id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 januari 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.255.531 Rolnummer: A. 235624/VII-41296 Zaak: Arrest 255531 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 19/01/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-01-26 Raadplegingen: 77 - laatst gezien 2026-06-10 08:14 Fiches 1 - 2 Arrest nr 255.531 van 19 januari 2023 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 255.531 van 19 januari 2023 in de zaak A. 235.624/VII-41.296 In zake :
- Yves LAURIER
- Francine VAN EYKEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Menno Meeldijk kantoor houdend te 1980 Zemst Schoolstraat 75 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de DEPUTATIE VAN DE PROVINCIERAAD VAN VLAAMS-BRABANT -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het cassatieberoep
- Het cassatieberoep, ingesteld op 31 januari 2022, strekt tot de nietigverklaring van arrest nr. RvVb-A-2122-0237 van de Raad voor Vergunningsbetwistingen van 25 november 2021 in de zaak 2021-RvVb-0720-A. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij beschikking van 2 mei 2022 wordt het cassatieberoep toelaatbaar verklaard. Er is toepassing gemaakt van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 en van artikel 15 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie- procedure bij de Raad van State’. VII-41.296-1/3 De memorie van antwoord werd op 15 juni 2022 aan de verzoekende partijen ter kennis gebracht. De mogelijkheid om te worden gehoord werd, op verzoek van de auditeur, op 15 september 2022 aan de partijen ter kennis gebracht. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- De hoofdgriffier heeft melding gemaakt van bovengenoemd artikel 21, tweede lid, bij het versturen aan de verzoekende partijen van een kopie van de memorie van antwoord, alsook van artikel 15, § 1, van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’. De verzoekende partijen hebben binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in artikel 14 van voornoemd koninklijk besluit, geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd. De partijen hebben niet gevraagd om te worden gehoord. Krachtens voormeld artikel 21, tweede lid, dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen ontbreekt. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 400 euro, elk voor de helft, en een bijdrage van 22 euro. VII-41.296-2/3 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negentien januari tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Pierre Lefranc, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Pierre Lefranc VII-41.296-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.255.531 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div