← België

Arrest 255592 - Dierenwelzijn - 26/01/2023

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 januari 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.255.592 Rolnummer: A. 235696/VII-41307 Zaak: Arrest 255592 - Dierenwelzijn - 26/01/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-02-02 Raadplegingen: 87 - laatst gezien 2026-06-10 08:17 Fiche Arrest nr 255.592 van 26 januari 2023 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 255.592 van 26 januari 2023 in de zaak A. 235.696/VII-41.307 In zake : de VZW HET FELIX PROJECT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Anthony Godfroid kantoor houdend te 2970 ‘s Gravenwezel Drijverslaan 13 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jean-François De Bock en Joy Moens kantoor houdend te 1180 Brussel Bosveldweg 70 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 16 februari 2022, strekt tot de nietigverklaring van: “- De beslissing tot inbeslagname van de kat met chipnummer 52846002529010 dd. 23 november 2021, beslissing uitgaande van een politie-inspecteur […], die toebehoort aan de politiezone CARMA, KBO- nummer 0682.824.867, met zetel te Europalaan 27 in 3600 Genk, beslissing waarvan tot op heden nog altijd geen kopie is overgemaakt aan de [vzw het Felix Project.] - De bestemmingsbeslissing van zes januari 2022, genomen door Secretaris-Generaal Peter Cabus van de afdeling Dierenwelzijn van het Vlaamse Gewest, Departement Omgeving, waarbij de kat met chipnummer 528246002529010, in toepassing van artikel 42 § 2 van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren, wordt toegewezen aan mevrouw [M.A.], wonende te […] Rome, Italië”. VII-41.307-1/18 II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend. De verzoekende partij heeft een toelichtende memorie ingediend. Eerste auditeur Frederic Eggermont heeft op 13 december 2022 een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 19 januari
  3. Staatsraad Pierre Lefranc heeft verslag uitgebracht. Advocaat Tinneke Huyghe, die loco advocaat Anthony Godfroid verschijnt voor de verzoekende partij, is gehoord. Eerste auditeur Frederic Eggermont heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. VII-41.307-2/18 III. Regelmatigheid van de rechtspleging Neerlegging memorie van antwoord en administratief dossier
  5. Luidens artikel 6, § 2, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ (hierna: algemeen procedurereglement) beschikt de verwerende partij, indien het administratief dossier in haar bezit is, over een termijn van zestig dagen om aan de griffie een memorie van antwoord en het volledige dossier toe te zenden. Wanneer die memorie niet binnen die termijn werd ingediend, dan wordt ze op grond van artikel 21, zesde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State ambtshalve uit het debat geweerd. De memorie van antwoord en het administratief dossier dienen dus ten laatste de zestigste dag hetzij overeenkomstig artikel 84, § 1, eerste lid, van het algemeen procedurereglement ter post aangetekend aan de Raad van State te worden toegezonden, hetzij, overeenkomstig artikel 85bis van hetzelfde procedurereglement, via elektronische weg, op de website te worden neergelegd.
  6. De laatste dag waarop de verwerende partij haar memorie van antwoord en het administratief dossier aan de Raad van State kon bezorgen was vrijdag 29 april
  7. De memorie van antwoord en het administratief dossier werden op 30 april 2022 en dus laattijdig bij de Raad van State neergelegd. Ambtshalve wordt de memorie van antwoord uit het debat geweerd en worden de door de verzoekende partij aangehaalde feiten als bewezen geacht, tenzij deze feiten kennelijk onjuist zijn. VII-41.307-3/18 Verzoek tot verwijzing van de zaak naar de gewone rechtspleging
  8. De verzoekende partij vraagt ter terechtzitting om de zaak te verwijzen naar de gewone rechtspleging omdat het auditoraatsverslag werd opgemaakt 6 maanden na de voorafgaande maatregelen en omdat zij geen kans heeft gehad om op het auditoraatsverslag te repliceren.
  9. Uit niets blijkt dat het verslag niet “onverwijld” werd opgemaakt door het lid van het auditoraat zoals wordt bepaald in artikel 93 van het algemeen procedurereglement. Het feit dat enige tijd is verlopen tussen de voorafgaande maatregelen en het auditoraatsverslag, betekent op zich nog niet dat dit verslag niet onverwijld werd opgemaakt.
  10. De verzoekende partij had de gelegenheid om ter terechtzitting inhoudelijk te repliceren op het verslag van het auditoraat dat haar werd meegedeeld samen met de oproeping voor de terechtzitting. Zij beweert derhalve ten onrechte dat zij geen kans heeft gehad om op dat verslag te repliceren waartoe zij overigens uitdrukkelijk werd uitgenodigd door de waarnemende kamervoorzitter.
  11. De zaak is bijgevolg gereed om na kort debat definitief te beslechten. IV. Feiten
  12. De verzoekende partij treft een zwaargewonde kat aan. De lokale politie gaat over tot inbeslagname van het dier. Dit is de eerste bestreden beslissing. De secretaris-generaal van het departement Omgeving beslist op 6 januari 2022 om de kat, in toepassing van artikel 42, § 2, van de wet van 14 augustus 1986 ‘betreffende de bescherming en het welzijn der dieren’ (hierna: VII-41.307-4/18 dierenwelzijnswet), terug te geven aan de eigenaar. Dit is de tweede bestreden beslissing waarin is te lezen: “De kat met chipnummer 528246002529010 wordt, in toepassing van artikel 42 §2 van hierboven vermelde Wet, op bevel van de Dienst Dierenwelzijn, terug gegeven aan [A.M.], mits voldaan wordt aan volgende voorwaarden:
  13. Ten allen tijde zorgen voor een goede verzorging en accommodatie van de kat: a. Zoals aangegeven in het laatste verslag van de dierenarts: cyclosporine, speciale voeding en mogelijks speciale verbanden b. Voldoende niveaus en schuilmogelijkheden voorzien c. Aantal kattenbakken = aantal katten + 1 d. Steeds proper drinkwater voorzien in propere drinkbak
  14. Zeer regelmatig naar de dierenarts gaan voor de verdere opvolging van de nodige behandelingen Wettelijk gezien beschikt onze Dienst uiterlijk over een termijn van twee maanden te rekenen vanaf de datum van inbeslagname. De kat dient ten laatste op 23 januari 2022 te worden opgehaald, zoniet wordt hij alsnog, zonder verhaal en op bevel van de Dienst, definitief in volle eigendom gegeven aan het asiel. Motivatie van de beslissing Gelet op het PV van de politie TG.63.LB.022600/2021 d.d. : 10/11/2021: Op 30/10/2021 word ik door de kattenvanger van organisatie Het Felix Project gecontacteerd inzake een kat die door haar op 26 juli 2021 zwaargewond langs een onbekende weg ergens in Rotem (Dilsen-Stokkem) werd aangetroffen. De kattenvanger deelt mij de volgende informatie mee: - De kat was vermoedelijk betrokken in een verkeersongeval en had ernstige verwondingen. - De kat was bij het aantreffen voorzien van een microchip doch deze was niet geregistreerd waardoor de eigenaar niet onmiddellijk geïdentificeerd kon worden. De kat werd daarom overgebracht naar Het Felix Project te Oudsbergen. - Er werd door het Felix Project een dierenarts aangesteld voor de verdere verzorging van de kat. - Er werden door Het Felix Project pogingen ondernomen om de eigenares te vinden. Via een vzw uit Nederland en binnen de periode van twee weken konden de contactgegevens van de eigenares achterhaald worden. De eigenares werd door Het Felix Project op de hoogte gebracht van de situatie. - Uit verder onderzoek bleek dat de eigenares in Dilsen-Stokkem had gewoond doch ondertussen reeds naar Italië verhuisd was. - Er werden berichten uitgewisseld tussen Het Felix Project, de eigenares en de vzw uit Nederland doch de communicatie verliep stroef. - De eigenares van de kat wou de kat via de vzw uit Nederland laten ophalen en naar Italië laten transporteren doch volgens Het Felix Project was de kat van gezondheidsredenen niet in staat om getransporteerd te worden en de verplichte inenting tegen rabiës te krijgen. De verzorging zou nog te veel aandacht vereisen. VII-41.307-5/18 De kattenvanger stuurt mij enkele foto’s van de kat en de verwondingen. Ik vraag de kattenvanger of er een verslag van de dierenarts beschikbaar is. Zij zegt dat dit voorhanden is en dat ze mij dit verslag nog zal bezorgen. In de periode tussen 30/10/2021 en 23/11/2021 ontvangt Het Felix Project verschillende berichten van de vzw uit Nederland. Ze wensen dat de kat zo snel mogelijk terug naar de eigenaar gaat en dreigen het verhaal openbaar te maken indien dit niet gebeurt. Uit schrik voor imagoschade wil de verantwoordelijke van Het Felix Project de kat laten vaccineren en laten overbrengen, hoewel ze van mening is dat dit niet goed is voor de gezondheid van de kat. Op 23/11/2021 neem ik contact op met inspecteur-dierenarts Vernaillen van de Vlaamse Inspectiedienst Dierenwelzijn en leg het probleem uit. Zij neemt contact op met de behandelende dierenarts en verneemt dat de behandelende dierenarts de kat tegen rabiës vaccineerde doch dit zou onder druk gebeurd zijn door de vzw uit Nederland, die dreigde de zaak openbaar te maken en alles op sociale media te posten. Uit schrik voor mogelijke reputatieschade en represailles, stelde de behandelende dierenarts het verslag op en werd de kat gevaccineerd. In het verslag van de behandelende dierenarts staat letterlijk vermeld: ‘Ik zal hem vandaag rabiës vaccineren (al doen we dit niet graag bij katjes met zo een zware huidproblemen van allergische aard).’ De behandelende dierenarts deelt inspecteur-dierenarts Vernaillen mee van mening te zijn dat de kat wegens gezondheidsredenen niet klaar is om getransporteerd te worden. De kat bevindt zich momenteel bij de behandelende dierenarts. Op basis van deze informatie besluit ik de kat administratief bij de behandelende dierenarts in beslag te stellen in toepassing van art. 42§1 van de wet van 14/8/1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren, zodanig dat er een grondig onderzoek gevoerd kan worden naar de huidige gezondheidstoestand van de kat. Ik neem op 25/11/2021 contact op met de vzw uit Nederland, deel hen mee dat de kat in beslag werd gesteld en vraag contactgegevens van de eigenaar van de kat. Zij delen mij het mailadres van de eigenares mee. Ik contacteer via mail de eigenares, die ik door verder onderzoek kan identificeren als [A.M.] en deel haar mee dat de kat in beslag werd genomen. Gezien zij de Nederlandse taal niet voldoende machtig is, voeg ik de Salduz-rechten in de Italiaanse taal aan de bijlagen toe en vraag haar om zelf een verklaring te schrijven met betrekking tot de kat en de situatie. Op 02/12/2021 ontvang ik een mail van [A.] waarin haar verklaring beschreven staat. De verklaring werd door haar via Google Translate vertaald en doorgestuurd. Ik voeg deze zelfgeschreven verklaring toe aan de bijlagen van huidige akte. Gelet op het verslag van de behandelende dierenarts, dat onze dienst ontvangt op 26-11-2021: Roma had enorm grote ‘eaosinofiele plaques’ over een groot deel van zijn lichaam. We weten niet hoe, maar zijn staart is hij kwijt. Het stompje wat er nog op zit was zeer pijnlijk en die hele huid was ook helemaal beschadigd. De plaque in zijn hals strekte zich uit over een heel groot oppervlakte. Ook op zijn kop, aan de rechterkant was de plaque enorm. Het VII-41.307-6/18 begon rond zijn oog en ging helemaal tot onder zijn kaak. Aan de linker kant zat een wat kleinere plaque. Roma heeft enorme jeuk. We zijn toen al snel antibitica voor de wondes opgestart samen met prednisolone. Dagelijks worden de wondes verzorgd. Gewassen met ontsmettende zeep, hierna gezalfd met isaderm zalf. De wondes in nek moeten continu onder verband (anders krabt hij het onmiddellijk open). Hij loopt al enkele weken met het kapje op, zodat hij ook niet aan de wondes aan zijn hoofd kan. De plaques zijn aan het genezen... maar erg langzaam. Rechts op zijn kopje is de plaque ongeveer gehalveerd. Links op de kop is ze zo goed als weg. In de nek is de plaque ook ongeveer gehalveerd. Zijn staart is veel minder pijnlijk en ziet er ook al een stuk beter uit. We zijn onlangs gestart met hill’s Z/D in de hoop dat zijn algemene jeuk weggaat en dat we zo mogelijks de oorzaak voor zijn huidprobleem (voedselallergie), kunnen uitsluiten. Roma zal dus nog een hele tijd verzorgd moeten worden, en dus de komende weken enkel hypoallergene voeding (hill’s Z/D) mogen krijgen. Ik zal hem rabies vaccineren (al doen we dit niet graag bij katjes met zo een zware huidproblemen van allergische aard). Gelet op de schriftelijke verklaring van [A.M.], die onze dienst ontvangt op 02-12-2021: allereerst excuses als mijn Nederlands niet perfect is, maar ik moest mezelf helpen met Google translate. Ook excuses voor het enkele dagen wachten, ik ben op zoek naar een advocaat die mij in België kan vertegenwoordigen en vanaf hier is het niet makkelijk. Ik zal samenvatten wat er de afgelopen maanden met mijn kat Doraemon is gebeurd. Doraemon is in maart 2016 in Nederland geboren en we hebben hem in juni geadopteerd. We hebben hem gechipt en gecastreerd en hij was onze huiskat. Wij woonden toen in Hoensbroek (NL). We hadden een achtertuin en Doraemon was gewend om op zijn gemak de tuin in te gaan. In augustus 2019 zijn we verhuisd naar Dilsen-Stokkem in België. We hebben Doraemon meegebracht. We hebben een week gewacht om hem eruit te laten, zodat hij het huis een beetje kon leren kennen, en hebben toen de deur opengelaten voor het geval hij naar buiten wilde. Hij deed. En kwam niet terug. Zoals ik al zei, we waren net 7-10 dagen eerder naar dat huis verhuisd. We hebben de kat dagenlang gezocht in de buurt en in de nabijgelegen straten, maar konden hem niet vinden. Ik heb ook gepost op mijn profiel van Facebook, maar niemand reageerde. Ik sprak met de buurman in Hoensbroek en vroeg me om me te laten weten of Doraemon daar misschien terug zou gaan. Na een paar maanden zonder nieuws, dachten we dat hij gestorven moest zijn en waren erg verdrietig, vooral mijn kinderen. Na een tijdje hebben we 2 kittens geadopteerd, Lelly en Kelly, die nog steeds bij ons wonen, en die we nooit naar buiten mochten. In september 2020 vroeg mijn bedrijf me om terug naar Italië te verhuizen en dat hebben we gedaan. VII-41.307-7/18 In juli 2021 werd ik gebeld door [P.D.], die zich presenteerde als voorzitter van dierenopvang organisatie Stichting Hart Limburg Zuid, zij belde mij op mijn Italiaanse mobiel. Ze was op de hoogte gebracht door het Felix Project, een Belgische dierenreddingorganisatie, dat mijn kat was gevonden. Omdat zijn chip alleen zijn naam, Doraemon, mijn oude Nederlandse mobiele nummer en mijn oude adres in Hoensbroek (waar we woonden voordat we naar Dilsen-Stokkem verhuisden) aangaf, vroeg het Felix Project [P.] om hulp, omdat haar organisatie gevestigd was in Heerlen, nabij Hoensbroek. [P.] probeerde me te bellen op mijn Nederlandse mobiel, maar dat gebruik ik niet meer. Ze ging toen helemaal naar mijn oude huis in Hoensbroek, en vroeg rond voor mij. Gelukkig kwam ze mijn ex-buurman tegen, die wist hoe we aan de kat gehecht waren en hij gaf [P.] mijn Italiaanse mobiele nummer. Ik was erg verrast en erg blij om te horen dat Doraemon nog leefde. Ik stuurde [P.] meteen kopieën van Doraemons paspoort dat we nog hadden (mijn dochter wilde het niet weggooien), en claimde eigendom, en probeerde erachter te komen hoe ik hem terug naar huis kon krijgen. Ook heb ik [P.] gevraagd om een contactpersoon bij het Felix Project. Kort daarna werd ik via Whatsapp gecontacteerd door iemand genaamd [W.], van wie ik later ontdekte dat hij de president van het Felix-project was. Ik vroeg haar meteen naar de toestand van Doraemon, wanneer ik hem kon ophalen en voor een kostenplan. Ik heb ook gevraagd om de dierenarts te spreken die voor hem zorgde, omdat ik geïnformeerd wilde worden over zijn toestand, wanneer hij kon reizen en welke medische behandeling hij nodig had. Ik heb screenshots en audio om te bewijzen dat deze verzoeken zijn gedaan. Het Felix Project en [P.] hadden me verteld dat Doraemon niet kon reizen en dat ik een paar maanden moest wachten, maar ik wist niet waarom. Op 30 juli nam ik contact op met de dierenarts waar ik vroeger met mijn 2 katten naar toe ging in Dilsen-Stokkem: [X.], eigenaar van Dierenartsenpraktijk [L.] in Maasmechelen. Ze is ook de moeder van een jongen die vroeger met mijn zoon naar school ging. Ik stuurde haar de link van de Facebook-post die door het Felix Project werd gedeeld met foto’s van Doraemon (https://www.facebook.com/hartlimburgzuid/posts/316081433550041). Ik vertelde haar dat dit mijn kat was, en dat het niet duidelijk was wat er nu ging gebeuren, en dat we hem terug wilden. Ze heeft me nooit teruggebeld. In de tussentijd bracht het Felix Project me niet in contact met de dierenarts die voor Doraemon zorgt, en zou zijn medisch dossier niet delen. Ze zeiden alleen dat ik twee maanden moest wachten, omdat zijn wonden heel langzaam aan het genezen waren. VII-41.307-8/18 Ik stond erop meer details te weten over Doraemons toestand en over de kosten tot nu toe, aangezien ik de eigenaar was en ze verwachtten dat ik zou betalen. Ik wilde ook weten of Doraemons toestand hem toestond om bij een vriend in België te blijven terwijl hij herstellende was. Op deze manier kon mijn vriend, volgens de instructies van de dierenarts, voor Doraemon zorgen en konden de kosten worden verlaagd. [W.] reageerde behoorlijk beledigd toen ik dit voorstelde en beschuldigde me ervan niet aan het welzijn van de kat te denken. Op 8 augustus nam ik opnieuw contact op met mijn oude dierenarts [X.], en vroeg of ik haar mocht bellen. Tijdens het telefoongesprek op 9 augustus vroeg ik haar of ze het Felix Project kende. Ik zei dat ik me zorgen maakte, omdat ze me niet veel over mijn kat wilden vertellen en me niet met de dierenarts lieten praten. Ik vroeg [X.] of ze de situatie kon onderzoeken. Ze zei dat ze het me zou laten weten. In die periode was ik met jaarlijks verlof en zei tegen het Felix Project dat ik naar België kon komen om het op te halen, maar ze reageerden nooit. Op 9 augustus zei [W.] na veel verzoeken van mij dat ik me geen zorgen moest maken over de kosten. Ze zei dat het Felix Project me niets zou vragen voor het ‘hosten’ van Doraemon. Wat de dierenartsrekeningen betreft, vertelde ze me dat ze ‘niet hoger zouden zijn dan € 500’. [P.D.] en een vrouw genaamd [B.], die met [P.] werkt, zeiden dat ik geduld moest hebben, dat het Felix-project een zeer goede organisatie is. Dus ik wachtte en vertrouwde deze mensen. Op 3 september zei [W.] dat ik via Messenger naar de FB-pagina van het Felix Project moest schrijven, zodat haar collega die voor Doraemon zorgde, meteen kon antwoorden en me foto’s van Doraemon kon sturen. Ik kreeg nooit een naam of een direct contact. Op 16 september gebeurde er iets vreemds. Mijn oude dierenarts [X.] en ik hadden een beetje uitwisseling op Whatsapp, over de mogelijkheid dat mijn zoon hen zou bezoeken tijdens de herfstvakantie. Mijn zoon en haar zoon probeerden dit te organiseren zonder dat ik en [X.] ervan wisten. Ik vertelde haar dat mijn zoon niet kon gaan, omdat hij in die periode geen herfstvakantie had. Daarna blokkeerde ze me ineens op Whatsapp, en haar zoon blokkeerde mijn zoon op alle sociale media. Ondertussen gingen de berichten met het Felix Project door. Elke één of twee weken vroeg ik om nieuws, en de persoon die antwoordde, gaf me hetzelfde nieuws en stuurde soms foto’s. Voor mij leek het alsof deze foto’s altijd hetzelfde waren, omdat de wonden niet leken te verbeteren. VII-41.307-9/18 Via Messenger kreeg ik te horen dat Doraemon niet kon reizen omdat hij werd behandeld met cortisone, wat niet gecombineerd kan worden met het rabiësvaccin dat nodig was voor het paspoort. Ik zou vragen om de dierenarts te spreken, en zou keer op keer om het medisch dossier en de dierenartsfacturen vragen. Ze zouden zeggen dat ze ze nog niet hadden, of dat de dierenarts ze niet wilde geven. Op 22 oktober vroeg ik of een vriend van mij naar hem toe kon gaan en misschien met de dierenarts kon praten. Ik vroeg om een telefoon om een afspraak te maken. Helemaal geen antwoord op dit onderwerp. Op 30 oktober liet het Felix Project me weten dat de kosten tot nu toe rond de € 900 waren, zonder een factuur en/of medisch dossier op te sturen. Ze zeiden alleen het bedrag. Ik was natuurlijk zeer onaangenaam verrast. Ik vertelde hen dat nadat ik zo vaak om een overzicht van de kosten had gevraagd, het niet eerlijk van ze was om nu ineens te verwachten dat ik € 900 zou betalen. Dat ik al dat geld helemaal niet had. Nogmaals vroeg ik om het telefoonnummer van de dierenarts en zei dat ik een vriend zou sturen om hem op te halen. Ze antwoordden dat ze altijd hadden gezegd dat de kosten voor de eigenaar van de kat waren en dat Doraemon bij de dierenarts zou blijven zolang hij niet beter werd. Op dat moment wist ik niet meer wat ik moest doen. Dezelfde dag nam ik opnieuw contact op met [P.D.], die me vertelde dat ze het zou onderzoeken. [P.] vroeg me niet meer te antwoorden op de messenger-pagina en op haar te wachten. Ook zij was hier zeer verbaasd over. [P.] nam contact op met [W.] van het Felix Project. Ze spraken elkaar meerdere keren in de week van 15 november. Tijdens deze gesprekken wees [P.] [W.] erop dat het Felix Project niet transparant was geweest over de hele situatie. Ze wees er ook op dat het mijn recht was om met de dierenarts te praten, aangezien Doraemon mijn kat was, en ik het recht had om te beslissen over de behandeling die hij zou krijgen. [P.] verzocht ook om het medisch dossier te mogen ontvangen om het door een andere dierenarts te laten bekijken voor een second opinion. Per slot van rekening was er misschien een andere behandeling die de wonden zou kunnen helpen beter te genezen, zodat Doraemon eindelijk zijn inenting tegen hondsdolheid kon krijgen en België kon verlaten. [W.] vertelde [P.] dat er geen second opinion nodig was, dat de wonden maar heel langzaam aan het genezen waren en dat geduld de sleutel was. Zij of iemand anders van het Felix Project heeft [P.] ook gezegd dat ik de kat moest opgeven en bij hen moest laten. Op 21 november ontving [P.] eindelijk de dierenartsfacturen in jpeg en stuurde ze naar mij (zie bijgevoegd). Op deze facturen staan nogal wat zaken die erg opvallen. Zo blijkt uit de facturen dat alleen al in november de kosten voor behandeling opliepen tot bijna 1200 euro. Ik vind het grappig dat ze pas in VII-41.307-10/18 november besloten om bloedonderzoek, pathologieonderzoek en zelfs een operatie te doen. Doraemon leed aan zeer ernstige huidwonden sinds hij in juli werd gevonden. Waarom zijn er niet eerder bloed-/pathologie-/histologische tests uitgevoerd? Waarom behandelden ze zijn wonden maandenlang alleen met cortisone zonder te controleren of er een infectie of een bacterie was (helemaal geen bloedtest) en toen plotseling in november, toen we probeerden de kat terug te krijgen, deden ze alles wat ze hadden moeten doen in juli? Ook staat op de factuur d.d. 15/11/2021 (data staan bovenaan elke factuur) duidelijk vermeld dat er een rabiësvaccinatie is toegediend. Al die tijd kreeg ik te horen dat Doraemon niet kon reizen, omdat hij zijn inenting tegen hondsdolheid niet kon krijgen vanwege de cortisonebehandeling die hij kreeg. En nu was hij ineens ingeënt? Wat deze vaccinatie betreft, kreeg ik te horen dat Doraemon na de vaccinatie nog minimaal drie weken bij de dierenarts moest blijven. Dit zou mij nog eens € 25,- per dag kosten, plus behandelingen en voeding. Alles bij elkaar zou het totaal dus op zo’n € 2800 uitkomen. Doraemon heeft in 2016 al zijn rabiësvaccinatie gehad, maar om deze reden hoefde hij nooit bij de dierenarts te blijven!! Maar wat mij het meest opviel bij het doornemen van deze facturen, is de naam van de dierenartsenpraktijk. Het is de Dierenartsenpraktijk [L.] van [X.]. Mijn oude dierenarts, die ik in juli en augustus om hulp vroeg, en die me in september zonder duidelijke reden blokkeerde. Wat moet ik van dit alles denken? Wist ze al die tijd dat het mijn kat was die ze behandelde, en koos ze ervoor om het me niet te vertellen? Waarom zou ze dat doen? Waarom heeft ze nooit geaccepteerd om met mij, de eigenaar van de kat, te praten? Was zij het die niet met me wilde praten of was het het Felix Project dat niet wilde dat ik dat deed? Het is mijn recht. En het werd mij geweigerd. Om tot een oplossing te komen heeft het Felix Project mij (via [P.]) een betalingsregeling van vijf jaar aangeboden. Kortom, ik zou een stuk papier moeten ondertekenen waarin staat dat ik alle medische kosten in vijf jaar in termijnen zal betalen. Als ik dat doe, zeggen ze dat ze mijn vriend zullen toestaan om Doraemon namens mij op te halen. Eerlijk gezegd heb ik op dit moment geen idee meer wat ik moet denken. Ik weet niet eens zeker of Doraemon echt nog leeft. Mijn kinderen vragen me elke dag wanneer hij thuiskomt. Ik weet niet wat ik ze moet vertellen. Doraemon is mijn kat en ik wil hem terug. Maar ik vind het niet rechtvaardig of eerlijk om mij te vragen zo’n groot bedrag te betalen voor behandelingen die zonder mijn toestemming zijn uitgevoerd. Vanaf het moment dat [P.D.] mij in juli vond, was bij alle betrokkenen bekend dat ik de eigenaar was. Dus naar mijn mening hadden alle VII-41.307-11/18 behandelingen en elk ander detail over Doraemon met mij moeten worden besproken, niet met het Felix-project. Ik wilde je ook laten weten dat we nu in een flat op de 6e verdieping van een gebouw wonen. Het balkon is afgesloten door een net en er is geen enkele mogelijkheid voor een van mijn katten om het appartement te verlaten. Ik heb een dierenarts hier in Rome die me kan garanderen dat ik een heel goed baasje ben. Waarom moet dit zo lang duren? En vooral, waarom moet ik mezelf verantwoorden toen ik alles deed wat me werd gevraagd, terwijl ik me ernstige zorgen maak over de professionaliteit en ethiek van zowel het Felix-project als de dierenarts? Ik wil graag dat Doraemon wordt opgehaald door een vriend van mij die vertrekt in Nederland, die hem kan houden tot de vakantieperiode wanneer ik hem zelf met de auto kan komen ophalen. Of [P.D.] heeft een bedrijf gevonden dat te adopteren honden en katten vervoert tussen Duitsland en Italië en ik kan hem door hen laten vervoeren naar ergens in Italië waar ik hem met de auto kan ophalen. Ik vertrouw op jou om de hele situatie zonder vooroordelen te evalueren en de juiste keuze te maken, namelijk om Doraemon terug naar huis te laten gaan waar hij thuishoort. Indien u mij wilt bereiken via whatsapp en/of telefonisch kunt u mij bereiken op dit nummer: […]. Met vriendelijke groeten, [M.M.A.] Gelet op het verslag van de behandelende dierenarts, dat onze dienst ontvangt op 06-01-2022: Mijn bevindingen betreffende kat Roma op een rijtje: In juli is dit katje opgevangen door het felix project (zij hebben hem de naam Roma gegeven). Roma is bij ons aangeboden met extreme wonden: - van de nek tot voorbij de schouder, circa 20 op 15 cm. - een staartstomp van 2 cm volledig etterend tot op de billen. - kop, beide zijdes volledig necrotisch. Aanvankelijk hebben we wett-to-dry verbanden aangelegd, waarbij Roma zeer regelmatig onder narcose moest gebracht worden, gezien de extreme pijnlijkheid van de verzorging. De infectie hebben we uiteindelijk onder controle gekregen, waarna we met Sorbalgon verbanden de ontbrekende huid hebben beginnen reconstrueren. Wij hebben verder contact opgenomen met dr. Jo van Leuven (dermatoloog) waaruit bleek dat de mogelijke oorzaak van dit gehele verhaal een auto-immuunziekte is. We zijn cyslosporine opgestart, hypoallergene voeding etc. Op dit moment is de ziekte onder controle en kan de verzorging perfect door een niet medisch persoon verder worden voortgezet. Dit katje moet echter de rest van zijn leven onder behandeling blijven met cyslosporine, speciale voeding en mogelijk speciale verbanden. Volgens ons medisch advies is Roma in staat getransporteerd te worden. Inmiddels is ons geheel team enorm gehecht geraakt aan Roma, dus wij hopen van harte dat Roma bij de juiste persoon terecht komt, mits deze hem zeker de juiste medische zorg kan en wilt toedienen. Gelet op het feit dat de kat - volgens de behandelende dierenarts - in staat is om getransporteerd te worden, VII-41.307-12/18 Gelet op het feit dat, mits dagelijkse inspanning en mits voldaan wordt aan hoger vermelde voorwaarden, het welzijn van de kat in de toekomst gegarandeerd kan worden”. V. Ontvankelijkheid van het beroep Standpunt van de verzoekende partij
  15. De verzoekende partij steunt haar belang op de affectieve relatie die is opgebouwd tussen haar en de kat. Ook wordt de verzoekende partij geconfronteerd met een burgerlijke vordering, waardoor zij kosten moet maken in de procedure voor de justitiële rechter. Vervolgens maakt de verzoekende partij zich zorgen over de financiële draagkracht van de persoon die de begunstigde is van de bestreden bestemmingsbeslissing. Kortom, een vernietiging van de beslissingen tot beslag en bestemming zou de verzoekende partij gemoedsrust verschaffen en dan dient zij niet langer in vrees te vertoeven over de uitkomst van de procedure voor de burgerlijke rechtbank. Beoordeling
  16. Gelet op artikel 19, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, kan het beroep tot nietigverklaring bedoeld bij artikel 14 van deze wet, voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State worden gebracht “door elke partij welke doet blijken van een benadeling of van een belang”. Die vereiste is erop gericht de rechtszekerheid te dienen en een goede rechtsbedeling te verzekeren (RvS (A.V.) 22 maart 2019, nr. 244.015, Moors). Een verzoekende partij beschikt over dit rechtens vereiste belang indien twee voorwaarden vervuld zijn: vooreerst dient zij door de bestreden administratieve rechtshandeling een persoonlijk, rechtstreeks, zeker, actueel en wettig nadeel te lijden; voorts moet de eventueel tussen te komen nietigverklaring van die rechtshandeling haar een direct en persoonlijk voordeel verschaffen, hoe miniem ook (RvS (A.V.) 15 januari 2019, nr. 243.406, Van Dooren). VII-41.307-13/18 Het belang moet niet alleen bestaan bij het instellen van het beroep maar moet voortduren tot aan de sluiting van het debat (RvS (A.V.) 22 maart 2019, nr. 244.015, Moors), zonder dat de verzoekende partij noodzakelijk elk belang bij de nietigverklaring verliest wanneer zij het initiële voordeel niet meer kan ambiëren (cf. GwH 9 juli 2020, nr. 105/2020, punt B.11.
  17. en B.12.2). Het staat aan de Raad van State te oordelen of de verzoekende partij die een zaak voor de Raad brengt, doet blijken van een belang bij haar beroep. De Raad van State dient er over te waken dat het belangvereiste niet op een buitensporig restrictieve of formalistische wijze wordt toegepast (GwH 30 september 2010, nr. 109/2010, punt 4.3; GwH 9 juli 2020, nr. 105/2020, punt B.9.3.; EHRM 17 juli 2018, Vermeulen t. België, punten 42 e.v.). Er is voor een verzoekende partij geen stelplicht om haar belang bij het beroep te omschrijven of toe te lichten. Echter, doet zij dat wel hetzij in haar verzoekschrift, hetzij (wanneer haar belang in twijfel wordt getrokken) bij een eerstvolgende procedurele gelegenheid, dan schetst zij daarmee ook de contouren waarom het haar te doen is en moet de Raad van State met die door de verzoekende partij vastgelegde grenzen van het gerechtelijk debat rekening houden. Wat betreft de eerste bestreden beslissing
  18. Artikel 42, § 3, van de dierenwelzijnswet luidt: “Het in paragraaf 1 bedoelde beslag wordt van rechtswege opgeheven door de in paragraaf 2 bedoelde beslissing of, bij het uitblijven van dergelijke beslissing, na een termijn van twee maanden te rekenen vanaf de datum van inbeslagname”. Uit deze bepaling volgt dat het beslag van rechtswege werd opgeheven door de in artikel 42, § 2, van die wet bedoelde beslissing, die te dezen ook wordt aangevochten. In die omstandigheid, waarin de eerste bestreden beslissing geen gevolgen meer heeft, zijn de grieven van de verzoekende partij gericht tegen die beslissing onontvankelijk. VII-41.307-14/18 Wat betreft de tweede bestreden beslissing
  19. Vooreerst wijst de verzoekende partij op de affectieve relatie tussen haar en de kat. Derhalve gaat het om een moreel belang. Aangezien de verzoekende partij een rechtspersoon is, valt niet in te zien hoe deze het aangevoerde moreel belang kan hebben bij de gevorderde nietigverklaring. Zij maakt niet aannemelijk waarom zij toch wel over een gekwalificeerd moreel belang zou beschikken. Zo haalt zij aan dat de kat dure blijvende verzorging nodig heeft en dat de initieel begunstigde van de bestemmingsbeslissing die kosten niet kan dragen. Er is evenwel geen enkele overtuigende aanwijzing opdat de opvatting dat de begunstigde niet beschikt over de nodige financiële middelen, kan worden gevolgd. Uit de bestreden bestemmingsbeslissing blijkt dat de initieel begunstigde Italiaanse is en omwille van professionele reden in België verbleef toen haar kat verdween. In 2020 diende zij voor haar werk terug te keren naar Italië. In haar communicatie in het Nederlands dat zij niet goed machtig is, gebruikt zij Google Translate. De initieel begunstigde werd bijgestaan door een raadsman die een burgerlijke vordering had ingesteld, zonder dat er enige aanwijzing is dat zij de kosteloze rechtspleging vordert. Haar woorden “Ik kan niet zo veel betalen” hebben betrekking op de kosten die de verzoekende partij aanrekent voor de verzorging van de kat gedurende het verblijf in het dierenasiel, terwijl de initieel begunstigde van de bestemmingsbeslissing geruime tijd de kat opnieuw in haar bezit wenste te krijgen. Hiermee is helemaal niet gezegd dat de initieel begunstigde niet had kunnen voldoen aan de voorwaarden van de bestemmingsbeslissing, namelijk: “
  20. Ten allen tijde zorgen voor een goede verzorging en accommodatie van de kat: a. Zoals aangegeven in het laatste verslag van de dierenarts: cyclosporine, speciale voeding en mogelijks speciale verbanden b. Voldoende niveaus en schuilmogelijkheden voorzien c. Aantal kattenbakken = aantal katten + 1 d. Steeds proper drinkwater voorzien in propere drinkbak VII-41.307-15/18
  21. Zeer regelmatig naar de dierenarts gaan voor de verdere opvolging van de nodige behandelingen”. Dienvolgens is er geen enkele reden om toch aan te nemen dat er van een financiële onzekerheid sprake is die danig emotioneel knaagt aan de verzoekende partij dat het moreel belang toch niet kan worden ontzegd. Mogelijks hebben een of meerdere leden van de verzoekende partij een affectieve relatie met de kat opgebouwd, maar het belang van een rechtspersoon mag niet worden verward met de individuele belangen van zijn leden.
  22. Eveneens vreesde de verzoekende partij voor oplopende juridische kosten omwille van de burgerlijke vordering. Ondertussen is gebleken dat de initieel begunstigde van de bestemmingsbeslissing afstand heeft gedaan van die vordering nog vóór de verzoekende partij conclusies heeft neergelegd. De rechtbank van eerste aanleg van Limburg, afdeling Tongeren, heeft bij vonnis van 29 april 2022 de kosten van de procedure ten laste van de initieel begunstigde van de bestemmingsbeslissing gelegd. Dit aspect van het aangevoerde belang kan dus niet meer worden gediend met een nietigverklaring van die beslissing.
  23. De verzoekende partij betoogt ook dat het geven van de kat aan iemand die niet beschikt over de middelen om voor dat dier te zorgen, in strijd is met haar statuten. Hierbij volstaat het te herhalen dat niet wordt bijgetreden dat de initieel begunstigde van de bestemmingsbeslissing niet had kunnen voldoen aan de voorwaarden om de kat opnieuw te verkrijgen (randnummer 13).
  24. De verzoekende partij kan tevens niet met goed gevolg rechtspraak van de Raad van State inroepen. VII-41.307-16/18 Hier volstaat de vaststelling dat het Belgische recht geen precedentenwerking kent zodat de verzoekende partij er derhalve geen leer uit kan halen en zulks overigens los van de vaststelling dat de verzoekende partij niet aannemelijk maakt, noch aanvoert, dat haar geschil in rechte en in feite vergelijkbaar is.
  25. Ten slotte is in de bestreden beslissing te lezen dat, indien de kat niet ten laatste op 23 januari 2022 wordt opgehaald, die alsnog, zonder verhaal en op bevel van de dienst Dierenwelzijn, definitief in volle eigendom wordt gegeven aan de verzoekende partij. De kat werd niet opgehaald, waardoor die in volle eigendom toebehoort aan de verzoekende partij. De verzoekende partij ontbeert het rechtens vereiste belang om de vernietiging van de bestemmingsbeslissing te benaarstigen als de vernietiging ervan geen enkel voordeel kan opleveren, omdat ondertussen de verzoekende partij heeft verkregen wat zij betrachtte met het beroep: de uiteindelijk begunstigde zijn van de beslissing tot bestemming.
  26. Het beroep is onontvankelijk. BESLISSING
  27. De Raad van State verwerpt het beroep.
  28. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 22 euro. VII-41.307-17/18 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zesentwintig januari tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Pierre Lefranc, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Pierre Lefranc VII-41.307-18/18 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.255.592 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.