← België

Arrest 255660 - Overheidsopdrachten - 01/02/2023

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 01 februari 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.255.660 Rolnummer: A. 238097/XII-9312 Zaak: Arrest 255660 - Overheidsopdrachten - 01/02/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-02-02 Raadplegingen: 87 - laatst gezien 2026-06-10 08:20 Fiche Arrest nr 255.660 van 1 februari 2023 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 255.660 van 1 februari 2023 in de zaak A. 238.097/XII-9312 In zake: de NV VANDERSTRAETEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Christophe Lenders en Joris Wouters kantoor houdend te 2600 Antwerpen - Berchem Borsbeeksebrug 36 bus 9 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BRUSSELSE GEWESTELIJKE HUISVESTINGS- MAATSCHAPPIJ bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Virginie Dor en Youri Musschebroeck kantoor houdend te 1170 Brussel Terhulpsesteenweg 178 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partijen:

  1. de NV ARTES TWT
  2. de NV LOUIS DE WAELE CONSTRUCTION bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jos Timmermans kantoor houdend te 9300 Aalst Leo de Béthunelaan 46 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
  3. De vordering, ingesteld op 4 januari 2023, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “de beslissing d.d. 15 december 2022 van de Raad van Bestuur van de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij (zoals gevoegd bij het schrijven d.d. 20 december 2022 vanwege de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij aan verzoekende partij) waarbij is beslist om de offerte van [de nv Vanderstraeten] voor de XII-9312-1/19 overheidsopdracht voor werken met als voorwerp ‘Erasmus - Henri Simonetlaan en Narcissenlaan, 1070 Anderlecht - Bouw van 206 sociale wooneenheden verdeeld in 2 gebouwen’ onregelmatig en nietig te verklaren alsook om de opdracht te gunnen aan de SM Artes / Louis De Waele en niet aan [de nv Vanderstraeten]”. II. Verloop van de rechtspleging
  4. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Met een verzoekschrift van 16 januari 2023 hebben de nv Artes TWT en de nv Louis De Waele Construction gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 26 januari
  5. Staatsraad Patricia De Somere heeft verslag uitgebracht. Advocaat Joris Wouters, die verschijnt voor de verzoekende partij, advocaat Youri Musschebroeck, die verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Jos Timmermans, die verschijnt voor de tussenkomende partijen, zijn gehoord. Eerste auditeur Frederic Eggermont heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  6. XII-9312-2/19 III. Feiten 3.
  7. De verwerende partij schrijft een overheidsopdracht voor werken uit met als voorwerp de bouw van 206 sociale wooneenheden, verdeeld in twee gebouwen. Er wordt geopteerd voor een openbare procedure, met de prijs als enig gunningscriterium. De opdracht wordt nationaal en Europees bekendgemaakt. 3.
  8. Voor de opdracht zijn, luidens de ‘inleiding’ van het toepasselijk bestek, de volgende documenten van toepassing: “I. De aankondiging van opdracht toegestuurd aan het Bulletin der Aanbestedingen en aan het Publicatieblad van de Europese Unie II. Het bestek dat de op deze opdracht toepasselijke bijzondere voorwaarden omvat, bepaald door de in het hierna vermelde punt II.
  9. ‘ administratieve bepalingen’ en door de in het hierna vermelde punt II.
  10. ‘technische bepalingen’. III. De bijlagen die volledig deel uitmaken van de opdrachtdocumenten.” In de ‘Technische bepalingen van het deel architectuur’, titel 4 ‘Sluitingen en buitenafwerkingen’, staan onder meer de volgende posten vermeld: “41-00-00 Buitenschrijnwerk, algemene bepalingen Tenzij anders vermeld, is deze bepaling van toepassing voor alle bepalingen waarvan het nummer begint met
  11. […] AARD EN OMVANG VAN HET WERK: Alle werken met betrekking tot de levering en de plaatsing van alle elementen die nodig zijn voor het samenstellen van het buitenschrijnwerk, met inbegrip van alle onderdelen die er wezenlijk deel van uitmaken. In overeenstemming met de algemene en/of specifieke bepalingen van het bijzonder bestek, moeten de in deze post vermelde eenheidsprijzen, hetzij volgens uitsplitsing in de samenvattende meetstaat, hetzij in hun globaliteit, steeds het volgende omvatten: […] • De levering en de plaatsing van de beglazingen en/of vulelementen, inclusief spieën, glaslatten en dichtingen. […] XII-9312-3/19 41-10-11 Vaste, opendraaiende, draai-kipvensters en -vensterdeuren in warmgelakt aluminium BEKNOPTE BESCHRIJVING : Dit artikel beschrijft de bijzondere bepalingen voor de vaste, opendraaiende en draai-kipvensters en -vensterdeuren in aluminium die uitgevoerd zijn met het hierna beschreven profieltype. BETREFT: De ramen die vermeld zijn in het borderel van de buitenramen. OMVANG VAN HET WERK: Cf. artikelen 41 00 00, 41 00 30, 41 00 60, 41 10 en 41 10
  12. Opmeting per stuk, per volledige gehelen, voor muuropeningen met een hoogte en breedte volgens het borderel van het buitenschrijnwerk, met inbegrip van hang- en sluitwerk, toebehoren en afwerkingen. Post pro memorie; de prijs moet worden ingegeven in het borderel van het buitenschrijnwerk. […] 41-20-15 Inkomdeur uit glas op kader in warmgelakt aluminium BEKNOPTE BESCHRIJVING: Dit artikel beschrijft de bijzondere bepalingen voor de beglaasde inkomdeuren aan de buitenkant, in aluminium, die aangeduid zijn op de plannen van architect en in het borderel van het buitenschrijnwerk. BETREFT: Inkomdeuren van de gebouwen (inkomhal) volgens ramenborderel, algemene plannen en detailplannen van de architect.” Het ‘borderel van het buitenschrijnwerk’ waarvan sprake in deze posten, is bij het bestek gevoegd in de vorm van een Excel-bestand en bevat twee tabbladen. In het eerste tabblad zijn de hoeveelheden in m² van de verschillende types ramen (A1 tot E15) en per paneeltype (vol paneel, vast glas E60, vast glas E30, vast glas en vleugel) opgenomen (post 41-10-11) en het aantal stuks van de inkomdeuren (post 41-20-15). Onderaan het eerste tabblad zijn cellen voorzien om de eenheidsprijzen (per m²/per stuk) hiervoor in te vullen, waarna in het Excel-bestand het sub-totaalbedrag van het buitenschrijnwerk per paneeltype en het totaalbedrag van al het buitenschrijnwerk samen automatisch wordt berekend. Het tweede tabblad van het borderel van het buitenschrijnwerk bevat, per gebouw en vervolgens per verdieping, een opmeting van de dimensies (lengte, breedte, oppervlakte) van de verschillende types ramen en deuren (“type XII-9312-4/19 de châssis”). Er is geen plaats voorzien om in dit tweede tabblad eenheidsprijzen in te vullen. In bijlage III.3 ‘Onderrichtingen voor de inschrijvers’ wordt gesteld: “II. Samenvattende opmeting a) Maak uitsluitend gebruik van de als bijlage III.2 van de documenten van de opdracht bijgevoegde samenvattende opmeting S.O. 2017.” Blijkens de ‘Samenvattende meetstaat’ gevoegd bij het bestek wordt een prijs gevraagd voor het geheel van de prestaties van het buitenschrijnwerk (post 41-10-11), gelet op de vermelding “1,00” “QF-fft” (‘quantité forfaitaire’) en een prijs voor “14” “QF-pce” (‘pièce’) voor de inkomdeuren (post 41-20-15). 3.
  13. Blijkens het proces-verbaal van opening van 14 september 2022 dienden vier kandidaten tijdig een offerte in, waaronder de nv Vanderstraeten, dit is de verzoekende partij, en de tm Artes TWT nv - Louis De Waele Construction nv, dit zijn de tussenkomende partijen. 3.
  14. Met een e-mailbericht van 15 september 2022 vraagt de verwerende partij aan de verzoekende partij en aan de tussenkomende partij om “de samenvattende meetstaat en de binnen- en buitenschrijnwerk + balkonnen borderellen in .xls-formaat te doen toekomen”. De verzoekende partij bezorgt die met een e-mailbericht van 19 september 2022, met onder meer de vermelding: “Voor het buitenschrijnwerk hebben wij zelf een opsplitsing in het borderel voorzien voor de 2 posten die zijn opgenomen in de samenvattende meetstaat (ramen en deuren apart)”. Blijkens het gevoegd Excel-bestand, heeft zij in het tweede tabblad van het ‘borderel van het buitenschrijnwerk’ twee kolommen toegevoegd: ‘eenheidsprijs per element’ en ‘totaalprijs’, en dit voor de ramen en de inkomdeuren. XII-9312-5/19 3.
  15. Met een e-mailbericht en een brief van 17 oktober 2022 vraagt de verwerende partij aan de verzoekende partij het volgende: “Wij hebben het borderel voor buitenschrijnwerk geanalyseerd en stellen vast dat de codering van de ingediende prijzen niet overeenstemt met de wijze waarop het borderel van aanbesteding voor buitenschrijnwerk is opgesteld. Om uw offerte goed te kunnen beoordelen en vergelijken met andere offertes, wordt u verzocht uw prijzen in te dienen op de in het aanbestedingsdocument voorgeschreven wijze. […]” Met een brief van 28 oktober 2022 stuurt de verzoekende partij (onder meer) een nieuw ‘borderel voor het buitenschrijnwerk’, met de volgende toelichting: “1) [Het] borderel voor buitenschrijnwerk : 1.
  16. [Dit] borderel [dat] in excel is opgemaakt bevat 2 tabbladen: een tabblad genaamd ‘Feuil 1’ en een tabblad genaamd ‘Feuil 2’ Feuil 1: beschrijft en inventariseert de ‘vulpanelen’ van de ramen en deuren per type in tabelvorm. Feuil 2: beschrijft en inventariseert de kaderelementen of ‘type de châssis’ van de ramen en deuren per type in tabelvorm. Het totaal of de som van deze twee tabellen vormt de totale prijs van 2 artikels nl ‘41-10-11 Vaste, opendraaiende, draaikipvensters en vensterdeuren in warmgelakt aluminium en 41-20-15 Inkomdeur uit glas op kader van warmgelakt aluminium’. Naar aanleiding van uw verzoek, dienen wij vast te stellen dat de prijs voor de 2 genoemde artikels 41-10-11 en 41-20-15 zoals neergeschreven de offerte van 14/09/2022, het gevolg is van een materiële fout. Er is een vergissing begaan bij het invullen van de offerte en het overbrengen van cijfergegevens. Meer in het bijzonder is vastgesteld dat per vergissing slechts één van beide tabbladen werd overgenomen in de 2 bovenvermelde artikels, nl. Feuil
  17. Verkeerdelijk werd Feuil 1 niet mee overgenomen. Hierdoor bevat onze inschrijvingsprijs enkel de prijs van de kaderelementen voor de ramen en de deuren en niet de invulelementen in glas of vulpanelen. Dit is het gevolg van een materiële vergissing die werd begaan bij het opstellen van de offerte. De in de offerte neergeschreven prijs, is derhalve niet de door ons bedoelde prijs. In de bijgevoegde borderel is tabblad ‘Feuil 1’ ook mee overgenomen waardoor de totaalbedragen van de 2 artikels significant stijgen. Artikel 41-10-11: Vaste, opendraaiende, draaikipvensters en vensterdeuren in warmgelakt aluminium wordt 5.516.387,16 € in plaats van 4.021.454.77 € en, XII-9312-6/19 Artikel 41-20-15 Inkomdeur uit glas op kader van warmgelakt aluminium wordt 58.924,88 € in plaats van 47.871.32 €. […]” De verzoekende partij vervolgt dat deze “materiële fout in de offerte kan (en moet) worden aangepast”, met verwijzing naar “artikel 34 §1 en 2 Koninklijk Besluit van 8 april 2017 plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren”. 3.
  18. Op 15 december 2022 wordt een gunningsverslag opgesteld. Betreffende de regelmatigheid van de offerte van de verzoekende partij wordt gesteld: “Bij onderzoek van de offerte van de firma Vanderstraeten blijkt dat de firma de borderellen met betrekking tot het buitenschrijnwerk en de balkons niet correct heeft ingevuld. Ze heeft immers de titels en de inhoud van de borderellen gewijzigd en heeft één van de pagina's van het borderel met betrekking tot het buitenschrijnwerk niet ingevuld. Op 20 oktober 2022 werd de firma hierover per brief ondervraagd. Op 2 november 2022 heeft de firma op de brief geantwoord door meer bepaald de twee borderellen op te sturen (buitenschrijnwerk en balkons). Wat betreft het borderel van het buitenschrijnwerk: Het borderel was vergezeld van een nota waarin de firma op een materiële fout wijst die werd gemaakt bij het invullen [door de inschrijver] van de offerte en de overdracht van de cijfergegevens. Samengevat: de prijs die in de initiële offerte werd ingediend, omvat niet de vulelementen uit glas of panelen. De fout bedraagt 1.505.985,95€; de inschrijver zegt dit bedrag bij zijn initiële offerte te moeten optellen. Wat betreft het borderel van de balkons: […] Analyse: Er dient te worden opgemerkt en verstaan dat het borderel van het buitenschrijnwerk, op hetwelk gevraagd werd prijs in te dienen, 6 categorieën van posten omvat: 1° Prijs voor volle panelen 2° Prijs voor vaste beglaasde ramen E60 3° Prijs voor vaste beglaasde ramen E30 4° Prijs voor vaste beglaasde ramen 5° Prijs voor draairaam 6°Prijs voor deur (deze zesde categorie komt overeen met post 41-20-15 – Inkomdeur uit glas op kader van warmgelakt aluminium). In zijn antwoord vult de inschrijver enkel tabblad 1 in, dat deze 6 categorieën omvat, maar vermeldt hij enkel de prijs voor de vulelementen, XII-9312-7/19 terwijl hij zijn tabblad 2 behoudt, dat enkel het bedrag van de profielen vermeldt. De eenheidsprijzen uit tabblad 1 kunnen dus niet worden vergeleken (omdat ze onvolledig zijn) met de eenheidsprijzen die door de andere inschrijvers werden ingediend voor deze 6 categorieën, daar deze laatsten in tabblad 1 een eenheidsprijs hebben voorzien die zowel de prijs van de profielen als prijzen van de vulelementen omvatten. Gezien het feit dat er bovendien hoeveelheden in meer en in min werden verbeterd, is de onverenigbaarheid van de offerte van VDS met die van de andere inschrijvers des te duidelijker. Zodoende verhinderen de aan de borderellen aangebrachte wijzigingen de volledige en correcte evaluatie van de offerte van de firma Vanderstraeten en maken ze de vergelijking van deze offerte met de offertes van de andere inschrijvers onmogelijk. Bovendien, in tegenstelling tot wat de inschrijver in zijn antwoord verklaart, gaat het niet om een materiële fout. Uit het onderzoek van zijn offerte blijkt immers geenszins dat er een prijs zou ontbreken, noch op het vlak van het borderel noch op dat van de samenvattende opmeting, daar het totaal bedrag van de borderellen en het totaal bedrag dat aangeduid is in de samenvattende opmeting precies hetzelfde zijn. Er mogen dus geen wijzigingen worden aangebracht aan de offerte in antwoord op de vraag om informatie van de aanbestedende overheid. De offerte van de firma Vanderstraeten bevat derhalve een wezenlijke onregelmatigheid die: - De beoordeling van de offerte van de inschrijver verhindert; -De vergelijking van de offerte van de inschrijver met de andere offertes verhindert; - De verbintenis van de inschrijver om de opdracht onder de gestelde voorwaarden uit te voeren onbestaande, onvolledig of onzeker maakt. Overeenkomstig artikel 76 § 3 van het PLAATSINGSBESLUIT moet de offerte dan ook nietig worden verklaard en worden verworpen.” Na rangschikking van de overige offertes en een prijscontrole wordt voorgesteld om de opdracht te gunnen aan de onderneming “die de laagste regelmatige offerte indiende”, zijnde “SM Artes/Louis De Waele”. 3.
  19. Dezelfde dag beslist de verwerende partij, verwijzend naar het gunningsverslag, om de opdracht te gunnen aan “SM Artes/Louis De Waele”. Dit is de bestreden beslissing. XII-9312-8/19 IV. Tussenkomst
  20. De nv Artes TWT en de nv Louis De Waele Construction blijken voordeel te halen uit de bestreden beslissing en hebben er belang bij dat de vordering wordt afgewezen. Bijgevolg moet hun verzoek tot tussenkomst worden ingewilligd. V. Regelmatigheid van de rechtspleging
  21. Op 24 januari 2023 legt de verzoekende partij een pleitnota neer waarin zij “met het oog op de zitting” reeds een argument wenst te verduidelijken, alsook twee nieuwe stukken.
  22. De procedureregeling voorziet niet in de mogelijkheid om een aanvullende nota als een processtuk neer te leggen, noch werd erom gevraagd door de Raad van State of het Auditoraat. In zoverre deze nota de neerslag vormt van het pleidooi ter zitting van de verzoekende partij, wordt ze niet als een processtuk, maar als een loutere inlichting in aanmerking genomen. VI. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden
  23. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, gelezen in samenhang met de artikelen 15 en 31 van de wet van 17 juni 2013 ‘betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies’, moet enkel worden onderzocht of in de voorliggende vordering tot schorsing die is ingesteld volgens de procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid, een ernstig middel of een klaarblijkelijke onwettigheid wordt aangevoerd. XII-9312-9/19 VII. Onderzoek van het enig middel Uiteenzetting van het middel
  24. De verzoekende partij voert de schending aan van artikel 4 van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten (hierna: wet overheids- opdrachten 2016), de artikelen 34 en 76 van het koninklijk besluit van 8 april 2017 ‘plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren’ (hierna koninklijk besluit plaatsing 2017), de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’, de formele en materiële motiveringsplicht, en het zorgvuldigheidsbeginsel. Zij licht toe dat uit artikel 34 van het koninklijk besluit plaatsing 2017 volgt dat rekenfouten of zuiver materiële fouten verbeterd moeten worden. De aanbestedende overheid moet daarbij de werkelijke bedoeling van de inschrij- ver nagaan. In het bijzonder, wanneer de aanbestedende overheid vaststelt dat een inschrijver geen prijs heeft gegeven voor een deel van het uit te voeren werk, moet worden uitgegaan van een vergissing die vervolgens verbeterd moet worden.
  25. Ingevolge de voorschriften van het bestek heeft de verzoekende partij de samenvattende opmeting ‘S.O. 2017’ ingevuld, en zich hiervoor gebaseerd op het document ‘borderel voor het buitenschrijnwerk’. Zij stelt dat “[h]et totaal of de som van deze twee tabbladen […] de totale prijs van 2 artikels van de samenvattende opmeting ‘S.O. 2017’ [vormt], te weten artikel 41-10-11 ‘Vaste, opendraaiende, draaikipvensters en vensterdeuren in warmgelakt aluminium’ en artikel 41-20-15 ‘Inkomdeur uit glas op kader van warmgelakt aluminium’”. Zij vervolgt dat zij in haar offerte geen prijs heeft opgenomen voor de invulelementen in glas of vulpanelen en dit ingevolge een materiële fout die te wijten is aan het feit dat het document ‘borderel voor het buitenschrijnwerk’ bestaat uit twee tabbladen. Bij het opstellen van de offerte en de materiële bewerkingen die daarmee gepaard gaan, is per vergissing slechts één van de twee genoemde tabbladen ingevuld (enkel ‘Feuil 2’), terwijl dit uiteraard niet haar bedoeling was en het een materiële fout betreft. In het andere geval zou zij geen prijs hebben gegeven voor de vulpanelen van de ramen en deuren. De prijs van de verzoekende partij in de samenvattende opmeting ‘S.O. 2017’ bevatte bijgevolg enkel de prijs XII-9312-10/19 van de kaderelementen voor de ramen en de deuren en niet van de vulelementen in glas of vulpanelen. Om die reden heeft de verzoekende partij in haar brief van 28 oktober 2022 melding gemaakt van deze materiële fout en daarbij verduidelijkt hoe de vergissing moest worden verbeterd. “De prijzen voor de prestaties […] zoals vervat in ‘Feuil 1’, moesten worden bijgeteld bij de ingevulde prijzen van artikels 41-10-11 en 41-20-15 van de samenvattende opmeting ‘S.O. 2017’”, waardoor ook de totaalprijs van haar offerte steeg.
  26. De verzoekende partij stelt dat de redenen om haar offerte als onregelmatig te verwerpen onjuist zijn en niet kunnen leiden tot de onregelmatigverklaring. De materiële motiveringsplicht alsook de formele motiveringsplicht zijn volgens haar geschonden. 10.
  27. In eerste orde, wat het motief betreft dat de verzoekende partij het borderel voor buitenschrijnwerk verkeerd heeft ingevuld, waardoor de vergelijking van de offertes niet meer mogelijk zou zijn, werpt de verzoekende partij tegen dat dit borderel geen document betreft dat bij de offerte moest worden gevoegd, enkel de samenvattende opmeting was bij te voegen. Alleen al uit deze vaststelling blijkt volgens de verzoekende partij dat de beslissing van de verwerende partij onwettig is. 10.
  28. Daarnaast is het volgens de verzoekende partij onjuist dat de eenheidsprijzen uit het eerste tabblad van het borderel voor buitenschrijnwerk niet meer met elkaar vergeleken zouden kunnen worden. Zij heeft met haar brief van 28 oktober 2022 het borderel voor het buitenschrijnwerk bezorgd, waarbij zowel ‘Feuil 1’ als ‘Feuil 2’ waren ingevuld, na vaststelling van de vergissing. Om onbekende redenen, wenst de verwerende partij enkel de gegevens van ‘Feuil 1’, zoals ingevuld door de inschrijvers, met elkaar te vergelijken, terwijl dit nergens zo is bepaald in het bestek. Bovendien is de verwerende partij zonder meer in staat om te komen tot vergelijkbare cijfergegevens. “Het volstaat daarbij om de gegevens van ‘Feuil 1’ en ‘Feuil 2’ (zoals bezorgd door verzoekende partij) bij elkaar op te tellen. Meer in het bijzonder dient eerst per raamtype (of ‘type de châssis’) (bv. A1, A4, enz.) nagegaan welk invulelementen in glas of vulpanelen daarin zitten. Onderaan XII-9312-11/19 ‘Feuil 1’ (zoals bezorgd door verzoekende partij met schrijven van 28 oktober 2022, stuk 14) is dan per type invulelementen in glas of vulpanelen (vb. ‘Vast glas E60’) de eenheidsprijs per m² vermeld. Op die manier kan dan per raamtype de prijs van de invulelementen in glas of vulpanelen worden berekend. Vervolgens dient dit resultaat te worden samengeteld met de prijzen voor de kaderelementen per overeenstemmend raamtype (of ‘type de châssis’) zoals opgenomen in ‘Feuil 2’ (en ingevuld door verzoekende partij). Dit betreft een eenvoudige berekening”. Daarnaast had de verwerende partij haar ook kunnen vragen om, indien er onduidelijkheden zouden zijn, de hierboven vermelde berekening voor haar uit te voeren. 10.
  29. Ook de bewering dat er geen materiële fout voorhanden zou zijn omdat er geen prijs zou ontbreken, nu het totaalbedrag van de borderellen en het totaalbedrag dat aangeduid is in de samenvattende opmeting precies hetzelfde zijn, is volgens de verzoekende partij onjuist. Immers, wanneer de prijzen voor de prestaties in ‘Feuil 1’ (zoals bezorgd met de brief van 28 oktober 2022) wel, en dus bijkomend, in rekening worden gebracht, stijgt de offerteprijs van de verzoekende partij.
  30. Uit het bovenstaande blijkt volgens de verzoekende partij dat er geen reden was om haar offerte onregelmatig te verklaren. Na toelichting van de materiële fout, was het zonder meer duidelijk wat de werkelijke wil was van de verzoekende partij en welke prijs zij wenste te geven. In die optiek was de beoordeling van haar offerte niet verhinderd en rees er geen probleem inzake de vergelijking van de offertes. Uit niets blijkt tot slot dat de verbintenis van de verzoekende partij om de opdracht uit te voeren tegen de gestelde voorwaarden onbestaande, onvolledig of onzeker zou zijn. De verwerende partij beroept zich bijgevolg verkeerdelijk op artikel 76 van het koninklijk besluit plaatsing 2017 om haar offerte als onregelmatig te weren. Met toepassing van artikel 34 van hetzelfde besluit was de verwerende partij integendeel ertoe gehouden haar offerte te verbeteren.
  31. Waar de verwerende partij nog beweert dat de offerte van de verzoekende partij een “wezenlijke onregelmatigheid” zou bevatten omdat zij in XII-9312-12/19 haar antwoord haar offerte wijzigt door informatie toe te voegen die niet in de initiële offerte is opgenomen, miskent de verwerende partij de essentie en de tekst van artikel 34 van het koninklijk besluit plaatsing
  32. Wanneer haar redenering wordt gevolgd, kan er nooit worden overgegaan tot het verbeteren van een vergissing. Het feit dat later nog informatie werd toegevoegd door de verzoekende partij (met haar brief van 28 oktober 2022) is ook het gevolg van de vergissing, die dan weer te wijten is aan de kwestie van de twee tabbladen in het borderel voor het buitenschrijnwerk en het feit dat voor de beglazing en vulementen niet in een afzonderlijke post was voorzien die moest worden ingevuld.
  33. Door niet over te gaan tot verbetering en door het onregelmatig verklaren van de offerte van de verzoekende partij, heeft de verwerende partij tevens het proportionaliteitsbeginsel zoals vervat in artikel 4 van de wet overheidsopdrachten 2016 geschonden.
  34. De verzoekende partij zet vervolgens uiteen waarom ook omwille van het balkon borderel haar offerte niet als onregelmatig mocht worden verworpen. Beoordeling
  35. Op grond van artikel 34 van het koninklijk besluit plaatsing 2017 verbetert de aanbestedende overheid “rekenfouten en zuiver materiële fouten in de offertes”. Met een “zuiver materiële fout”, waarop de verzoekende partij zich beroept, wordt in principe een verschrijving of vergissing bedoeld, begaan bij de materiële verrichtingen die gepaard gaan met het opstellen van een offerte zoals het uitschrijven, invullen en overbrengen van cijfergegevens. Het betreft dus fouten waaromtrent er nauwelijks discussie is. Omdat de verbetering van een ontdekte materiële fout een afwijking inhoudt van het beginsel van de onveranderlijkheid van de offertes na het indienen ervan, moet het begrip “zuiver materiële fout in de offerte” weliswaar strikt worden geïnterpreteerd, maar lijkt niet vereist dat de verschrijving of vergissing noodzakelijk moet blijken uit de offerte zelf. Essentieel lijkt dat de XII-9312-13/19 vergissing duidelijk tot gevolg heeft dat een resultaat in de offerte wordt bereikt dat in strijd is met “de werkelijke bedoeling” van de inschrijver. Bij het beoordelen of er sprake is van een zuiver materiële fout in de zin van het voormelde artikel beschikt de aanbestedende overheid over een beoordelingsruimte om uit te maken of, in het licht van de omstandigheden, het al dan niet aannemelijk is dat er sprake is van een dergelijke fout en of al dan niet duidelijk is wat de werkelijke bedoeling van de inschrijver was bij het begaan van de fout. Het komt daarbij niet aan de Raad van State toe om een eigen beoordeling in de plaats van deze van het bestuur te stellen. Hij mag desgevraagd wel nagaan of de beslissing op in rechte en in feite aanvaardbare motieven is gesteund en of deze voortvloeien uit een zorgvuldig onderzoek en of deze beoordeling de perken van de redelijkheid niet te buiten gaat.
  36. Te dezen betoogt de verzoekende partij in essentie dat de materiële fout erin bestaat dat zij in haar offerte geen prijs heeft opgenomen voor de vulelementen in glas of vulpanelen van het buitenschrijnwerk, zijnde de prestaties vermeld in het eerste tabblad van het borderel van het buitenschrijnwerk. Zij stelt dat zij per vergissing geen prijs voor die vulelementen in haar samenvattende opmeting heeft ingevuld, en dat wanneer de aanbestedende overheid vaststelt dat een inschrijver geen prijs heeft gegeven voor een deel van de uit te voeren werken, zij moet uitgaan van een vergissing, die verbeterd moet worden.
  37. De onderrichting in bijlage III.3 van het bestek blijkens hetwelk de inschrijvers uitsluitend gebruik mogen maken van de samenvattende opmeting, lijkt op het eerste gezicht enkel in te houden dat de inschrijvers voor hun prijsopgave uitsluitend gebruik mogen maken van het model ‘Samenvattende opmeting S.O. 2017’ gevoegd als bijlage III.2 van het bestek. Deze onderrichting lijkt op het eerste gezicht niet weg te nemen dat bij de offerte eveneens de in te vullen borderellen dienen te worden gevoegd. De verwerende partij licht toe dat de gevel niet is opgebouwd uit traditioneel metselwerk, maar uit een “veelheid aan ramen en platen” bestaat. Zij maakt aannemelijk dat om die reden in de samenvattende opmeting, bij wege van XII-9312-14/19 één enkele post 41-10-11, werd gevraagd om één forfaitaire totaalprijs op te geven voor het geheel van het buitenschrijnwerk, dit zijn de raamkozijnen en het glas of de vulelementen samen. Daarnaast licht de verwerende partij toe dat, om prijsdiscussies over werken in meer of min tijdens de uitvoering van de werken te vermijden, in het bestek ook werd gevraagd een aantal borderellen in te vullen, waaronder het ‘borderel voor het buitenschrijnwerk’. Zij verwijst daarbij naar de vermelding in de ‘Technische bepalingen van het deel architectuur’ van het bestek, waar bij post 41-10-11 staat vermeld: “Post pro memorie; de prijs moet worden ingegeven in het borderel van het buitenschrijnwerk”. In die context kan het de verwerende partij niet ten kwade worden geduid dat zij deze borderellen “in .xls-formaat” daags na opening van de offertes heeft opgevraagd, en bij het regelmatigheidsonderzoek rekening heeft gehouden met de gegevens die de verzoekende partij zelf in het borderel heeft opgegeven ter verantwoording van haar prijzen voor het buitenschrijnwerk. In het ‘borderel voor het buitenschrijnwerk’ zijn in het eerste tabblad cellen opengelaten om een eenheidsprijs per m² op te geven voor het buitenschrijnwerk in zijn geheel (raamkozijn en vulpaneel of glas samen) naargelang de (vijf) types glas of vulelementen: massieve panelen, vaste beglaasde panelen E60, vaste beglaasde panelen E30, vaste beglaasde panelen, en schuiframen. De zesde categorie “inkomdeur” stemt overeen met post 41-20-15, en lijkt in de huidige zaak niet relevant. Het tweede tabblad bevat informatie over de dimensies van de verschillende types ramen en deuren, maar er is geen plaats voorzien om in dit tweede tabblad eenheidsprijzen in te vullen. Evenwel blijkt uit het borderel gevoegd bij de offerte van de verzoekende partij dat zij enkel dit tweede tabblad heeft ingevuld, en dit door toevoeging van twee kolommen ‘eenheidsprijs per element’ (of ‘type de châssis’) en ‘totaalprijs’. Ook nadat de verwerende partij haar met een e-mailbericht van 15 september 2022 heeft gevraagd de samenvattende meetstaat en de betrokken borderellen “in .xls-formaat te doen toekomen”, blijkt uit het bij haar e-mailbericht van 19 september 2022 gevoegd Excel-bestand, dat enkel het tweede tabblad van het ‘borderel van het buitenschrijnwerk’ is ingevuld door toevoeging van de voormelde twee kolommen. Aldus heeft de verzoekende partij, naar eigen zeggen, XII-9312-15/19 enkel een eenheidsprijs voor de kozijnen opgegeven, en niet voor het glas of de vulelementen. Bovendien, zo lijkt op het eerste gezicht, is deze eenheidsprijs opgegeven “per element”, en dus niet “per m²”, zoals gevraagd in het eerste tabblad.
  38. In het licht van dit alles lijkt de verzoekende partij bij de opgave van een forfaitaire prijs voor post 41-10-11 van de samenvattende opmeting te zijn uitgegaan van een verkeerd uitgangspunt. Anders dan zij betoogt, betreft dit geen zuiver materiële fout die te herleiden zou zijn tot het niet invullen van een tabblad in een Excel-document, en die met een eenvoudige berekening zou kunnen worden rechtgezet. De verwerende partij lijkt op het eerste gezicht terecht te stellen dat de verzoekende partij, zelfs tot op heden, de manier van prijsopgave niet heeft begrepen, aangezien het niet correct is te stellen dat de prijzen voor de kozijnen zouden moeten worden opgegeven in het tweede tabblad om nadien te worden opgeteld met de prijzen voor de vulelementen in het eerste tabblad, die zij pas opgaf in haar brief van 28 oktober
  39. In dat tweede tabblad moest niets worden ingevuld. Zoals hoger gesteld, zijn onderaan het eerste tabblad van het betrokken borderel cellen voorzien om de eenheidsprijzen per m² op te geven voor het volledig buitenschrijnwerk (raamkozijn en vulpaneel of glas samen) naargelang de (vijf) types glas of vulelementen, waarna in het Excel-bestand het sub-totaalbedrag van het buitenschrijnwerk per paneeltype en het totaalbedrag van al het buitenschrijnwerk samen automatisch worden berekend. Bijgevolg kon de verwerende partij enkel de door de inschrijvers ingevulde gegevens in het eerste tabblad met elkaar vergelijken.
  40. In de bestreden beslissing lijkt bijgevolg op het eerste gezicht terecht te worden gesteld dat de eenheidsprijzen in “tabel 1” (te verstaan: het eerste tabblad) van het borderel gevoegd bij de offerte van de verzoekende partij niet volledig zijn en bijgevolg niet vergelijkbaar met de eenheidsprijzen ingediend door de andere inschrijvers voor deze zes categorieën van ramen (naargelang de vijf types glas of vulelementen en de inkomdeuren), en die in het eerste tabblad “een eenheidsprijs hebben verstrekt die zowel de prijs van de profielen als de prijs van de opvulelementen omvat” voor die zes categorieën. XII-9312-16/19 Voorts lijkt terecht te worden gesteld dat het niet gaat om een materiële fout, aangezien uit het onderzoek van de offerte niet blijkt dat er een prijs ontbreekt, en dat er geen wijzigingen in de offerte kunnen worden aangebracht naar aanleiding van het verzoek tot inlichtingen van de verwerende partij. De “fout” kon immers op het eerste gezicht niet worden verbeterd door wijzigingen aan te brengen in de gegevens die reeds waren vervat in de oorspronkelijke offerte, waarin, zo blijkt, geen prijs voor de vulelementen was opgegeven. Het ‘borderel voor het buitenschrijnwerk’ gevoegd bij de brief van de verzoekende partij van 28 oktober 2022, met daarin het eerste tabblad, voor de eerste maal ingevuld en enkel met de prijs voor het glas of de vulelementen, lijkt op het eerste gezicht te moeten worden beschouwd als een nieuwe inschrijving.
  41. Het betoog van de verzoekende partij ter zitting, aan de hand van de offerte van haar onderaannemer (bijgevoegd als nieuw stuk), dat zij destijds wel alle prestaties zou hebben gecalculeerd maar deze prijs niet integraal zou zijn overgebracht op de samenvattende meetstaat, lijkt het een en ander niet duidelijker te maken. In ieder geval is dit stuk, dat per definitie reeds bij haar verzoekschrift had kunnen worden gevoegd, laattijdig in het debat gebracht, zodat daarmee geen rekening kan worden gehouden.
  42. De verzoekende partij maakt, gelet op het voorgaande, op het eerste gezicht niet aannemelijk dat de aanbestedende overheid, door te besluiten dat haar offerte een substantiële onregelmatigheid bevat die “de verbintenis van de verzoekende partij om de opdracht onder de gestelde voorwaarden uit te voeren onbestaand, onvolledig en onzeker maakt”, en de offerte om die reden nietig te verklaren, de aangevoerde regelgeving en beginselen zou hebben geschonden.
  43. De kritiek van de verzoekende partij op het motief in de bestreden beslissing wat het borderel voor de balkons betreft, dient niet nader te worden onderzocht. In het licht van het motief wat het borderel voor het buitenschrijnwerk betreft – dat bij het voorgaand onderzoek rechtmatig werd bevonden – vormt het motief inzake het borderel voor de balkons immers een overtollig motief. Zelfs al zou die kritiek ernstig zijn, dan nog zou ze niet tot de XII-9312-17/19 schorsing van de tenuitvoerlegging van het onregelmatig bevinden van haar offerte kunnen leiden. De kritiek op de beoordeling inzake het borderel voor de balkons is dan ook onontvankelijk bij gebrek aan belang.
  44. Het enig middel is niet ernstig. VIII. Besluit
  45. Het enig middel is niet ernstig gebleken. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt dan ook verworpen. BESLISSING
  46. Het verzoek van de nv Artes TWT en de nv Louis De Waele Construction tot tussenkomst wordt ingewilligd.
  47. De Raad van State verwerpt de vordering.
  48. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro, en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. De tussenkomende partijen worden verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op een rolrecht van 300 euro, elk voor de helft. XII-9312-18/19 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van een februari tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Patricia De Somere, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Silja Doms, griffier. De griffier De voorzitter Silja Doms Patricia De Somere XII-9312-19/19 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.255.660 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.