← België

Arrest 255444 - Personeel van de rechterlijke orde - 11/01/2023

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 januari 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.255.444 Rolnummer: A. 229151/IX-9618 Zaak: Arrest 255444 - Personeel van de rechterlijke orde - 11/01/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-01-16 Raadplegingen: 90 - laatst gezien 2026-06-10 08:11 Fiche Arrest nr 255.444 van 11 januari 2023 Justitie - Personeel van de rechterlijke orde Beslissing : Vernietiging Verwerping overige Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 255.444 van 11 januari 2023 in de zaak A. 229.151/IX-9618 In zake: XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Pieter-Jan Fierens kantoor houdend te 2000 Antwerpen Graaf van Hoornestraat 15 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door:

  1. het Selectiebureau van de federale overheid bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Emmanuel Jacubowitz kantoor houdend te 1160 Brussel Tedescolaan 7 bij wie woonplaats wordt gekozen
  2. de minister van Ambtenarenzaken
  3. de staatssecretaris voor Begroting
  4. de staatssecretaris voor Digitalisering ------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  5. Het beroep, ingesteld op 19 september 2019, strekt tot de nietigverklaring van de “weigeringsbeslissing van [Selor van 29 augustus 2019 over] de aanvraag […] tot inzage, kopie en toelichting met betrekking tot documenten die werden opgesteld in het kader van het door [XXXX] afgelegde examen ‘bevordering van klasse B naar functies van klasse A2’ (examennummer BNG 18173)”. IX-9618-1/14 II. Verloop van de rechtspleging
  6. De eerste vertegenwoordiger van de verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord en een toelichtende memorie ingediend. Eerste auditeur Rita Van Den Eeckhout heeft een verslag opgesteld. De eerste vertegenwoordiger van de verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 19 december
  7. Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitgebracht. De verzoekende partij en advocaat Adrien Neyrinck, die loco advocaat Emmanuel Jacubowitz verschijnt voor de eerste vertegenwoordiger van de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Rita Van Den Eeckhout heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  8. IX-9618-2/14 III. Feiten 3.
  9. Verzoeker, griffier bij het hof van beroep te Brussel, neemt deel aan de proef ‘bevordering van klasse B naar functies van klasse A2’. De proef bestaat uit een situationele beoordelingstest en een mondelinge proef bij Selor. Op 17 mei 2019 deelt Selor aan verzoeker mee dat hij niet geslaagd is. Verzoeker vraagt dezelfde dag om feedback. Hij ontvangt op 5 juni 2019 feedbackrapporten van de beide proeven. 3.
  10. In reactie hierop vraagt verzoeker aan Selor om hem de verbetering van de situationele beoordelingstest te bezorgen én hij vraagt toelichting bij de behaalde punten en eventueel inzage in de documenten van de mondelinge proef. Zijn vraag luidt: “Ik begrijp niets van deze feedback. Op geen enkele manier wordt verklaard hoe jullie tot de gegeven scores zijn gekomen. Met betrekking tot de situationele beoordelingstest is het voor mij volledig onduidelijk waarom ik op sommige competenties sterk scoor en op andere zwak en hoe dit werd beoordeeld aan de hand van de gegeven multiple choice vragen? Kan u mij de verbetering van mijn test bezorgen? Met betrekking tot het mondelinge gedeelte worden wel punten toegekend, maar op geen enkele manier verduidelijkt waarom een bepaald punt wordt toegekend. Ook hier graag verduidelijking en eventueel inzage in documenten die hierover werden opgesteld. U zal willen begrijpen dat ik zonder bijkomende uitleg en inzage in de betreffende documenten in de onmogelijkheid verkeer om de regelmatigheid van mijn beoordeling na te gaan.” 3.
  11. Bij gebrek aan een inhoudelijke reactie op zijn vraag richt verzoeker op 16 juli 2019 een verzoek tot heroverweging aan Selor. Hierin herinnert hij aan de regelgeving over de openbaarheid van bestuur. Hij stelt “[v]oor alle duidelijkheid en ter herhaling” dat zijn aanvraag ertoe strekt “inzage, uitleg en kopie in de meest ruime zin te verkrijgen” van: IX-9618-3/14 “- elk bestuursdocument dat betrekking heeft op het afleggen door mij van beide testen (situationele beoordelingstest en mondelinge proef) en mijn resultaten; - elk bestuursdocument dat voor elke vraag van de situationele beoordelingstest het juiste antwoord aangeeft; - de berekeningswijze van mijn eindresultaat voor de situationele beoordelingstest; - indien een van de voornoemde bestuursdocumenten of berekeningswijze niet zou bestaan hebben of niet meer bestaat, een gedagtekende en gehandtekende verklaring hierover.” 3.
  12. Gelijktijdig om advies gevraagd, merkt de commissie voor toegang tot bestuursdocumenten in haar advies van 19 augustus 2019 op “dat het recht op uitleg in het kader van de wet van 11 april 1994 zich beperkt tot het verduidelijken van wat in het bestuursdocument zelf staat geschreven en er niet toe kan leiden dat de FOD Beleid en Ondersteuning een verantwoording zou moeten geven van wat in een bestuursdocument vermeld is”. Zij adviseert voorts: “Voor zover de FOD Beleid en Ondersteuning geen uitzonderingsgronden die zich bevinden in artikel 6 van de wet van 11 april inroept en dit inroepen behoorlijk in concreto motiveert, is ze ertoe gehouden de gevraagde bestuursdocumenten openbaar te maken. En zelfs wanneer uitzonderingsgronden worden ingeroepen, dan nog moet de FOD Beleid en Ondersteuning rekening houden met het principe van de gedeeltelijke openbaarheid op grond waarvan slechts informatie die onder een uitzonderingsgrond valt aan de openbaarheid kan worden onttrokken. Alle andere informatie in een bestuursdocument moet vooralsnog openbaar worden gemaakt.” 3.
  13. Op 23 augustus 2019 vraagt verzoeker aan Selor om een positief gevolg te geven aan zijn vraag, onder verwijzing naar het advies van de commissie voor toegang tot bestuursdocumenten. Op 29 augustus 2019 ontvangt verzoeker vanwege Selor het volgende antwoord: “Bij nazicht van de communicatie van feedback van ons naar u toe, hebben wij vastgesteld dat 1 van de beide rapporten nl. het rapport mbt de mondelinge proef met praktijkgeval onvolledig was. Begrijpelijk dat dit onvolledige document weinig verduidelijkend was voor u en het is volkomen terecht dat u om extra uitleg hebt gevraagd. IX-9618-4/14 In bijlage zend ik u de 2 volledige feedbackrapporten, nl. 1 betreffende de mondelinge proef inclusief praktijkgeval en 1 aangaande de situationele beoordelingstest. Indien deze documenten niet voldoende verhelderend zijn, dan kunnen we een moment van inzage inplannen. Wel opgelet: tijdens de inzage van de redeneertesten, situationele beoordelingstesten en postbaktesten kunnen de kandidaten hun test bekijken met de door hen gegeven antwoorden. De kandidaten hebben echter geen toegang tot de correcte antwoorden op de testen. Deze testen evalueren de redeneervaardigheid van kandidaten en voorspellen de gedragstendensen die kandidaten vertonen in hun functie. Het betreft hier geen kennistesten waarop men kan slagen mits een uitgebreide voorbereiding. De redeneervaardigheden en gedragsmatige competenties kunnen niet worden ingestudeerd, maar worden ontwikkeld gedurende de loopbaan mede de opgedane ervaringen. Indien de kandidaten tijdens een inzage toegang zouden hebben tot de correcte antwoorden, zou dit de doelstelling van de testen, met name het voorspellen en evalueren van de competenties en vaardigheden, ondermijnen bij een volgende testafname. In werkelijkheid zou Selor dan de technische kennis evalueren die kandidaten hebben over de test of de competenties. Mbt de situationele beoordelingstest kunnen we u dus enkel tonen welke antwoorden u gegeven heeft. Hetzelfde geldt voor het praktijkgeval en de actualiteitsvragen.” IV. Nadere omschrijving van het voorwerp van het beroep 4.
  14. Verzoeker noemt het voorwerp van zijn beroep de “weigering tot inzage, kopie en toelichting met betrekking tot documenten die werden opgesteld in het kader van het door [hem] afgelegde examen ‘bevordering van klasse B naar functies van klasse A2’ (examennummer BNG 18173)”. Uit het feitenrelaas blijkt dat dit examen uit twee delen bestaat – een onderdeel meerkeuzevragen (situationele beoordelingstest) en een onderdeel mondelinge proef – en dat zijn vraag tot “inzage, kopie en toelichting met betrekking tot documenten” verband houdt met de beide examendelen. 4.
  15. In het auditoraatsverslag heeft verzoeker kunnen lezen dat zijn vraag om uitleg en eventuele inzage van de documenten omtrent zijn mondelinge proef enkel kan slaan op de documenten die verband houden met de aan hem IX-9618-5/14 toegekende puntenscore; dat de documenten die daarover aan verzoeker bekend zijn “tegemoet komen aan zijn vraag”; dat Selor “aan verzoeker, die hierom had gevraagd, de mogelijkheid bood tot verdere inzage, indien het feedbackrapport niet voldoende verhelderend was” en dat verzoeker “[v]an de mogelijkheid tot inzage die hem na heroverweging werd geboden, en waarbij redelijkerwijze nog stukken konden worden ingezien of ‘uitleg’ verschaft, voor zover geen uitzonderingsgrond werd ingeroepen, […] geen gebruik [heeft] gemaakt”. Uit het geheel van die gegevens besluit het auditoraat dat verzoeker “niet op vaststaande wijze aan[toont] dat Selor zijn verzoek tot uitleg en eventuele inzage van de gevraagde documenten (impliciet) geweigerd zou hebben”. 4.
  16. Verzoeker heeft geen laatste memorie ingediend, zodat hij geacht moet worden niets te kunnen, minstens niets te willen inbrengen tegen deze analyse. Alzo mag worden vastgesteld dat verzoeker niet langer de vereiste belangstelling heeft voor – en dus belang bij – het beroep in zoverre het ziet op openbaarheid van documenten die betrekking hebben op de mondelinge proef. In die mate is het beroep onontvankelijk. 4.
  17. Het beroep wordt hierna nog enkel onderzocht met betrekking tot de weigering tot het verlenen van openbaarheid aan documenten die verband houden met de situationele beoordelingstest. V. Onderzoek van het eerste middel Standpunt van de partijen IX-9618-6/14
  18. Het eerste middel is geput uit de schending van artikel 32 van de Grondwet en de artikelen 4, 5 en 6, eerste lid, van de wet van 11 april 1994 ‘betreffende de openbaarheid van bestuur’ (WOB). Verzoeker wijst erop dat Selor de gevraagde inzage en kopij- name van de juiste antwoorden op en de berekeningswijze van de situationele beoordelingstest weigert. Hij heeft het raden naar de motivering van die weigering. 6.
  19. De verwerende partij werpt op dat zij “maar gevolg [kon] geven aan de aanvraag tot openbaarmaking zoals ze werd geformuleerd door de verzoekende partij in haar aanvraag van 5 juni 2019”. In die aanvraag verzocht verzoeker kopie van “de verbetering” van de situationele beoordelingstest. Met zijn verzoek tot heroverweging van 16 juli 2019 vraagt verzoeker voor het eerst inzage, uitleg én kopie “in de meest ruime zin”, van “elk bestuursdocument” dat betrekking heeft op de situationele beoordelingstest. Er kan echter geen schending worden vastgesteld van het recht op openbaarheid van bestuur wegens vermeend stilzwijgen van de verwerende partij wanneer de oorspronkelijke aanvraag waar de overheid niet op zou hebben gereageerd, achteraf wordt aangepast en uitgebreid. Voor zover het eerste middel betrekking heeft op de nieuwe, gewijzigde aanvraag tot inzage, uitleg en kopie “in de meest ruime zin” van de door verzoeker opgesomde documenten, die uitgebreider is dan de oorspronkelijke aanvraag, moet bijgevolg worden vastgesteld dat de procedure, zoals voorzien in de WOB, met betrekking tot de openbaarmaking niet werd gevolgd. Er werd geen verzoek tot heroverweging gericht aan de verwerende partij met betrekking tot voormelde aanvraag, noch werd om het advies van de commissie voor de toegang tot bestuursdocumenten verzocht. IX-9618-7/14 6.
  20. Met betrekking tot de initiële aanvraag, zoals de verwerende partij die begrijpt, betoogt zij dat zij de aanvraag tot openbaarmaking heeft beantwoord met de openbaarmaking van het feedbackrapport: “Zo kan in het feedbackrapport van de situationele beoordelingstest […] worden gelezen wat de geëvalueerde competenties zijn, hoe deze competenties worden ingevuld en getoetst, en welke scores de verzoekende partij behaalde voor de vijf getoetste competenties. In het feedbackrapport wordt vervolgens ook een persoonlijke, gedetailleerde beoordeling weergegeven voor ieder van de vijf competenties. Met dit feedbackrapport werd dus de verbetering van de situationele beoordelingstest overgemaakt, zoals door de verzoekende partij werd gevraagd. In de beslissing van 29 augustus 2019 […] werd weergegeven waarom de juiste antwoorden op de vragen van de situationele beoordelingstest niet ter beschikking worden gesteld. In tegenstelling tot wat de verzoekende partij beweert, heeft zij dus niet ‘het raden naar de motivering van de weigering tot een kopie van de situationele beoordelingstest’[…]. Overigens heeft zij geen kopie van de gehele situationele beoordelingstest – met inbegrip van iedere vraag en ieder juist antwoord – verzocht aangezien de aanvraag tot openbaarmaking enkel een kopie van de verbetering van de situationele beoordelingstest betrof.” 6.
  21. In meer ondergeschikte orde moet volgens de verwerende partij worden vastgesteld dat zij in het schrijven van 16 juli 2019 heeft toegelicht waarom het niet nuttig, noch wenselijk is om alle juiste antwoorden voor alle vragen van de situationele beoordelingstest ter beschikking te stellen van de deelnemers. Aangezien de situationele beoordelingstest geen kennistest is, maar de redeneervaardigheden moet testen, is het niet opportuun om de correcte antwoorden openbaar te maken. De openbaarmaking zou immers afbreuk doen aan de doelstelling van de test om voormelde redeneervaardigheden van de deelnemers te evalueren wanneer de deelnemers de ter beschikking gestelde juiste antwoorden zouden kunnen instuderen vooraf. Het niet openbaar maken van de juiste antwoorden steunt volgens de verwerende partij ook op een wettige reden, namelijk de uitzonderingsgrond met betrekking tot “een federaal economisch of financieel belang, de munt of het openbaar krediet” als bedoeld in artikel 6, § 1, 6°, WOB: IX-9618-8/14 “Dit is een relatieve verplichtende uitsluitingsgrond. Indien de overheid oordeelt dat het belang van de openbaarheid, dat moet onderscheiden worden van het belang van het individu dat de openbaarheid vraagt, niet opweegt tegen het financieel belang, moet de inzage worden geweigerd. De overheid beschikt in dit kader over een discretionaire beoordelingsbevoegdheid. […] […] Uit voormelde bepaling blijkt dan ook dat de inzage in de bestuursdocumenten in kwestie kan geweigerd worden indien het bestuur zich steunt op een financieel belang. Welnu, zijn de testen met betrekking tot de generieke competenties zeer kostelijk en is het financieel onhaalbaar voor Selor om telkens nieuwe testen te moeten bestellen voor elke nieuwe selectie. Zo bedraagt de kost voor één ontwikkeltest gemiddeld ongeveer 30.000 [euro]. Bovendien worden de tests beter naarmate ze door meer kandidaten worden afgelegd. Op die manier kan immers meer informatie worden vergaard over de resultaten van kandidaten van een bepaald niveau. Wanneer de juiste antwoorden zouden worden afgegeven dan zou dit ertoe leiden dat Selor en de opstellers van de test deze testen nooit zouden kunnen optimaliseren. De verwerende partij kan dan ook rechtmatig beslissen om de juiste antwoorden op de vragen van de situationele beoordelingstest niet openbaar te maken.”
  22. Verzoeker repliceert: “
  23. Eerst en vooral kan er geen discussie bestaan over welke documenten verzoekende partij openbaar wenst te zien gemaakt worden. Zelfs indien enkel de letterlijke bewoording van het oorspronkelijke verzoek van 5 juni 2019 van verzoeker in acht mag worden genomen, is het duidelijk dat hij eerst en vooral de verbetering wenste van de multiple choice test alsook de situationele beoordelingstest. De enige zinvolle betekenis die kan worden [gegeven] aan de vraag tot ‘verbetering van een test’ in geval van een multiple choice test bestaat volgens verzoeker in het bezorgen van de test waarbij zowel de vragen worden gegeven, als de mogelijke antwoorden, als de antwoorden van verzoekende partij, als de juiste antwoorden, als de berekeningswijze om tot de behaalde score te komen. Geenszins kan het feedbackrapport van de situationele beoordelingstest […] de verbetering vormen van deze test. Op geen enkele manier kan uit dit feedbackrapport worden afgeleid wat de vragen waren, welke vragen door verzoeker juist of fout werden beantwoord, wat de juiste antwoorden zijn of hoe de eindscore van verzoekende partij op deze test werd bepaald.
  24. Wat betreft de motivering van eerste verwerende partij voor de weigering tot openbaarmaking van de verbetering van de situationele beoordelingstest komt eerste verwerende partij thans voor het eerst, meer dan zes maanden na het oorspronkelijke verzoek van verzoekende partij, IX-9618-9/14 voor de dag met een juridische redenering (ex artikel 6 van de wet van 11 april 1994) in haar memorie van antwoord. Dit is uiteraard niet alleen manifest te laat, maar bovendien is de thans aangehaalde redenering ook feitelijk niet gegrond. Selor meent dat zij een financieel belang zou hebben om de testen en hun antwoorden niet mee te delen, noch om er inzage toe te verlenen. Het vermeende financieel belang blijkt evenwel niet uit de stukken van het dossier. Wel in tegendeel. Onder stuk 13 brengt Selor drie brieven bij, waarbij telkens na een aanbestedingsprocedure een test wordt aangekocht voor ongeveer 30.000 euro. De brieven dateren van 1/10/2015, 13/11/2014 en 23/09/
  25. Hieruit blijkt enerzijds duidelijk dat Selor altijd ongeveer hetzelfde bedrag uitgeeft aan een dergelijke test. Anderzijds blijkt niet dat Selor slechts één test meerdere malen gebruikt. In tegendeel, Selor laat een dergelijke test zeer regelmatig opnieuw opstellen en dit voor diverse competentie niveaus. De test wordt niet goedkoper of duurder door de mededeling of de toelating tot inzage van de resultaten en antwoorden aan verzoeker. [Alleszins] blijkt het tegendeel niet uit stuk 13 van eerste verwerende partij. Selor heeft dus geen enkel financieel belang of financieel gewin, door de weigering van inzage. Minstens bewijst zij dit niet afdoende.
  26. Verzoekende partij kan enkel vaststellen dat zij tot op heden niet beschikt over de vragen van de situationele beoordelingstest, noch over de mogelijke antwoorden, noch over de door haar ingevulde antwoorden, noch over de juiste antwoorden, noch over de berekeningswijze. Op dit punt is het verzoek dan ook alleszins gegrond.”
  27. In haar laatste memorie herneemt de verwerende partij wat zij schreef in de memorie van antwoord. Beoordeling
  28. Tussen de partijen bestaat er betwisting over de afbakening van het voorwerp van de aanvraag tot openbaarmaking. Een verzoek tot heroverweging heeft logischerwijze betrekking op wat in de eerste aanvraag werd vermeld: het voorwerp van de heroverweging moet overeenstemmen met het initiële voorwerp van het verzoek in het kader van de openbaarheid van bestuur. De verwerende partij wordt dan ook hierin bijgevallen, dat in zoverre verzoeker in het verzoek tot heroverweging van 16 juli 2019 om IX-9618-10/14 openbaarheid verzoekt van andere documenten dan die bedoeld in zijn initiële aanvraag van 5 juni 2019, het gaat om een nieuwe, eerste aanvraag. Als verzoeker meent dat hij geen bevredigend antwoord daarop kreeg, moet worden vastgesteld dat de in artikel 8, § 2, WOB bedoelde procedure van heroverweging niet is doorlopen en dat het beroep bij de Raad van State voorbarig en bijgevolg onontvankelijk is.
  29. Niettemin moet worden vastgesteld dat de verwerende partij het voorwerp van verzoekers initiële aanvraag te beperkt omschrijft: verzoeker vroeg immers niet gewoon om een “kopie van de verbetering” van de situationele beoordelingstest maar hij verduidelijkte dat hij bijkomende toelichting wenste: hij wil kunnen achterhalen hoe Selor tot de door hem behaalde scores of beoordeling is gekomen aan de hand van zijn antwoorden op de meerkeuzevragen. Bovendien formuleerde verzoeker die vraag nádat hij het feedbackrapport had ontvangen en schreef hij met dat rapport niets te kunnen aanvangen, om te begrijpen “hoe jullie tot de gegeven scores zijn gekomen”. De verwerende partij kan in redelijkheid niet beweren dat de vraag van 5 juni 2019 dan enkel betrekking zou hebben op het feedbackdocument dat verzoeker al in handen had. Als verzoeker op 5 juni 2019 “de verbetering van [zijn] test” opvraagt, om op die manier te kunnen begrijpen waarom hij op sommige competenties sterk scoort en op andere zwak “en hoe dit werd beoordeeld aan de hand van de gegeven multiple choice vragen”, “om de regelmatigheid van [zijn] beoordeling na te gaan”, dan wil verzoeker ook een document verkrijgen dat hem uitleg verschaft over de aan hem toegekende punten aan de hand van zijn antwoorden op de meerkeuzevragen die hem op de test werden voorgelegd.
  30. Hieruit volgt dat het bezorgen van het feedbackrapport van de situationele beoordelingstest alvast niet tegemoetkomt aan verzoekers vraag om een kopie van de “verbetering” van zijn test. Daartoe had verzoeker immers redelijkerwijze op zijn minst een document moeten ontvangen dat hem inzage verschaft in de door hem gegeven antwoorden op de test en uitleg over de IX-9618-11/14 quotering of beoordeling ervan. Dit had hij duidelijk in zijn aanvraag omschreven.
  31. Principieel valt het aan de verwerende partij toe om te bepalen, in het licht van wat zojuist werd aangegeven, op welke wijze zij aan verzoekers vraag tegemoet komt en welke documenten zij daartoe aan verzoeker moet bezorgen, rekening houdende met de wetgeving inzake de openbaarheid van bestuur en rekening houdende met eventuele uitzonderingsgronden. Voorshands volstaat het vast te stellen dat Selor na heroverweging geen afschrift van de verbetering van verzoekers situationele beoordelingstest aan hem heeft bezorgd, zoals door hem gevraagd, laat staan dat daarvoor een uitzonderingsgrond werd ingeroepen. In die zin werd de wetgeving inzake de openbaarheid van bestuur geschonden.
  32. Ten overvloede mag worden opgemerkt dat de verwerende partij zich niet nuttig in haar memorie van antwoord kan beroepen op de uitzonderingsgrond bedoeld in artikel 6, § 1, 6°, WOB. Nergens blijkt immers dat het bestuur die uitzonderingsgrond heeft ingeroepen als weigeringsgrond bij het nemen van de bestreden beslissing, laat staan dat in die beslissing tot de vereiste belangenafweging is overgegaan. Over de deugdelijkheid ervan spreekt de Raad van State zich dan ook niet uit. De verwerende partij beweert voorts terecht niet dat de overweging omtrent de doelstelling van de test behoorlijk is onderzocht vanuit het oogpunt van de openbaarheidswetgeving en gekoppeld aan één van de daarin opgenomen uitzonderingsgronden. Die overweging is dus niets méér dan een opportuniteitsbeoordeling, zoals zij zelf aangeeft in de memorie van antwoord.
  33. Het middel is in de aangegeven mate gegrond. IX-9618-12/14 BESLISSING
  34. De Raad van State vernietigt de weigeringsbeslissing van Selor van 29 augustus 2019 van de aanvraag van XXXX tot openbaarheid van documenten, in de mate waarin ze betrekking heeft op de verbetering van de situationele beoordelingstest die hij heeft afgelegd in het kader van het examen ‘bevordering van klasse B naar functies van klasse A2’ (examennummer BNG 18173).
  35. De Raad van State verwerpt het beroep voor het overige.
  36. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij.
  37. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partij niet bekendgemaakt. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van elf januari tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, Bruno Seutin, staatsraad, Bert Thys, staatsraad, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter IX-9618-13/14 Vera Wauters Geert Van Haegendoren IX-9618-14/14 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.255.444 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.