← België

Arrest 255801 - Federale reglementen (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 14/02/2023

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 februari 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.255.801 Rolnummer: A. 228846/X-17557 Zaak: Arrest 255801 - Federale reglementen (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 14/02/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-02-17 Raadplegingen: 81 - laatst gezien 2026-06-10 08:26 Fiche Arrest nr 255.801 van 14 februari 2023 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Federale reglementen (binnenlandse zaken en lokale besturen) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 255.801 van 14 februari 2023 in de zaak A. 228.846/X-17.557 In zake : Wim LEERMAN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Alexander De Becker kantoor houdend te 9051 Sint-Denijs-Westrem Drie Koningenstraat 3 bij wie woonplaats wordt gekozen en eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dylan Casaer kantoor houdend te 1020 Brussel Esplanade 1, bus 88 tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dirk Van Heuven kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 16 augustus 2019, strekt tot de nietigverklaring van: “- De afwijzingsbeslissing (impliciete weigeringsbeslissing) tot benoeming van de gouverneur van Oost-Vlaanderen nadat de verwerende partij daartoe in gebrek werd gesteld met vermelding van artikel 14 § 3 van de Raad van State-wet bij aangetekend schrijven dd. 16 februari 2019, ontvangen op 19 februari 2019 […] - De afwijzingsbeslissing (impliciete weigeringsbeslissing) tot benoeming van verzoekende partij tot gouverneur van Oost-Vlaanderen nadat de verwerende partij daartoe in gebreke werd gesteld met vermelding van artikel 14 § 3 van de Raad van State-wet bij aangetekend schrijven dd. 16 februari 2019, ontvangen op 19 februari 2019 […].” X-17.557-1/6 II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Marijke Sterck heeft een verslag opgesteld. Verzoeker heeft een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 21 oktober
  3. Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Alexander De Becker, die verschijnt voor verzoeker, en advocaat Dirk Van Heuven, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Marijke Sterck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Juridisch kader en feiten 3.
  5. Bij besluit van 16 mei 2014 wijzigt de Vlaamse regering haar besluit van 5 maart 2004 ‘tot vaststelling van het statuut van de provinciegouverneurs en de adjunct van de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant’. Deel III wordt vervangen door: X-17.557-2/6 “Deel III. De benoeming Art.
  6. De Vlaamse Regering verklaart de betrekking van gouverneur vacant. De oproep wordt tenminste in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd. De oproep regelt de wijze van kandidaatstelling en bevat een beknopte weergave van de functiebeschrijving en van het salaris. De termijn tussen de publicatie van de vacature en de uiterste datum van kandidaatstelling bedraagt ten minste twintig werkdagen. Art. 8/
  7. Voor de toegang tot een ambt van gouverneur gelden de volgende algemene toelatingsvoorwaarden: 1° Belg zijn; 2° een gedrag hebben dat in overeenstemming is met de eisen van het ambt van gouverneur; 3° de burgerlijke en politieke rechten genieten; 4° aan de dienstplichtwetten voldoen; 5° tien jaar relevante ervaring kunnen aantonen. Art. 8/
  8. In de selectieprocedure wordt onderzocht in welke mate de kandidaten voldoen aan het vereiste competentieprofiel voor de functie. De Vlaamse Regering stelt de functiebeschrijving vast. Art. 8/
  9. §
  10. De kandidaten worden door een onafhankelijk selectiebureau geselecteerd op basis van de criteria, vermeld in artikel 8/1 en 8/
  11. §
  12. Het onafhankelijk selectiebureau stelt aan de minister van Binnenlandse Aangelegenheden een lijst met geschikte kandidaten voor. Art. 8/
  13. De Vlaamse Regering kiest de meest geschikte kandidaat uit de lijst, vermeld in artikel 8/3, §
  14. Art. 8/5.Wanneer de geselecteerde kandidaat voor een hoorzitting in de daartoe bevoegde Commissie van het Vlaams Parlement wordt uitgenodigd, dient hij daaraan gevolg te geven met het oog op zijn benoeming.” 3.
  15. Op 23 maart 2018 verklaart de Vlaamse regering de betrekking van gouverneur in de provincie Oost-Vlaanderen vacant en keurt zij de functiebeschrijving en een selectiereglement goed. Er zijn 137 kandidaten. De CV(curriculum vitae)-screening, de verkennende gesprekken met, en een externe potentieelinschatting door, een extern selectiebureau, resulteren finaal in een lijst van vijftien geschikte kandidaten, onder wie verzoeker. De geschikt bevonden kandidaten worden op 24 oktober 2018 geïnterviewd door vier Vlaamse ministers. Op 26 oktober 2018 stelt de Vlaamse regering het agendapunt met betrekking tot een voorstel tot benoeming van de gouverneur in de provincie X-17.557-3/6 Oost-Vlaanderen uit. In afwachting van de benoeming van de provinciegouverneur wordt een waarnemend gouverneur aangewezen. 3.
  16. Met een brief van 26 januari 2019 vraagt verzoeker de Vlaamse regering om over te gaan tot een beslissing van voordracht van gouverneur in Oost-Vlaanderen. Bij gebrek aan het gewenste gevolg richt verzoeker aan de Vlaamse regering op 16 februari 2019, onder verwijzing naar artikel 14, § 3, van de Raad van State-wet, een aanmaning om te beslissen. In de brief van 16 februari 2019 schrijft hij onder meer: “U voldoende bekend, werd ik voorgedragen. Uit de pers kon iedereen vernemen dat dit was omwille van het feit dat ik volgens de functioneel bevoegde minister de best gerangschikte kandidaat ben”. Met een 16 augustus 2019 gedateerd verzoekschrift stelt verzoeker tegen de fictieve weigeringsbeslissingen tot benoeming van de gouverneur in Oost-Vlaanderen en tot benoeming van hemzelf tot gouverneur in Oost-Vlaanderen het voorliggende annulatieberoep bij de Raad van State in. 3.
  17. Op 6 december 2019 beslist de Vlaamse regering om de procedure voor de invulling van de betrekking van gouverneur in de provincie Oost-Vlaanderen stop te zetten om volgende redenen, waaromtrent wordt meegedeeld dat ze naar het oordeel van de Vlaamse regering elk dragend zijn om de stopzetting te motiveren: “
  18. De wetgeving voorziet dat het selectiebureau louter een lijst met geschikte kandidaten overmaakt (art. 8/3 BVR). Het blijft echter het prerogatief van de Regering om uit die lijst de meest geschikte kandidaat te kiezen (art. 8/4 BVR). Er werd echter geen eensgezindheid bereikt binnen de Vlaamse Regering over de meest geschikte kandidaat.
  19. De Vlaamse Regering wil, gelet op het Regeerakkoord, binnen de functie van gouverneur meer gewicht geven aan een actieve verbindings- en verzoeningsrol tussen de gemeenten en de Vlaamse overheid.
  20. Het is belangrijk dat de benoeming van de gouverneur berust op een bijzondere vertrouwensband met de Vlaamse regering.
  21. De Vlaamse Regering zal het Besluit van de Vlaamse regering van 5 maart 2004 tot vaststelling van het statuut van de provinciegouverneurs en de adjunct van de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant, wijzigen.
  22. Het is te verkiezen dat de benoemingen die elkaar in een kort tijdsbestek opvolgen, allen rekening houden met hogergenoemde doelstellingen.” X-17.557-4/6 Die beslissing is het voorwerp van het beroep in de zaak met nr. A. 230.122/X-17.
  23. IV. Ontvankelijkheid Exceptie
  24. In de memorie van antwoord werpt de verwerende partij tegen dat het beroep zonder voorwerp is geworden doordat de bestreden beslissingen werden vervangen door de formele beslissing van de Vlaamse regering van 6 december 2019 tot stopzetting van de lopende benoemingsprocedure.
  25. Ook in het auditoraatsverslag wordt aangenomen dat het beroep, door toedoen van de verwerende partij, zonder voorwerp is gevallen.
  26. In de laatste memorie verklaart verzoeker zich aan te sluiten bij de zienswijze van de auditeur. Beoordeling
  27. Er is reden om de exceptie bij te vallen en het beroep onontvankelijk te verklaren bij gebrek aan voorwerp, en om de kosten ten laste van de verwerende partij te leggen. BESLISSING
  28. De Raad van State verwerpt het beroep.
  29. De verwerende partij wordt veroordeeld tot de kosten, begroot op 200 euro, op een bijdrage van 20 euro, en op een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan verzoeker. X-17.557-5/6 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van veertien februari tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Johan Lust X-17.557-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.255.801 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.