id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 maart 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.122 Rolnummer: A. 235962/VII-41343 Zaak: Arrest 256122 - Dierenwelzijn - 23/03/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-03-30 Raadplegingen: 93 - laatst gezien 2026-06-10 08:42 Fiche Arrest nr 256.122 van 23 maart 2023 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Verwerping Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 256.122 van 23 maart 2023 in de zaak A. 235.962/VII-41.343 In zake :
- XXXX
- XXXX woonplaats kiezend te 3650 Dilsen-Stokkem Borreshoefstraat 30 bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Melanie Beerten kantoor houdend te 3600 Genk Henry Fordlaan 47 tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jean-François De Bock en Joy Moens kantoor houdend te 1180 Brussel Bosveldweg 70 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 22 maart 2022, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de secretaris-generaal van het departement Omgeving van het Vlaamse Gewest waarbij de hond ‘Daisy’ in toepassing van artikel 42, § 2, van de wet van 14 augustus 1986 ‘betreffende de bescherming en het welzijn der dieren’ (hierna: dierenwelzijnswet) definitief in volle eigendom wordt gegeven aan het erkende dierenasiel van Genk, dat daarmee instemt. VII-41.343-1/15 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Frederic Eggermont heeft op 1 februari 2023 een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 16 maart
- Staatsraad Pierre Lefranc heeft verslag uitgebracht. Advocaat Melanie Beerten, die verschijnt voor de verzoekende partijen en advocaat Joy Moens, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Frederic Eggermont heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Er zijn aanwijzingen, naar aanleiding van een melding van een buurman, dat de hond van de verzoekende partijen wordt mishandeld. De lokale politie wil op 6 december 2021 vaststellingen doen, maar dat wordt verhinderd. VII-41.343-2/15 Vervolgens worden, naar aanleiding van een visitatie gemachtigd door de politierechtbank van Limburg, afdeling Maaseik, door de lokale politie overtredingen op het dierenwelzijn vastgesteld en wordt de hond op 21 december 2021 in beslag genomen.
- Eerste verzoeker wordt op 13 januari 2022, in aanwezigheid van zijn raadsman, verhoord.
- De secretaris-generaal van het departement Omgeving beslist op 25 januari 2022 om de hond, in toepassing van artikel 42, § 2, van de dierenwelzijnswet, definitief in volle eigendom te geven aan het dierenasiel dat daarmee instemt. Dit is de bestreden beslissing die wordt gemotiveerd: “Gelet op de vaststellingen in PV TG.63.L5.005053/2021: - Uit een getuigenverklaring blijkt dat de getuige sinds augustus 2021 reeds enkele malen heeft gehoord dat de hond jankt nadat hij bevelen krijgt. Aan de lokale politie worden geluidsopnames bezorgd waarop de hond van [de verzoekende partijen] herhaaldelijk luid en angstig jankt tot krijst. Op één van de geluidsfragmenten is te horen dat de hond 2x jankt vlak na een kletsend/slaand geluid. - Het chipnummer van de hond is niet geregistreerd. - Controle op 21/12/2021: uit het gedrag van de hond blijken conflictvermijdende signalen en tekenen van angst naar [eerste verzoeker]: o De hond duwt de staart (staartaanzet laag) tussen de benen en tegen de buik, o De hond houdt zijn borst laag tegen de grond, o De hond legt zijn oren plat naar achteren, o De hond komt in bovenstaande houding naar betrokkene toe gekropen, o Terwijl is er een zeer kort moment van lage kwispel, o Eenmaal bij [de verzoekende partijen] toegekomen wil de hond meteen op de rug gaan liggen en haar buik laten zien om zo een onderdanige, kwetsbare houding aan te nemen, - De hond beschikt niet over drinkwater, - Er zijn voorwerpen aanwezig waarop afdrukken van hondentanden zichtbaar zijn: krukken en batterijen; er ligt een kettingzweep naast de deur van de hondenren, wat erop wijst - dat de hond meermaals hardhandig werd aangepakt, - dat de hond tekenen van angst en conflictvermijding vertoont, wat wijst op mishandeling, - dat de registratie van de hond niet in orde is. VII-41.343-3/15 - dat er voorwerpen aanwezig zijn in de omgeving van de hond waarop de hond heeft gekauwd, die een gevaar kunnen zijn voor de gezondheid van de hond, Gelet op de mededeling vanuit het asiel: De hond reageert agressief naar andere honden, wat erop wijst dat de hond geen degelijke socialisatie heeft gehad, Gelet op het verhoor van betrokkene door de lokale politie Maasland op 13/1/22 waarbij hij het volgende verklaart: - Zijn vorige hond heeft hij laten inslapen nadat deze iemand had gebeten op zijn erf. Hij had deze hond niet fout afgericht. De hond werd niet afgericht om aan te vallen maar om op te passen op de woning. De hond is geslagen geweest door de politie en heeft pepperspray gekregen waardoor er niets meer te doen viel met de hond. - De hond Daisy heeft hij sinds augustus
- - De hond is nog niet bij de dierenarts geweest. - De hond is nog niet geregistreerd; hij weet dat dit verplicht is. - Hij heeft ervaring met honden. - Hij traint de hond zelf; hij is nooit met de hond naar de hondenschool geweest. - Hij traint de hond om op de woning te letten. Ze moet ook lief genoeg zijn om te spelen met de kinderen. Hij wil ook dat de hond goed kan luisteren. - De hond zit in de ren of binnen in de bench en loopt ook veel los. - Hij speelt met de hond (’s nachts), geeft eten en drinken en doucht de hond geregeld. - Hij weet niet hoeveel voer de hond dagelijks krijgt. - De dag van de controle had hij ’s nachts nog water gegeven aan de hond. - Hij heeft de hond gesocialiseerd naar honden, mensen, andere huisdieren, verkeer. - Hij heeft er geen verklaring voor waarom de hond in het asiel agressief reageert naar andere honden. - Hij zal een video overmaken hoe hij de hond africht met commando’s. - Hij richt de hond af in het Kosovaars. - Volgens hem is zijn manier van trainen voor zijn hond goed. - Hij gebruikt geen hulpmiddelen om de hond te corrigeren. - Het kan zijn dat de hond ooit schrik heeft tijdens de africhting. - Het is al eens gebeurd dat de hond jankte tijdens de africhting, maar enkel op de dag dat de politie gecontacteerd is geweest. - De hond reageerde tijdens de controle normaal naar hem toe. - Hij ontkent dat de hond angstig en onderdanig naar hem reageerde. - Hij slaat geen dieren. - Hij geeft geen verklaring voor de bijtsporen op de krukken. - Hij is er zeker van dat de kettingzweep niet naast de ren lag. De kettingzweep wordt niet gebruikt om de hond mee te slaan. - Het slaande geluid dat te horen is op de opnames is het geluid van de poort. De poort beweegt soms zo door de lucht. - Het geluid dat de hond maakt op de opnames is omdat ze achter de kat aan het gaan is. - Het is volgens hem mogelijk om een hond zonder angst te trainen. VII-41.343-4/15 - Hij is van mening dat hij goed met zijn hond omgaat en de hond op een correcte manier africht. - Hij is niet bereid om zijn omgang met de hond te laten beoordelen door een gedragstherapeut: hij heeft rugklachten en kan dit ook niet betalen. - Hij doet geen afstand van de hond. - Hij wil de gemaakte kosten niet vergoeden. - Hij gaat de hond niet op een andere manier africhten. - Hij is bereid om zijn gedrag in omgang met de hond aan te passen. Als hij tips krijgt zal hij daar rekening mee houden. - Hij zal zich hiervoor laten bijstaan door zijn neef in Kroatië. - Hij is niet bereid om met de hond naar de hondenschool te gaan: hij heeft daar geen geld voor en hij heeft rugproblemen. - Wat hij gedaan heeft was niet het mishandelen van honden. Gelet op het feit dat de aard van het geluid dat te horen is op de geluidsopname niet overeenkomt met het geluid van een dichtslaande poort. Gelet op het feit dat betrokkene niet geloofwaardig is: - Hij ontkent dat de kettingzweep op de grond naast de hondenren lag, terwijl dat wel degelijk het geval was. - Hij spreekt niet de waarheid over het geluid dat op de geluidsopname te horen is. - Hij zegt dat hij de hond heeft gesocialiseerd naar andere honden, terwijl de hond in het asiel agressief reageert naar andere honden. - Hij ontkent dat de hond angstig en onderdanig naar hem reageerde terwijl dat wel degelijk het geval was. - Hij zegt dat het jankende geluid van de hond dat op de opnames te horen is, komt omdat de hond achter de kat aan het gaan is. waardoor ook de rest van zijn verklaring, onder andere over het al dan niet hardhandig aanpakken van de hond, niet geloofwaardig is, Gelet op het feit dat betrokkene niet wenst mee te werken aan een gedragsonderzoek door een gedragstherapeut, wat nochtans in zijn voordeel zou zijn indien de hond werkelijk niet mishandeld werd. Gelet op het feit dat betrokkene niet bereid is om naar de hondenschool te gaan om te leren om op een goede manier met zijn hond om te gaan en deze op te voeden. Gelet op het feit dat betrokkene zegt geen geld te hebben voor de hondenschool, hetgeen nochtans een relatief lage kost betreft. Gelet op het feit dat betrokkene de video waarover sprake in zijn verhoor in eerste instantie niet bezorgd heeft. Op 19/1/22 heeft de lokale politie Maasland contact opgenomen met de advocaat van betrokkene, met de vraag zijn cliënt te vragen dit alsnog over te maken. Dit is gebeurd op 19/1/
- Volgend beeldmateriaal werd overgemaakt aan de lokale politie: - Foto’s van betrokkene/betrokkene met kinderen met een kitten, een rund, een andere hond, een pup (niet de in beslag genomen hond) - Foto van een andere pup (niet de in beslag genomen hond) - Foto van een andere persoon met een schaap - Printscreen van een tiktok-filmpje van de inbeslaggenomen hond in de ren VII-41.343-5/15 - Foto van 2 agapornissen in een kooitje - Een tiktok-filmpje van 15 seconden: de hond Daisy staat ontspannen te eten in de ren - Een tiktok-filmpje van 15 seconden: de hond Daisy als pup in een voertuig. De pup ondergaat het bekijken van de tanden - Een tiktok-filmpje van 15 seconden: de hond Daisy krijgt een commando en gaat liggen. De hond Daisy krijgt 3x een volgend commando en legt zich op de rechterzij. Op dat moment vertoont de hond conflictvermijdende signalen: staart naar onder buigen, voorpootje omhoog heffen. Er is maar één filmpje met interactie met de eigenaar. In dit filmpje vertoont de hond conflictvermijdende signalen na het uitvoeren van een commando. Het filmpje is te kort om er verdere conclusies aan te verbinden. Gelet op het feit dat de opvoeding van de vorige hond van [de verzoekende partijen] niet zonder incidenten is verlopen: Op 22/6/20 ontsnapte de vorige hond van [de verzoekende partijen]. De hond liep achter een gezin aan. Een buurtbewoner kwam tussenbeide en slaagde erin de hond te vangen en een halsband aan te doen. Toen deze persoon de hond op het erf van [de verzoekende partijen] wilde zetten werd hij aangevallen door de hond en ernstig gebeten. [Eerste verzoeker] besliste om de hond meteen en vrijwillig te laten inslapen. Bij het inwinnen van verdere informatie blijkt dat de hond ook ooit een van de kinderen van [de verzoekende partijen] had gebeten. Ondanks deze gebeurtenis verklaart [eerste verzoeker] dat hij de hond niet fout had afgericht, waaruit blijkt dat hij geen inzicht heeft in het gedrag van honden en het opvoeden van honden. Gelet op het verslag van de dierenarts van het asiel dd 29/12/21: - Algemene indruk: ok - Voedingstoestand: ok, voedingsscore 3/5 - Klinisch onderzoek: ok Gelet op de gedragsobservaties van de hond door de dienst dierenwelzijn op 19/1/22 waarbij gezien werd - dat de hond agressie vertoont naar andere honden uit onwetendheid/angst, - dat de hond bij elke ‘nieuwe kennismaking met een vreemde hond’ opnieuw dezelfde gewenningsperiode nodig heeft, - dat de hond mits begeleiding en gewenning uit zichzelf speelgedrag begint te vertonen naar andere honden. Hieruit blijkt - dat de hond niet weet hoe zich te gedragen in bijzijn van andere honden, - dat de hond niet gesocialiseerd werd naar andere honden, - dat het welzijn van de hond in omgang met andere honden hierdoor gestoord is, - dat de hond mits verdere positieve socialisatie door de juiste eigenaar wel sociaal is in omgang naar andere honden. Gelet op het feit dat het om al deze redenen onverantwoord zou zijn om de hond te laten terugkeren naar betrokkene, gezien er geen garanties zijn dat zij niet opnieuw mishandeld zou worden en haar welzijn niet opnieuw ernstig geschaad zou worden”. VII-41.343-6/15 IV. Ontvankelijkheid van het beroep Exceptie inzake het belang
- De verwerende partij werpt op dat de verzoekende partijen het rechtens vereiste actueel belang ontberen. Zij betoogt: “Verzoekende partij beoogt de nietigverklaring van de beslissing van verwerende partij om de hond Daisy definitief in volle eigendom aan een erkend dierenasiel te geven. Het dierenasiel heeft ingestemd met deze eigendomsoverdracht. Deze definitieve eigendomsoverdracht heeft tot gevolg dat verwerende partij, na een eventuele vernietiging door Uw Raad, hoe dan ook niet kan beslissen om de hond teug te geven aan verzoekende partijen. De rechtspraak van Uw Raad is inderdaad duidelijk: indien er vóór het instellen van het beroep een overeenkomst gesloten is met het dierenasiel, dat heeft ingestemd met de eigendomsoverdracht, dient het beroep als niet ontvankelijk verworpen te worden. Daarenboven is de hond inmiddels geadopteerd door een particulier […]. Een gebeurlijke vernietiging van de bestreden bestemmingsbeslissing kan de verzoekende partijen immers het door hun nagestreefde voordeel niet meer opleveren: […] Verzoekende partijen hebben dan ook geen belang bij huidig beroep. Zelfs indien Uw Raad per impossibile zou overgaan tot vernietiging, kan dit dus niet tot gevolg hebben dat het betrokken dier terug aan verzoekende partijen gegeven zou moeten worden”.
- De verzoekende partijen repliceren: “Als voormalig eigenaar van Daisy laten zij blijken van het vereiste belang om beroep in te stellen. Ingeval van vernietiging van de bestreden beslissing kan beslist worden om aan verzoekers de hond terug te geven. Verzoekers zouden ook een procedure tot nietigverklaring van de koopovereenkomst aan een derde aanhangig kunnen maken. Verzoekers beschikken aldus wel zeker over het vereiste belang. Daarenboven werpt de bestreden beslissing een negatief licht op de handelswijze van verzoekers, en de gevolgen daarvan kunnen enkel worden weggenomen door een gebeurlijke nietigverklaring. Zelfs indien een teruggave van de hond niet meer mogelijk zou zijn, beschikken verzoekers aldus wel zeker over het vereiste belang”. VII-41.343-7/15 Beoordeling
- De verzoekende partijen wijzen erop dat zij door de bestreden beslissing in een negatief daglicht worden gesteld. Het beroep is er dan ook niet uitsluitend op gericht om de dieren terug te verwerven - wat zoals de verwerende partij terecht aangeeft, niet langer tot de mogelijkheid behoort - maar ook om zekere nadelige gevolgen van de bestreden beslissing te verijdelen. De verzoekende partijen halen derhalve een moreel belang aan, wat volstaat om hun het belang bij het beroep niet te ontzeggen.
- De exceptie wordt verworpen. V. Onderzoek van het middel Standpunt van de partijen
- De verzoekende partijen voeren de schending van artikel 42, § 2, van de dierenwelzijnswet en het zorgvuldigheidsbeginsel als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur aan. Zij betogen: “De beslissing om Daisy overeenkomstig art. 42, §2 Dierenwelzijnswet in volle eigendom toe te wijzen aan het asiel in Genk is gemotiveerd aan de hand van een opsomming van enkele redenen. Door de onjuiste invulling van art. 42 j° art. 4 Dierenwelzijnswet schendt de betrokken overheid evenwel deze artikelen. Door bovendien Daisy in volle eigendom over te dragen aan het dierenasiel te Genk, alsook de hierna volgende redenen, schendt zij het zorgvuldigheidsbeginsel als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur. De historiek: De verwijzing naar opvoeding van de vorige hond van verzoekers Er wordt in de bestemmingsbeslissing verwezen naar de vorige hond van verzoekers, waarbij de opvoeding niet zonder incidenten zou zijn verlopen. [Eerste verzoeker] zou beslist hebben om de hond ‘meteen en vrijwillig’ te laten inslapen nadat hij iemand beet. Niets is evenwel minder waar. [Eerste verzoeker] heeft inderdaad beslist om de hond te laten inslapen nadat hij iemand beet, maar dat deze VII-41.343-8/15 beslissing vrijwillig werd gemaakt is compleet onjuist. Het spreekt voor zich dat [eerste verzoeker] deze beslissing nooit heeft willen maken, en dat deze beslissing een zeer diepe indruk op hem en zijn gezinsleden heeft nagelaten. Dat de bestemmingsbeslissing wordt gesteund op de onjuiste bewering dat [eerste verzoeker] vrijwillig zijn vorige hond heeft laten inslapen, is dan ook geheel onjuist en schept in ieder geval een zeer fout beeld van de werkelijkheid. Daarenboven wordt in de bestemmingsbeslissing vermeld dat ‘de hond ook ooit een van de kinderen van [de verzoekende partijen] had gebeten’. Ook dit is onjuist en schept een fout beeld van de werkelijkheid. [Eerste verzoeker] weet wel degelijk hoe hij honden moet africhten, en heeft inzicht in het gedrag van honden en het opvoeden van honden. Het verslag van de dierenarts Uit het verslag van de dierenarts van het asiel van 29/12/2021 blijkt de toestand van Daisy positief te zijn. De algemene indruk is ‘ok’. De voedingstoestand is ‘ok’ (voedingsscore 3/5) en het klinisch onderzoek is ‘ok’. Uit deze feitelijkheden blijkt dat verzoekers Daisy goed verzorgen. De bestemmingsbeslissing wordt genomen zonder waarde te hechten aan deze vaststellingen. Gedragsobservaties Uit gedragsobservaties van de hond door de dienst dierenwelzijn op 19/01/2022 werd gezien dat Daisy agressie vertoont naar andere honden uit onwetendheid/angst. Daisy zou niet weten hoe zij zich moet gedragen in het bijzijn van andere honden. Hieruit blijkt dat Daisy niet gesocialiseerd werd naar andere honden. Het feit dat zij na een gewenningsperiode uit zichzelf speelgedrag begint te vertonen naar andere honden toont aan dat zij mits verdere positieve socialisatie sociaal is in de omgang naar andere honden. Deze positieve socialisatie kan eveneens door verzoekers plaatsvinden. Verklaring van [eerste verzoeker] Er worden in de bestemmingsbeslissing enkele zaken aangehaald die door [eerste verzoeker] zouden verklaard zijn tijdens het verhoor bij de lokale politie Maasland op 13/01/
- Bepaalde zaken zijn evenwel onjuist. Zo wordt aangehaald in de bestemmingsbeslissing dat Daisy nog niet bij de dierenarts zou geweest zijn. Dit klopt niet. Daisy is wel degelijk reeds bij de dierenarts geweest, alwaar zij de nodige vaccinaties tegen hondsdolheid verkreeg. Ook werd Daisy gechipt. […]. Het dierenartsbezoek vond plaats in Kroatië, en onder begeleiding van de neef van [eerste verzoeker]. In ieder geval blijkt hieruit wel dat verzoekers Daisy hebben voorzien van de nodige vaccinatie, en geven zij blijk van de juiste kennis om Daisy te voorzien van de nodige medische zorgen. Betwisting van getuigenverklaring en geluidsopname Verzoekers ontkennen en betwisten elke beschuldiging dat de hond mishandeld of verwaarloosd zou worden. In het bijzonder betwisten verzoekers dat [eerste verzoeker] Daisy geslagen zou hebben. In tegenstelling tot wat beweerd wordt, is er op de geluidsopname geen VII-41.343-9/15 mishandeling te horen van de hond. Zelfs integendeel. Het geluid dat te horen is op de geluidsopname is het dichtwaaien van de poort. Daisy jankt enkel wanneer zij achter de kat aangaat. Vrijwaring van het dierenwelzijn in de toekomst De inbeslagname van Daisy en de bestemmingsbeslissing hebben een diepe indruk nagelaten op verzoekers en gezinsleden. Zij zullen er alles aan doen om de zorg voor Daisy optimaal te houden. Verzoekster nam volgende maatregelen: de woning is vrij van spullen die gevaarlijk kunnen zijn voor Daisy. Tevens zullen verzoekers onmiddellijk een afspraak maken bij de dierenarts om de registratie van Daisy in orde te brengen. Op die manier kan verzoekster ook in de toekomst voorzien in alle medische en fysiologische noden van Daisy. Verzoekers zijn bereid om met Daisy naar een gedragstherapeut te gaan, dan wel naar de hondenschool. Concluderend vorderen verzoekers om de bestemmingsbeslissing van de Vlaamse Dienst Dierenwelzijn te vernietigen in de mate waarin het Daisy in volle eigendom overdraagt aan het asiel van Genk, gelet op het feit dat verzoekster steeds heeft voorzien in en in de toekomst zal voorzien in de noodzakelijke ethologische, fysiologische en medische behoeften van Daisy”.
- De verwerende partij antwoordt: “Verzoekende partij verduidelijkt niet waarom art. 42, §2 Wet Dierenwelzijn geschonden zou zijn of een verkeerde invulling gekregen zou hebben. In ieder geval beschikt verwerende partij op grond van deze bepaling over een discretionaire bevoegdheid om te bepalen welke bestemmingsbeslissing het beste aangewezen is in de concrete situatie die zich voordoet. Enkel een manifeste beoordelingsfout kan door Uw Raad gesanctioneerd worden. In casu toont verzoekende partij niet aan dat er sprake zou zijn van dergelijke manifeste beoordelingsfout. De stelling van verzoekende partijen dat zij hun vroegere hond niet vrijwillig zouden hebben laten inslapen, is niet correct en wordt tegengesproken door de stukken van het administratief dossier. Uit stuk nr. 1 van het administratief dossier blijkt dat verzoekende partijen, na het bijtincident van 2020, wel degelijk besloten hebben hun hond te laten inslapen. Dit wordt nog bevestigd door eerste verzoekende partij zelf, tijdens het verhoor dat op 13 januari 2022 van hem werd afgenomen […]. In ieder geval ontkennen verzoekende partijen niet dat hun eerdere hond werd ingeslapen naar aanleiding van een ernstig bijtincident. Wat betreft het feit dat de eerdere hond van verzoekende partijen nooit één van hun kinderen gebeten zou hebben, zal Uw Raad kunnen vaststellen dat ook deze bewering ingaat tegen de stukken van het administratief dossier. Eerste verzoekende partij heeft immers zelf verklaard dat dit wel gebeurd VII-41.343-10/15 zou zijn, doch heeft dit geminimaliseerd door te stellen dat het maar om een lichte beet ging […]. Dat verzoekende partijen weten hoe honden af te richten en te verzorgen, wordt eveneens tegengesproken door de stukken van het administratief dossier. Verwerende partij verwijst verder naar de uitvoerige motivering van de bestreden beslissing. Dat de hond Daisy volgens het dierenartsenverslag fysiek in orde bleek te zijn, is een element waarmee rekening werd gehouden bij het nemen van de bestreden beslissing. Daarnaast waren er echter heel wat andere elementen waar rekening mee gehouden moest worden en die geleid hebben tot de bestreden bestemmingsbeslissing. Verzoekende partijen tonen niet aan dat de bestreden beslissing manifest onzorgvuldig zou zijn enkel en alleen omdat de fysieke gezondheid van hun hond Daisy in orde was. Bovendien is het niet omdat de hond fysiek in orde was, dat verzoekende partijen goed voor de hond zorgden. Dat verzoekende partijen zelf ook zouden kunnen instaan voor een positieve socialisatie van de hond Daisy wordt tegengesproken door de gedane vaststellingen, maar ook door de verklaring van eerste verzoekende partij zelf, die tijdens zijn verhoor d.d. 13 januari 2022 aangaf niet bereid te zijn naar de hondenschool te gaan. De bewering van verzoekende partijen dat zij wel degelijk naar een dierenarts geweest zouden zijn met de hond Daisy, gaat bovendien lijnrecht in tegen de verklaringen van eerste verzoekende partij tijdens zijn verhoor op 13 januari 2022 […]. Verzoekende partijen ontkennen met klem dat zij hun hond Daisy mishandeld zouden hebben. Verwerende partij kan wat dat betreft verwijzen naar de uiterst gemotiveerde bestemmingsbeslissing, waarin o.a. verwezen wordt naar de geluidsopnames van de buurman van verzoekende partij, de gedane vaststellingen betreffende het gedrag van de hond, de verklaringen van eerste verzoekende partij, enz… Verzoekende partijen beweren nu plots dat zij bereid zouden zijn naar een hondenschool te gaan en een gedragstherapeut voor honden te consulteren. Dit is echter totaal ongeloofwaardig, gelet op de eerdere pertinente weigering van eerste verzoekende partij om dit te doen […]. Voor het nemen van de bestreden beslissing is eerste verzoekende partij inderdaad blijven weigeren om naar de hondenschool en -gedragstherapeut te gaan. Uit de bestreden beslissing en het administratief dossier blijkt dan ook dat verwerende partij de zaak grondig onderzocht heeft en, rekening houdend met alle elementen, tot het bestreden besluit is gekomen. Hierbij heeft zij uiterst zorgvuldig gehandeld”.
- De verzoekende partijen repliceren dat er geen rekening mag worden gehouden met argumenten uit het verleden die op het moment van het nemen van de bestreden beslissing geen enkele rol meer konden spelen. Voorts leggen zij afbeeldingen voor waaruit kan worden afgeleid dat de hond niet wordt VII-41.343-11/15 mishandeld. Zij benadrukken dat zij naar een gedragstherapeut of hondenschool gaan als zij hierdoor de hond kunnen terugkrijgen. Beoordeling
- Ook al zou eerste verzoeker, wat betreft zijn vorige hond, niet “meteen en vrijwillig” tot het laten inslapen ervan zijn overgegaan, hiermee wordt de feitelijkheid niet weerlegd dat die hond een toevallige voorbijganger ernstig had verwond en de politie geweld ten aanzien van het dier moest aanwenden teneinde het gevaar te neutraliseren, waardoor niet aannemelijk is gemaakt dat de verwerende partij het niet bij het rechte einde heeft als zij van oordeel is dat de hond foutief werd afgericht door eerste verzoeker. Er wordt in het verzoekschrift ontkend dat een van de kinderen door die betrokken hond ooit werd gebeten, maar in het proces-verbaal TG.46.L5.002455/2020 van 22 juni 2020 is te lezen: “Buurbewoners beweren dat de hond ooit een kind van [de verzoekende partijen] heeft gebeten. Wanneer wij hem hierom vragen zegt hij dat het maar een lichte beet was”. Minstens kan uit het voorgaande het standpunt dat eerste verzoeker weet hoe hij honden moet africhten, zoals hij dat vooropstelt in het verzoekschrift, niet worden gevolgd.
- In tegenstelling tot wat de verzoekende partijen beweren, worden met het verslag van de dierenarts waarin is opgenomen dat de algemene indruk over de hond, de voedingstoestand en het resultaat van het klinisch onderzoek “ok” zijn, de vaststellingen en de gevolgtrekkingen over de gedragstoestand en de omgang van de verzoekende partijen met de hond niet weerlegd. Evenmin het gegeven dat een positieve socialisatie van de hond kan plaatsvinden bij de verzoekende partijen, is relevant in de beoordeling of de VII-41.343-12/15 bestreden beslissing op het moment van het aannemen ervan, wettig tot stand is gekomen.
- Er wordt betwist dat de hond niet bij de dierenarts zou zijn geweest. Nochtans meldt eerste verzoeker gedurende het verhoor van 13 januari 2022 wat betreft de hond waarop de bestreden beslissing betrekking heeft: “Ik ben nog niet geweest maar heb wel een afspraak”. Voorts wordt niet gesteld in de bestreden beslissing dat de hond niet werd gechipt maar dat de chip niet werd geregistreerd. Met hun betoog kunnen de verzoekende partijen dus niet aannemelijk maken dat zij de hond weldegelijk de vereiste medische zorgen toedienen.
- De verzoekende partijen ontkennen dat zij de hond hebben mishandeld. Daarbij richten zij zich op de getuigenverklaring en de geluidsopname die zij formeel tegenspreken. Echter, de lokale politie en de dienst Dierenwelzijn hebben op 21 december 2021 ook eigen vaststellingen verricht, waaronder conflict vermijdende signalen en angst van de hond ten aanzien van eerste verzoeker, en eveneens het asiel heeft een gebrek aan socialisatie met agressie naar andere honden toe geconstateerd. Voorts weigerde eerste verzoeker aanvankelijk met de hond naar de hondenschool te gaan, wat een element is dat, gelet op ernstige verwondingen die een vorige hond van de verzoekende partijen had aangebracht aan een voorbijganger en het optreden manu militari door de politie om het gevaar dat uitging van de hond te neutraliseren en het gegeven dat eerste verzoeker zelf heeft verklaard dat één van zijn kinderen door die vorige hond werd gebeten, een rol mocht spelen in de beoordeling waartoe de verwerende partij werd geroepen, waaronder het vraagstuk of de hond mocht worden teruggegeven aan de verzoekende partijen. VII-41.343-13/15 Bij de memorie van wederantwoord voegen de verzoekende partijen afbeeldingen toe waaruit moet worden afgeleid dat de hond geen schrik heeft van eerste verzoeker. Daarbij wordt helemaal niet aangetoond dat zij die beelden niet konden voorleggen bij het indienen van hun verzoekschrift. Voor het eerst bijgebracht in hun memorie van wederantwoord zijn deze bijkomende argumenten laattijdig en dienvolgens onontvankelijk.
- De argumentatie dat de verzoekende partijen na de bestreden beslissing maatregelen hebben genomen, is niet dienstig in het nagaan of de bestemmingsbeslissing binnen de perken van de wettigheid is genomen.
- Er is geen schending van artikel 42, § 2, van de dierenwelzijnswet, dat stelt dat de dienst Dierenwelzijn de bestemming van het dier bepaalt dat overeenkomstig paragraaf 1 van dat artikel in beslag werd genomen, noch van het zorgvuldigheidsbeginsel aangetoond.
- Het enige middel is ongegrond.
- Het auditoraat heeft terecht gemeend dat de zaak met korte debatten een oplossing kan krijgen. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, elk voor de helft, en een rechtsplegingsvergoeding van 154 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. VII-41.343-14/15
- Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partijen niet bekendgemaakt. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drieëntwintig maart tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Pierre Lefranc, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Pierre Lefranc VII-41.343-15/15 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.122 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.