← België

Cassatiebeschikking 15112 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 21/11/2022

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 21 november 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ORD.15.112 Rolnummer: A. 237416/VII-41697 Zaak: Cassatiebeschikking 15112 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 21/11/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-11-23 Raadplegingen: 76 - laatst gezien 2026-06-10 07:51 Fiche Beschikking nr 15.112 van 21 november 2022 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 15.112 van 21 november 2022 in de zaak A. 237.416/VII-41.697 In zake : XXXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Kathleen Dassen kantoor houdend te 2070 Burcht Pastoor Coplaan 241 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de COMMISSARIS-GENERAAL VOOR DE VLUCHTELINGEN EN DE STAATLOZEN ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Het cassatieberoep, ingesteld op 5 oktober 2022, strekt tot de cassatie van arrest nr. 276.913 van 2 september 2022 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het dossier van de zaak is op 26 oktober 2022 aangekomen ter griffie. Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State’. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari

  1. Verzoekster acht artikel 149 van de Grondwet en artikel 39/65 van de wet van 15 december 1980 ‘betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen’ evenals het recht op verdediging en het recht op een daadwerkelijk rechtsmiddel geschonden. Zij voert aan dat in het bestreden arrest VII-41.697-1/2 niet wordt geantwoord op de door haar opgeworpen schending van het zorgvuldigheids- en het redelijkheidsbeginsel. Verzoekster gaat eraan voorbij dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen te dezen met hervormingsbevoegdheid uitspraak heeft gedaan, zodat hij de zaak opnieuw in haar geheel heeft onderzocht en zich niet heeft beperkt tot een loutere wettigheidscontrole. Bovendien licht verzoekster niet toe welke concrete kritiek tegen welke concrete motieven van de aanvankelijk bestreden beslissing niet zou zijn betrokken in de beoordeling in het bestreden arrest. Verzoekster kan zich niet beperken tot een algemene verwijzing naar de in het middel aangehaalde beginselen en bepalingen. Het enige middel is kennelijk niet-ontvankelijk. BESLUIT:
  2. Het cassatieberoep is niet-toelaatbaar.
  3. Verzoekster wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro. Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op eenentwintig november tweeduizend tweeëntwintig, door: Carlo Adams, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Carlo Adams VII-41.697-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ORD.15.112 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.