← België

Arrest 256120 - Dierenwelzijn - 23/03/2023

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 maart 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.120 Rolnummer: A. 237742/VII-41760 Zaak: Arrest 256120 - Dierenwelzijn - 23/03/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-03-30 Raadplegingen: 83 - laatst gezien 2026-06-10 08:42 Fiche Arrest nr 256.120 van 23 maart 2023 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Verwerping Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 256.120 van 23 maart 2023 in de zaak A. 237.742/VII-41.760 In zake: XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dimitri Vantomme kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beheerstraat 44 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jean-François De Bock en Valérie De Schepper kantoor houdend te 1180 Brussel Bosveldweg 70 bij wie woonplaats wordt gekozen ------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het enig verzoekschrift, ingediend op 9 november 2022, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging en de nietigverklaring van de beslissing van de inspecteur-dierenarts bij de afdeling Dierenwelzijn van het departement Omgeving van 6 oktober 2022 waarbij 6 honden (Ralph, Beethoven, Swarovski, Chihuahua, Husky en Duitse dog) in toepassing van artikel 42, § 1, van de wet van 14 augustus 1986 ‘betreffende de bescherming en het welzijn der dieren’ (hierna: dierenwelzijnswet) administratief in beslag worden genomen en in afwachting van de bestemmingsbeslissing worden overgebracht naar een erkend dierenasiel. VII-41.760-1/5 II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur Frédéric Vanneste heeft op 16 januari 2023 een verslag opgesteld over het beroep tot nietigverklaring met toepassing van artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’, en over de vordering tot schorsing met toepassing van artikel 12 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State’. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 16 maart
  3. Staatsraad Pierre Lefranc heeft verslag uitgebracht. Advocaat Ignace Oger, die loco advocaat Dimitri Vantomme verschijnt voor verzoeker en advocaat Joy Moens, die loco advocaten Jean-François De Bock en Valérie De Schepper verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Frédéric Vanneste heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. VII-41.760-2/5 III. Feiten
  5. Op 6 oktober 2022 begeeft de verwerende partij zich naar het adres waar verzoeker verblijft. Diverse overtredingen op de dierenwelzijnswet en het koninklijk besluit van 25 april 2014 ‘betreffende de identificatie en registratie van honden worden vastgesteld’. Op dezelfde datum neemt de verwerende partij zes honden administratief in beslag. Ze worden in afwachting van een bestemmingsbeslissing overgebracht naar een erkend asiel.
  6. Op 19 oktober 2022 neemt het afdelingshoofd Dierenwelzijn, departement Omgeving de beslissing om de zes honden in toepassing van artikel 42, § 2, van de dierenwelzijnswet in volle eigendom te geven aan het asiel dat daarmee instemt. De bestemmingsbeslissing wordt ondertekend op 20 oktober 2022 en op 24 oktober 2022 per aangetekende zending bezorgd aan verzoeker.
  7. De verwerende partij verklaart dat vijf van de zes honden intussen zijn geadopteerd. IV. Toepassing kortedebattenprocedure
  8. Artikel 42, § 1 tot § 3, van de dierenwelzijnswet luidt als volgt: “§ 1 Wanneer de in artikel 34 bedoelde overheidspersonen een inbreuk op deze wet, haar uitvoeringsbesluiten of Europese verordeningen of beschikkingen/besluiten vaststellen en deze inbreuk over levende dieren gaat, kunnen zij deze dieren administratief in beslag nemen en indien nodig onderbrengen in een geschikte opvangplaats. Zij kunnen tevens dieren in beslag nemen wanneer deze gehouden worden in weerwil van een in toepassing van artikel 40 uitgesproken verbod. [Als de dieren die in beslag worden genomen met toepassing van deze paragraaf worden opgevangen in een erkend dierenasiel, bezorgt het erkende dierenasiel aan de Dienst een overzicht van de dieren die zijn opgevangen en de tijdsduur waarin ze zijn opgevangen. [...] VII-41.760-3/5 § 3 Het in paragraaf 1 bedoelde beslag wordt van rechtswege opgeheven door de in paragraaf 2 bedoelde beslissing of, bij het uitblijven van dergelijke beslissing, na een termijn van twee maanden te rekenen vanaf de datum van inbeslagname”.
  9. Doordat er op 19 oktober 2022 een bestemmingsbeslissing is genomen, is het beslag overeenkomstig artikel 43, § 3, van de dierenwelzijnswet van rechtswege opgeheven. Het beroep tot nietigverklaring van de bestreden beslissing is hierdoor zonder voorwerp.
  10. De verwerping van het beroep tot nietigverklaring brengt de verwerping mee van de vordering tot schorsing, die immers een accessorium is van dat beroep. V. Kosten
  11. Vermits het teloorgaan van het voorwerp van het beroep is toe te schrijven aan een beslissing van de verwerende partij, is het gepast de kosten ten laste te leggen van deze partij. BESLISSING
  12. De Raad van State verwerpt het beroep tot nietigverklaring en de vordering tot schorsing.
  13. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan verzoeker.
  14. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van verzoeker niet bekendgemaakt. VII-41.760-4/5 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drieëntwintig maart tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Pierre Lefranc, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Pierre Lefranc VII-41.760-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.120 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.