← België

Arrest 255541 - Dierenwelzijn - 19/01/2023

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 januari 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.255.541 Rolnummer: A. 229149/VII-40639 Zaak: Arrest 255541 - Dierenwelzijn - 19/01/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-01-26 Raadplegingen: 82 - laatst gezien 2026-06-10 08:14 Fiches 1 - 2 Arrest nr 255.541 van 19 januari 2023 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Vernietiging bekendmaking Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 255.541 van 19 januari 2023 in de zaak A. 229.149/VII-40.639 In zake : XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Isabelle Mellaerts kantoor houdend te 3000 Leuven Brusselsesteenweg 62 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te 8000 Brugge Gerard Davidstraat 46, bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 18 september 2019, strekt tot de nietigverklaring van de beslissingen van 30 juli 2019 waarbij drie volwassen honden, acht pups en drie katten in toepassing van artikel 42, § 2, van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren (hierna: dierenwelzijnswet) definitief in volle eigendom worden gegeven aan het asiel dat daarmee instemt. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Anja Somers heeft op 30 maart 2022 een verslag opgesteld. VII-40.639-1/5 Verzoeker heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 1 december
  3. Staatsraad Pierre Lefranc heeft verslag uitgebracht. Advocaat Isabelle Mellaerts, die verschijnt voor verzoeker en advocaat Caroline Cleynen, die loco advocaat Bart Staelens verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Anja Somers heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. Op 25 juni 2019 wordt in aanwezigheid van de politie een controle uitgevoerd bij verzoeker, onder meer naar de wijze waarop er honden en katten worden gehouden. Gezien de toestand waarin de dieren worden gehouden, worden “maatregelen opgelegd zodat het houden van de dieren minstens duurzaam en blijvend zou voldoen aan hun minimale noden en vereisten”. Aan verzoeker wordt proces-verbaal 19-2228/YvO/AWF van 25 juni 2019 overhandigd, waarin wordt vermeld dat, indien geen gunstig gevolg VII-40.639-2/5 wordt gegeven aan de opgelegde maatregelen, er kan worden overgegaan tot administratieve inbeslagname van dieren. 3.
  6. Op 28 juni 2019 wordt nagegaan of de toestand is verbeterd. 3.
  7. Diezelfde dag worden in toepassing van artikel 42, § 1, van de dierenwelzijnswet acht pups, drie honden en drie katten in beslag genomen. 3.
  8. Op 30 juli 2019 worden in toepassing van 42, § 2, van de voormelde wet van 14 augustus 1986 bij beslissing met dossiernummer G-19-2229-ca de drie honden en acht pups, en bij beslissing met dossiernummer G-19-2229-fe de drie katten, in volle eigendom gegeven aan de verantwoordelijke van het asiel Zemst, die daarmee instemt. Dit zijn de bestreden beslissingen. IV. Ontvankelijkheid van het beroep Standpunten van de partijen
  9. Het verzoekschrift zet het volgende uiteen: “Motieven: De Vlaamse overheid beslist ten onrecht dat de 3 volwassen honden en 8 pups van verzoeker die op 28.06.2019 zijn weggehaald uit de woning van verzoeker en administratief in beslag zijn genomen, niet teruggegeven mogen worden aan verzoeker. Verzoeker brengt immers foto’s bij van de huidige toestand van zijn woning, waaruit duidelijk blijkt dat er geenszins (nog) enige onhygiënische toestand heerst in de woning van verzoeker. Er is geen urine of zijn geen oude uitwerpselen te bespeuren. Tevens verlucht verzoeker zijn woning regelmatig. Verzoeker heeft dan ook alles in het werk gesteld om zijn woning volledig te reinigen met het oog op het houden van zijn huisdieren”.
  10. In haar memorie van antwoord werpt de verwerende partij als exceptie op dat verzoeker geen enkel middel aanvoert, en de schending van geen enkele rechtsregel of geen enkel rechtsbeginsel. VII-40.639-3/5 Beoordeling
  11. Overeenkomstig artikel 2, § l, 3°, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: algemeen procedurereglement) dient een verzoeker in zijn verzoekschrift een uiteenzetting te geven van de middelen die hij tot staving van het beroep tot nietigverklaring en de vordering tot schorsing aanvoert. Onder “middel” in de zin van artikel 2, § l, 3°, van het algemeen procedurereglement wordt verstaan: de voldoende duidelijke omschrijving van de overtreden rechtsregel en van de wijze waarop die regel door de bestreden beslissing wordt geschonden. Het verzoekschrift dient ten minste één ontvankelijk middel te bevatten. Het ontbreken van een middel in het inleidend verzoekschrift heeft de onontvankelijkheid van het verzoekschrift tot gevolg. Uit de lezing van het verzoekschrift blijkt dat verzoeker geen middel(en) aanvoert. Hij beperkt er zich toe te stellen dat de bestreden beslissingen ten onrechte werden genomen en dat hij “alles in het werk (heeft) gesteld om zijn woning volledig te reinigen met het oog op het houden van zijn huisdieren”. Hij betwist niet dat de in de bestreden beslissingen opgesomde gebreken aanwezig waren bij het nemen van die beslissingen. Het verzoekschrift bevat geen enkele rechtsregel, of een door verzoeker geschonden geacht algemeen beginsel van behoorlijk bestuur. VII-40.639-4/5 Een verzoekschrift dat geen ontvankelijke middelen bevat is zelf onontvankelijk. Die onontvankelijkheid kan niet naderhand, buiten de beroepstermijn, worden goedgemaakt. De exceptie is gegrond en het beroep is niet ontvankelijk. BESLISSING
  12. De Raad van State verwerpt het beroep.
  13. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 140 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.
  14. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van verzoeker niet bekendgemaakt. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negentien januari tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Carlo Adams, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Peter Sourbron, staatsraad, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Carlo Adams VII-40.639-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.255.541 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.