id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 16 februari 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.255.831 Rolnummer: A. 232350/VII-40966 Zaak: Arrest 255831 - Dierenwelzijn - 16/02/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-02-27 Raadplegingen: 85 - laatst gezien 2026-06-10 08:27 Fiche Arrest nr 255.831 van 16 februari 2023 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Verwerping Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 255.831 van 16 februari 2023 in de zaak A. 232.350/VII-40.966 In zake : XXXX woonplaats kiezend te XXXX XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Wannes Van der Maelen kantoor houdend 9500 Geraardsbergen Guilleminlaan 35a, bus 1 tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Isabelle Cooreman kantoor houdend te 1082 Brussel Keizer Karellaan 586, bus 9 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 30 november 2020, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing tot beslagname van 13 oktober 2020 door de inspecteur-dierenarts bij de Inspectie Dierenwelzijn van het departement Omgeving van het Vlaamse Gewest (hierna: inspecteur-dierenarts) van 13 katten, 2 honden (ID 985170002987791 en 981100004073490), 7 konijnen, 1 cavia, 2 barberies en 3 kuifeenden, 9 stuks kippen en hanen en 1 duif die “in afwachting van de beslissing van de dienst overgebracht [worden] naar een erkende opvangcentrum”. VII-40.966-1/4 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoekster heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Anja Somers heeft op 13 september 2022 een verslag opgesteld. Verzoekster heeft een verzoek tot voortzetting van het geding ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 26 januari
- Staatsraad Pierre Lefranc heeft verslag uitgebracht. Advocaat Wannes Van der Maelen, die verschijnt voor verzoekster en advocaat Joeri Leten, die loco advocaat Isabelle Cooreman verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Alexander Van Steenberge heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Op 21 september 2020 vindt een controle plaats door de lokale politie. De vaststellingen worden weergegeven in het proces-verbaal nr. HV.63.LB.003221/
- VII-40.966-2/4
- Op 13 oktober 2020 vindt een controle plaats door de inspecteur-dierenarts. De vaststellingen en overtredingen worden weergegeven in het proces-verbaal nr. G-20-4235/GrS/30-10-
- De dieren worden in beslag genomen.
- Op 22 oktober 2020 wordt verzoekster gehoord.
- Op 7 december 2020 neemt de secretaris-generaal van het departement Omgeving van het Vlaamse Gewest de beslissing tot bestemming van de in beslag genomen dieren. Deze beslissing wordt door verzoekster aangevochten bij de Raad van State (zaak A. 232.668/VII-40.997). IV. Ontvankelijkheid van het beroep Exceptie
- De verwerende partij werpt op dat het beroep geen voorwerp meer heeft en bijgevolg niet ontvankelijk is omdat “de dieren in kwestie inmiddels in volle eigendom [werden] overgedragen”.
- Verzoekster “gedraagt zich naar de wijsheid”. Beoordeling
- Artikel 42, § 3, van de wet van 14 augustus 1986 „betreffende de bescherming en het welzijn der dieren‟ luidt: “Het in paragraaf 1 bedoelde beslag wordt van rechtswege opgeheven door de in paragraaf 2 bedoelde beslissing of, bij het uitblijven van dergelijke beslissing, na een termijn van twee maanden te rekenen vanaf de datum van inbeslagname”. Uit deze bepaling volgt dat het beslag van rechtswege werd opgeheven door de in artikel 42, § 2, van die wet bedoelde beslissing, die door verzoekster ook wordt aangevochten. In die omstandigheid, waarin de bestreden VII-40.966-3/4 beslissing geen gevolgen meer heeft, zijn de grieven van verzoekster gericht tegen die beslissing onontvankelijk.
- Het beroep is onontvankelijk. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- Verzoekster wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 154 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.
- Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van verzoekster niet bekendgemaakt. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zestien februari tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Carlo Adams, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Peter Sourbron, staatsraad, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Carlo Adams VII-40.966-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.255.831 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div