id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 januari 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.255.593 Rolnummer: A. 237630/VII-41730 Zaak: Arrest 255593 - Dierenwelzijn - 26/01/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-02-02 Raadplegingen: 83 - laatst gezien 2026-06-10 08:17 Fiche Arrest nr 255.593 van 26 januari 2023 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Verwerping Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 255.593 van 26 januari 2023 in de zaak A. 237.630/VII-41.730 In zake: XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Annick Vermoortele kantoor houdend te 1540 Herne Ekkelenbergstraat 36 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het enig verzoekschrift, ingediend op 3 november 2022, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging en de nietigverklaring van “de beslissing van 5 september 2022 [van het] Departement Omgeving Vlaamse Overheid Afdeling Dierenwelzijn Inspectie Dierenwelzijn [met] dossier nummer G-22-2954 [tot] in beslagname”. II. Verloop van de rechtspleging
- Eerste auditeur Frederic Eggermont heeft op 14 december 2022 een verslag opgesteld over het beroep tot nietigverklaring met toepassing van artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’, en over de vordering tot schorsing met toepassing van artikel 12 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State’. VII-41.730-1/5 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 19 januari
- Staatsraad Pierre Lefranc heeft verslag uitgebracht. Eerste auditeur Frederic Eggermont heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Op 5 september 2022 neemt de inspecteur-dierenarts bij de afdeling Dierenwelzijn van het departement Omgeving de bestreden beslissing: “HISTORIEK Brief G-21-2619, controle op 8/6/2021 naar aanleiding van een klacht over magere en slecht verzorgde paarden. De paarden hebben onverzorgde hoeven, onvoldoende water en voeder ter beschikking. Materialen waaraan de paarden zich kunnen kwetsen moeten verwijderd of hersteld worden. Controle op 13/9/2021, naar aanleiding van een klacht over de paarden op een weide zonder beschutting te Berendries. 20 paarden werden gecontroleerd (een weide werd niet bezocht). De voedingstoestand van de meeste paarden is verbeterd, een aantal dieren is nog te mager. De hoefverzorging moet nog verbeteren. De paarden moeten altijd kunnen beschikken over voldoende voeder en beschutting. Controle op 20/12/
- De paarden zijn beter doorvoed dan bij de vorige bezoeken, er werden 22 paarden gecontroleerd. PV van waarschuwing G-21-4200/GrS/23-12-2021 wordt opgesteld, waarin volgende maatregelen worden opgelegd: - Elk paard moet toegang hebben tot beschutting conform Art 4 §2/1 van de Wet Dierenwelzijn. - De paarden moeten zich comfortabel kunnen voortbewegen op de buitenterreinen en mogen hierbij niet gehinderd worden door zware moddervorming. VII-41.730-2/5 - Zware moddervorming moet verhinderd worden (bv. via aanhogen), volgens geoorloofde methodes. Informeer u hierover bij de bevoegde gemeentelijke ambtenaar. - Bevuiling van het voeder en de dieren door modder moet steeds vermeden worden. - De paarden moeten altijd beschikken over vers drinkwater in voldoende grote hoeveelheid en, bij een grotere groep paarden, verdeeld over meerdere waterbakken. - De afsluiting wordt onmiddellijk veilig gemaakt en wordt waar nodig hersteld. - De paarden moeten over voldoende daglicht beschikken in de stallen, zoniet brandt er overdag kunstlicht (voldoende in aantal en intensiteit) gedurende minstens 8 opeenvolgende uren. Bovendien (zie ook Brief G-21-2619): - Hoefverzorging wordt steeds uitgevoerd. - Het gebruik van een luchtzuigband is een verouderde mechanische methode. De focus moet liggen op de preventie van het gedrag. - De paarden moeten altijd over voldoende en geschikt voeder beschikken, in elk geval ruwvoeder. Het voeder moet minstens voor een week in voorraad staan. De voedingstoestand van de paarden moet goed zijn. - Het aantal paarden dat u houdt moet aangepast zijn aan uw verzorgingsmogelijkheden en huisvesting. U moet in staat zijn om elk paard op elk moment de gepaste verzorging te bieden. Zoniet dient u hulp in te schakelen of het aantal paarden te verminderen. - Op verzoek van mijn dienst of politie kan u voortaan de bewijzen van regelmatige hoefverzorging, ontworming en dierenartscontrole voorleggen (attesten of facturen). - De paardenweide moet goed onderhouden worden, onkruid wordt beheerd. Bij controle op 2/8/2022 treffen wij 25 paarden aan, betrokkene zegt in totaal 27 paarden te hebben. De paarden zijn mager tot sommige zeer mager, en krijgen onvoldoende geschikt voeder of aangepaste verzorging. De hoeven van de paarden zijn onverzorgd. Beschadigde omheining wordt niet hersteld. Een luchtzuigband om stereotiep gedrag tegen te gaan wordt blijvend gebruikt. In PV G-22-2954/GRS/2-08-2022 worden volgende maatregelen opgelegd:
- De paarden beschikken altijd over drinkwater.
- De paarden beschikken altijd over ruwvoeder van degelijke kwaliteit
- Tegen 25/8/2022 (wegens niet bezorgd tegen 10/8/2022) verslag te bezorgen van a. dierenarts: nazicht van alle paarden, met opstellen van voederschema en vermelding van individuele paarden die bijzondere rantsoen of verzorging behoeven (in elk geval 967000001418973 Calgary oog en 981100002082014 Canon Z, andere magere paarden) b. hoefsmid: hoefverzorging door een professionele hoefsmid
- Dieren die ziek of gewond lijken, moeten onmiddellijk op passende wijze worden verzorgd, en zonodig wordt een dierenarts geraadpleegd. VII-41.730-3/5 Bewijzen hiervan kunnen voorgelegd worden aan inspectie dierenwelzijn of politie.
- De eerder opgelegde maatregelen van PV van waarschuwing G-21-4200/GrS/23-12-2021 en Brief G-21-2619 (zie rubriek historiek van dit PV) blijven van toepassing BESLAGNAME Volgende dieren worden in toepassing van art. 42 §1 van de wet van 14/08/1986 betrefrende de bescherming en het welzijn der dieren administratief in beslag genomen en in afwachting van de bestemmingsbeslissing overgebracht naar een erkend dierenasiel. 5 paarden: - Schimmel hengst - 981100002082014 - Canon Z, mannelijk (°17/3/2002) - Bruine hengst - 967000001418973 - Calgary Z (niet geregistreerd in HorseID) - donkere merrie - 981100002229112 -Jalisca - merrie vos - 250259806065417 - Devine de Jiel - witte vlek op re flank - merrie bruin - 250258500131611 - Emeraude Philo”. IV. Ontvankelijkheid van het beroep
- Artikel 42, § 3, van de wet van 14 augustus 1986 ‘betreffende de bescherming en het welzijn der dieren’ (hierna: dierenwelzijnswet) luidt: “Het in paragraaf 1 bedoelde beslag wordt van rechtswege opgeheven door de in paragraaf 2 bedoelde beslissing of, bij het uitblijven van dergelijke beslissing, na een termijn van twee maanden te rekenen vanaf de datum van inbeslagname”.
- Het op grond van artikel 42, § 1, opgelegde beslag is derhalve ondertussen van rechtswege opgeheven. Als dit niet is geschied ingevolge een bestemmingsbeslissing als bedoeld in artikel 42, § 2, van de dierenwelzijnswet, dan moet worden vastgesteld dat sedert de inbeslagname meer dan twee maanden zijn verstreken waardoor het beslag eveneens om die reden van rechtswege zou zijn opgeheven.
- Het beroep tot nietigverklaring gericht tegen de beslissing tot inbeslagname en dienvolgens eveneens de vordering tot schorsing die er een accessorium van is, hebben bijgevolg geen voorwerp meer. Die vaststelling VII-41.730-4/5 volstaat om het beroep tot nietigverklaring en de accessoire vordering tot schorsing te verwerpen. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep tot nietigverklaring en de vordering tot schorsing.
- Verzoeker wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 24 euro.
- Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van verzoeker niet bekendgemaakt. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zesentwintig januari tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Pierre Lefranc, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Pierre Lefranc VII-41.730-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.255.593 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.