← België

Arrest 256113 - Milieuvergunningen - 23/03/2023

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 maart 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.113 Rolnummer: A. 226422/VII-40406 Zaak: Arrest 256113 - Milieuvergunningen - 23/03/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-03-30 Raadplegingen: 80 - laatst gezien 2026-06-10 08:42 Fiche Arrest nr 256.113 van 23 maart 2023 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 256.113 van 23 maart 2023 in de zaak A. 226.422/VII-40.406 In zake :

  1. Lucien CUVELIER
  2. Noël VLIEGHE
  3. Johny DE BEUF bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Isabelle Larmuseau kantoor houdend te 9000 Gent Kasteellaan 141 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Bronders kantoor houdend te 8400 Oostende Zandvoordestraat 444, bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij : de NV AGRISTO bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Peter Flamey kantoor houdend te 2018 Antwerpen Jan Van Rijswijcklaan 16 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  4. Het beroep, ingesteld op 21 november 2018, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw van 5 oktober 2018, waarbij de bestuurlijke beroepen ingesteld tegen de beslissing van de deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen van 28 januari 2016 houdende het verlenen aan de nv Agristo / nv Aspiravi van een milieuvergunning voor het exploiteren van een aardappelverwerkend bedrijf met VII-40.406-1/8 biogasvalorisatie, gelegen aan de Waterstraat 40 te Harelbeke, gedeeltelijk gegrond worden verklaard. II. Verloop van de rechtspleging
  5. Bij arrest nr. 242.737 van 23 oktober 2018 zijn de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing en de vordering tot het opleggen van een dwangsom verworpen. Bij arrest nr. 243.612 van 7 februari 2019 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. De verzoekers hebben een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekers hebben een memorie van wederantwoord ingediend. De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Auditeur Benny De Sutter heeft op 13 januari 2022 een verslag opgesteld. De verwerende partij en de tussenkomende partij hebben een verzoek tot voorzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verzoekers hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 9 maart
  6. Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht. VII-40.406-2/8 Advocaat Isabelle Larmuseau, die verschijnt voor de verzoekers, advocaat Clive Rommelaere, die loco advocaat Bart Bronders verschijnt voor de verwerende partij en advocaat Evi Mees, die loco advocaat Peter Flamey verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Auditeur Benny De Sutter heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  7. III. Feiten 3.
  8. De nv Agristo exploiteert een aardappelverwerkend bedrijf aan de Waterstraat 40 te Harelbeke. Op 2 september 2015 wordt een milieuvergunningsaanvraag ingediend die er in wezen toe strekt de juridische toestand van het bedrijf, dat diverse wijzigingen heeft ondergaan, te actualiseren en te regulariseren. 3.
  9. Op 28 januari 2016 verleent de deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen een vergunning voor een termijn, samenvallend met de duurtijd van de lopende basisvergunning, tot 19 december
  10. Aan deze vergunning worden een aantal bijzondere exploitatievoorwaarden gekoppeld. 3.
  11. Tegen deze vergunningsbeslissing wordt bij de bevoegde Vlaamse minister beroep ingesteld, onder meer door de huidige verzoekers. 3.
  12. Met een besluit van 25 juli 2016 verklaart de Vlaamse minister deze beroepen gedeeltelijk gegrond, in die zin dat de beroepen beslissing wordt bevestigd mits aanpassing van de bijzondere exploitatievoorwaarden. 3.
  13. Bij arrest nr. 241.569 van 24 mei 2018 vernietigt de Raad van State het voormelde ministerieel besluit van 25 juli
  14. VII-40.406-3/8 3.
  15. Na het vernietigingsarrest wordt de beroepsprocedure hernomen. 3.
  16. Met het thans bestreden besluit van 5 oktober 2018 verleent de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw opnieuw een milieuvergunning voor een geldigheidsduur tot 19 december
  17. IV. Rechtsmacht van de Raad van State Standpunt van de tussenkomende partij
  18. De tussenkomende partij meent dat de bevoegdheid om uitspraak te doen over het ingestelde beroep op grond van het decreet van 25 april 2014 ‘betreffende de omgevingsvergunning’ (hierna: omgevingsvergunningsdecreet) toekomt aan de Raad voor Vergunningsbetwistingen. Beoordeling
  19. Artikel 387, eerste lid, van het omgevingsvergunningsdecreet luidt als volgt: “Een aanvraag van een milieuvergunning of een erkenning, een mededeling van een kleine verandering, een melding van een derdeklasse-inrichting, een overname of een verzoek tot verlenging overeenkomstig artikel 45ter, § 3, van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, ingediend met toepassing van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning voor de datum van de inwerkingtreding van dit decreet, wordt behandeld op grond van de bepalingen die geldig waren op het tijdstip waarop de aanvraag is ingediend”. Deze overgangsmaatregel bevat een regeling voor de afhandeling van dossiers die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding van het omgevingsvergunningsdecreet maar waarin nog geen eindbeslissing is genomen. Dergelijke dossiers worden ook na de inwerkingtreding van het omgevingsvergunningsdecreet verder afgehandeld volgens de bepalingen van het VII-40.406-4/8 vroegere milieuvergunningsdecreet en zijn uitvoeringsbesluiten. Tegen de met toepassing van artikel 387, eerste lid, van het omgevingsvergunningsdecreet genomen beslissingen kan beroep worden ingesteld bij de Raad van State die op grond van de algemene vernietigingsbevoegdheid die hij put uit artikel 14, § 1, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State uitspraak moet doen over het geschil. De bedoelde beslissingen worden immers niet vermeld in artikel 105, § 1, van het omgevingsvergunningsdecreet.
  20. De Raad van State heeft rechtsmacht om kennis te nemen van het geschil. V. Ontvankelijkheid van het beroep Actueel belang van de verzoekers Exceptie
  21. In haar laatste memorie werpt de tussenkomende partij op dat de verzoekers geen actueel belang meer hebben bij de gevorderde nietigverklaring omdat zij “onlangs een aanvraag [heeft] ingediend voor het bekomen van een omgevingsvergunning voor de hernieuwing van haar volledige exploitatie” en dat deze vergunning “recent [werd] verleend bij deputatiebesluit van 13 januari 2022”.
  22. De verzoekers stellen in hun laatste memorie “méér dan actueel belang” te hebben bij de gevorderde nietigverklaring en verwijzen daaromtrent naar de antecedenten van de zaak en de actualisatie van de feitelijke context. Beoordeling
  23. Een nietigverklaring is een bijzondere vorm van rechtsherstel die erin bestaat de bestreden rechtshandeling retroactief uit het rechtsverkeer te doen verdwijnen, wat de overheid er in bepaalde gevallen toe moet, minstens kan, aanzetten om een nieuwe beslissing te nemen. VII-40.406-5/8
  24. Gelet op artikel 19, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, kan het beroep tot nietigverklaring bedoeld bij artikel 14 van deze wet, voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State worden gebracht “door elke partij welke doet blijken van een benadeling of van een belang”. Die vereiste is erop gericht de rechtszekerheid te dienen en een goede rechtsbedeling te verzekeren. Het staat aan de Raad van State te oordelen of de verzoekende partij die een zaak voor de Raad brengt, doet blijken van een belang bij haar beroep. De Raad van State dient er over te waken dat het belangvereiste niet op een buitensporig restrictieve of formalistische wijze wordt toegepast (GwH 30 september 2010, nr. 109/2010, B.4.3; EHRM 17 juli 2018, Vermeulen t. België, §§ 42 e.v.). Het belang moet niet alleen bestaan bij het instellen van het beroep maar moet voortduren tot aan de sluiting van het debat.
  25. Om als toereikend te worden beschouwd, moet het belang onder meer rechtstreeks zijn en de verzoekende partij een voordeel verschaffen dat voldoende direct verband houdt met de finaliteit van een nietigverklaring, namelijk het doen verdwijnen van de bestreden rechtshandeling uit de rechtsorde. Onvoldoende om een nietigverklaring van de bestreden beslissing te kunnen verkrijgen, is dan ook het belang van een verzoekende partij dat in de loop van de annulatieprocedure is geëvolueerd naar nog uitsluitend een belang bij het onwettig horen verklaren van die beslissing.
  26. De bestreden milieuvergunning had een geldigheidsduur tot 19 december 2022 en dient bijgevolg niet langer als juridische basis voor de exploitatie van de betrokken inrichting. Bovendien moet worden vastgesteld dat de tussenkomende partij inmiddels beschikt over een omgevingsvergunning voor de volledige hernieuwing en de verandering van het aardappelverwerkend bedrijf, verleend bij besluit van de bevoegde Vlaamse minister van 28 juni
  27. Zoals meegedeeld ter terechtzitting maakt die vergunning weliswaar het voorwerp uit van een vernietigingsberoep bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, maar deze vaststelling brengt niet mee dat de verzoekers nog enig voordeel zouden kunnen halen uit de vernietiging van de op 5 oktober 2018 verleende milieuvergunning. Na VII-40.406-6/8 de gebeurlijke vernietiging door de Raad van State van die milieuvergunning, zou de verwerende partij immers geen nieuwe vergunningsbeslissing kunnen nemen die de verzoekers in hun belangen kan schaden.
  28. Het beroep is niet ontvankelijk. BESLISSING
  29. De Raad van State verwerpt het beroep.
  30. De verzoekers worden verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 1.200 euro, elk voor een derde, een bijdrage van 40 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 840 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.
  31. De onterecht betaalde bijdragen ten bedrage van 80 euro dienen te worden terugbetaald aan de verzoekers. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drieëntwintig maart tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Carlo Adams, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Peter Sourbron, staatsraad, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter VII-40.406-7/8 Elisabeth Impens Carlo Adams VII-40.406-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.113 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.242.737 ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.612 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.