id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 16 februari 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.255.832 Rolnummer: A. 232668/VII-40997 Zaak: Arrest 255832 - Dierenwelzijn - 16/02/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-02-27 Raadplegingen: 85 - laatst gezien 2026-06-10 08:27 Fiche Arrest nr 255.832 van 16 februari 2023 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Verwerping Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 255.832 van 16 februari 2023 in de zaak A. 232.668/VII-40.997 In zake : XXXX woonplaats kiezend te XXXX XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Wannes Van der Maelen kantoor houdend te 9500 Geraardsbergen Guilleminlaan 35a, bus 1 tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Isabelle Cooreman kantoor houdend te 1082 Brussel Keizer Karellaan 586, bus 9 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 8 januari 2021, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing tot bestemming van 7 december 2020 door de secretaris-generaal van het departement Omgeving van het Vlaamse Gewest (hierna: secretaris-generaal) van 13 katten, 2 honden (ID 985170002987791 en 981100004073490), 7 konijnen, 1 cavia, 2 barberies en 3 kuifeenden, 9 stuks kippen en hanen en 1 duif. II. Verloop van de rechtspleging
- Verzoekster heeft een toelichtende memorie ingediend. Eerste auditeur Anja Somers heeft op 13 september 2022 een verslag opgesteld. VII-40.997-1/10 Verzoekster heeft een verzoek tot voortzetting van het geding ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 26 januari
- Staatsraad Pierre Lefranc heeft verslag uitgebracht. Advocaat Wannes Van der Maelen, die verschijnt voor verzoekster en advocaat Joeri Leten, die loco advocaat Isabelle Cooreman verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Alexander Van Steenberge heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Regelmatigheid van de rechtspleging
- Luidens artikel 6, § 2, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State‟ (hierna: algemeen procedurereglement) beschikt de verwerende partij, indien het administratief dossier in haar bezit is, over een termijn van zestig dagen om aan de griffie een memorie van antwoord en het volledige dossier toe te zenden. Wanneer die memorie niet binnen die termijn werd ingediend, dan wordt ze op grond van artikel 21, zesde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State ambtshalve uit het debat geweerd. De memorie van antwoord en het administratief dossier dienen dus ten laatste de zestigste dag hetzij overeenkomstig artikel 84, § 1, eerste lid, van het algemeen procedurereglement ter post aangetekend aan de Raad van State te VII-40.997-2/10 worden toegezonden, hetzij, overeenkomstig artikel 85bis van hetzelfde procedurereglement, via elektronische weg, op de website te worden neergelegd.
- De laatste dag waarop de verwerende partij haar memorie van antwoord en het administratief dossier aan de Raad van State kon bezorgen was 25 mei
- De memorie van antwoord en het administratief dossier werden op 11 augustus 2021 en dus laattijdig aan de Raad van State toegezonden. Ambtshalve wordt de memorie van antwoord uit het debat geweerd en worden de door de verzoekster aangehaalde feiten als bewezen geacht, tenzij deze feiten kennelijk onjuist zijn. IV. Feiten
- Op 21 september 2020 vindt een controle plaats door de lokale politie. De vaststellingen worden weergegeven in het proces-verbaal nr. HV.63.LB.003221/
- Op 13 oktober 2020 vindt een controle plaats door de inspecteur-dierenarts bij de Inspectie Dierenwelzijn van het departement Omgeving van het Vlaamse Gewest (hierna: inspecteur-dierenarts). De vaststellingen en overtredingen worden weergegeven in het proces-verbaal nr. G-20-4235/GrS/30-10-
- De dieren worden in beslag genomen.
- Op 22 oktober 2020 wordt verzoekster gehoord.
- Op 7 december 2020 neemt de secretaris-generaal de bestreden beslissing tot bestemming van de in beslag genomen dieren: “HISTORIEK INBESLAGNAME DIER(EN) PV G-20-4235/Gr5/30-10-2020 betreffende de historiek, vaststellingen, overtredingen en maatregelen. Uit het PV en de beslissing tot inbeslagname blijkt dat op 13/10/2020 de volgende dieren administratief in beslag werden genomen wegens overtreding op het dierenwelzijn. - 13 katten VII-40.997-3/10 - 2 honden (ID 985170002987791 en 981100004073490) - 7 konijnen - 1 cavia - 2 barberies en 3 kuifeenden - 9 stuks kippen en hanen - 1 duif De dieren werden in beslag genomen wegens de zeer onhygiënische en ongeschikte huisvesting. De dieren hadden geen drink[b]aar water, kregen niet de juiste (diergeneeskundige) verzorging. In het verleden werden bij [verzoekster] op 21/10/2016 36 katten/kittens in beslag genomen wegens een zeer onhygiënische en ongeschikte huisvesting, op 4/12/2017 25 katten, 3 ratten en 2 valkparkieten wegens vuile en ongeschikte huisvesting, honger en dorst bij de katten. [Verzoekster] wordt verhoord op 22/10/2020 (geacteerd in PV overtredingen). STUKKENBUNDEL Op 5/11/2020 ontvangt de inspectiedienst dierenwelzijn via de advocaat van [verzoekster] 5 mails met stukkenbundels. Deze bundels bevatten: - Getuigenissen van derden, familie, van een thuisverpleegkundige en begeleider van het centrum geestelijke gezondheidszorg - Attesten van dierenartsen. Het merendeel van de attesten dateert van vóór 2020 (meerdere attesten van vóór de inbeslagname van 2017), en heeft geen toepassing op de dieren die op moment van inbeslagname aanwezig waren. Begin oktober 2020 werd een laatste dierenartshuisbezoek uitgevoerd. - Scans van afgedrukte zwart-wit foto‟s dienen als bewijs voor het opkuisen van de caravan / kattenverblijf. Op foto‟s van stuk nr 17, 18 en 19 zijn minstens 4 katten aanwezig in de kattenruimte. Dit impliceert dat er ofwel nieuwe katten aanwezig zijn, ofwel dat er oude foto‟s gebruikt zijn. - Volgens foto‟s van stuk 12, 13, 15 en 25 wordt de beschutting tegen neerslag en verhinderen van moddervorming gevormd door zeilen op het dak van de ren van de katten en het pluimvee. Deze zeilen worden vastgelegd door stenen, balken en dakplaten. - In stuk 27 worden de paspoorten van 11 gechipte katten en 2 gechipte honden getoond. Bij 3 dieren worden de vaccinaties getoond: bij een vaccinatie van een kat op 10/2/2020 werd oormijt vastgesteld, bij de hond Rayha werd het jaarlijkse herhalingsvaccin in 2020 niet gegeven. Bij een derde dier, een kat, is het vaccin nog werkzaam. Navraag door inspectie dierenwelzijn bij de laatste behandelende dierenarts geeft aan dat deze begin oktober alleen een beperkt aantal dieren te zien kreeg bij het huisbezoek, namelijk de konijnen en de duif om de vaccinaties te vervolledigen. De honden in de chalet en de groep katten in de ren werden niet getoond aan de dierenarts. Deze dierenarts wordt gemiddeld zo‟n 2x/jaar gevraagd voor behandeling van een deel van de dieren. Een andere dierenarts van wie oude attesten in de stukkenbundel zitten, bevestigt sinds 3 jaar geen diercontact meer gehad te hebben. Een derde vermelde dierenarts zegt sinds de verhuis van [verzoekster] naar Bever geen diercontact meer gehad te hebben (eventueel op uitzondering van enkele kattensterilisaties), er worden nog schulden aan die dierenarts afbetaald. VII-40.997-4/10 Uit buurtinformatie te […] verneemt inspectie dierenwelzijn dat betrokkenen niet inzien dat de vele dieren die betrokkenen hielden overlast veroorzaakten bij omwonenden: geuroverlast, aantrekken van ongedierte. Als [verzoekster] hierover in het verleden door buurtbewoners werd aangesproken, weigerde zij rekening te houden met hun bezwaren en opmerkingen. Het ganse terrein van […], Bever, is met zeilen van het zicht onttrokken, de ingang bestaat nu uit een dubbel hek / poort. Betrokkenen doen er alles aan om zich van sociale controle te onttrekken. BESTEMMING Bovengenoemde dieren worden, in toepassing van artikel 42 §2 van de Dierenwelzijnswet, op bevel van de dienst dierenwelzijn, definitief in volle eigendom gegeven aan het asiel, dat daarmee instemt. MOTIVATIE VAN DE BESLISSING Gelet op de ernst van de inbreuken, die geleid hebben tot gedeeltelijke inbeslagname van de aanwezige dieren: - Uitermate vuile huisvesting van katten en pluimvee. - Ongeschikte huisvesting van 2 honden, katten, pluimvee, duif, konijnen en cavia. - Dieren zonder drinkbaar water, een primaire levensbehoefte - Verschillende katten, kippen en een konijn zijn veel te mager. Gelet op het verslag van de opvangcentrum, waaruit het langdurig gebrek aan algemene verzorging van de dieren blijkt: - Het zeer vuile verenkleed bij het pluimvee, de vuile vacht bij de katten en honden - Meerdere katten met oormijt en ademhalingsaandoeningen Gelet op het ernstig gebrek aan verzorging bij individuele dieren: - Het zeer magere konijn, dat snel overlijdt - De kip waarbij moddervorming het normale gebruik van de tenen hindert - Twee katten met ernstige tandvleesontsteking - De ernstige klitten bij de cavia en enkele katten Gelet op de recidiverende vaststellingen van dieren die zeer slecht gehuisvest en verzorgd worden. Hetgeen aangeeft dat [verzoekster] na de inbeslagname in 2016 en 2017 niet tot inzicht gekomen is betreffende het behoorlijke houden en verzorgen van dieren volgens hun welzijnsbehoeften. Gelet op het feit dat de medeverzorging door [D.B.] geen verandering heeft gebracht. Gelet op de hardnekkige overtuiging van [verzoekster] dat zij redder is van de dieren, dat alleen zij de dieren een beter leven kan geven. Gelet op het feit dat zij geen signalen van haar omgeving (zoals de mensen die haar begeleiden, dierenarts,...) aanneemt als zij niet goed bezig is in het houden en verzorging van haar dieren. Gelet op het feit dat [verzoekster] geen realistisch inzicht heeft in haar capaciteiten om te zorgen voor een groter aantal dieren, conform hun welzijnsbehoeften. Gelet op haar gebrek aan schuldinzicht en aan bekwaamheid. Gelet op het feit dat [verzoekster] zich niet bewust is van de impact van het houden van een groot aantal dieren op het individuele welzijn van deze dieren. VII-40.997-5/10 Gelet op het feit dat de meeste dieren oorspronkelijk eigendom waren van [verzoekster]. Gelet op de weerspannige en bedreigende houding van [D.B.] tegenover controlerende diensten. Gelet op de bemoeilijkte toegankelijkheid van hun woning. Waardoor opvolgcontroles niet naar behoren kunnen uitgevoerd worden. Gelet op het feit dat betrokkenen binnen enkele maanden een baby verwachten waardoor zij in de eerste plaats voor hun kind dienen te zorgen en zij minder tijd voor hun dieren zullen hebben. Gelet op het feit dat betrokkenen 7 honden konden houden. Gelet op de aanwijzing dat zij mogelijk opnieuw katten hebben. Dat deze dieren de best mogelijk verzorging moeten krijgen en dat betrokkenen hun tijd en aandacht op deze dieren moeten concentreren. Gezien uit de stukkenbundel blijkt dat de oplossingen die betrokkenen aangeven ter verbetering van de huisvesting in de rennen halfslachtig en niet degelijk zijn, bv. de dakbedekking met zeilen en stenen. Gezien het ontbreken van concrete acties en voorstellen is er geen zekerheid dat het dierenwelzijn in de toekomst kan verzekerd worden voor een groot aantal dieren. Gelet op het feit dat de diergeneeskundige opvolging van de aanwezige dieren, zowel als individu als als diergroep, ondermaats was. Gelet op het feit dat uit bovenstaande kan besloten worden dat er geen garanties zijn dat bij teruggave het welzijn van de dieren zal gevrijwaard zijn, noch dat zij in de toekomst over de gepaste huisvesting, hygiëne zullen beschikken en de nodige verzorging en aandacht zal krijgen; Gelet op het feit dat de dieren geen reële verkoopwaarde, minstens geen waarde hebben die in verhouding staan tot de kosten van transport, opvang, huisvesting en verzorging overeenkomstig hun ethologische en fysiologische behoeften”. V. Ontvankelijkheid van het beroep
- Opdat een door haar aangevoerd middel ontvankelijk zou zijn, dient een verzoekende partij niet alleen duidelijk te maken welke rechtsregel zij geschonden acht, maar ook op welke wijze, naar haar oordeel, die rechtsregel door de bestreden beslissing wordt miskend. Het ontbreken van een middel in het verzoekschrift heeft de onontvankelijkheid van het beroep tot gevolg.
- Verzoekster voert onder de titel “in rechte” aan: “Middel 1: Nopens het eigendomsstatuut van de beesten. -Appellante is eigendom van alle dieren die in beslag genomen zijn door de inspectiediensten. 2 katten hiervan werden praktisch verzorgd en opgevolgd door haar partner [D.B.]. VII-40.997-6/10 Appellante heeft aldus voldoende belang om alle beslagen dieren pogen vrij te maken in haar voordeel. Middel 2: Appellante is ter goeder trouw- a) non profit b) stormschade en C) professionele hulp. -Appellante verduidelijkt dat zij ter goeder trouw is. a) Zij werpt zich op als „beschermer van ongewilde, achtergelaten, zieke en in nood verkerende dieren‟. Zij krijgt het niet over haar hart om voormelde type dieren naar opvangcentrum, asielcentra te brengen, wetende dat deze dieren na verloop van tijd aldaar geliquideerd worden. Appellante zorgt volledig privaat voor opvang van deze dieren op eigen kosten en zet zich belangeloos in zonder enige vorm van winstoogmerk. (zie stuk 1 en 9, 21, 22) -b) Nalv voormelde in beslagname anno 2016 is [verzoekster] verhuisd naar haar actueel adres te 1570 Bever. Het pand en omliggende tuin is veel geschikter voor het houden van dieren, doch gelijktijdige inrichting van het pand en aanhorigheden voor dierenopvang vergen tijd en (schaarse) middelen. Appellante verduidelijkt dat zij anno september 2020 daarbovenop geconfronteerd werd met ernstige stormschade aan de verblijven van de dieren. Verschillende daken en schermen zijn losgerukt en weggewaaid, reden waarom de dieren tijdelijk op kleinere oppervlakte dienden te verblijven in afwachting van herstel. De combinatie van hoge densiteit en kleine, tijdelijk oppervlakte, in combinatie met inslag van regen op modderige omgeving/oppervlak, zorgen voor ophopingen van vuil, modder en uitwerpselen... De visite van de inspectiediensten anno 13/10/2020 kwam net op moment van deze noodsituatie... en geeft aldus een vertekend beeld. -C) Appellante tracht in de mate van het mogelijke professionele hulp in te roepen door controle van dierenartsen. Zij heeft enkele dierenartsen die, deels tegen betaling, deels (noodgedwongen) door vrije wil, de medische situatie opvolgen van de kwestieuze dieren. Er is dus naast de persoonlijke zorgen, tevens derde-controle en zorg door dierenartsen. (zie stukken 2 tot 8) Middel 3: Feitelijke situatie is achterhaald door opkuis- en aanpassingswerken. -Appellante verduidelijkt dat zij sinds oktober 2020 bezig is om de probleemsituatie na de stormschade aan te pakken door opkuis- en aanpassingswerken uit te voeren aan de dierenverblijven. Zo werden: -nieuw krappaal aangekocht -bijkomende caravan als dierenverblijf geplaatst -extra kippenren aangekocht en geplaatst -oude caravan volledige opgekuist langs binnenzijde -bijkomende afdekzeilen geplaatst op de buitenverblijven van de dieren -extra roofing voorzien op de afdaken -verwijderen van uitwerpselen + bijkomende kiezelsteentjes -vervangen van weggeblazen golfplaten + bijkomende exemplaren plaatsen op afdaken VII-40.997-7/10 -verwijderen van oude, besmeurde krabpalen mmv Ophaaldiensten en OCMW Bever -afdekzeilen geplaatst aan de buitenste omheining van het erf voor rust van de dieren en welzijn van naburen Appellante verduidelijkt dat de probleemsituatie, zoals vastgesteld anno 2020, thans niet meer voorhanden is, reden waarom betrokken bestemmingsmaatregel niet langer vereist en noodzakelijk is voor het welzijn van de dieren. Middel 4: Weldegelijk probleeminzicht, geen onwilligheid. -Appellante verduidelijkt dat de bestemmingsbeslissing stelt dat er geen probleeminzicht is én geen medewerking wordt verleend. Voormelde klopt niet. -Appellante is verhuisd naar nieuwe locatie net omdat actuele plaatsgesteldheid vele ruimer en opener is dan haar vorige verblijven. -Appellante is voortdurende aan het bijkomende investeren in infrastructuur voor haar dieren, zodoende het welzijn van de dieren verbeterd kan worden. Appellante doet weldegelijk beroeps op dierenartsen om het welzijn van de dieren op te volgen. -Appellante geeft gevolg aan alle richtlijnen van de inspecteurs inzake huisvesting van de dieren. Zo werden afdekschermen geplaatst én zeilen voorzien aan de buitengrenzen v/h perceel. Thans moeten lezen van diezelfde inspecteurs dat appellante zich tracht te onttrekken aan sociale controle is niet ernstig te noemen... Concluante heeft dit gedaan om de rust van de dieren en naburen proberen te bevorderen... -Voormelde kan moeilijk allen gekwalificeerd worden als onwilligheid of geen probleeminzicht. Appellante probeert met haar beperkte budgetaire middelen het maximum te realiseren voor haar dieren die reeds voorheen in een probleem- of noodsituatie verkeerden.(sic!) Middel 5: Bereidheid tot kostenafhandeling. Appellante verwijst naar artikel 42 §5 Wet Dierenwelzijn. Zij is bereid de kostenafrekening te dragen. Middel 6: Uitvoerige stukkenbundel. Appellante voegt uitvoerige stukkenbundel bij die geschetste feitenrelaas, voormelde medische opvolging der dieren, herstel en opkuiswerken staven met beelden en stukken”.
- Verzoekster laat in het eerste, tweede, derde, vierde, vijfde en zesde middel na om de schending door de bestreden beslissing van enige rechtsregel in te roepen. In zoverre verzoekster in de toelichtende memorie verduidelijkt dat de rechtsgrond voor het eerste middel artikel 544 van het (oude) Burgerlijk Wetboek is, is het laattijdig. Dezelfde conclusie geldt in zoverre verzoekster in de toelichtende memorie bij de uiteenzetting van het tweede middel aanvoert dat de bestreden beslissing niet afdoende gemotiveerd is en betwist dat er VII-40.997-8/10 een overtreding van artikel 4 van de wet van 14 augustus 1986 „betreffende de bescherming en het welzijn der dieren‟ plaatsvond. De Raad van State moet bijgevolg vaststellen dat verzoekster haar kritiek op de bestreden beslissing niet in verband met de schending van enige rechtsregel brengt, zoals vereist in de procedure voor de Raad van State.
- Geconcludeerd moet worden dat verzoekster in haar verzoekschrift geen middel ontwikkelt zoals bedoeld onder randnummer
- Het beroep is niet ontvankelijk. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- Verzoekster wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 154 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.
- Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van verzoekster niet bekendgemaakt. VII-40.997-9/10 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zestien februari tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Carlo Adams, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Peter Sourbron, staatsraad, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Carlo Adams VII-40.997-10/10 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.255.832 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div