← België

Arrest 255554 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 24/01/2023

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 januari 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.255.554 Rolnummer: A. 237170/X-18232 Zaak: Arrest 255554 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 24/01/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-01-27 Raadplegingen: 79 - laatst gezien 2026-06-10 08:16 Fiche Arrest nr 255.554 van 24 januari 2023 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 255.554 van 24 januari 2023 in de zaak A. 237.170/X-18.232 In zake:

  1. Anton VAN DERBEKEN
  2. Bart GEVAERT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Marleen Ryelandt kantoor houdend te 8200 Brugge Gistelse Steenweg 472 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen:
  3. de PROVINCIE WEST-VLAANDEREN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te 8000 Brugge Gerard Davidstraat 46 bus1 bij wie woonplaats wordt gekozen
  4. het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Steve Ronse en Thomas Quintens kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de NV VOESTALPINE SADEF bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Peter Flamey kantoor houdend te 2018 Antwerpen Jan Van Rijswijcklaan 16 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
  5. De vordering, ingesteld op 26 augustus 2022, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van 24 februari 2022 van de provincieraad van de provincie West-Vlaanderen, houdende de definitieve X-18.232-1/7 vaststelling van een provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan ‘regionaal bedrijf Sadef-herziening (Hooglede)’, en, “[b]ij toepassing van art. 159 van de Grondwet, de buitentoepassingverklaring van het besluit van 18.01.2022 tot goedkeuring van het plan-MER van het PRUP SADEF Herziening”. II. Verloop van de rechtspleging
  6. De verwerende partijen hebben een nota ingediend. Met een verzoekschrift van 29 september 2022 heeft de nv Voestalpine Sadef gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen. Eerste auditeur Tom De Waele heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 13 januari
  7. Staatsraad Stephan De Taeye heeft verslag uitgebracht. Advocaat Sara Van Genechten, die loco advocaat Marleen Ryelandt verschijnt voor de verzoekende partijen, advocaat Samuel Mens, die loco advocaat Bart Staelens verschijnt voor de eerste verwerende partij, advocaat Tristan Casteleyn, die loco advocaten Steve Ronse en Thomas Quintens verschijnt voor de tweede verwerende partij en advocaat Evi Mees, die loco advocaat Peter Flamey verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Tom De Waele heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  8. X-18.232-2/7 III. Feiten 3.
  9. De nv Voestalpine Sadef is sinds 1952 gevestigd aan de Bruggesteenweg (gewestweg N32) te Gits-Hooglede (hierna: de bedrijfssite), en is gespecialiseerd in de productie van koudgevormde stalen profielen en buizen. Verzoekers geven in hun verzoekschrift aan “op een 200-tal meter” van de bedrijfssite te wonen. 3.
  10. De bedrijfssite wordt beheerst door de stedenbouwkundige voorschriften van het bij ministerieel besluit van 8 september 2006 goedgekeurde provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan (PRUP) ‘regionaal bedrijf Sadef te Hooglede’, dat ten behoeve van de nv Voestalpine Sadef in een aantal uitbreidingsmogelijkheden voorziet. De provincie West-Vlaanderen toont zich bereid om het PRUP van 2006 te herzien, teneinde aan de bijkomende ruimtevraag van de nv Voestalpine Sadef te voldoen. Naast het verbeteren van de mobiliteit en het oplossen van de parkeerproblematiek op en rond de bedrijfssite, is het de bedoeling om ook een productieuitbreiding en de bouw van een logistiek centrum, een “visitor centre” en commerciële bureauruimte mogelijk te maken. 3.
  11. Er wordt een start- en procesnota opgesteld voor de opmaak van het PRUP ‘regionaal bedrijf Sadef-herziening (Hooglede)’, waarover een publieke raadpleging plaatsvindt. Vervolgens wordt een voorontwerp van PRUP opgemaakt, waarover op 18 december 2020 een plenaire vergadering wordt georganiseerd. 3.
  12. Met zijn besluit van 22 april 2021 stelt de provincieraad van de provincie West-Vlaanderen het ontwerp-PRUP ‘regionaal bedrijf Sadef-herziening (Hooglede)’ voorlopig vast. 3.
  13. Over het ontwerp-PRUP wordt een openbaar onderzoek georganiseerd, tijdens hetwelk onder anderen eerste verzoeker en een buurtcomité bezwaar indienen. X-18.232-3/7 3.
  14. De provinciale commissie voor ruimtelijke ordening van de provincie West-Vlaanderen vergadert op 2 september 2021 over het dossier en verstrekt een voorwaardelijk gunstig advies over het ontworpen PRUP. 3.
  15. Op 18 januari 2022 gaat het team Milieueffectrapportage van het departement Omgeving van de Vlaamse overheid over tot een kwaliteits- beoordeling van het voor het PRUP opgemaakte plan-milieueffectrapport. De kwaliteit ervan wordt als “goed” beoordeeld. 3.
  16. Nadat de termijn voor de definitieve vaststelling van het PRUP met zestig dagen werd verlengd, gaat de provincieraad van de provincie West- Vlaanderen met het bestreden besluit van 24 februari 2022 over tot de definitieve vaststelling van het PRUP ‘regionaal bedrijf Sadef-herziening (Hooglede)’ (hierna: het bestreden PRUP). IV. Tussenkomst
  17. De nv Voestalpine Sadef blijkt voordeel te halen uit de bestreden beslissing en heeft er belang bij dat de vordering wordt afgewezen. Bijgevolg moet haar verzoek tot tussenkomst worden ingewilligd. V. Ontvankelijkheid van het beroep
  18. Vooralsnog bestaat er geen noodzaak om over de door de eerste verwerende partij opgeworpen ontvankelijkheidsexcepties uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over die excepties zouden alleen nodig zijn indien de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld zijn, wat, zoals hierna zal blijken, niet het geval is. VI. Schorsingsvoorwaarden
  19. Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling X-18.232-4/7 ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden. VII. Spoedeisendheid De aangevoerde spoedeisendheid
  20. Verzoekers betogen in hun verzoekschrift dat een schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden PRUP nodig is “aangezien het een bestaand bedrijf betreft, waarvoor reeds tot tweemaal toe omgevingsvergunningen werden aangevraagd tijdens de procedure en ook reeds bekomen”. Zij vrezen dat de tussenkomende partij “binnen een korte tijd” haar bedrijfsactiviteiten ter plaatse zal uitbreiden en dat dan “de klok niet teruggedraaid [kan] worden”. Verzoekers zullen dan “overmatige geluidshinder en […] mobiliteitshinder” ondervinden, “dewelke hun leef- en woonkwaliteit zullen aantasten”. Beoordeling 8.
  21. Het komt er voor een verzoekende partij die beweert dat de zaak te spoedeisend is om de uitkomst van het annulatieberoep te kunnen afwachten, op aan om van die urgentie te overtuigen aan de hand van de concrete feiten die zij in haar vordering aanvoert. Dit houdt in dat het aan de verzoekende partij toekomt aan de eigen zaak, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen dat de zaak spoedeisend is, gelet op de nadelige gevolgen die een tenuitvoerlegging van het bestreden besluit voor haar persoonlijk veroorzaken. Er kan in beginsel alleen rekening worden gehouden met hetgeen over de spoedeisendheid in het verzoekschrift of de daarbij gevoegde stukken wordt uiteengezet en gestaafd. 8.
  22. Verzoekers overtuigen er niet met voldoende concrete elementen van dat het bestreden PRUP voor hen direct nadelige effecten kan hebben. Zij gewagen van een “onherstelbaar en ernstig nadeel” ingevolge de “uitgebreide X-18.232-5/7 bedrijfsactiviteiten”, zonder evenwel deze activiteiten bij de uiteenzetting van de spoedeisendheid in hun verzoekschrift zelfs maar te benoemen. 8.
  23. Verder blijkt niet dat aan het bestreden PRUP al uitvoering zou zijn gegeven. De omgevingsvergunning die de tussenkomende partij op 12 mei 2022 van de deputatie van de provincieraad van de provincie West-Vlaanderen heeft verkregen, werd op proef verleend voor een termijn van 18 maanden en heeft betrekking op het hernieuwen van de lopende vergunning en het verderzetten van de bestaande activiteiten. Met het ministerieel besluit van 28 juni 2022 wordt een afwijking toegekend voor een bestaande poederlakinstallatie van de tussenkomende partij. Deze beslissingen hebben betrekking op de reeds bestaande exploitatie van de tussenkomende partij en betreffen niet de tenuitvoerlegging van het bestreden PRUP. Verzoekers hebben die beslissingen niet bestreden. 8.
  24. De enkele omstandigheid dat het bestreden PRUP de noodzakelijke rechtsgrond vormt voor latere vergunningen, volstaat niet om de onmiddellijke schorsing ervan te verantwoorden. 8.
  25. Voorts zij opgemerkt dat de tussenkomende partij aan de buurtbewoners heeft laten weten dat zij “zolang de procedure bij de Raad van State tegen dit RUP loopt […] geen rechtszekerheid [heeft] en […] niet anders [kan] dan [haar] toekomstplannen tijdelijk ‘on hold’ [te] zetten”. Ter terechtzitting stelt de tussenkomende partij dat zij alvast op korte termijn geen initiatief zal nemen om aan het bestreden PRUP middels een vergunning uitvoering te geven. Hoe dan ook kan een nieuwe schorsingsvordering alsnog worden ingesteld wanneer de door verzoekers beweerde nadelen zich daadwerkelijk dreigen te realiseren. 8.
  26. Gelet op wat voorafgaat, overtuigen verzoekers niet van de spoedeisendheid van hun vordering. X-18.232-6/7 VIII. Conclusie
  27. Er is niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. BESLISSING
  28. Het verzoek van de nv Voestalpine Sadef tot tussenkomst wordt ingewilligd.
  29. De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vierentwintig januari tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Stephan De Taeye, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Stephan De Taeye X-18.232-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.255.554 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.855 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.