id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 22 december 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ORD.15.156 Rolnummer: A. 237640/VII-41733 Zaak: Cassatiebeschikking 15156 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 22/12/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-12-23 Raadplegingen: 81 - laatst gezien 2026-06-10 08:07 Fiche Beschikking nr 15.156 van 22 december 2022 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 15.156 van 22 december 2022 in de zaak A. 237.640/VII-41.733 In zake : XXXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Cynthia Torfs kantoor houdend te 3200 Aarschot Amerstraat 121 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de COMMISSARIS-GENERAAL VOOR DE VLUCHTELINGEN EN DE STAATLOZEN ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Het cassatieberoep, ingesteld op 7 november 2022, strekt tot de cassatie van arrest nr. 278.711 van 13 oktober 2022 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het administratief dossier is op 7 december 2022 aangekomen ter griffie. Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State’. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. 1. Verzoeker werpt een schending op van artikel 45/5, § 3, van de wet van 15 december 1980 ‘betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen’ (hierna: vreemdelingenwet) iuncto artikel 8. 1, tweede lid, van richtlijn 2011/95/EU van 13 december 2011 ‘inzake normen voor de erkenning van onderdanen van derde landen of staatlozen als personen die internationale VII-41.733-1/3 bescherming genieten, voor een uniforme status voor vluchtelingen of voor personen die in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming, en voor de inhoud van de verleende bescherming’ (hierna: richtlijn 2011/95), waarbij hij aanvoert dat het intern beschermingsalternatief ook “redelijk” moet zijn. 2. In de mate dat verzoeker verwijst naar “een omvattende redelijkheidstest” die is opgenomen in de Guidelines on international protection: “Internal Flight or Relocation Alternative” within the Context of Article 1A
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.