id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 maart 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.121 Rolnummer: A. 237697/VII-41749 Zaak: Arrest 256121 - Dierenwelzijn - 23/03/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-03-30 Raadplegingen: 88 - laatst gezien 2026-06-10 08:42 Fiche Arrest nr 256.121 van 23 maart 2023 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Verwerping Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 256.121 van 23 maart 2023 in de zaak A. 237.697/VII-41.749 In zake:
- XXXX
- XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Gautier De Wachter kantoor houdend te 1060 Brussel Gulden-Vlieslaan 77, bus 17 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Isabelle Cooreman kantoor houdend te 1082 Brussel Keizer Karellaan 586, bus 9 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 18 november 2022, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van het afdelingshoofd van de afdeling Dierenwelzijn van het departement Omgeving van 28 september 2022 waarbij 13 administratief in beslag genomen katten en een hond in toepassing van artikel 42, § 2, van de wet van 14 augustus 1986 ‘betreffende de bescherming en het welzijn der dieren’ “op bevel van de Dienst Dierenwelzijn, definitief in volle eigendom [worden] gegeven van het asiel, dat daarmee instemt”. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. VII-41.749-1/14 Eerste auditeur Anja Somers heeft op 19 januari 2023 een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 16 maart
- Staatsraad Pierre Lefranc heeft verslag uitgebracht. Advocaat Gautier De Wachter, die verschijnt voor de verzoekende partijen en advocaat Maxim Lecomte, die loco advocaat Isabelle Cooreman verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Anja Somers heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 (hierna: RvS-wet). III. Feiten
- Op 2 september 2022 vindt er een controle plaats op het adres van de verzoeksters naar aanleiding van een melding. De vaststellingen worden weergegeven in het proces-verbaal van 14 september
- Dertien katten en een hond worden in beslag genomen en overgebracht naar het opvangcentrum in afwachting van de bestemmingsbeslissing van de bevoegde dienst.
- Op 21 september 2022 wordt eerste verzoekster gehoord: “Op het moment van controle vertelde u dat de kattenbakken net gekuist waren, maar wij hebben u gewezen op de aangekoekte mest aan de randen, welke een infectie in stand kan houden. De bakken kuis ik soms uit in mijn bad. Voor de rest kuis ik soms wat mest af met WC-papier als ik passeer. U zegt mij dat de aangekoekte mest van enkele dagen of langer is, ik antwoord dat ik de bakken uitkuis voordat ik begin te dweilen, maar dat jullie binnenvielen voor ik dit kon doen. VII-41.749-2/14 Hoe vaak gaan alle dieren naar een dierenarts? Wanneer zijn zij de laatste keer geweest? Heeft u hier bewijs van, zoals een factuur? Mijn katten zijn binnenkatten, zij gingen niet buiten. In het begin lieten we ze vaccineren, maar na verloop van tijd gingen we enkel als er iets mis was. De laatste keer weet ik niet vanbuiten, maar het zal enkele maanden geleden geweest zijn. Dit was voor een kat die vermagerde. Ik had er nog voor gevochten om ze niet in slaap te doen, maar een week later moest ze ingeslapen worden. De dierenarts is niet bij mij thuis geweest. Ik betaal gewoon bij de dierenarts, ik weet niet of ik hier bewijs van heb. Er is sprake van diarree bij de katten en de hond. Bent u hiermee naar de dierenarts gestapt? Neen. Ik kan niet zien welke kat diarree heeft als ze op de kattenbak gaan. U zegt mij dat er ook mest op de vloer lag en dat dit een teken is van een probleem, omdat ze niet tot bij de kattenbak geraken. Ik zeg dat dit mogelijk is, maar dat ik de dierenarts niet gecontacteerd heb. Hoe vaak gaan de dieren naar een trimmer? Wanneer zijn zij de laatste keer geweest? Heeft u hier bewijs van, zoals een factuur? Ik durfde ze niet naar een trimmer brengen, omdat Tommy vb bijt en krabt. Andere katten konden wel gaan, want die kunnen minder goed aan bepaalde plekken om zich te wassen. Ik weet niet meer goed waar ik ging, een Nancy van Kerksken. Bijoux (de York) en mijn vorig hondje gingen ook bij deze trimster om te laten kammen. Ze zijn hiermee gestopt (in samenspraak met de DA) omdat hij aan zijn hart had. Hiervoor moest hij medicatie nemen, en nog altijd. Het verslag van de dierenarts in het asiel wordt voorgelezen. Nochtans, als ik mijn dieren eten gaf, aten ze gelijk niets. Als ze pijn hebben, zullen ze toch moeilijk eten? Ik gaf 24/24 eten, ze hadden nooit tekort. Kan u het gebrek aan (medische) verzorging verklaren? Zelfs mijn vrienden zagen regelmatig dat de katten voldoende eten kregen. Ik heb niets gemerkt aan mijn katten dat ze ziek waren, normaal zie je dat toch. De vraag wordt nogmaals gesteld, maar er volgt geen antwoord”.
- Tweede verzoekster bezorgt op 8 september 2022 een schriftelijke verklaring: “- 4 katten hebben een trimbeurt nodig, bij 1 van deze 4 was dit nog niet zo heel lang geleden gebeurd. Niet iedereen zijn vacht zit vol klitten. Dit geldt wel bij enkele oudere katten. - De kortharige katten zijn zeker niet allemaal graatmager - De hond die meegenomen werd, werd wekelijks gekamd, eventuele stropjes worden uitgekamd. - De bewering van de inspecteur van de Lokale Politie Aalst dat de dieren in geen jaren een dierenarts zagen klopt niet”. VII-41.749-3/14
- De dieren werden onderzocht door een dierenarts en verzorgd door een trimster. Het verslag van de dierenarts vermeldt: “Katten: Algemeen: Allemaal onverzorgde vacht, graatmager en met diarree opgenomen in dierenasiel Sint Hubertus via dierenwelzijn. De langharige katten hun stoelgang zat vast in het haar rond de anus, ze konden moeilijk stoelgang maken, vacht volledig verklit tot tegen de anus. We hebben de zware klitten verwijderd door te scheren. De scheerkoppen van de tondeuses van ons en van de trimster zijn door overbelasting aan vernieuwing toe.
- Opname 22189 (E2) Naam: Mazhar Leeftijd:13/05/2015 Geslacht: ♂ gecastreerd Chipnummer: 981100004157002 Britse Langhaar Grijs Lilac Verslag: BCS 1 Abces linker kaak -> opengebarsten en etteren Ingroeiende nagels Volledige vacht geklit, bevuilde achterhand (reeds deels geschoren) Otitis (oormijt)
- Opname 22190 (E3) Naam: / Leeftijd: onmogelijk te schatten omwille van zeer slecht gebit Geslacht: ♂ gecastreerd Chipnummer: Niet gechipt Ras FV Zwart langharig Verslag: BCS 1 Niesziekte Otitis (oormijt) Slecht gebit → detartratie nodig Geklitte vacht Conjunctivitis
- Opname 22191 (E4) Naam: / Leeftijd: onmogelijk te schatten omwille van zeer slecht gebit Geslacht: ♂ gecastreerd Chipnummer: Niet gechipt Ras: FV Zwart wit langharig Verslag: BCS 1 Conjunctivitis Slecht gebit, parodontitis Onverzorgde geklitte vacht
- Opname 22192 (E7) Naam: / VII-41.749-4/14 Leeftijd: onmogelijk te schatten omwille van zeer slecht gebit Geslacht: ♂ gecastreerd Chipnummer: Niet gechipt Ras: FV Wit langharig Verslag: BCS 1 Otitis, oormijt Slecht gebit (links geen tanden) Geklitte vacht, bevuilde achterhand
- Opname 22193 (E8) Naam: Hamour Leeftijd: 31/03/2012 Geslacht: ♂ gecastreerd Chipnummer: 250269604593073 Ras: Pers Blue shaded silver, langharig Verslag: BCS 1 Otitis (oormijt) Geen tanden Geklitte vacht (buik, rug, achterhand) bevuilde achterhand en staart
- Opname 22194 (E10) Naam: Smokey Leeftijd: 11/08/2014 Geslacht: ♂ gecastreerd Chipnummer: 972273000261143 Ras: Britse Korthaar Langharig wit Verslag: BCS 1 Conjunctivitis Otitis Enorme stomatitis Slecht gebit Niesziekte Vacht volledig verklit
- Opname 22195 (E11) Naam: / Leeftijd: onmogelijk te schatten omwille van zeer slecht gebit Geslacht: ♂ gecastreerd Chipnummer: / Ras: FV Blauw kortharig Verslag: BCS 1 Slecht gebit Otitis (oormijt) Constant diarree
- Opname 22196 (E12) Naam: Zoë The black shadows Leeftijd: 29/04/2011 Geslacht: ♀ Chipnummer: 967000009203980 Ras: Britse langhaar creme Verslag: BCS 1 Otitis- oormijt Vacht volledig verklit, bevuilde achterhand VII-41.749-5/14 Slecht gebit
- Opname 22197 (E13) Naam: Sky Leeftijd: 24/04/2017 Geslacht: ♂ gecastreerd Chipnummer: 947000000524866 Ras: Britse Korthaar Blauw Verslag: BCS 1-2 Otitis - Oormijt Stomatitis - slecht gebit Vacht onverzorgd en met klitten Niesziekte
- Opname 22198 (E14) Naam: Luca Leeftijd: 24/06/2016 Geslacht: ♂ gecastreerd Chipnummer: 947000000524866 Ras: Britse Korthaar creme silver shaded cameo Verslag: BCS 3 stomatitis
- Opname 22199 (E15) Naam: I am the nels Dario Leeftijd: 14/04/2012 Geslacht: ♂ gecastreerd Chipnummer: 981020007025930 Ras: Britse langhaar blauw Verslag: BCS 1 conjunctivitis Oormijt - otitis Slechte tanden! gingivitis Stomatitis Vacht volledig verklit, vuile achterhand! Niesziekte
- Opname 22200 (E17) Naam: / Leeftijd: ? Geslacht: ♂ Chipnummer: / Britse korthaar creme Verslag: BCS 3-4 Onverzorgde vuile vacht met klitten Onmogelijk volledig te onderzoeken door karakter: niet vriendelijk, heel bang. Nog te socialiseren!
- Opname 22201 (E15) Naam: Mystic Leeftijd: 14/04/2012 Geslacht: ♂ gecastreerd Chipnummer: 972273000209362 Ras: Britse korthaar, creme silver tabby point VII-41.749-6/14 Verslag: BCS 3 Conjunctivitis Slechte gebit Otitis Hartruis
- Opname 22105 Hond Naam: Bijoux Leeftijd: 28/03/2009 Geslacht: ♀ Chipnummer: 981100002217118 Ras: Yorkshire Verslag: BCS 2 Cataract Slechte gebit! Vacht verklit Gespannen en opgezwollen buik, bij controle anus verstopt door opgedroogde mest Bij vrijmaken van de anus, veelvuldig stoelgang gemaakt”. De trimster geeft volgende informatie: “Ik,…, dierenartsassistente en honden- en kattentrimster, ben gedurende 2 dagen vrijwillig gaan helpen in het Dierenasiel in Aalst om de inbeslaggenomen katten te behelpen van hun samengeklitte vacht. Van haartapijten ter hoogte van de hele rug die in 1 stuk werden weggeschoren tot liezen en oksels die helemaal vervilt waren, was het geen makkelijke opgave om deze poezen te verlossen van hun vacht. Dag 1 hebben we dit geprobeerd zonder verdoving. Al snel merkten we dat het op deze manier niet zou lukken aangezien het te pijnlijk was om alles weg te scheren wegens de vervilte vacht die zo dicht op de huid zat. Wanneer de poezen onder verdoving waren konden we pas echt zien hoe erg de situatie was. Met mijn kortste scheerkop, waarmee de dierenarts scheert op de plek waar ze gaan opereren, geraakte ik er zelfs op veel plaatsen niet door. Maar het moest, met als gevolg er bij sommige poezen kleine verwondingen ontstonden doordat ik zo hard, met alle voorzichtigheid, moest duwen om de vervilte vacht weg te krijgen. Van ingegroeide nagels, tot ontstoken geslachtsdelen tot extreem vuile oren. Dit allen hebben we waargenomen. De vacht onderhouden van een dier wordt vaak nog aanzien als iets luxueus. Maar niets is minder waar. Een van de basisbehoeften van een kat is het zich kunnen wassen en het proper houden van hun vacht. Dit was in deze situatie absoluut niet mogelijk. Wegens de vervilte vacht over heel het lichaam en ook de nek, was het voor de poezen niet mogelijk om zich dagelijks te wassen en zich te onderhouden. Met als gevolg dat de huid, onder deze vilt, enorm droog was. Nadat ze verlost waren van hun vacht viel het pas echt op hoe enorm mager deze poezen zijn. Hun ruggengraat en ribben waren duidelijk te zien”. VII-41.749-7/14
- De bestreden beslissing steunt op volgende motieven: - het dierenartsverslag wijst erop dat “betrokkenen hebben nagelaten hun dieren de nodige (en urgente) medische zorgen te bieden waardoor de dieren gedurende een ruime periode fysiek geleden hebben”; - de feiten zijn ernstig en “de betrokkene [lijkt] zich hiervan weinig bewust […] te zijn”; - de betrokkenen kunnen de vaststellingen uit het proces-verbaal niet weerleggen en hun verklaringen wijzen op een gebrek aan kennis in de verzorging van dieren in het algemeen; - er is “de onwil om in te zien dat de aangetroffen toestand van de dieren geheel niet voldoet aan de geldende normen voor dierenwelzijn, en dat het welzijn van de dieren sterk geschaad is”; - er is “het feit dat het heel moeilijk is om door te dringen tot betrokkene”; - hieruit blijken onvoldoende garanties dat het welzijn van de dieren gewaarborgd kan worden waardoor een teruggave onverantwoord zou zijn; - er is “het feit dat de kosten voor opvang en verzorging blijven oplopen”; - er is “het feit dat de dieren geen reële verkoopwaarde, minstens geen waarde hebben die in verhouding staat tot de kosten van transport, opvang, huisvesting en verzorging overeenkomstig hun ethologische en fysiologische behoeften”. IV. Ontvankelijkheid van de vordering
- De verwerende partij betwist de ontvankelijkheid van de vordering omdat “[h]et nagestreefde voordeel […] niet meer bereikt [kan] worden”.
- Een onderzoek van en een uitspraak over de ontvankelijkheid zouden zich alleen opdringen indien mocht blijken dat aan de grondvoorwaarden voor een schorsing voldaan is, wat, zoals hierna zal blijken, niet het geval is. V. Schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, § 1, RvS-wet kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de VII-41.749-8/14 zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden. VI. Spoedeisendheid Standpunt van de partijen
- De verzoeksters zetten uiteen wat volgt: “[…] De 13 katten en de hond dewelke eigendom waren van verzoekende partijen -voor de inbeslagname op datum van 2 september 2022- werden door verwerende partij in volle bestemming gegeven aan het asiel. Dit asiel betreft slechts een tijdelijke oplossing en de dieren zullen dan ook noodzakelijkerwijze ter adoptie worden aangeboden. De hond ‘Bijoux’ werd reeds geadopteerd, terwijl de kat ‘Mystic’ nog ter adoptie staat volgens de site van het Sint-Hubertus asiel te Aalst (stukken 6 en 7). […] Nochtans waren eerste dan wel tweede verzoekende partij de rechtmatige eigenaars van deze dieren voor de bestreden beslissing. Verzoekende partijen kunnen dan ook niet meer beschikken over hun huisdieren dewelke reeds vele jaren bij hun verbleven. Het leed dat door de bestreden beslissing wordt veroorzaakt is dan ook onnoemelijk en wordt met de dag groter. […] Ingeval derden deze dieren inderdaad adopteren dan heeft dit tot gevolg dat verzoekende partijen hun huisdieren definitief kwijt zullen zijn. De spoedeisendheid bestaat dan ook zowel ten gevolge van de morele schade dewelke de bestreden veroorzaakt evenals omwille van het reële risico dat de dieren door derden zullen worden geadopteerd. […] Daarenboven worden ook de gevolgen voor de dieren zelf onomkeerbaar doordat verzoekende partijen deze dieren niet meer onder zich kunnen houden. De dieren zijn op dit eigenste moment immers volledig vervreemd aan het geraken van verzoekende partijen. De emotionele band dewelke verzoekende partijen hebben met hun dieren is dan ook compleet aan het vervagen. […] Verscheidene dieren bezitten tevens een reeds vergevorderde leeftijd: verschillende katten zijn immers meer dan 10 jaar oud, terwijl de Yorkshire Terrier ‘Bijoux’ reeds 13 jaar oud is. Een snelle zoektocht op het internet leert dat de gemiddelde levensverwachting van een zulk hondenras tussen de 12 en de 15 jaar is[…]. Ook in dat opzicht bestaat er aldus een spoedeisendheid in hoofde van verzoekende partijen. […] Verzoekende partijen kunnen het normale verloop van deze procedure dan ook niet afwachten, gelet op het risico op adoptie van de in bestemming aan het asiel gegeven dieren, de morele schade in hoofde van verzoekende partijen evenals het risico op vervaging van de emotionele band dewelke verzoekende partijen hebben met de dieren. De schade wordt dan ook met de dag groter. VII-41.749-9/14 […] Verzoekende partijen maken dan ook uitdrukkelijk voorbehoud voor de door verzoeker geleden schade ten gevolge van de bestreden beslissing”.
- De verwerende partij betwist het voorhanden zijn van spoedeisendheid: “In casu zal Uw Raad vaststellen dat verzoekende partijen hebben nagelaten enige procedure op te starten tegen de beslissing tot inbeslagname. Vervolgens hebben zij ook nog weken gewacht om een vordering tot schorsing in te stellen (en geen UDN) tegen het bestreden besluit houdende de definitieve bestemming van de inbeslaggenomen dieren. Een partij die dermate lang wacht met het instellen van een vordering tot schorsing, kan vervolgens niet ernstig volhouden dat de schade die zij vreest dermate ernstig zou zijn, dat het besluit geschorst moet worden; deze twee elementen zijn onverenigbaar”. Beoordeling
- Naar eis van artikel 17, § 2, RvS-wet moet het verzoekschrift “een uiteenzetting van de feiten [bevatten] die, volgens de indiener ervan, de spoedeisendheid verantwoorden die ter ondersteuning van dit verzoekschrift wordt ingeroepen”. Hetzelfde is te lezen in artikel 8, eerste lid, 4°, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State’. Dit houdt in dat het aan de verzoekers toevalt aan de zaak eigen, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen dat de zaak spoedeisend is, gelet op de gevolgen van een - voortdurende - tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing. Voorts kan luidens artikel 17, § 1, tweede lid, RvS-wet, een vordering tot schorsing worden gevorderd “op elk moment” en dus niet meer, zoals in de voorheen bestaande regelgeving, noodzakelijk in een enig verzoekschrift samen met de vernietiging. Met deze regeling heeft de wetgever precies de situaties willen verlaten waarbij “geen enkele bijzondere gebeurtenis vereist dat de Raad van State zich bij spoedeisendheid over de zaak die haar wordt voorgelegd VII-41.749-10/14 uitspreekt” (memorie van toelichting, Parl.St. Senaat, 2012-13, nr. 5-2277/1, 4). De spoedeisendheid “zal worden vastgesteld wanneer de verzoeker het resultaat van [de] procedure [ten gronde] niet kan afwachten om zijn beslissing te verkrijgen, op straffe zich in een toestand te bevinden met onherroepelijke schadelijke gevolgen” (memorie van toelichting, Parl St. Senaat, 2012-13, nr. 5-2277/1, 13). Bovendien mag een nieuwe vordering worden ingediend, indien die steunt op nieuwe elementen die de spoedeisendheid van deze vordering rechtvaardigen (artikel 17, § 2, derde lid, RvS-wet). Uit wat voorafgaat volgt dat niet zal volstaan te stellen dat de doorlooptijd van een annulatieprocedure te lang duurt of dat het resultaat van een annulatieprocedure niet kan worden afgewacht.
- De spoedeisendheid van een zaak wordt niet vermoed, welke ook de aard van de bestreden beslissing is. De verzoekende partij die de schorsing van de tenuitvoerlegging van een bestreden beslissing wenst te verkrijgen, is er dan ook toe gehouden om in haar verzoekschrift een uiteenzetting op te nemen die betrekking heeft op de voorwaarde van de spoedeisendheid waarin zij aan de hand van concrete, precieze, dienstige en verifieerbare gegevens uitlegt in welke mate volgens haar onherroepelijke schade zou ontstaan wanneer het resultaat van een beroep tot nietigverklaring zou worden afgewacht. Die gegevens moeten door de verzoekende partij worden onderbouwd op een wijze die de rechter toelaat om ze te verifiëren, zodat hij kan aftoetsen of ze de beweerde spoedeisendheid inderdaad verantwoorden. De Raad van State vermag daarenboven alleen rekening te houden met hetgeen in het verzoekschrift werd uiteengezet en gestaafd.
- In het kader van de gewone schorsingsvordering geldt er in beginsel geen dwingende voorwaarde om diligent en voortvarend op te treden, zoals bij een procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid. De regelgeving laat toe dat de schorsing “op elk moment” wordt gevorderd (artikel 17, § 1, tweede lid, RvS-Wet). VII-41.749-11/14 Dit betekent echter niet dat het talmen van een verzoekende partij om in rechte te treden, als proceshouding steeds zonder invloed blijft op de beoordeling van de spoedeisendheid. Een schorsing heeft immers enkel voor de toekomst uitwerking. Met het instellen van een vordering tot schorsing streeft een verzoekende partij voorts na zich te behoeden voor schadelijke gevolgen van een bepaalde omvang, waarvoor een later arrest ten gronde niet nuttig meer tussenkomt. Vereist is dan ook, dat op het ogenblik van de uit te spreken schorsing het onherroepelijke schadelijke gevolg, nog zinvol kan worden geweerd. Mede om die reden moet een verzoekende partij die de Raad van State ertoe wil brengen om haar zaak bij voorrang op andere zaken te onderzoeken en om een schorsing te bevelen, bij het benaarstigen ervan zelf ook de nodige zorgvuldigheid en ijver aan de dag leggen om dit schadelijke gevolg nog te kunnen weren. Dit betekent onder meer dat zij in functie van de omstandigheden, de zaak toch zo spoedig mogelijk bij de Raad van State aanhangig maakt.
- De verzoeksters stellen zelf dat de beroepstermijn een aanvang heeft genomen op 5 oktober
- Zij hebben geen beroep ingesteld tegen de eerdere beslissing van 2 september 2022 waarbij de betrokken dieren administratief in beslag werden genomen en erkennen dat het asiel van deze dieren “slechts een tijdelijke oplossing” is en dat de dieren “dan ook noodzakelijkerwijze ter adoptie worden aangeboden”. De verzoeksters zijn ervan op de hoogte dat een hond (Bijoux) intussen werd geadopteerd en dat een kat (Mystic) ter adoptie staat op de website van het asiel. Zij beseffen dat zij “hun huisdieren definitief kwijt zullen zijn” eens zij geadopteerd (zullen) zijn. Zij willen doen aannemen dat hun leed door het feit dat zij “niet meer beschikken over hun huisdieren dewelke reeds vele jaren bij hun verbleven”, “onnoemelijk” is en “met de dag groter” wordt. Voorts ook dat daardoor hun huisdieren “volledig vervreemd aan het geraken [zijn] van verzoekende partijen” en dat hun “emotionele band […] met hun dieren […] dan ook compleet aan het vervagen” is. De verzoeksters wijzen ook nog eens op de “reeds vergevorderde leeftijd” van de dieren als element van de spoedeisendheid. VII-41.749-12/14
- In casu blijkt dat de verzoeksters hun vordering tot schorsing pas hebben ingesteld op de vierenveertigste dag van de beroepstermijn, hoewel
(1)het leed dat hen wordt aangedaan door de bestreden beslissing vanaf de eerste dag “onnoemelijk” is en “met de dag groter wordt”,
(2)hun huisdieren vanaf dag één volledig van hen vervreemden,
(3)hun huisdieren “een reeds vergevorderde leeftijd” hebben,
(4)zij beseffen dat de eerdere inbeslagname van hun dieren tijdelijk is en dat hun adoptie nakend is en voor de hond intussen een feit is. Bijgevolg ondergaan de verzoeksters bijna anderhalve maand de beweerde nadelige gevolgen van het bestreden besluit alvorens een vordering tot schorsing in te stellen bij de Raad van State. Aangezien mag aangenomen worden dat de verzoeksters deze nadelige gevolgen ook reeds ondervonden van het eerdere besluit van 2 september 2022 waarbij de betrokken huisdieren van de verzoeksters administratief in beslag werden genomen, moet besloten worden dat de proceshouding van de verzoeksters een negatie lijkt van de beweerde spoedeisendheid van de vordering.
- Wat voorafgaat, leidt tot het besluit dat de verzoeksters niet aantonen dat hun zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring. Conclusie
- Er is dus niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, RvS-wet die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt de vordering.
- Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoeksters niet bekendgemaakt. VII-41.749-13/14 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drieëntwintig maart tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Pierre Lefranc, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Pierre Lefranc VII-41.749-14/14 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.121 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.363 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div