]”.
- De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen vermeldt in punt 3.1.
- van het bestreden arrest dat de [v]erzoekers […] tevens [benadrukken] dat de huidige oorlog in Oekraïne gevolgen heeft voor de stabiliteit in de Balkan en Bosnië-Herzegovina” en dat de [v]erzoekers […] het fundamenteel oneens [zijn] met het motief uit de bestreden beslissingen hieromtrent, gelet op de recente ontwikkelingen die zich afspelen in Bosnië- Herzegovina (stuk 3 bij het verzoekschrift)”. In het bestreden arrest wordt dus uitdrukkelijk verwezen naar het bewuste stuk van de verzoekers. Vervolgens geeft de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen de desbetreffende argumentatie van de verzoekers weer, die een weergave in het Nederlands van de inhoud van het bewuste stuk 3 blijkt te zijn. Hieruit blijkt dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen aldus minstens de inhoud van het kwestieuze stuk heeft overgenomen als zijnde de te beoordelen argumentatie van de verzoekers. In punt 3.3.10 van het bestreden arrest beoordeelt de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen deze argumentatie als volgt: “Verzoekers volharden tot slot in hun nieuw geopperde vrees voor een oorlog in Bosnië-Herzegovina te gevolge van het gewapend conflict in Oekraïne en voeren een historisch, geopolitiek en hypothetisch betoog in het verzoekschrift, maar hieruit blijkt nog steeds niet dat het militair treffen tussen Rusland en Oekraïne op het vlak van de veiligheidssituatie enig gevolg dreigt te kennen voor hun land van herkomst.” Hieruit blijkt dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen aldus minstens de inhoud van het kwestieuze stuk 3, zoals deze in het middel door de verzoekers is aangevoerd, in zijn beoordeling heeft betrokken. De verzoekers lichten niet toe welke elementen uit het desbetreffende stuk 3 eventueel niet in deze beoordeling zouden zijn betrokken. Aan het voormelde wordt geen afbreuk gedaan door het loutere feit dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen in punt 3.2 van het bestreden arrest vermeldt dat de verzoekers “ter staving van hun identiek betoog geen stavingsstukken bij de voorliggende verzoekschriften [voegen]”, net omdat (de inhoud van) het kwestieuze stuk 3 wel degelijk in de beoordeling blijkt te zijn betrokken. VII-41.626-2/3
- Het enige middel is kennelijk ongegrond. BESLUIT:
- Het cassatieberoep is niet-toelaatbaar.
- De verzoekers worden verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 400 euro, elk voor de helft. Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op 11 oktober 2022, door: Carlo Adams, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Carlo Adams VII-41.626-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ORD.15.054 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.