id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 02 maart 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.255.930 Rolnummer: A. 237753/VII-41762 Zaak: Arrest 255930 - Kansspelen - 02/03/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-03-09 Raadplegingen: 90 - laatst gezien 2026-06-19 11:36 Fiche Arrest nr 255.930 van 2 maart 2023 Justitie - Kansspelen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 255.930 van 2 maart 2023 in de zaak A. 237.753/VII-41.762 In zake: de BV ERALBA bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Luc Wynant en Alexei Loubkine kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 221 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de STAD ANTWERPEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jim Deridder kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 210 A bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 25 november 2022, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van de gemeenteraad van de stad Antwerpen van 26 september 2022 om geen convenant af te sluiten met de bv Eralba voor het exploiteren van een kansspelinrichting klasse IV, op het adres Herentalsebaan 352 te Deurne. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. Auditeur Wendy Depester heeft op 19 januari 2023 een verslag opgesteld. VII-41.762-1/7 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 16 februari
- Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht. Advocaat Alexei Loubkine, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Jim Deridder, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Wendy Depester heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De verzoekende partij exploiteert een kansspelinrichting klasse IV aan de Herentalsebaan 352 te Deurne. Zij beschikt over een kansspelvergunning F2 die geldig is tot 13 mei
- 3.
- In het kader van de hernieuwing van de voornoemde kansspelvergunning richt zij op 12 mei 2022 een verzoek tot de stad Antwerpen om een convenant af te sluiten in de zin van artikel 43/4, § 1, vierde lid, van de wet van 7 mei 1999 ‘op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers’ (hierna: kansspelwet) en om een advies van de burgemeester te verkrijgen in de zin van artikel 2 van het koninklijk besluit van 22 december 2010 ‘betreffende de vorm van de vergunning klasse F2, de wijze waarop de aanvragen voor een vergunning klasse F2 moeten worden ingediend en onderzocht en de verplichtingen waaraan vergunninghouders F2 moeten voldoen inzake beheer en boekhouding’. VII-41.762-2/7 3.
- Op 12 juli 2022 brengt de burgemeester van de stad Antwerpen een ongunstig advies uit over het verzoek. 3.
- Met het thans bestreden besluit van 26 september 2022 weigert de gemeenteraad van de stad Antwerpen om met de verzoekende partij een convenant af te sluiten. IV. Onderzoek van de vordering
- Krachtens artikel 17, § 1, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden. Spoedeisendheid Uiteenzetting van de verzoekende partij
- De verzoekende partij wijst er vooreerst op dat zij voor het verkrijgen van een hernieuwing van haar vergunning voor de kansspelinrichting klasse IV, het convenant moet voorleggen dat zij met de gemeente van vestiging heeft afgesloten. Het convenant vormt aldus een noodzakelijke voorwaarde voor de hernieuwing van de F2-vergunning. Vanaf 13 mei 2023, zijnde de dag waarop de actueel geldende vergunning verstrijkt, zal zij het wedkantoor niet meer kunnen uitbaten. Door de stopzetting van de exploitatie zullen de inkomsten volledig wegvallen. Meer nog, om enige kans te behouden om het wedkantoor later te kunnen heropenen, zal zij genoodzaakt zijn om de vaste kosten van de huidige vestigingsplaats te blijven dragen. Deze kosten zijn aanzienlijk en worden geraamd op “een verlies van 9.085,89 EUR per maand, oftewel van 109.030,68 EUR per jaar”, een situatie die de verzoekende partij naar eigen zeggen niet kan dragen. VII-41.762-3/7 Haar totale bedrijfswinst voor het boekjaar 2021 bedroeg immers slechts 126.628,00 euro. De verzoekende partij geeft aan niet over voldoende financiële reserves te beschikken om het verlies aan inkomsten en de vaste kosten te ondervangen in de normale tijdspanne die nodig is voor de behandeling van het vernietigingsberoep. Zij vreest op een faillissement af te stevenen. Daarnaast wijst de verzoekende partij op een (onomkeerbaar) verlies aan cliënteel en op imagoschade. Tot slot herinnert zij aan het bestaan van een wettelijke numerus clausus die meebrengt dat het maximum aantal door de Kansspelcommissie te verlenen vergunningen F2 begrensd is op 600 over het gehele Belgische grondgebied en dat het niet geheel ondenkbaar is dat dit plafond reeds wordt bereikt gedurende de (tijdelijke) sluiting van het wedkantoor, dan wel dat een ander wedkantoor in de buurt van haar vestigingsplaats wordt geopend, waardoor ze elke kans op de heropening van het bestaande wedkantoor zal verliezen. Beoordeling
- Een zaak is spoedeisend, en dus vatbaar voor beoordeling in kort geding, zodra de vrees voor schade van enig belang, of zelfs voor ernstige nadelen, een onmiddellijke beslissing wenselijk maakt. Het doel is dan ook het kort geding te hanteren wanneer het geschil niet met de gewone procedure binnen de gewenste tijdspanne opgelost kan worden. Naar eis van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State moet het verzoekschrift “een uiteenzetting van de feiten [bevatten] die, volgens de indiener ervan, de spoedeisendheid verantwoorden die ter ondersteuning van dit verzoekschrift wordt ingeroepen”. Hetzelfde is te lezen in artikel 8, eerste lid, 4°, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State’. Het komt er voor een verzoekende partij die beweert dat de zaak spoedeisend is op aan om van die urgentie te overtuigen. Zij dient daartoe aan de zaak eigen, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen dat de zaak VII-41.762-4/7 te spoedeisend is om de uitkomst van het annulatieberoep te kunnen afwachten, gelet op de nadelige gevolgen die een - voortdurende - tenuitvoerlegging van het bestreden besluit voor haar persoonlijk veroorzaakt.
- Een financieel nadeel volstaat in beginsel niet om de behandeling van een zaak bij spoedeisendheid te verantwoorden. Dit is uitzonderlijk anders indien bijzondere redenen worden aangevoerd waaruit blijkt dat de bestreden beslissing tot gevolg heeft dat de activiteit van de verzoekende partij op een definitieve wijze in gevaar wordt gebracht of wanneer een belangrijk deel van de activiteit moet worden stopgezet, waardoor zij op een faillissement afstevent, of dat het voortbestaan zelf of het financieel evenwicht van het bedrijf door de bestreden beslissing ernstig in gevaar wordt gebracht.
- In zoverre de verzoekende partij aangeeft niet over voldoende financiële reserves te beschikken om het verlies van inkomsten en de vaste kosten te ondervangen in de tijdspanne die nodig is voor de behandeling van de vernietigingsprocedure, wordt vastgesteld dat
(1)geen rekening wordt gehouden met het feit dat de bestaande F2-vergunning nog geldig is tot 13 mei 2023 en er tot op dat ogenblik inkomsten vergaard kunnen worden,
(2)na voormelde datum de vaste maandelijkse exploitatiekosten ongetwijfeld zullen dalen en
(3)na afloop van het boekjaar 2021 de vennootschap kon beschikken over een financiële reserve van 193.972 euro. Met de in het verzoekschrift bijgebrachte gegevens toont de verzoekende partij bijgevolg niet aan dat haar financiële toestand in die mate door de bestreden beslissing aan het wankelen wordt gebracht dat een faillissement op korte termijn onafwendbaar is.
- Wat betreft het beweerde verlies aan cliënteel, overtuigt de verzoekende partij niet dat er sprake zou zijn van een “onomkeerbaar” effect, zelfs in geval van een tijdelijke sluiting van het wedkantoor. Ook al zou de sector gekenmerkt worden door een uiterst competitieve markt, volgt daaruit niet dat de verzoekende partij in de definitieve onmogelijkheid wordt gesteld om later nog cliënteel aan te trekken. VII-41.762-5/7 De verzoekende partij maakt voorts niet aannemelijk dat de beweerde imagoschade, voortkomend uit de tijdelijke sluiting van het wedkantoor, van die aard is dat de bestreden beslissing, in afwachting van een uitspraak over het annulatieberoep, haar in een schadelijke toestand brengt die onmogelijk te verdragen valt. Bovendien kan de reputatie van de verzoekende partij steeds gezuiverd worden door een gebeurlijk annulatiearrest.
- Ook met de vaststelling dat er voor kansspelvergunningen F2 een numerus clausus geldt, wordt geen spoedeisendheid aangetoond, aangezien op geen enkele manier aannemelijk wordt gemaakt dat het wettelijke maximum binnen een korte termijn zal worden bereikt. De spoedeisendheid van de vordering wordt niet aangetoond.
- Er is niet voldaan aan één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. Deze vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. VII-41.762-6/7 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twee maart tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Peter Sourbron, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Peter Sourbron VII-41.762-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.255.930 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.808 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div