id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 februari 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.255.851 Rolnummer: A. 231817/X-17803 Zaak: Arrest 255851 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 17/02/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-02-28 Raadplegingen: 103 - laatst gezien 2026-06-10 08:28 Fiche Arrest nr 255.851 van 17 februari 2023 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 255.851 van 17 februari 2023 in de zaak A. 231.817/X-17.803 In zake :
- Sofie HOFMANS
- Maria HOFMANS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Johan Bally kantoor houdend te 2600 Antwerpen - Berchem Borsbeeksebrug 36 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de GEMEENTE RANST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Gitte Laenen kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 18 september 2020, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Ranst van 23 juli 2020 waarbij aan eerste verzoekster en aan de “familie Lauwereys-Hofmans” een last tot herstel wordt opgelegd met betrekking tot “de wegenis ‘Schuurblok’” te Ranst. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een verslag opgesteld. X-17.803-1/16 De verwerende partij en de verzoekende partijen hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 14 oktober
- Staatsraad Jan Clement heeft verslag uitgebracht. Advocaat Johan Bally, die verschijnt voor de verzoekende partijen, en advocaat Matthias Boydens, die loco advocaat Gitte Laenen verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Eerste verzoekster woont aan de Venusstraat 25 in Oelegem, dit is een deelgemeente van de gemeente Ranst. Tweede verzoekster woont samen met haar gezin – dat in het bestreden besluit wordt aangeduid als de “familie Lauwereys-Hofmans” – aan de Venusstraat
- De website geopunt.be toont op de woonpercelen van verzoeksters een ongeveer 6 meter brede grondstrook, die aangeduid wordt met de naam “Schuurblok” (hierna: de betrokken grondstrook). Verzoeksters gebruiken de betrokken grondstrook om hun garages en stallingen achteraan op hun woonpercelen te bereiken. Ten zuiden van verzoeksters’ woonpercelen is in 2015 een X-17.803-2/16 verkaveling gerealiseerd waarbij, aansluitend op de betrokken grondstrook, een trage weg is aangelegd, die blijkens de weergave op de voornoemde website ongeveer 2,5 meter breed is (hierna: de trage weg van de verkaveling). In het zuiden mondt de trage weg van de verkaveling uit op het kruispunt van de ongeveer 11 meter brede straten Schuurblok en Notenstraat. 3.
- De Atlas der Buurtwegen uit 1841 toont ten zuiden van buurtweg nr. 11 – dit is de Venusstraat – de voetweg nr. 53, met een wettelijke breedte van 1 meter, waarvan het meest noordelijke gedeelte over verzoeksters’ woonpercelen loopt. Het koninklijk besluit van 19 april 1859 schaft de laatgenoemde voetweg af (hierna: de afgeschafte voetweg nr. 53). Ter verduidelijking volgt hierna een schematische weergave van de toestand ter plaatse.
- In 1999 dient eerste verzoekster een aanvraag in voor een stedenbouwkundige vergunning met betrekking tot haar woonperceel (hierna: X-17.803-3/16 eerste verzoeksters aanvraag uit 1999). In deze aanvraag vermeldt zij dat aan de westelijke rand van haar perceel de aardeweg “BW nr. 31” loopt. 5.
- In 2014 en 2015 vraagt tweede verzoekster een wijziging van de verkavelingsvergunning met betrekking tot haar woonperceel (hierna: tweede verzoeksters aanvraag uit 2014-15). Bij deze – in graad van beroep geweigerde – aanvraag wordt een inplantingsplan gevoegd waarop een ongeveer 3 meter brede “Weg Nr. 53” is ingetekend binnen de betrokken grondstrook. 5.
- Op 8 oktober 2015 neemt het college van burgemeester en schepenen van de verwerende partij volgend standpunt in over de bezwaarschriften die zijn ingediend naar aanleiding van tweede verzoeksters aanvraag uit 2014-15 (hierna: het standpunt van het college van 8 oktober 2015): “Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij het bezwaar dat de buurtweg nr. 53 sinds het KB van 19 april 1859 afgeschaft is zodat er geen voetweg verlegd of dient afgeschaft te worden. Hierdoor dient er geen procedure te worden opgestart voor de afschaffing, verlegging of aanpassing van de buurtweg. - Een ontworpen rooilijn van circa 45 jaar geleden heeft geen juridische kracht en kan niet afgedwongen worden aangezien ze nooit is goedgekeurd geweest. De ontworpen rooilijn van 12m breed heeft ook zijn bestaansreden verloren aangezien ze oorspronkelijk voorzien was voor de ontsluiting van de Venusstraat met de Zandhovensesteenweg. Deze ontsluiting is nu gerealiseerd door de recente achterliggende verkaveling - Aangezien de ontworpen rooilijn nooit is goedgekeurd, dient ze ook niet gewijzigd te worden en kan de verkaveling uitgaan van een bestaande juridische context. De bestaande juridische context is dat er geen officiële voetweg en verbinding is tussen de Zandhovensesteenweg en de Venusstraat. Door de recente ontwikkeling met de achterliggende verkaveling Schuurblok is de noodzaak tot ontsluiting weggevallen zoals die in 1970 werd aangevoeld. Enkel een verbinding in het kader van een trage weg tussen de Venusstraat en de verkaveling Schuurblok is aanbevolen. Het ontwerp van verkavelingsaanvraag voorziet hier een breedte van 4m waarvan de helft gelegen is op de eigendom van de verkavelingsaanvrager naar analogie met de verkavelingsaanvraag van 1970 aangezien de as van de weg van de ontworpen rooilijn gelegen was op de perceelsgrens. Door dit ontwerp van verkavelingsaanvraag wordt de aangehaalde maar betwiste doorgang bevestigd aangezien er voorgesteld wordt om de helft over te dragen naar de gemeente Ranst in het kader van gratis grondafstand, namelijk het deel van de doorgang dat eigendom is van de verkavelingsaanvrager. Een doorgang van 4m waarvan de helft op de eigendom van de verkavelingsaanvraag is voldoende om de trage doorgang te verzekeren voor het ongemotoriseerd verkeer tussen de verkaveling X-17.803-4/16 Schuurblok en de Venusstraat. […] - Ook al is er juridisch geen voetweg, de verkavelingswijziging is niet alleen ten voordele van de huidige verkavelaar maar ook ten voordele van de buur of aanpalende eigenaar.” 5.
- In twee mailberichten aan eerste verzoekster licht de stedenbouwkundig ambtenaar van de verwerende partij de gevolgen toe van het standpunt van het college van 8 oktober
- In zijn mailbericht van 1 december 2015 stelt de stedenbouwkundig ambtenaar van de verwerende partij het volgende: “Het is inderdaad een ingewikkelde situatie. […] zoals u aangeeft is er officieel nog geen wegenis over uw perceel gevestigd. U mag dit dus afsluiten op de perceelsgrens. […] De gemeente is bevoegd om (nieuwe) rooilijnen vast te leggen, al dan niet voor trage wegen […]. Op het moment dat u een vergunning aanvraagt, zou het dus kunnen dat dit op uw perceel ook vastgelegd wordt, maar dat is momenteel nog niet aan de orde. Uw eigendom is momenteel dus niet belast met een wegenis.” In een mailbericht van 15 december 2015 herhaalt de stedenbouwkundig ambtenaar van de verwerende partij: “Zolang u geen grond hebt afgestaan aan de gemeente, is er geen wegenis op uw terrein gevestigd. U kan uw perceel dus afsluiten zoals u wenst, zoals ik eerder ook al had gemeld”. 6.
- In haar beroepsschrift van 16 december 2015 tegen tweede verzoeksters aanvraag uit 2014-15 stelt eerste verzoekster het volgende: “In het verleden hebben we de weg open gelaten omdat er toen volgens de gemeente wel een buurtweg was. Nu we blijkbaar fout geïnformeerd waren en dit ook bekend is gemaakt in [het standpunt van het college van 8 oktober 2015], wil ik mijn privaat eigendom afsluiten. Als er geen buurtweg is gevestigd, moet ik mijn eigendom ook niet open stellen en willen we de volledige private oppervlakte opnieuw benutten”. 6.
- Bij haar beroepsschrift voegt eerste verzoekster een bij haar aankoopakte horend grafisch plan waarop een ongeveer 4 meter brede “bestaande X-17.803-5/16 weg nr. 31 aardeweg” is ingetekend binnen de betrokken grondstrook.
- Nadat verzoeksters de betrokken grondstrook afsluiten, deelt het college van burgemeester en schepenen van de verwerende partij op 30 juli 2019 het volgende mee: “Het college van burgemeester en schepenen [is van oordeel] dat hier een erfdienstbaarheid van openbaar nut gevestigd is door het langdurig zichtbaar en voortdurend gebruik van de doorgang. De realisatie van de publiekrechtelijke erfdienstbaarheid wordt voor het college van burgemeester en schepenen ook feitelijk bevestigd door enerzijds de ontworpen én gerealiseerde rooilijn met afschuining in de Venusstraat van circa 45 jaar geleden en in de verkavelingsvergunning van 2011 die een doorgang vestigt van de Rietstraat naar de Venusstraat tussen beide percelen. Deze verjaring van het feitelijk gebruik dat de publiekrechtelijke erfdienstbaarheid vestigt, vereist naar onze mening geen administratieve beslissing. Desondanks blijft het college van burgemeester en schepenen streven naar een minnelijke oplossing zoals een aantal jaren gesuggereerd en voorgesteld werd waarbij enerzijds een doorgang voor de zwakke weggebruiker via eigendomstitel aan de gemeente gevestigd wordt en anderzijds een oplossing wordt geboden aan de overlast van hondenpoep en sluikstort op uw privé-eigendom. Bij blijvend gebrek aan overeenstemming zal het college van burgemeester en schepenen genoodzaakt zijn om de vestiging van de publiekrechtelijke erfdienstbaarheid juridisch af te dwingen.” 8.
- Nadat de verwerende partij een aanmaning heeft gestuurd en verzoeksters geantwoord hebben dat de betrokken grondstrook helemaal geen openbare weg is, daar de gemeente erkend heeft dat het om een louter private weg gaat, neemt het college van burgemeester en schepenen van de verwerende partij op 23 juli 2020 het bestreden besluit. 8.
- In het bestreden besluit wordt onder meer het volgende gesteld: “Motivering: Relevante voorgeschiedenis, feiten en context: De wegenis ‘Schuurblok’ betreft een openbare gemeenteweg te Oelegem, gelegen tussen de Venusstraat en de achterliggende straat en verkaveling ‘Rietveld’. Zij kwalificeert bovendien als ‘trage weg’ in de zin van artikel 2, 10° van het Decreet Gemeentewegen. […] Het afsluiten van de doorgang tussen de Venusstraat en de Rietstraat ter X-17.803-6/16 hoogte van Venusstraat 23 en Venusstraat 25 begin 2019 Tot op heden is gebleken dat de betrokken wegenis onrechtmatig werd afgesloten middels plaatsing van een afsluiting met poort, hetgeen een inbreuk uitmaakt tegen de verbodsbepalingen opgenomen in artikel 38 van het Decreet Gemeentewegen […] Bijkomende motivering: Dat de aangelande eigenaars het statuut van de Schuurblok als openbare gemeenteweg thans betwisten, is eigenaardig gezien beide aangelanden in het verleden herhaaldelijk dit statuut erkenden als volgt. -Voor de Venusstraat 23 werden door de eigenaars (of rechtsvoorgangers) in 1965, 1966, 1974 en 1988 verkavelings- en bouwvergunningen aangevraagd, waarop telkenmale de bestaande weg (thans Schuurblok) werd aangeduid. Ook voor Venusstraat 25 werden door de eigenaars (of rechtsvoorgangers) in 1970, 1999, 2003 en 2010 verkavelings- en bouwvergunningen aangevraagd met aanduiding van de bestaande weg (thans Schuurblok). Dit ook met weergave van deze weg op de stratenatlas. -Meer nog diende mevr. Hofmans (Venusstraat 25) op 4 maart 2015 een bezwaarschrift in ten aanzien van de verkavelingsaanvraag voor het perceel Venusstraat 23 langsheen de Schuurblok, waarin expliciet wordt aangegeven: ‘Omdat de bekendmaking helemaal niet werd aangeplakt aan de openbare weg Schuurblok waar het betrokken goed tevens aan grenst, was ik misleid en meende ik foutief dat het louter om het perceel tussen Venusstraat 21a en Venusstraat 23 ging, waar ik totaal geen probleem mee heb.’ Het statuut van de Schuurblok als openbare weg werd dus erkend. Ook nadien in het beroepschrift van 16 december 2015 van mevr. Hofmans (Venusstraat 25) ten aanzien van een verkavelingsaanvraag voor het perceel Venusstraat 23 langsheen de Schuurblok, werd opnieuw dit openbaar statuut erkend met vermelding van de opname hiervan in de eigen aankoopakte van
- Zodoende kan dit publiek gebruik en statuut als gemeenteweg thans moeilijk worden betwist. Dat het college van burgemeester en schepenen binnen het laatste verkavelingsdossier aangegeven heeft dat de oorspronkelijk voorziene rooilijnbreedte van 12 meter voor een bijkomende verbindingsweg voor gemotoriseerd verkeer werd verlaten, doet het openbaar karakter van deze trage verbinding met oorspronkelijke breedte van 6 meter niet verdwijnen. Integendeel werd ook toen geadviseerd om de bestaande breedte van 6 meter te behouden. In tegenstelling tot hetgeen de aangelanden stellen, is voor een kwalificatie als gemeenteweg niet vereist dat hiervoor een vaststelling in een rooilijnplan of erkenningsbesluit voorhanden is. Voor heel wat openbare wegen ontbreken rooilijnplannen, in welk geval de feitelijke grens als de rooilijn moet worden beschouwd. De aangelanden trachten bijgevolg deze belangrijke trage verbindingsweg die meer dan dertig jaar zo gebruikt wordt, voor louter privaat gebruik af te sluiten en dit met miskenning van het algemeen belang. Dit kan niet getolereerd worden, zodat een handhavend optreden noodzakelijk is. […] Aangezien de doorgang al 30 jaar zichtbaar en voortdurend is spreken we X-17.803-7/16 van de verjaring van het feitelijk gebruik dat de […] openbare erfdienstbaarheid vestigt. De realisatie van de doorgang werd ook feitelijk bevestigd door enerzijds de ontworpen rooilijn van circa 45 jaar en de verkavelingsvergunning van 2011 die een doorgang vestigt van de Rietstraat naar de Venusstraat tussen beide percelen. Bovendien wordt de doorgang ook door beide partijen gebruikt zonder enige vergunning voor toegang tot het openbaar domein. De private inrit naar het openbaar domein is bij beide eigendommen gevestigd langs de andere zijde van hun privaat domein. Aangezien de tegenpartij niet akkoord is met de stelling van het recht van publiekrechtelijke doorgang, is er het voorstel om een dagvaarding te betekenen aan de beide aangelanden om het geschil voor te leggen aan de vrederechter. Besluit: Art. 1: Het college van burgemeester en schepenen besluit volgende last tot herstel op te leggen: Het verwijderen van elke constructie door of in opdracht van de overtreder aangebracht op en/of onder de betrokken wegenis Het herstellen van het wegdek en de bermen in hun oorspronkelijke staat, volgens de regels van goed vakmanschap En dit aan volgende overtreders: - Sofie Hofmans, Venusstraat 25, 2520 Ranst - Familie Lauwereys-Hofmans, Venusstraat 23, 2520 Ranst Art. 2: Bij gebrek aan het niet of niet tijdig (binnen 1 maand) uitvoeren van voormelde last tot herstel, over te gaan tot uitoefening van de bestuursdwang zoals voorzien in artikel 43 van het Decreet Gemeentewegen. Art. 3: In voorkomend geval alle mogelijke kosten die zouden voortvloeien uit toepassing van de bestuursdwang verhalen op de overtreders overeenkomstig de daartoe decretaal voorziene procedure.” 8.
- Na het bestreden besluit verwijderen verzoeksters de op de betrokken grondstrook aangebrachte afsluiting. IV. Onderzoek van het eerste middel Standpunten van de partijen 9.
- In het eerste middel wordt onder meer de schending aangevoerd van de artikelen 2, 6°, en 11 van het decreet van 3 mei 2019 ‘houdende de gemeentewegen’ (hierna: het gemeentewegendecreet) en van de X-17.803-8/16 marteriëlemotiveringsplicht, evenals van het zorgvuldigheids-, het vertrouwens- en het redelijkheidsbeginsel als algemene beginselen van behoorlijk bestuur. 9.
- Verzoeksters stellen dat in het standpunt van het college van 8 oktober 2015 uitdrukkelijk en ondubbelzinnig gesteld wordt dat de betrokken grondstrook géén officiële voetweg is. In het bestreden besluit is er ten onrechte geen rekening gehouden met dit standpunt. Dit klemt des te meer nu de stedenbouwkundig ambtenaar van de verwerende partij tot tweemaal toe aan eerste verzoekster heeft bevestigd dat er op haar perceel geen openbare weg gelegen is en zij haar perceel op de perceelsgrens mag afsluiten. Het is een volstrekt raadsel waarom de gemeente op vijf jaar tijd het geweer volledig van schouder verandert: eerst stelt zij zonder enig voorbehoud dat de betrokken grondstrook geen openbare weg is en laat zij verzoeksters toe hun perceel tot op de perceelsgrens af te sluiten en amper vijf jaar later beweert het college van burgemeester en schepenen dat op die grondstrook een gemeenteweg is ontstaan omdat ze gedurende de voorbije dertig jaar door het publiek is gebruikt. Als er – zoals in het bestreden besluit wordt beweerd – door “de verjaring van het feitelijk gebruik” sprake zou zijn van een gemeenteweg, dan diende de ligging en de breedte ervan vastgelegd te worden in een gemeentelijk rooilijnplan. Te dezen heeft de verwerende partij echter nagelaten dergelijk rooilijnplan op te maken. 10.
- In haar memorie van antwoord benadrukt de verwerende partij vooreerst dat de afschaffing van het statuut van buurtweg door het koninklijk besluit van 19 april 1859 niet tot gevolg had dat het openbaar gebruik en dus het openbaar statuut van deze weg teloor zou zijn gegaan. Ook na afschaffing van dit statuut bleef het publiek de doorgang over verzoeksters’ percelen gebruiken. Het publiek gebruik ervan is pas verdwenen toen verzoeksters de doorgang hebben afgesloten. 10.
- Voorts stelt de verwerende partij dat het publieke gebruik van de doorgang zodanig evident is, dat dit nooit tot enige betwisting heeft geleid. Verzoeksters erkenden dit publiek gebruik steevast in hun communicatie met de verwerende partij aangaande diverse vergunningsdossiers. Zo erkent eerste verzoeksters aanvraag uit 1999 expliciet de aanwezigheid van aardeweg “BW nr. X-17.803-9/16 31”, duidt het grafisch plan bij eerste verzoeksters aankoopakte de “bestaande weg nr. 31 aardeweg” aan en is op het inplantingsplan bij tweede verzoeksters aanvraag uit 2014-15 de “Weg Nr. 53” ingetekend. In haar bezwaarschrift van 4 maart 2015 tegen tweede verzoeksters aanvraag uit 2014-15 heeft eerste verzoekster zich er over beklaagd dat deze aanvraag niet werd aangeplakt “aan de openbare weg ‘Schuurblok’”. Dit alles toont treffend de houding van verzoeksters aan: jarenlang was er geen enkele discussie over het statuut als gemeenteweg, hetgeen thans plots betwist wordt. Een en ander is moeilijk te begrijpen, gezien het oorspronkelijk een volwaardige rijweg betrof, die thans beperkt is tot traag verkeer van fietsers en voetgangers. Dat verzoeksters dit publiek gebruik wensen te keren, komt zeer egoïstisch voor. De verwerende partij wijst er op dat zij als wegbeheerder wel degelijk beheersdaden heeft gesteld. Niet alleen heeft zij de straatnaam “Schuurblok” toegekend, bovendien heeft zij een straatnaambord, paaltjes en verkeersborden geplaatst en een verkeersregime ingevoerd. Dat niet de volledige wegenis verhard werd met klinkers of asfalt, is evident gezien de beperking tot traag verkeer dit niet langer vereiste. De verwerende partij erkent dat het gemeentewegendecreet “minstens voor nieuwe wegen” als uitgangspunt hanteert dat de ligging en de breedte ervan wordt vastgelegd in rooilijnplannen. Zoals uitdrukkelijk wordt vermeld in de memorie van toelichting bij het voorstel dat het gemeentewegendecreet geworden is, is het echter in geen geval vereist dat de gemeentebesturen overgaan tot de opmaak van rooilijnplannen voor alle bestaande gemeentewegen. Feit is immers dat voor heel wat (oudere) gemeentewegen geen rooilijnplannen bestaan. Dit maakt nog niet dat deze wegen geen gemeentewegen zouden zijn. Het gemeentewegendecreet bepaalt uitdrukkelijk dat voor deze wegen de huidige grens tussen de openbare weg en de aangelande eigendommen de rooilijn is. 10.
- Vervolgens gaat de verwerende partij in op het standpunt van het college van 8 oktober
- Volgens haar wordt in dit standpunt louter bevestigd dat het statuut als buurtweg in 1859 werd afgeschaft. Deze afschaffing had in de X-17.803-10/16 realiteit niet de afschaffing van deze verbindingsweg tot gevolg, hetgeen ook blijkt uit verzoeksters’ vergunningsaanvragen. Door het aanhoudend publiek gebruik bleef het statuut als gemeenteweg dan ook bestaan. Dat in het standpunt van het college van 8 oktober 2015 erkend wordt dat het geen “officiële voetweg” betreft, is aldus niet relevant. Voorts werd in dit standpunt net bevestigd dat de bestaande weg verder aangehouden kon worden voor traag verkeer. Vandaar dat enkel de vroeger voorziene rooilijnbreedte van 12 meter en het gebruik door gemotoriseerd verkeer verlaten worden, terwijl het verdere gebruik als trage weg gehandhaafd wordt. 10.
- Voorts voert de verwerende partij aan dat de mails van de stedenbouwkundig ambtenaar van 1 december 2015 en 15 december 2015 – “hoewel verwarrend” – geen officieel standpunt van het college van burgemeester en schepenen of de bevoegde gemeenteraad zijn. Evenmin gaat het om officiële briefwisseling ondertekend door de burgemeester en algemeen directeur. De mails betreffen bijgevolg een persoonlijk standpunt, dat niet te vereenzelvigen valt met het standpunt van de verwerende partij. Volgens de verwerende partij hadden verzoeksters als normaal voorzichtige en oplettende burgers moeten weten dat “de andersluidende ‘bedenkingen’” van de stedenbouwkundig ambtenaar – er wordt in het mailbericht van 1 december 2015 aangegeven dat het een complexe materie betreft waarover onduidelijkheid bestaat – geen beloften inhielden in hoofde van de gemeente. Tot slot merkt de verwerende partij op dat de toepassingsvoorwaarden van het vertrouwensbeginsel vereisen dat de beweerde verwachtingen gewekt worden door het daartoe bevoegde orgaan. In geen geval kent het gemeentewegendecreet aan een gemeentelijke ambtenaar de bevoegdheid toe om te oordelen over het al dan niet aanwezig zijn van een gemeenteweg.
- In haar laatste memorie benadrukt de verwerende partij dat zij aangetoond heeft dat de vroegere buurtweg nr. 53 van minstens 1965 tot de eerste betwisting in 2014 een publiek gebruik heeft verkregen en dit voor gemotoriseerd verkeer in de vorm van een aardeweg (met straatnaam en verkeersborden). X-17.803-11/16 Hierdoor ontstond door verjaring opnieuw een openbare gemeenteweg. Deze verjaring ontstond door louter verloop van tijd, gezien het gekwalificeerde gebruik (meer dan 30 jaar door het verkeer gebruikt op voortdurende, onafgebroken, ongestoorde, openbare en ondubbelzinnige wijze), zonder dat deze afhankelijk is van het al dan niet voorhanden zijn van een gerechtelijke vaststelling hiervan. Hoewel dergelijke verjaring niet lichtzinnig kan worden beoordeeld, kan ze bewezen worden met alle middelen van recht. Het komt evenwel aan de verwerende partij toe om de bewijsstukken van het publiek gebruik te beoordelen, hetgeen correct geschiedde. Geenszins is voorliggende beoordeling van de feitelijke gegevens kennelijk onredelijk of foutief. Beoordeling
- Het gemeentewegendecreet stelt onder meer het volgende: “Artikel 2 - Voor de toepassing van dit decreet wordt verstaan onder: […] 5° gemeentelijk rooilijnplan: grafisch verordenend plan waarbij de huidige en toekomstige grenzen van een of meer gemeentewegen worden bepaald. Het gemeentelijk rooilijnplan geeft een openbare bestemming aan de gronden die in de gemeenteweg opgenomen zijn of opgenomen zullen worden; 6° gemeenteweg: een openbare weg die onder het rechtstreekse en onmiddellijke beheer van de gemeente valt, ongeacht de eigenaar van de grond; […] 9° rooilijn: de huidige of de toekomstige grens tussen de openbare weg en de aangelande eigendommen, vastgelegd in een rooilijnplan. Als een rooilijnplan ontbreekt, is de rooilijn de huidige grens tussen de openbare weg en de aangelande eigendommen. […] Artikel 11 - §
- De gemeenten leggen de ligging en de breedte van de gemeentewegen op hun grondgebied vast in gemeentelijke rooilijnplannen, ongeacht de eigenaar van de grond. De gemeentelijke rooilijnplannen komen tot stand op de wijze, vermeld in afdeling
- […] Artikel 13 - §
- Grondstroken waarvan met enig middel van recht bewezen wordt dat ze gedurende de voorbije dertig jaar door het publiek werden gebruikt, kunnen in aanmerking komen als gemeenteweg. […] §
- De gemeenteraad die op eigen initiatief of op grond van een verzoekschrift vaststelt dat een grondstrook gedurende de voorbije dertig X-17.803-12/16 jaar door het publiek gebruikt werd, belast het college van burgemeester en schepenen met de opmaak van een rooilijnplan, en met de vrijwaring en het beheer van de weg overeenkomstig de in dit decreet opgenomen instrumenten en handhavingsbevoegdheden. De vaststelling door de gemeenteraad van een dertigjarig gebruik door het publiek heeft van rechtswege de vestiging van een publiek recht van doorgang tot gevolg”. Het materiëlemotiveringsbeginsel houdt in dat een besluit van het bestuur moet gedragen worden door rechtens verantwoorde motieven die kunnen blijken, hetzij uit het besluit zelf, hetzij uit de stukken van het dossier. Het zorgvuldigheidsbeginsel verplicht de overheid zorgvuldig te werk te gaan bij de voorbereiding van een beslissing en ervoor te zorgen dat de juridische en feitelijke aspecten van het dossier deugdelijk worden geïnventariseerd en gecontroleerd, zodat de overheid met kennis van zaken kan beslissen.
- Te dezen moet worden vastgesteld dat er verwarring bestaat over de precieze situering en breedte van de gemeenteweg die volgens de verwerende partij over verzoeksters’ woonpercelen loopt. Immers, anders dan de verwerende partij aanneemt, valt het meest noordelijke gedeelte van de afgeschafte voetweg nr. 53 geenszins samen met de betrokken grondstrook (zie de schematische weergave in randnr. 3.2). Bovendien is deze grondstrook op de website geopunt.be ongeveer 6 meter breed (randnr. 3.1), terwijl de weg op de door de verwerende partij ingeroepen stukken een breedte van ongeveer 3 meter (randnr. 5.1), dan wel ongeveer 4 meter (randnr. 6.2) heeft.
- Voorts noemt de verwerende partij het ten onrechte irrelevant dat in het standpunt van het college van 8 oktober 2015 gesteld wordt dat er op het woonperceel van eerste verzoekster “juridisch geen voetweg” loopt. Daar er zich op dit perceel – zoals de verwerende partij erkent – ook geen buurtweg bevindt, moet worden vastgesteld dat het laatstgenoemde standpunt niet anders begrepen kan worden dan dat het college van burgemeester en schepenen oordeelt dat er over verzoeksters’ woonpercelen geen enkele gemeenteweg, van welke aard ook, loopt. Uit de tekst van het standpunt blijkt dat het college enkel voor de toekomst de X-17.803-13/16 juridische creatie van een trage weg “aanbevolen” acht, bijvoorbeeld door de goedkeuring van een verkavelingsaanvraag met gratis grondafstand. Aan de laatstgenoemde vaststelling wordt geen afbreuk gedaan door de omstandigheden dat verzoeksters vóór 8 oktober 2015 het bestaan van een gemeenteweg op hun percelen hebben erkend, dat aan deze weg de naam “Schuurblok” is toegekend en dat de gemeente in het verleden beheersdaden heeft gesteld met betrekking tot deze weg. Het belang van het standpunt van het college van 8 oktober 2015 is versterkt door de toelichtende mailberichten van de stedenbouwkundige ambtenaar van de verwerende partij (randr. 5.3), waaruit verzoeksters redelijkerwijze mochten afleiden dat ze op beide oren konden slapen indien ze hun woonpercelen tot op de perceelsgrenzen zouden afsluiten.
- Een en ander betekent niet dat het de verwerende partij verboden zou zijn om haar oordeel te wijzigen ten opzichte van het standpunt van het college van 8 oktober
- De verwerende partij gaat er wel ten onrechte aan voorbij dat het niet aan het college van burgemeester en schepenen toekomt om vast te stellen dat een grondstrook gedurende (meer dan) dertig jaar door het publiek gebruikt wordt. Artikel 13, § 2, van het gemeentewegendecreet kent de bevoegdheid om deze vaststelling te doen immers toe aan de gemeenteraad, die daarbij de opdracht dient te geven tot de opmaak van een rooilijnplan. Met het bestreden besluit heeft het college van burgemeester en schepenen van de verwerende partij haar houding gewijzigd ten opzichte van het standpunt van het college van 8 oktober 2015 en aan verzoeksters een last tot herstel opgelegd, zonder eerst toepassing te maken van het bepaalde in artikel 13, § 2, van het gemeentewegendecreet. Dit al te voortvarend optreden van het college is te dezen des te problematischer nu het decretaal voorziene rooilijnplan er net voor zorgt dat elke verwarring over de precieze situering en breedte van de betrokken gemeenteweg uitgesloten is. De verwerende partij overtuigt er niet van dat zij bij het nemen van het bestreden besluit met de vereiste zorgvuldigheid is opgetreden. X-17.803-14/16 De hiervoor vastgestelde onwettigheid wordt niet ontkracht door het door de verwerende partij aangehaalde element dat de op 1 september 2019 – datum van inwerkingtreding van het gemeentewegendecreet – bestaande gemeentewegen hun statuut niet verliezen door het enkele feit dat er geen rooilijnplan voor is opgemaakt, noch door de omstandigheid dat bij afwezigheid van een rooilijnplan de huidige grens tussen de openbare weg en de aangelande eigendommen de rooilijn is.
- Het eerste middel is in de aangegeven mate gegrond. BESLISSING
- De Raad van State vernietigt het besluit van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Ranst van 23 juli 2020 waarbij aan Sofie Hofmans en aan de familie Lauwereys-Hofmans een last tot herstel wordt opgelegd met betrekking tot “de wegenis ‘Schuurblok’” te Ranst.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partijen gezamenlijk. X-17.803-15/16 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zeventien februari tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-17.803-16/16 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.255.851 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div