id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 januari 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.255.528 Rolnummer: A. 234065/VII-41163 Zaak: Arrest 255528 - Dierenwelzijn - 19/01/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-01-26 Raadplegingen: 80 - laatst gezien 2026-06-15 02:00 Fiches 1 - 2 Arrest nr 255.528 van 19 januari 2023 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 255.528 van 19 januari 2023 in de zaak A. 234.065/VII-41.163 In zake: Marleen COENEN woonplaats kiezend te 3300 Tienen Oplintersesteenweg 566 bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Wendy Schoensetters kantoor houdend te 3300 Tienen Beauduinstraat 2 tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Isabelle Cooreman kantoor houdend te 1082 Brussel Keizer Karellaan 586, bus 9 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 7 juli 2021, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing dd. 10 mei 2021 in toepassing van artikel 42 § 2 van de Wet van 14.08.1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren”. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoekster heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Frederic Eggermont heeft op 18 maart 2022 een verslag opgesteld. VII-41.163-1/3 Dat verslag werd aan verzoekster ter kennis gebracht op 23 augustus
- Op 18 oktober 2022 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan verzoekster de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Verzoekster heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling
- In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. Verzoekster heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend.
- Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. VII-41.163-2/3 BESLISSING
- De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
- Verzoekster wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 140 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.
- De onterecht betaalde rolrechten met bijdrage ten bedrage van 220 euro dienen te worden terugbetaald aan verzoekster. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negentien januari tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Pierre Lefranc, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Pierre Lefranc VII-41.163-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.255.528 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div