id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 maart 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.255.967 Rolnummer: A. 233490/X-17929 Zaak: Arrest 255967 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 07/03/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-03-17 Raadplegingen: 83 - laatst gezien 2026-06-19 11:37 Fiche Arrest nr 255.967 van 7 maart 2023 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Vernietiging bekendmaking Verwerping overige Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 255.967 van 7 maart 2023 in de zaak A. é.490/X-17.929 In zake :
- Marc VAN ASCH
- Johan VAN ASCH
- Maria VAN ASCH
- Agnes VAN ASCH bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Stijn Verbist en Joris Claes kantoor houdend te 2000 Antwerpen Graaf van Hoornestraat 51 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de STAD MECHELEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Olivier Verhulst en Katrien Dams kantoor houdend te 2600 Antwerpen Borsbeeksebrug 36 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 23 april 2021, strekt tot de nietigverklaring van: a. het besluit van de gemeenteraad van de stad Mechelen van 14 december 2020 waarbij het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Zonevreemde recreatie’ (hierna: het bestreden gemeentelijk RUP) definitief wordt vastgesteld; b. het besluit van de gemeenteraad van de stad Mechelen van 14 december 2020 waarbij beslist wordt tot onteigening van de op het definitief vastgestelde onteigeningsplan ‘Sportcluster Vrijbroekpark’ aangeduide percelen (hierna: het bestreden onteigeningsbesluit). X-17.929-1/17 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Wouter De Cock heeft een verslag opgesteld. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De verzoekende partijen hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 7 oktober
- Staatsraad Jan Clement heeft verslag uitgebracht. Advocaat Joris Claes, die verschijnt voor de verzoekende partijen, en advocaat Veerle Wanten, die loco advocaten Olivier Verhulst en Katrien Dams verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Wouter De Cock heeft een met dit arrest eensluidend advies advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Verzoekers zijn eigenaar van zes percelen langs de Potaardestraat in Mechelen. 3.
- Het bij koninklijk besluit van 5 augustus 1976 vastgestelde gewestplan Mechelen (kaartblad 23/4) toont ter plaatse een ongeveer 7 hectare X-17.929-2/17 groot recreatiegebied (hierna: het recreatiegebied van het gewestplan), met ten noorden daarvan een landschappelijk waardevol parkgebied. Tot het landschappelijk waardevol parkgebied behoort een ongeveer 2 hectare grote strook die aansluit op het recreatiegebied en die bestaat uit met bomen omzoomde graslanden (hierna: de op het gewestplan groen-gearceerde strook). In het noordoosten paalt deze strook aan de Potaardestraat en aan het habitatrichtlijngebied BE2300044-20 ‘Bossen van het zuidoosten van de Zandleemstreek’. Voor dit habitatrichtlijngebied zijn instandhoudingsdoelstellingen voor verschillende vleermuissoorten vastgesteld. Ter verduidelijking volgt hierna een uittreksel uit het gewestplan waarop benaderende aanduidingen zijn aangebracht. X-17.929-3/17 3.
- De op het gewestplan groen-gearceerde strook is opgenomen in de relictzone ‘Zennevallei met haar beemden ten noorden van het Brussels gewest’, waarover in het administratief dossier het volgende gesteld wordt: “De beleidswenselijkheden voor dit gebied zijn het vrijwaren van verdere vernietiging van deze laatste Zennebeemden en heraanplanting en onderhoud van de perceelrandbegroeiing gekoppeld aan een opwaardering van de natuurlijke potenties van deze beemden […]; vrijwaren van verdere versnijding door infrastructuren of versnippering door bebouwing”. 3.
- Volgens de op de website geopunt.be weergegeven biologische waarderingskaart is de op het gewestplan groen-gearceerde strook een complex van biologisch minder waardevolle en waardevolle elementen met soortenarm permanent cultuurgrasland, bomenrijen met dominantie van wilg en bomenrijen met dominantie van populier. Dezelfde waarderingskaart duidt binnen het recreatiegebied van het gewestplan een biologisch zeer waardevolle houtkant en een complex van biologisch minder waardevolle en waardevolle elementen aan.
- In 2017 neemt de stad Mechelen het initiatief voor de opmaak van het gemeentelijk RUP ‘Zonevreemde recreatie’ dat een kader moet bieden voor de zonevreemde recreatie in de stad. Een van de deelplannen is het deelplan “Sportcluster Vrijbroekpark - nr. 0 selectielijst” (hierna: het deelplan Vrijbroekpark). 5.
- Op 18 november 2019 keurt het college van burgemeester en schepenen een nota over de mogelijke negatieve milieueffecten van het voorontwerp van gemeentelijk RUP goed (hierna: de screeningsnota). 5.
- In de screeningsnota wordt de bestaande juridische toestand van het plangebied (gewestplan) als volgt beschreven: “0 Vrijbroekpark Recreatiegebied/parkgebied.” X-17.929-4/17 5.
- Voorts wordt in de screeningsnota over het voorgenomen deelplan Vrijbroekpark het volgende gesteld: “Volgens de Mechelse bouwverordening moet een sportterrein per 100m² sportterrein één parkeerplaats realiseren. Op deze site worden in totaal ca. 53.000m² sportterrein voorzien, wat resulteert in een nood aan ca. 530 parkeerplaatsen. Bij de vergunningsaanvraag […] kan echter afgeweken worden van de kencijfers in de Mechelse verordening door algemene visie en aanpak op parkeren en parkeeronthaal in het Vrijbroekpark toe te lichten en/of door aan te tonen dat voor de activiteiten deels met de fiets gekomen wordt. De nodige parkeerplaatsen voor de verschillende clubs worden geclusterd in één geïntegreerde parking, zodat overflow en geïntegreerd ruimtegebruik kan plaatsvinden. De parking wordt gesitueerd langsheen de Hombeeksesteenweg, zodat deze parking multifunctioneel gebruikt kan worden als parking voor de recreatieterreinen en/of als parking voor de recreanten die langs hier het park betreden. De parking dient landschappelijk te worden ingepast door een doordachte inrichting en materiaalgebruik, met een overwegend groen karakter. Enkel de noodzakelijke toegangen en inritten kunnen worden verhard. Voorts moet de verhardingsgraad worden beperkt door een maximaal gebruik van waterdoorlatende materialen en/of halfverharding.” 5.
- De screeningsnota bevat volgende beoordeling van het deelplan Vrijbroekpark: “5.3 Biodiversiteit […] 5.3.2 Mogelijke milieueffecten – toetsing t.a.v. bestaande toestand […] Voortoets passende beoordeling voor het deelplan 0 Het voorgenomen RUP stelt een vrijwaring van de waardevolle biotopen voorop. Inname van habitatrichtlijngebied wordt dan ook niet toegelaten, waardoor geen rechtstreekse effecten ten aanzien van het habitatrichtlijngebied verwacht worden. Mogelijke effecten beperken zich tot hinderaspecten. In het deelplan zijn momenteel reeds recreatieve voorzieningen aanwezig. Bovendien kent het gebied een sterke geluidsverstoring afkomstig van de snelweg. Er wordt dan ook ingeschat dat een verdere ontwikkeling van het deelplan als recreatieve pool geen significant effect zal hebben op de instandhoudingsdoelen van het naburige habitatrichtlijngebied. […] 5.3.3 Mogelijke milieueffecten – toetsing t.a.v. juridisch-planologische context Speciale beschermingszones Deelplan 0 is gelegen nabij habitatrichtlijngebied. Gezien het gebied in de X-17.929-5/17 huidige situatie reeds grotendeels als recreatiegebied bestemd is, zal de effectbeoordeling gelijk zijn aan de beoordeling tegenover de bestaande toestand. Er worden geen aanzienlijke effecten verwacht. […] 5.4 Landschap[…] […] 5.4.2 Mogelijke effecten – toetsing t.a.v. bestaande situatie […] - [Deelplan] 0: Het groene karakter van het deelplan wordt onderbroken door de aanwezige recreatieve voorzieningen. Ten noordoosten wordt het landschapsbeeld gedomineerd door een bosrijk gebied. Ten westen en ten oosten domineren antropogene elementen, namelijk de snelweg en een bedrijventerrein. Gezien het gaat om een relatief beperkte uitbreiding in aansluiting met bestaande recreatieve voorzieningen, worden geen aanzienlijke effecten verwacht. […] 5.4.3 Mogelijke effecten – toetsing t.a.v. juridisch-planologische context Alle deelplannen zijn vandaag reeds gedeeltelijk in een harde bestemming gelegen met uitzondering van deelplan
- […] Voor de overige deelplannen [zoals deelplan 0] is reeds bebouwing mogelijk binnen bepaalde zones, waardoor ook reeds verstoring van de contextwaarde van […] het landschapsbeeld aangetast kan worden. Een aparte effectbespreking van deze plannen lijkt dan ook niet relevant en effecten worden verwaarloosbaar ingeschat.”
- Op 9 januari 2020 beslist het “Team Mer” van het departement Omgeving van het Vlaamse Gewest, op basis van de screeningsnota, dat er geen plan-milieueffectrapport moet worden opgesteld.
- Op 2 maart 2020 stelt de gemeenteraad van de stad Mechelen het ontwerp van gemeentelijk RUP ‘Zonevreemde recreatie’ voorlopig vast.
- Van 23 maart tot 22 juni 2020 wordt over het ontwerp van gemeentelijk RUP een openbaar onderzoek gehouden. Verzoekers dienen een bezwaarschrift in.
- In haar zitting van 14 september 2020 bespreekt de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening van de stad Mechelen de ingediende bezwaarschriften en brengt zij een advies uit. X-17.929-6/17 10.
- Met een eerste besluit van 14 december 2020 stelt de gemeenteraad van de stad Mechelen het bestreden gemeentelijk RUP definitief vast. Van dit besluit wordt melding gemaakt in het Belgisch Staatsblad van 22 februari
- 10.
- Op de bij het bestreden gemeentelijk RUP horende grafisch plan van de bestaande juridisch-planologische toestand wordt aangeduid dat de op het gewestplan groen-gearceerde strook gelegen is in “parkgebied” van het gewestplan. De toelichtingsnota bij het bestreden gemeentelijk RUP bespreekt de bestaande juridische toestand als volgt: “6.1 Het gewestplan […] De deelplannen bevinden zich in zeer verschillende bestemmingszones van het gewestplan. […] Tabel 5 Overzicht bestemmingen deelplannen Naam Nr. Bestemming […] […] […] Sportcluster Vrijbroekpark 0 Recreatiegebied en parkgebied ” 10.
- Zoals blijkt uit het bij het bestreden gemeentelijk RUP horende verordenend grafisch plan bevat het deelplan Vrijbroekpark één zone, te weten de “Projectzone voor openlucht sport- en recreatie”, die naast het nagenoeg volledige recreatiegebied van het gewestplan, ook de op het gewestplan groen-gearceerde strook omvat. Ter verduidelijking volgt hierna een weergave van het laatstgenoemde grafisch plan waarop benaderende aanduidingen zijn aangebracht. X-17.929-7/17 10.
- De stedenbouwkundige voorschriften voor de “Projectzone voor openlucht sport- en recreatie” luiden: “Bestemming Categorie van gebiedsaanduiding: recreatie Deze zone is bestemd voor het realiseren van een projectzone/cluster van openlucht sport- en recreatie. De voorzieningen en inrichtingen zijn slechts toegelaten voor zolang zij qua schaal en ruimtelijk voorkomen inpasbaar zijn in de omgeving en in overeenstemming zijn met de ruimtelijke draagkracht. Inrichtingsvoorschriften Elke aanvraag tot omgevingsvergunning binnen deze bestemmingszone moet aantonen dat het voorwerp van de aanvraag een coherent geheel zal vormen met de andere delen van de bestemmingszone en dat de zone zal worden ontwikkeld als één vormelijk en functioneel geheel. De omgevingsvergunning dient verder nog het volgende aan te tonen: * De parkeerplaatsen moeten gegroepeerd worden binnen het deelplan, waarbij deze maximaal gesitueerd moeten worden in aansluiting met de openbare weg * B/T-index van maximum 0,10 * Er moet bijzondere aandacht gaan naar de landschappelijke aansluiting met het park. Specifiek voor verlichtingsmasten dient de hoogte beperkt te blijven tot een maximum van 20m. Bij de situering van de sportvelden en de plaatsing van de verlichtingspalen dient rekening gehouden te worden met het beperken van de lichthinder naar het landschap en specifiek naar het park. De verlichting van de terreinen dient zo efficiënt mogelijk te gebeuren i.f.v. een optimale belichting van de velden en het beperken van lichthinder naar de X-17.929-8/17 woningen toe. De verlichting wordt bij voorkeur neerwaarts gericht, strooilicht dient te worden vermeden. De bouwvrije zone, zoals aangeduid op het grafisch plan, kan niet bebouwd worden. In deze zone is de regelgeving betreffende de vrije stroken langs autosnelwegen van toepassing.”
- Met een tweede besluit van 14 december 2020 neemt de gemeenteraad van de stad Mechelen het bestreden onteigeningsbesluit, waarin beslist wordt tot de onteigening van verzoekers’ percelen (innemingen 1 tot 6).
- Op 15 juli 2021 daagt de verwerende partij verzoekers voor de vrederechter te Mechelen op grond van het bestreden onteigeningsbesluit. IV. Ontvankelijkheid Excepties van de verwerende partij 13.
- In haar memorie van antwoord werpt de verwerende partij als eerste exceptie op dat het beroep niet ontvankelijk is in zoverre het gericht is tegen het bestreden onteigeningsbesluit daar de Raad van State niet meer over de bevoegdheid beschikt om daarover te oordelen. 13.
- Als tweede exceptie voert de verwerende partij aan dat het beroep ook niet ontvankelijk is in zoverre het gericht is tegen het bestreden gemeentelijk RUP. In hun verzoekschrift beperken verzoekers hun belang immers uitdrukkelijk tot de onteigening. Aldus hebben zij, ten aanzien van de ontvankelijkheid van hun beroep, grenzen getrokken aan het debat. Beoordeling
- De tweede exceptie van de verwerende partij kan niet worden aangenomen daar zij feitelijke grondslag mist. In hun verzoekschrift hebben verzoekers immers uiteengezet dat het bestreden gemeentelijk RUP reglementaire X-17.929-9/17 bepalingen bevat en dat hun “voldoende persoonlijke belang [ligt] in de mogelijkheid dat die bepalingen [op hen] worden toegepast”.
- Wat het bestreden onteigeningsbesluit betreft, moet worden vastgesteld dat verzoekers op 15 juli 2021 gedagvaard zijn voor de vrederechter met het oog op de onteigening van hun percelen (randnr. 12). Gelet op artikel 50 van het Vlaams Onteigeningsdecreet van 24 februari 2017, is de vrederechter bevoegd om uitspraak te doen over de wettigheid van de onteigening. Terecht merken verzoekers in hun memorie van wederantwoord zelf op dat die bevoegdheid van de gewone rechter de bevoegdheid van de Raad van State om kennis te nemen van het tegen het bestreden onteigeningsbesluit gerichte beroep uitsluit vanaf de dagvaarding om voor de gewone rechter te verschijnen. De eerste exceptie is gegrond. V. Onderzoek van het eerste onderdeel van het eerste middel en het derde middel Standpunt van de partijen 16.
- In het eerste onderdeel van het eerste middel en het derde middel wordt onder meer de schending aangevoerd van artikel 36ter, § 3, van het decreet van 21 oktober 1997 ‘betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu’ en van de materiëlemotiveringsplicht en het zorgvuldigheidsbeginsel als algemene beginselen van behoorlijk bestuur. 16.
- Verzoekers stellen dat het oordeel van de verwerende partij dat het bestreden gemeentelijk RUP geen betekenisvolle aantasting van de natuurlijke kenmerken van het habitatrichtlijngebied zou veroorzaken “niet draagkrachtig en voldoende gemotiveerd, noch zorgvuldig onderbouwd [is]”. Verzoekers benadrukken dat de stedenbouwkundige voorschriften van het deelplan Vrijbroekpark blijven steken in vaagheid. De voorschriften inzake de inplanting van de parking en inzake de verlichting zijn niet in voldoende nauwkeurige bewoordingen gesteld. Het grafische plan van het X-17.929-10/17 deelplan Vrijbroekpark geeft geen enkele detaillering, maar kleurt het volledige plangebied oranje in als “projectzone”. De stedenbouwkundige voorschriften van het bestreden gemeentelijk RUP gaan volledig voorbij aan het “invullend kader” waarvan de screeningsnota is uitgegaan. Verzoekers concluderen dat de stedenbouwkundige voorschriften van het deelplan Vrijbroekpark een betekenisvolle aantasting van de natuurlijke kenmerken van het habitatrichtlijngebied kunnen veroorzaken. Enkel een passende beoordeling kon de nodige garanties bieden dat alle mogelijke gevolgen op het habitatrichtlijngebied voldoende onderzocht en in kaart gebracht werden. Zulks is echter niet gebeurd.
- In haar memorie van antwoord citeert de verwerende partij vooreerst de stedenbouwkundige voorschriften van het bestreden gemeentelijk RUP voor de “Projectzone voor openlucht sport- en recreatie” van het deelplan Vrijbroekpark. Vervolgens haalt zij de overwegingen uit de toelichtingsnota aan waarin de visie voor de inrichting van de sportcluster wordt beschreven. Tevens beeldt zij in haar memorie van antwoord de figuur uit de toelichtingsnota af waarop een indicatieve inrichting van het plangebied te zien is. De verwerende partij stelt dat het feit dat de stedenbouwkundige voorschriften flexibel zijn ingevuld, geenszins strijdig is met het zorgvuldigheidsbeginsel. Een zekere flexibiliteit was aangewezen daar het niet uitgesloten is dat de visie omtrent welke clubs zich ter plaatse vestigen, in de toekomst nog kan wijzigen. “In de marge”, zo schrijft de verwerende partij, “wordt opgemerkt dat het gebied op heden volgens het gewestplan bestemd is als recreatiegebied”, waaruit zei afleidt dat “middels het RUP meer zekerheid geboden [wordt] omtrent de invulling van het terrein, dan [op basis van] het gewestplan”. De verwerende partij vervolgt dat de elementen inzake de parking en de verlichting uit de screeningsnota wel degelijk aan bod komen in de stedenbouwkundige voorschriften van het bestreden gemeentelijk RUP. De milderende matregelen uit het milieueffectonderzoek zijn correct doorvertaald naar de stedenbouwkundige voorschriften. Deze voorschriften bepalen immers X-17.929-11/17 uitdrukkelijk dat parkeerplaatsen gegroepeerd (lees “geclusterd”) moeten worden binnen het deelplan, waarbij deze maximaal gesitueerd moeten worden in aansluiting met de openbare weg. Dat de parking landschappelijk dient te worden ingepast wordt tevens voorzien in de stedenbouwkundige voorschriften. Krachtens deze voorschriften moet steeds bijzondere aandacht gaan naar de landschappelijke aansluiting. Voorts heeft de verwerende partij wel degelijk zorgvuldig gehandeld door, na de opmerking van het Agentschap voor Natuur en Bos (hierna: ANB) daarover, stedenbouwkundige voorschriften op te leggen inzake een weldoordachte verlichting. In eerste instantie dient de hoogte van de verlichtingsmasten beperkt te blijven tot maximaal 20 meter. Voorts bepalen de voorschriften dat “[bij de situering van de sportvelden en de plaatsing van de verlichtingspalen […] rekening [dient] gehouden te worden met het beperken van de lichthinder naar het landschap en specifiek naar het park”. Volgens de verwerende partij is het “eerder logisch” dat er nog geen specifieke voorschriften met betrekking tot de richting van het licht worden opgelegd. Elk sportveld verbonden met een bepaalde sport of een recreatieterrein vereist een ander soort verlichting. De vergunningverlenende overheid moet dan ook in alle redelijkheid over enige ruimte beschikken om de verlichting af te stemmen op het terrein, het park en haar directe omgeving. De verwerende partij benadrukt dat het toekomt aan de verzoekende partij die aanvoert dat een passende beoordeling moest worden opgemaakt, om in het verzoekschrift met concrete gegevens aan te tonen, minstens aannemelijk te maken, dat er wel degelijk sprake is van een betekenisvolle aantasting van de speciale beschermingszone. De Raad van State beschikt slechts over een marginale toetsingsbevoegdheid wat betreft de inhoudelijke beoordeling van de milieueffecten in een screeningsnota. Daarbij dient te worden onderlijnd dat uit de rechtspraak van de Raad van State blijkt dat de nabijheid van een speciale beschermingszone op zich niet automatisch een passende beoordeling vereist. Te dezen wordt uitdrukkelijk gemotiveerd dat een verdere ontwikkeling van het recreatiegebied geen significant effect zal hebben op de instandhoudingsdoelen van het naastgelegen habitatrichtlijngebied. Wat de lichthinder betreft, heeft het ANB uitdrukkelijk geoordeeld dat de stedenbouwkundige voorschriften voldoende specifieke randvoorwaarden bevatten. Volgens de verwerende partij maken X-17.929-12/17 verzoekers niet aannemelijk dat de plannende overheid zich gesteund zou hebben op onjuiste feitelijke gegevens of dat niet in redelijkheid tot de conclusie kon worden gekomen dat de stedenbouwkundige voorschriften voldoende specifieke randvoorwaarden uitmaken die voldoende zekerheid bieden dat er geen betekenisvolle aantastingen van de instandhoudingsdoelstellingen van het habitatrichtlijngebied zullen plaatsvinden. De verwerende partij concludeert dat verzoekers geenszins aantonen dat in het bestreden gemeentelijk RUP de vaststellingen van de milieueffectscreening niet overeind blijven. Integendeel, in de stedenbouwkundige voorschriften worden de resultaten van het in de screeningsnota uitgevoerde onderzoek geïntegreerd, doch met de nodige flexibiliteit die geenszins afbreuk doet aan de zorgvuldigheidsplicht van de plannende overheid. 18.
- In haar laatste memorie stelt de verwerende partij vooreerst dat verzoekers geen belang hebben bij het eerste en het derde middel daar zij hun belang in hun verzoekschrift uitdrukkelijk tot de onteigening beperken. 18.
- Ten gronde voegt de verwerende partij nog toe dat de decreetgever voor ruimtelijke uitvoeringsplannen – anders dan voor de vroegere bijzondere plannen van aanleg – niet heeft bepaald dat ze gedetailleerd moeten zijn. Beoordeling
- Om de in randnummer 14 uiteengezette reden, wordt de exceptie die de verwerende partij in haar laatste memorie aanvoert (randnr. 18.1) verworpen. 20.
- Bij het ter voorbereiding van een ruimtelijk uitvoeringsplan uitgevoerde milieueffectonderzoek moet, uit het oogpunt van de milieueffecten, voor elke zone van het plan in de eerste plaats de vergelijking worden gemaakt tussen de verordenende voorschriften van het bestaande plan en die van het voorgenomen plan (hierna: de planologische toets). De huidige feitelijke X-17.929-13/17 bestemming van het gebied is bij deze planologische toets niet relevant. Voor het uitvoeren van een volledig en zorgvuldig effectonderzoek kan de voornoemde planologische toets echter niet volstaan wanneer de betrokken percelen zich vanuit milieuoogpunt in een bijzondere feitelijke situatie bevinden, zoals bij de vastgestelde aanwezigheid van waardevolle natuurelementen. In dat geval moet ook worden nagegaan of er, gelet op die bestaande feitelijke toestand, milieueffecten kunnen zijn bij de realisatie van het voorgenomen plan. 20.
- De materiëlemotiveringsplicht houdt in dat het bestreden besluit moet worden gedragen door rechtens verantwoorde motieven die kunnen blijken, hetzij uit de beslissing zelf, hetzij uit de stukken van het dossier. Het zorgvuldigheidsbeginsel houdt onder meer in dat de overheid haar besluiten op een zorgvuldige wijze moet voorbereiden door de relevante gegevens en de op het spel staande belangen te inventariseren en deze gegevens en belangen tegen elkaar af te wegen in het licht van het doel van het besluit. 21.
- Te dezen zijn in de screeningsnota waarop het bestreden gemeentelijk RUP steunt de mogelijke milieueffecten op het vlak van biodiversiteit en landschap besproken (randnr. 5.4). Deze bespreking erkent weliswaar dat er “hinderaspecten” mogelijk zijn, maar stelt dat het bestreden gemeentelijk RUP “een relatief beperkte uitbreiding in aansluiting met bestaande recreatieve voorzieningen” betreft en poneert dat er geen aanzienlijke effecten te verwachten vallen daar “[i]n het deelplan […] momenteel reeds recreatieve voorzieningen aanwezig [zijn]” en daarenboven “het gebied” “een sterke geluidsverstoring afkomstig van de snelweg [kent]” en “in de huidige situatie reeds grotendeels als recreatiegebied bestemd is”. 21.
- Aldus wordt er in de screeningsnota – net zoals in de andere stukken van het administratief dossier (randrs. 5.2 en 10.2) – voorbijgegaan aan het feit dat het bij het koninklijk besluit van 5 augustus 1976 vastgestelde gewestplan X-17.929-14/17 Mechelen de landschappelijke waarde van de op het gewestplan groen-gearceerde strook uitdrukkelijk beschermt. Uit de gegevens van de zaak blijkt dat het belangrijkste gevolg van het bestreden gemeentelijk RUP de herbestemming van de laatstgenoemde strook tot “Projectzone voor openlucht sport- en recreatie” is, waarbij de voornoemde landschapsbescherming wordt geschrapt.
- De in het vorige randnummer vastgestelde tekortkoming klemt des te meer daar de voor het deelplan Vrijbroekpark opgelegde – flexibel opgevatte – stedenbouwkundig voorschriften geenszins spontaan doen inzien dat er geen aanzienlijke milieueffecten te verwachten zijn. Zo laten deze voorschriften toe dat in het uiterste noorden van het plangebied en meer bepaald binnen de laatstgenoemde strook, die aansluit op de Potaardestraat en het habitatrichtlijngebied, een verlichte parking voor meer dan 500 auto’s zou worden ingericht, daar waar er in de screeningsnota van uit is gegaan dat enkel in het zuiden van het plangebied, aansluitend bij de Hombeeksesteenweg een parking kon worden ingeplant (randnr. 5.3).
- De conclusie is dat niet blijkt dat het onderzoek naar de mogelijke milieueffecten met de gepaste zorgvuldigheid is uitgevoerd.
- De besproken middelonderdelen zijn in de aangegeven mate gegrond. VI. Omvang van de vernietiging Standpunt van de partijen 25.
- Wat het bestreden gemeentelijk RUP betreft, stelt de verwerende partij dat verzoekers alleszins geen belang hebben bij het aanvechten van andere deelplannen dan het deelplan Vrijbroekpark. In voorkomend geval, dient een vernietiging van het gemeentelijk RUP te worden beperkt tot het laatstgenoemde deelplan. 25.
- In hun memorie van wederantwoord stellen verzoekers dat het X-17.929-15/17 bestreden gemeentelijk RUP “minstens” voor wat betreft het deelplan Vrijbroekpark dient te worden vernietigd. Beoordeling
- Verzoekers ontkennen niet dat zij uitsluitend gegriefd worden door het van de rest van het bestreden gemeentelijk RUP afsplitsbare deelplan Vrijbroekpark. De uit te spreken vernietiging dient tot dat deelplan te worden beperkt. BESLISSING
- De Raad van State vernietigt het besluit van de gemeenteraad van de stad Mechelen van 14 december 2020 waarbij het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Zonevreemde recreatie’ definitief wordt vastgesteld, in zoverre dit besluit betrekking heeft op het deelplan “Sportcluster Vrijbroekpark - nr. 0 selectielijst”. De Raad van State verwerpt het beroep voor het overige.
- Dit arrest dient bij uittreksel te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het gedeeltelijk vernietigde besluit.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 800 euro, op een bijdrage van 20 euro en op een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partijen gezamenlijk. X-17.929-16/17 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zeven maart tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Johan Lust X-17.929-17/17 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.255.967 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div