← België

Arrest 255445 - Examens (onderwijs) - 11/01/2023

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 januari 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.255.445 Rolnummer: A. 234950/IX-9969 Zaak: Arrest 255445 - Examens (onderwijs) - 11/01/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-01-16 Raadplegingen: 87 - laatst gezien 2026-06-10 08:11 Fiche Arrest nr 255.445 van 11 januari 2023 Onderwijs en cultuur - Examens (onderwijs) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 255.445 van 11 januari 2023 in de zaak A. 234.950/IX-9969 In zake: Illiano VAN DEN EYNDE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Evi Van den Perre kantoor houdend te 9200 Dendermonde Steenweg van Aalst 25 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het GEMEENSCHAPSONDERWIJS, vertegenwoordigd door scholengroep 9 bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Marc Stommels en Jan Fransen kantoor houdend te 2630 Aartselaar Groenenhoek 61 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 21 oktober 2021, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de beroepscommissie van scholengroep 9 van het Gemeenschapsonderwijs van 25 augustus 2021, waarbij aan Illiano Van den Eynde een oriënteringsattest C wordt toegekend. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. IX-9969-1/13 Eerste auditeur-afdelingshoofd Marijke Sterck heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij en de verwerende partij hebben een laatste memorie ingediend. Met toepassing van artikel 26, § 2, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State’, heeft de voorzitter van de IXe kamer bij beschikking van 8 november 2022 aan de partijen voorgesteld dat de zaak niet op een openbare terechtzitting wordt behandeld, tenzij één van de partijen hierom verzoekt. Geen van de partijen heeft om een terechtzitting gevraagd. Overeenkomstig bovenvermelde beschikking, werd het debat gesloten en werd de zaak in beraad genomen op 19 december
  3. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. Verzoeker is tijdens het schooljaar 2020-2021 leerling in het zevende specialisatiejaar Specialiteiten-Restaurant (BSO) in het technisch atheneum Campus Wemmel, onderwijsinstelling die behoort tot scholengroep 9 van het Gemeenschapsonderwijs. 3.
  6. Op het einde van het schooljaar beslist de delibererende klassenraad om aan verzoeker een oriënteringsattest C toe te kennen. Ter zake wordt gewezen op: IX-9969-2/13 “- vier jaartekorten (CA Engels 44.5, GIP 49, Frans 36, profielcluster hotel 47,5) - de onvoldoendes over alle evaluaties voor Frans - zes onvoldoendes binnen de cluster pv/tv hotel tijdens het schooljaar - de negatieve evolutie doorheen het gehele jaar voor de Cluster Hotel - slechte GIP-uitvoering en verdediging - wisselvallige inzet doorheen het jaar Meermaals hebben we je zowel schriftelijk als mondeling proberen aan te moedigen om extra inspanningen te leveren en gebruik te maken van ons begeleidingsaanbod (studiebegeleiding, remediëring …). Je hebt onze raad niet opgevolgd. Je hebt je les niet geleerd van vorig jaar. Spijtig! De klassenraad wil je alvast opnieuw waarschuwen voor het zevende jaar. Je hebt alleen kans tot slagen wanneer er een grondige wijziging in je school- en werkattitudes komt. Het schooljaar start op 1 september en vanaf dan moet je beginnen te werken.” Overleg met de directeur leidt niet tot een nieuwe samenkomst van de klassenraad. Daarop zoekt verzoeker verhaal bij het schoolbestuur. De beroepscommissie beslist op 25 augustus 2021 om het C- attest te bevestigen. “Over de grond van de zaak” stelt de commissie het volgende (voor het leescomfort wordt de cursivering in de beslissing behouden): “a. Wat de beslissing van de klassenraad betreft De klassenraad oordeelde dat de Illiano Van den Eynde het 7de specialisatiejaar Specialiteiten-Restaurant niet met vrucht heeft beëindigd en steunt hierop onderstaande motieven. - De heer Illiano Van den Eynde behaalde tijdens examen 1 een onvoldoende voor Frans (37%), voor hotel (42,5%). Dit laatste cijfer wordt uitgesplitst in 5 delen (keuken SPR, restaurant SPR, CA Hotel, stage hotel en GIP). Voor de onderdelen restaurant (31%) en CA Hotel (42%) behaalde Illiano een onvoldoende. - Tijdens examen 2 behaalde de heer Illiano Van den Eynde een tekort voor Frans (38%) en Hotel (29%). Een uitsplitsing van dit laatste cijfer toont tekorten voor de onderdelen keuken SPR (30%), Restaurant SPR (28%) en GIP (49%). - Op dagelijks werk (DW1, DW2 en DW3) behaalde de heer Illiano Van den Eynde tekorten voor Frans (2,5/10 - DW1), C.A. Engels (4/10 - DW1) en Frans (4,5/10 - DW2). - De klassenraad stelde tegelijkertijd een tekort op jaarbasis vast voor Frans (36%) en Hotel (47,5%). Binnen het vak hotel scoren de onderdelen keuken SPR, restaurant SPR, CA Hotel en GIP ondermaats. Zo behaalde Illiano voor keuken SPR een jaarscore van 47,5%, voor restaurant SPR een jaarscore van 48% en voor CA Hotel een score van 47%. IX-9969-3/13 - Voor de geïntegreerde proef behaalde Illiano Van den Eynde een totaalcijfer van 49%. De beroepscommissie merkt op dat dit cijfer louter informatief is en niet in overweging wordt genomen om tot de eindbeslissing te komen. - Gezien ondermeer de tekorten in de kennis voor de cluster hotel zo groot zijn, is de klassenraad van oordeel dat de leerplandoelen onvoldoende behaald zijn. - Gelet op de adviezen van de school en rekening houdend met de lacunes in de basiskennis die het curriculum Specialiteiten Restaurant voorschrijft, is de delibererende klassenraad van oordeel dat een studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, ingericht onder de vorm van een specialisatiejaar en dat leidt tot een diploma secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs derde graad) niet kan worden toegekend. b. Verweer verzoekende partij - Verzoekende partij is van oordeel dat de vermelde vooruitgang en positieve evolutie inzake inzet en resultaten, niet strookt met de eindbeslissing C-attest. De beroepscommissie waardeert de vooruitgang. Dit doet evenwel geen afbreuk aan de vaststelling dat de basiskennis onvoldoende werd beheerst. - Verzoekende partij verwijst naar de score op het onderdeel stage (70%). De stage plaats gaf betrokkene bovendien een arbeidsovereenkomst om als 3de hulp-kok aan de slag te gaan in een woonzorgcentrum. - Verzoekende partij is van mening dat de eindbeslissing onvoldoende werd gemotiveerd. De school maakt hierbij volgende aanvulling: De individuele synthesefiche duidt uitgebreid het leerproces en bevat een luik ‘advies, motivering en KR-commentaar’. - Verzoekende partij vindt het tekort voor het onderdeel GIP buitenproportioneel en betwist het gegeven dat bepaalde documenten niet of laattijdig werden ingediend. De beroepscommissie merkt op dat dit cijfer louter informatief is en niet in overweging wordt genomen om tot de eindbeslissing te komen. - Verzoekende partij meent dat het niet ingaan op een voorgestelde stageplaats zijn kansen op een gunstige beoordeling hypothekeerde. Verzoekende partij verwijst onder meer naar sms-berichten tussen de stagebegeleider van de school en betrokkene waarin een stageplaats in een frituur werd voorgesteld, maar waar verzoekende partij niet op is [in]gegaan. De school vult dit argument aan door te stellen dat, binnen de corona-context, de aangeboden stageplaats voldeed aan de criteria. De leerling werd evenwel toegestaan stage te lopen in de door hem zelf aangebrachte stageplaats. - Verzoekende partij is ervan overtuigd dat het niet toekennen van een diploma secundair onderwijs zijn kansen op de arbeidsmarkt verkleint en hem in een zwakkere arbeidspositie stelt. De beroepscommissie laat opmerken dat het niet toegekende ‘diploma secundair onderwijs’ niet zozeer voorbereidt tot- of een toegangsbewijs vormt tot de arbeidsmarkt doch wel naar het hoger vervolgonderwijs. Hiervoor gelden andere evaluatiecriteria. IX-9969-4/13 - Rekening houdend met het hele dossier vraagt verzoekende partij om de beslissing van de delibererende klassenraad te herzien. c. De regelgeving Deliberatie criteria §
  7. De delibererende klassenraad zal zich bij zijn beslissingen laten leiden door concrete gegevens uit het dossier van de leerling. Dit dossier bevat, in voorkomend geval: - resultaten van proeven, toetsen of examens die door de leraars van de leerling werden afgenomen; - de resultaten van de geïntegreerde proef; - de beslissingen, vaststellingen en de adviezen van de begeleidende klassenraad. d. De rechtspraak ‘Voor de beoordeling over het slagen van de leerling ligt de motivering in de eerste plaats in het geheel van de behaalde punten (RvS 22 september 2016, nr. 235.835, Gruyaert; RvS 22 september 2016, nr. 235.836, Eeman)’ ‘Aangenomen wordt bijgevolg dat een jaarcijfer in beginsel een geldige en betrouwbare weergave is van het relatieve belang dat moet worden gegeven aan dagelijks werk en aan de verwerking van grotere gehelen tijdens de examenperiode en aan de verschillende onderdelen van de leerstof die voor het desbetreffende vak in de loop van het jaar aan bod is gekomen en dat het om die reden ook betekenisvol is om later studiesucces te voorspellen.’ (RvS 22 september 2016, nr. 235.836, Eeman; RvS 22 september 2016, nr. 235.835, Gruyaert; RvS 11 oktober 2012, nr. 220.963, Peeters; RvS 17 april 2012, nr. 218.919, D’Helft). e. Besluit De beroepscommissie stelt samen met de delibererende klassenraad vast dat de hiaten in de basiskennis te groot zijn om een studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, ingericht onder de vorm van een specialisatiejaar dat leidt tot een diploma secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs derde graad) af te leveren. Uit de stukken in het leerling dossier blijkt wel degelijk dat remediëring voorzien werd maar dat de leerling hier onvoldoende gevolg heeft aangegeven.” IV. Onderzoek van het enige middel Uiteenzetting van het middel
  8. Het enige middel is genomen uit een schending van artikel 56 van het besluit van de Vlaamse regering van 19 juli 2002 ‘betreffende de organisatie van het voltijds secundair onderwijs’ (“organisatiebesluit”) en van het schoolreglement van het technisch atheneum Campus Wemmel. IX-9969-5/13 Verzoeker zet uiteen dat uit het schoolreglement blijkt dat in het BSO dagelijks werk (60%) zwaarder dient door te wegen dan examenresultaten (40%) en dat beroepsgerichte vakken eveneens meer doorslaggevend dienen te zijn dan algemene vakken. Noch uit de motivering van de klassenraad, noch uit die van de beroepscommissie blijkt dat bij de beslissing een zwaarder gewicht is toegekend aan de resultaten van het dagelijks werk ten opzichte van de examenscores, hetgeen indruist tegen de bepalingen van het schoolreglement. Voorts wijst verzoeker erop dat volgens het schoolreglement in bepaalde jaren van het beroepsonderwijs er speciale aandacht uitgaat naar de stages en de geïntegreerde proef (GIP). Ook artikel 56 van het organisatiebesluit stipuleert dat de GIP een belangrijk element vormt in de beslissing van de delibererende klassenraad. Aan de opmerkelijk goede score van verzoeker voor zijn inzet en prestaties gedurende de stageperiode wordt hoegenaamd geen enkele aandacht besteed door de klassenraad en de beroepscommissie. Wat betreft de GIP, stelt verzoeker dat hij een score van 0 op 5 kreeg voor een onderdeel van zijn GIP omdat hij zogezegd bepaalde documenten niet zou hebben ingediend, terwijl hij dat aantoonbaar wél deed. Een correcte beoordeling van het ingediende materiaal had hoe dan ook tot gevolg gehad dat hij wél geslaagd zou zijn voor deze belangrijke proef en heeft dus zeer grote consequenties. Thans werd hij namelijk gebuisd met een miniem tekort van 0,8%. Volgens verzoeker tart het dan ook alle verbeelding dat de beroepscommissie schrijft dat het cijfer van de GIP louter informatief is. Zowel het mooie resultaat dat verzoeker in het kader van zijn stage behaalde, als het gegeven dat hij voor de GIP wél geslaagd moest zijn bevonden, is bijgevolg een element dat – wanneer de richtlijnen inzake IX-9969-6/13 deliberatie correct worden gevolgd – zonder twijfel tot een andere eindbeslissing moet leiden. Wanneer verzoeker wél geslaagd is voor de GIP heeft hij niet meer dan drie tekorten. In dat geval heeft hij slechts één tekort van 47,5% voor een beroepsgericht vak, dat bovendien – naar analogie met het schoolreglement – géén “diep” tekort is. In voorkomend geval is er bijgevolg géén sprake van meer dan drie tekorten waarvan er minstens twee dieper dan 47% zijn, hetgeen dan ook niet had moeten leiden tot een discussie over de noodzaak van een C-attest. Pagina 25 van het schoolreglement bepaalt voorts dat bij een tekort dat aanleiding geeft tot beraadslaging door de klassenraad steeds de vraag wordt gesteld “of het tekort het gevolg is van niet kunnen dan wel niet willen”: “Niet kunnen leidt in principe tot een B-attest. Niet willen tot een C- attest.” Zowel de klassenraad als de beroepscommissie wijkt daarvan af. Immers, de beroepscommissie “waardeert de vooruitgang” van verzoeker. Het is in hoofde van verzoeker dus ook volgens de beroepscommissie géén kwestie van “niet willen”. Beoordeling
  9. De beslissing van de beroepscommissie is in de plaats gekomen van de beslissing van de delibererende klassenraad, die uit het rechtsverkeer is verdwenen. De grieven van verzoeker zijn bijgevolg enkel ontvankelijk in zoverre ze te betrekken zijn op (de motieven van) de bestreden beslissing van de beroepscommissie.
  10. Uit de bestreden beslissing blijkt dat de beroepscommissie in de jaartekorten voor Frans (36%) en de cluster Hotel (47,5%) reden ziet om verzoeker een C-attest te geven. IX-9969-7/13 Dat de punten van verzoeker in positieve zin evolueren neemt volgens de beroepscommissie niet weg dat voor die vakken jaartekorten zijn behaald en dat “de basiskennis onvoldoende werd beheerst”. De beroepscommissie stelt vast “dat de hiaten in de basiskennis te groot zijn”.
  11. De vraag of en in welke mate deliberatiebepalingen in een schoolreglement bindend zijn voor een klassenraad en vervolgens voor een beroepscommissie, mag openblijven. Hierna zal immers blijken dat de in het middel aangevoerde bepalingen van het schoolreglement door de beroepscommissie hoe dan ook zijn gerespecteerd. 8.
  12. De eerste grief die verzoeker in de toelichting bij het middel aanbrengt, heeft betrekking op de weging van de punten voor dagelijks werk en examens. Volgens verzoeker is geen rekening gehouden met de verdeelsleutel “DW 60%, EX 40%”, die voor het beroepssecundair onderwijs is opgenomen in het schoolreglement. 8.
  13. Uit het rapport van verzoeker blijkt dat hij voor de cluster Hotel punten kreeg voor DW1 en DW2, telkens 5,5/
  14. Dat is 11/
  15. Omgezet naar 60 is dat 33/
  16. Voor EX1 behaalt verzoeker 42,5/100 en voor EX2 29/
  17. Samen is dat 71,5/
  18. Omgezet naar 40 is dat 14,3/
  19. Het jaarcijfer is dan ook, rekening houdend met de weging 60DW/40EX, terecht vastgesteld op (afgerond naar het hogere halve punt) (33+14,3=) 47,5%. Uit het rapport van verzoeker blijkt dat hij voor Frans 2,5/10 kreeg voor DW1 en 4,5/10 voor DW
  20. Dat is 7/
  21. Omgezet naar 60 is dat 21/
  22. Voor EX1 behaalt verzoeker 37/100 en voor EX2 38/
  23. Samen is dat 75/
  24. Omgezet naar 40 is dat 15/
  25. Het jaarcijfer is dan ook, rekening houdend met de weging 60DW/40EX, correct vastgesteld op (21+15=) 36%. Het zijn die beide aldus vastgestelde jaartekorten waarop de beroepscommissie steunt: IX-9969-8/13 “Gelet op de tekorten […] voor de Cluster Hotel (47,5%) en Frans (36%).” 8.
  26. De eerste grief van verzoeker, dat geen rekening is gehouden met het in het schoolreglement beschreven relatieve gewicht van dagelijks werk en examens, mist feitelijke grondslag.
  27. In een tweede grief wijst verzoeker op de “afspraak” in het schoolreglement dat vakken “die bepalend zijn voor het profiel van de studierichting […] zwaarder [kunnen] doorwegen”. De beroepscommissie heeft het C-attest toegekend wegens de meervermelde jaartekorten voor de cluster Hotel en Frans. De cluster Hotel is de som van de drie beroepsgerichte vakken van de opleiding (Keuken SPR, Restaurant SPR en CA Hotel) – verzoeker is overigens ook voor geen van die vakken apart geslaagd. Het zijn onmiskenbaar die drie beroepsgerichte vakken die samen de cluster Hotel vormen, die “bepalend zijn voor het profiel van de studierichting”. Verzoeker kan dan bezwaarlijk beweren dat de beroepscommissie bij haar beslissing om hem niet geslaagd te verklaren verzuimt om de beroepsgerichte vakken “zwaarder” te laten doorwegen.
  28. Verzoeker wijst vervolgens op zijn resultaat voor de stage. Hij weerspreekt niet dat de stage geen onderdeel is van de cluster Hotel maar als een apart opleidingsonderdeel wordt gequoteerd. Het goede resultaat voor de stage spreekt bijgevolg niet de vaststelling tegen van de beroepscommissie met betrekking tot een “negatieve evolutie doorheen het gehele jaar voor de cluster Hotel”, noch de vaststelling dat verzoekers jaartekort voor deze cluster – én een tekort voor elk van de drie samenstellende vakken – leert dat hij niet de basiskennis heeft voor de profielbepalende vakken. IX-9969-9/13 Verzoeker weerlegt voorts niet dat de resultaten voor dit opleidingsonderdeel stage geen afbreuk doen aan de tekorten voor Frans en de cluster Hotel en niet vermogen de tekorten in kennis voor de cluster Hotel te compenseren.
  29. Verzoeker gaat uitgebreid in op de resultaten voor de GIP. De verwerende partij betwist het feitelijke uitgangspunt van verzoeker dat hij geslaagd is voor de GIP omdat hem ten onrechte 0/5 is gegeven voor het subonderdeel ‘illustratie’ van het onderdeel ‘algemene inhoud’. Hierop hoeft evenwel niet te worden ingegaan. De beroepscommissie heeft immers aangegeven dat het resultaat voor de GIP “niet in overweging wordt genomen om tot de eindbeslissing te komen”. Het C-attest steunt, zoals hiervóór al is vastgesteld, op de jaartekorten voor de cluster Hotel en Frans. Dat betekent, met andere woorden, dat die tekorten voor de beroepscommissie volstaan om verzoeker niet geslaagd te verklaren, ongeacht zijn resultaat voor de GIP – dus óók als dat een slaagcijfer is – en ongeacht zijn resultaat voor de overige vakken. Verzoeker komt er niet toe de onwettigheid van die beoordeling aan te tonen. Dat de GIP luidens artikel 56 van het organisatiebesluit een “belangrijk element” vormt voor de evaluatiebeslissing en dat volgens het schoolreglement een onvoldoende voor de GIP “een zeer ernstige belemmering voor het slagen” vormt, betekent immers niet dat een slaagcijfer voor de GIP van de weeromstuit moet leiden tot een diploma. Een slaagcijfer voor de GIP verhindert een beroepscommissie geenszins om uit de andere resultaten te concluderen dat de leerplandoelstellingen onvoldoende zijn bereikt. IX-9969-10/13 Daarbij wordt bedacht dat het mogelijk anders zou zijn, als verzoeker een zeer hoge score zou behalen voor de GIP en hij daarenboven kan aantonen dat de inhoud van die proef nauw aansluit bij de beroepsgerichte vakken. In dat geval zou de prestatie voor de GIP mogelijk de vastgestelde jaartekorten in een ander daglicht stellen, minstens zou de beroepscommissie dit moeten nagaan. Verzoeker voert evenwel niet zo een betoog. Hij stelt enkel ten onrechte 0/5 gekregen te hebben voor één subonderdeel, dat gewogen meetelt voor 1,25% van het totaal. De Raad bedenkt dan ook dat zélfs als verzoeker het bij het rechte eind heeft over de verkeerde toekenning van 0/5 voor dat ene subonderdeel, hij hoogstens mag hopen nipt geslaagd te zijn voor de GIP – zoals verzoeker zelf kan narekenen zou hij met (een onwaarschijnlijke) 5/5 in plaats van 0/5 voor het subonderdeel ‘illustratie’ maximum 50,25% in totaal behalen. Verzoekers individuele synthesefiche spoort met die bedenking: “GIP: - Onvoldoende > Proces: • De leerling vertoont geen inzicht voor het belang van de zelfsturende studiehouding binnen een groter geheel zoals een Gip. Dit blijkt uit... o … niet of laattijdig indienen van de verschillende taken en opdrachten. o ... het niet grijpen van de extra kansen en mogelijkheden om taken en opdrachten alsnog in te dienen. o .... het niet ingaan op de aangeboden remediëring (extra lessen of vrije lessen). o .... de kansen niet grijpen na het verschuiven van de verschillende deadlines. o ... het zeer laattijdige starten met de gip opdrachten. • Product: De leerling begrijpt het belang niet helemaal van het toepassen van de vaardigheden en de opgedane kennis binnen een groter geheel zoals een Gip. Dit blijkt uit... o onvoldoende kennis en voorbereiding had. Een goede en volledige voorbereiding is onmisbaar. o de productkennis was onvoldoende waardoor de uitvoering in het gedrang kwam. o de afwerking soms nonchalant was o de vaardigheden onzuiver en onvoldoende onderbouwd was o de mondelinge verdediging onvoldoende was.” IX-9969-11/13
  30. Verzoeker wijst op een passus van het schoolreglement die de “afspraak” vermeldt dat meer dan drie tekorten, waarvan minstens twee “dieper dan 47%”, “steeds tot een discussie over de noodzaak van een C-attest” leiden. Hieruit kan verzoeker niet concluderen dat twee tekorten niet tot “een discussie” en finaal tot een C-attest mogen leiden.
  31. Ten slotte maakt verzoeker nog enige minder goed te begrijpen opmerkingen over een passus in het schoolreglement die betrekking heeft op het B-attest. Die opmerkingen zijn evenwel hoe dan ook niet relevant, aangezien in het zevende specialisatiejaar enkel de opties diploma en C-attest mogelijk zijn.
  32. Verzoeker heeft de schending van de aangevoerde bepalingen niet aangetoond. Het middel is ongegrond. BESLISSING
  33. De Raad van State verwerpt het beroep.
  34. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van elf januari tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, Bruno Seutin, staatsraad, Bert Thys, staatsraad, IX-9969-12/13 bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Geert Van Haegendoren IX-9969-13/13 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.255.445 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.