← België

Arrest 255458 - Sluitingen van vestigingen - 11/01/2023

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 januari 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.255.458 Rolnummer: A. 238096/X-18303 Zaak: Arrest 255458 - Sluitingen van vestigingen - 11/01/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-01-12 Raadplegingen: 97 - laatst gezien 2026-06-18 07:56 Fiche Arrest nr 255.458 van 11 januari 2023 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Sluitingen van vestigingen Beslissing : Bevolen Verwerping overige Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 255.458 van 11 januari 2023 in de zaak A. 238.096/X-18.303 In zake:

  1. de BVBA BEYOGLU38 BV
  2. de ÇEVDET GUNES bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Kelly Braem en Jeff Gillis kantoor houdend te 1785 Merchtem Stoofstraat 50 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de GEMEENTE BRECHT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Sven Vernaillen en Katrien Dams kantoor houdend te 2600 Antwerpen Borsbeeksebrug 36 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
  3. De vordering, ingesteld op 4 januari 2023, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de burgemeester van de gemeente Brecht van 29 december 2022 tot sluiting van feestzaal Pirlanta, Ontspanningslaan 6 te 2960 Brecht, van 1 januari 2023, om 12.00 u, tot 30 januari 2023, om 12.00 u. II. Verloop van de rechtspleging
  4. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een verslag opgesteld. X-18.303-1/9 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 10 januari
  5. Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Kelly Braem, die verschijnt voor de verzoekende partijen, en advocaten Katrien Dams en Enya Hicquet, die verschijnen voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  6. III. Feiten
  7. Eerste verzoekster baat te 2960 Brecht, Ontspanningslaan 6, feestzaal Pirlanta uit. Tweede verzoeker heeft de feestzaal gehuurd voor zijn trouwfeest op 14 januari
  8. In een bestuurlijk verslag van 5 december 2022 deelt de lokale politie Voorkempen aan de burgemeester van de gemeente Brecht mee dat er “al geruime tijd een problematiek [is] van (geluids)overlast die gelinkt kan worden aan de feestzaal Pirlanta”. Gevraagd wordt “om te bekijken of en welke bestuurlijke maatregelen mogelijk kunnen worden genomen om aan de problematiek tegemoet te komen”. Met een brief van 9 december 2022 nodigt de burgemeester eerste verzoekster uit om te worden gehoord naar aanleiding van zijn voornemen om de feestzaal te sluiten overeenkomstig artikel 134quater van de nieuwe gemeentewet. In de brief wordt verwezen naar herhaalde vaststellingen door de politie van “bovenmatige hinder en geluidsoverlast”, naar verschillende klachten X-18.303-2/9 en meldingen van buurtbewoners over zware verkeershinder, en naar vaststellingen van onverantwoord rijgedrag. De hoorzitting heeft plaats op 22 december
  9. Tijdens het verhoor betoogt eerste verzoekster onder meer dat tijdens de maand februari 2023 geen feesten zullen plaatshebben, om bijkomende akoestische isolatie langs de binnenkant te kunnen aanbrengen voor een extra demping van bijvoorbeeld de bastonen. In de komende maand worden er nog enkele trouwfeesten georganiseerd; het feest van 22 januari 2023 zal zonder muziek worden gehouden. Eerste verzoekster vraagt “rekening te houden met de geplande werken”. “[G]ezien de wachtlijst voor uitvoering van de werken worden deze zo spoedig mogelijk uitgevoerd.” Op 29 december 2022 beslist de burgemeester om de feestzaal op grond van artikel 134quater van de nieuwe gemeentewet te sluiten van 1 januari 2023, om 12.00 u, tot 30 januari 2023, om 12.00 u. Geoordeeld wordt dat er sprake is “van een duidelijke verstoring van de openbare orde door gedragingen die zich afspelen in en rechtstreeks kunnen gelinkt worden aan [feestzaal Pirlanta]”. Een tijdelijke sluiting wordt gepast en noodzakelijk geacht “zodat de uitbater in staat wordt gesteld om gedurende deze periode van tijdelijke sluiting zelf verder de nodige bijkomende en gepaste maatregelen te implementeren en te nemen zodat deze ordeverstoring zich in de toekomst niet meer kan herhalen en niet meer zal kunnen voordoen”. In fine van de bestreden beslissing overweegt de burgemeester wat volgt: “De maatregel van de sluiting is proportioneel en tijdelijk. Immers, de Burgemeester kan overeenkomstig artikel 134quater van de Nieuwe Gemeentewet een sluiting bevelen voor een maximumtermijn van 3 maanden. Huidige tijdelijke maatregel behelst slechts een tijdspanne van 1 maand. Hierbij kiest de Burgemeester aldus niet voor de langst mogelijke sluiting zoals deze kan worden opgelegd overeenkomstig artikel 134quater Nieuwe Gemeentewet. Verder blijkt de maatregel tot tijdelijke sluiting ook de meest geëigende maatregel en dit na afweging van alle betrokken belangen en dit aldus ook met inbegrip van de belangen van de inrichting zelf en de uitbating. X-18.303-3/9 Verder zal de tijdelijke maatregel pas ingaan na de eindejaarsfeesten zodat ook om deze reden de opgelegde tijdelijke sluiting van feestzaal Pirlanta redelijk en proportioneel is. De opgelegde tijdelijke sluiting van feestzaal Pirlanta biedt aldus de uitbater de kans om aan de klanten die de feestzaal reeds hadden geboekt voor de maand januari 2023 tijdig van deze tijdelijke sluiting op de hoogte te stellen.” IV. Schorsingsvoorwaarden
  10. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing en dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden. V. Belang – Voorwaarde van een uiterst dringende noodzakelijkheid Standpunt van de partijen
  11. Wat de schorsingsvoorwaarde van een uiterst dringende noodzakelijkheid betreft, argumenteren verzoekers dat zij onmogelijk de afloop van een reguliere procedure tot vernietiging of schorsing kunnen afwachten gelet op het ernstige nadeel dat zich intussen zou voltrekken en niet meer te herstellen is. Meer bepaald argumenteert eerste verzoekster dat twee geplande huwelijksfeesten – op 14 en 22 januari 2023 – door de bestreden beslissing niet kunnen doorgaan. Dit veroorzaakt, naast een financieel nadeel, een ernstige reputatieschade, die maar zeer moeilijk hersteld zal kunnen worden: “Niemand wil in de toekomst nog een huwelijksfeest, dat vaak een aanzienlijk budget vraagt en waar men lange tijd naar uitkijkt, organiseren in een feestzaal [die] plotsklaps moet sluiten op grond van ongegronde motieven.” X-18.303-4/9 Tweede verzoeker zet uiteen dat zijn huwelijksfeest normaal op 14 januari 2023 in feestzaal Pirlanta moest plaatshebben en nu door de bestreden beslissing geen doorgang kan vinden: “Het feest werd reeds een half jaar op voorhand geboekt, alle voorbereidingen voor het feest zijn afgerond. Uitnodigingen werden reeds lang geleden verstuurd en heel wat genodigden boekten verblijf in de streek gezien velen onder hen een lange reis afleggen om het feest bij te wonen. Een trouwfeest vraagt niet alleen een zeer groot budget, het is een moment dat slechts eenmalig plaatsvindt in het leven en waar men een lange tijd naartoe heeft geleefd. Om dit plots in rook te zien opgaan door de bestreden beslissing breng[t] voor de tweede verzoekende partij dan ook een zeer ernstig nadeel toe. Een trouwfeest verplaatst men niet zomaar even, amper twee weken voor het feest zou moeten plaatsvinden.” 6.
  12. In de nota werpt de verwerende partij tegen dat de vordering onontvankelijk is “wegens gebrek aan een bewezen belang”. Volgens de verwerende partij verzuimen verzoekers “ook maar enigszins aan te halen waarin hun benadeling of hun belang zou zijn gelegen om de schorsing na te streven bij uiterst dringende noodzakelijkheid”. Er is zeker geen rechtstreeks belang voorhanden. 6.
  13. Nog in de nota meent de verwerende partij, in verband met de schorsingsvoorwaarde van een uiterst dringende noodzakelijkheid, dat verzoekers niet diligent en alert zijn opgetreden. Zij hebben zelf de hoogdringendheid gecreëerd door de voorliggende vordering pas op 4 januari 2023 in te stellen. Tevens doet de verwerende partij gelden dat tweede verzoekster “hoegenaamd geen enkel valabel argument aanhaalt om de UDN-procedure te rechtvaardigen behoudens de doorlooptijd”. Wat de reputatieschade betreft waarop eerste verzoekster zich beroept, maakt eerste verzoekster, volgens de verwerende partij, niet aannemelijk “dat het aangevoerde nadeel niet afdoende zou kunnen worden verholpen door een eventuele schorsing van de bestreden beslissing in het kader van een gewone schorsingsprocedure of zelfs door een eventueel vernietigingsarrest”. X-18.303-5/9 Beoordeling
  14. De exceptie van gebrek aan belang is zonder feitelijke grond. Verzoekers zetten wel degelijk uiteen waarin hun belang bij de besproken vordering bestaat en namelijk welk urgent te verhelpen nadeel zij door de bestreden beslissing lijden. Wat meer is, hun uiteenzetting overtuigt er de Raad van State van dat zij door de beslissing effectief een nadeel riskeren dat een uiterst dringende noodzakelijkheid tot schorsen kan verantwoorden. Twee trouwfeesten in extremis moeten afgelasten mag voor eerste verzoekster als een bijzonder noodlottige antireclame worden beschouwd. Voor tweede verzoeker is de annulering van zijn huwelijksfeest op amper twee weken van de geplande datum zonder meer een ramp en nachtmerrie. Een schorsing volgens de gewone schorsingsprocedure, laat staan nog een vernietiging, zou hen daar niet voor kunnen behoeden.
  15. De bestreden beslissing is van 29 december 2022; ze is nog dezelfde dag aan eerste verzoekster betekent. De voorliggende vordering tot schorsing is de zesde dag nadien ingesteld. De tegenwerping van de verwerende partij dat dit zou getuigen van een gebrek aan alertheid en diligentie, mist elke ernst. VI. Voorwaarde van een ernstig middel Standpunt van de partijen
  16. Verzoekers leiden een tweede middel af uit de schending van onder andere het zorgvuldigheidsbeginsel en de formele- en de materiëlemotiveringsplicht. Onder meer wordt toegelicht dat eerste verzoekster op de hoorzitting documenten heeft neergelegd die aantonen dat in december 2022 een eerste fase van bijkomende akoestische isolatiewerken werd uitgevoerd en dat hij aantoonde dat de resterende werken in februari 2023 zouden plaatshebben, X-18.303-6/9 reden waarom er voor die maand geen feesten werden aangenomen. Voor de werken zijn aannemers en materialen nodig, waardoor de werken niet zomaar kunnen worden verplaatst. Op 22 januari 2023 vindt het laatste feest plaats, overigens zonder muziek. Er zou dus geen feest plaatshebben vanaf 23 januari 2023 tot in de maand maart
  17. Er werd uitdrukkelijk gevraagd daar rekening mee te houden bij het al dan niet opleggen van een maatregel. De motivering van de bestreden beslissing toont evenwel aan dat er helemaal geen rekening is gehouden met de argumenten van eerste verzoekster tijdens de hoorzitting.
  18. Met betrekking tot deze specifieke grief antwoordt de verwerende partij, in de nota, in de eerste plaats dat het niet mogelijk is tegelijk de schending van de formele- én van de materiëlemotiveringsplicht aan te voeren. Tevens wordt gesteld dat verzoekers de motieven van de bestreden beslissing klaarblijkelijk kennen en dat de overheid niet het zorgvuldigheidsbeginsel heeft geschonden, maar met voldoende kennis van zaken heeft besloten om de feestzaal voor een periode van vier weken te sluiten, ingaand na de eindejaarsfeesten. Beoordeling
  19. Het is niet betwist dat de burgemeester, vooraleer een sluitingsmaatregel te nemen zoals degene die bestreden wordt, de verantwoordelijke in de gelegenheid moet stellen om nuttig voor zijn of haar zienswijze op te komen. Op het eerste gezicht hangt hiermee noodzakelijkerwijze samen dat de burgemeester die zienswijze de nodige aandacht dient te geven en bij zijn beoordeling moet betrekken. Eventueel moet hij in de formele motivering afdoende laten begrijpen waarom hij de zienswijze niet bijvalt.
  20. Het lijkt niet verboden dat verzoekers, naast een gebrekkige (formele) motivering op dit stuk, elders in hun verzoekschrift ook de (inhoudelijke) merites betwisten van de motieven die zij wél kennen. X-18.303-7/9
  21. Te dezen deed eerste verzoekster tijdens de hoorzitting gelden dat er in januari 2023 nog een paar trouwfeesten in de feestzaal gepland waren, en dat de zaal dan in februari gesloten zou zijn voor de uitvoering van de nodige bijkomende maatregelen om de problematiek van de geluidshinder te verhelpen. Gelet op de “wachtlijst” konden de werken bezwaarlijk eerder worden aangevat. Daar onomwonden tegen ingaand, besluit evenwel de burgemeester de feestzaal in januari te sluiten om eerste verzoekster in staat te stellen “verder de nodige bijkomende en gepaste maatregelen te implementeren en te nemen”.
  22. Dit laat de burgemeester op het eerste gezicht niet begrijpen, niet in de bestreden beslissing, noch overigens in de nota. In de bestreden beslissing beperkt de burgemeester zich tot de bewering dat de opgelegde sluiting “de meest geëigende maatregel [blijkt] en dit na afweging van alle betrokken belangen en dit aldus ook met inbegrip van de belangen van de inrichting zelf en de uitbating”, en de bewering dat de beslissing de uitbater in staat stelt de klanten die de feestzaal boekten in januari, “tijdig” op de hoogte te stellen van de sluiting en dus annulering van hun feest. Het eerste lijkt niet meer dan een inhoudsloze affirmatie. Het tweede is, gelet op de bespreking hiervoor van de schorsingsvoorwaarde van de uiterst dringende noodzakelijkheid (sub nr. 7), een misvatting.
  23. Ten minste in de huidige stand van de procedure neemt de Raad van State aan dat de burgemeester niet genoeg aandacht heeft besteed aan het verweer van eerste verzoekster, minstens dit verweer zonder afdoende reden ter zijde heeft geschoven. Het tweede middel is alvast in die mate ernstig. VII. Slotsom
  24. Uit de beoordeling van de schorsingsvoorwaarden volgt dat er reden is de bestreden sluiting van feestzaal Pirlanta te schorsen in zoverre de X-18.303-8/9 sluiting er aan in de weg staat dat er de trouwfeesten plaatshebben die op 14 en 22 januari 2023 gepland zijn. Ter terechtzitting gevraagd naar het einduur van de feesten, antwoordt de raadsvrouw van verzoekers dat dit 24.00 u is. BESLISSING
  25. De Raad van State beveelt de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de burgemeester van de gemeente Brecht van 29 december 2022 tot sluiting van feestzaal Pirlanta, Ontspanningslaan 6 te 2960 Brecht, in zoverre de beslissing verbiedt dat er op 14 januari 2023, van 18.00 u tot 24.00 u, het trouwfeest plaatsheeft van Çevdet Gunes en op 22 januari 2023, van 17.00 u tot 24.00 u, het trouwfeest zonder muziek van Cavit Bal.
  26. De Raad van State verwerpt de vordering voor het overige. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van elf januari tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-18.303-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.255.458 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.598 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.