← België

Arrest 255455 - Overheidsopdrachten - 11/01/2023

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 januari 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.255.455 Rolnummer: A. 236226/XII-9209 Zaak: Arrest 255455 - Overheidsopdrachten - 11/01/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-01-24 Raadplegingen: 85 - laatst gezien 2026-06-10 08:11 Fiche Arrest nr 255.455 van 11 januari 2023 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Opheffing Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 255.455 van 11 januari 2023 in de zaak A. 236.226/XII-9209 In zake: de NV KRINKELS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Olivier Eschweiler kantoor houdend te 4130 Esneux Rue de Mery 42 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Kris Wauters en Tess Van Gaal kantoor houdend te 1170 Brussel Terhulpsesteenweg 187 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de NV A.B.O.G. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Rika Heijse kantoor houdend te 9052 Gent Dorpsstraat 1 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 25 april 2022, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de Vlaamse minister van Mobiliteit en Openbare Werken van 1 april 2022 waarbij de overheidsopdracht voor diensten “groen- en netheidsonderhoud op de XII-9209-1/4 gewest- en autosnelwegen in de afdeling Antwerpen – Perceel 2: VVR [vervoerregio] Kempen noord” wordt gegund aan de nv ABOG. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij arrest nr. 253.859 van 24 mei 2022 is de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid bevolen van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de Vlaamse minister van Mobiliteit en Openbare Werken van 1 april 2022 om de opdracht voor groen- en netheidsonderhoud op de gewest- en autosnelwegen in de afdeling Antwerpen, perceel 2 (vervoerregio Kempen noord), te gunnen aan de nv A.B.O.G. Overeenkomstig artikel 26, § 2, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State’, heeft de voorzitter van de XIIde kamer bij beschikking van 10 oktober 2022 aan de partijen voorgesteld dat de zaak niet op een openbare terechtzitting wordt behandeld, tenzij één van de partijen hierom verzoekt. Geen van de partijen heeft om een terechtzitting gevraagd. Overeenkomstig bovenvermelde beschikking, werd het debat gesloten en werd de zaak in beraad genomen op 6 december
  3. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Opheffing van de schorsing
  5. De verzoekende partij heeft na het indienen van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid geen verzoekschrift ingediend om XII-9209-2/4 de nietigverklaring van de bestreden beslissing te vorderen. De Raad van State is er in dat geval overeenkomstig artikel 17, § 4, derde lid, van zijn gecoördineerde wetten toe gehouden de uitgesproken schorsing op te heffen. IV. Kosten
  6. In de gegeven omstandigheden past het de kosten, zijnde het rolrecht van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, de bijdrage en de door de verwerende partij gevraagde rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, ten laste te leggen van de verzoekende partij.
  7. Met een brief van 27 oktober 2022 vraagt de tussenkomende partij om de kosten van haar tussenkomst, met inbegrip van een rechtsplegingsvergoeding, ten laste van de verzoekende partij te leggen. Een tussenkomende partij dient evenwel zelf de kosten van de tussenkomst te dragen. Bovendien bepaalt artikel 30/1, § 2, vierde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State dat aan een tussenkomende partij geen rechtsplegingsvergoeding kan worden toegekend. BESLISSING
  8. De Raad van State heft de bij arrest nr. 253.859 van 24 mei 2022 bevolen schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid op.
  9. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 22 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op een rolrecht van 150 euro. XII-9209-3/4 Het door de verzoekende partij teveel betaalde recht van 222 euro dient te worden terugbetaald. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van elf januari tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Paul Lemmens, kamervoorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Paul Lemmens XII-9209-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.255.455 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.859 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.