← België

Arrest 256137 - Plannen van aanleg - 24/03/2023

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 maart 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.137 Rolnummer: A. 234421/X-17986 Zaak: Arrest 256137 - Plannen van aanleg - 24/03/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-03-31 Raadplegingen: 87 - laatst gezien 2026-06-10 08:42 Fiche Arrest nr 256.137 van 24 maart 2023 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Plannen van aanleg Beslissing : Vernietiging bekendmaking Verwerping overige Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 256.137 van 24 maart 2023 in de zaak A. 234.421/X-17.986 In zake : Günther ETTL bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dominiek Vandenbulcke kantoor houdend te 1200 Brussel Albert-Elisabethlaan 46 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Sven Vernaillen en Katrien Dams kantoor houdend te 2600 Antwerpen Borsbeeksebrug 36 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingediend op 30 augustus 2021, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse minister van Mobiliteit en Openbare Werken van 27 mei 2021 houdende verwerping van het bestuurlijk beroep van onder meer verzoeker tegen het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Wezembeek-Oppem van 16 maart 2020 tot goedkeuring van het rooilijnplan en het technisch dossier van de wegaanleg in de verkavelingsaanvraag van de nv Kwadraat voor een terrein aan de Hippodroomlaan te Sterrebeek, tegen het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Zaventem van 30 maart 2020 tot goedkeuring van het voornoemde technisch dossier en tegen het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Zaventem van 30 maart 2020 tot goedkeuring van het voornoemde rooilijnplan en van de ontwerpovereenkomst met de nv Kwadraat. X-17.986-1/13 II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur An Van den broeck heeft een verslag opgesteld. De verwerende partij en verzoeker hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 25 november
  3. Staatsraad Jan Clement heeft verslag uitgebracht. Advocaat Dominiek Vandenbulcke, die verschijnt voor de verzoeker, en advocaat Katrien Dams, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur An Van den broeck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 (hierna: de RvS-wet). III. Feiten
  4. Op 30 oktober 2019 dient de nv Kwadraat een omgevingsvergunningsaanvraag in voor een verkaveling met wegaanleg op een terrein langs de Hippodroomlaan te Sterrebeek, dit is een deelgemeente van de gemeente Zaventem (hierna: het betrokken terrein). De Hippodroomlaan vormt ter X-17.986-2/13 hoogte van het betrokken terrein de grens tussen de gemeenten Zaventem en Wezembeek-Oppem. Verzoekers woonperceel paalt aan het betrokken terrein.
  5. Tijdens het openbaar onderzoek dat over de omgevingsvergunningsaanvraag wordt georganiseerd dient verzoeker een bezwaarschrift in.
  6. Wat de zaak van de wegen betreft, worden de volgende drie besluiten genomen (hierna: de drie gemeenteraadsbesluiten over de zaak van de wegen): - met een besluit van 16 maart 2020 keurt de gemeenteraad van de gemeente Wezembeek-Oppem het rooilijnplan en het technisch dossier van de wegaanleg in de aanvraag van de nv Kwadraat goed, - met een eerste besluit van 30 maart 2020 keurt de gemeenteraad van de gemeente Zaventem het voornoemde technisch dossier goed en - met een tweede besluit van 30 maart 2020 keurt de gemeenteraad van de gemeente Zaventem het voornoemde rooilijnplan en de ontwerpovereenkomst met de nv Kwadraat goed.
  7. Op 23 april 2020 verleent de deputatie van de provincieraad van de provincie Vlaams-Brabant de gevraagde omgevingsvergunning. 7.
  8. Onder meer verzoeker dient op 5 juni 2020 bij de Vlaamse regering bestuurlijk beroep in tegen de drie gemeenteraadsbesluiten over de zaak van de wegen. 7.
  9. Het beroepsschrift wordt toegezonden aan “Vlaams Gewest – Vlaamse Regering, Afdeling Gebiedsontwikkeling, omgevingsplanning en -projecten (GOP) – Directie Omgevingsprojecten” met adres “Koning Albert II – laan 20 bus 8, B-1000 BRUSSEL”. X-17.986-3/13
  10. Onder meer verzoeker dient op 25 juni 2020 bij de Vlaamse regering een bestuurlijk beroep in tegen het besluit van de deputatie van 23 april 2020 tot verlening van de omgevingsvergunning.
  11. Bij brief van 23 juli 2020 deelt de gemachtigde omgevingsambtenaar aan verzoeker mee dat het in het vorige randnummer bedoelde bestuurlijk beroep tegen de omgevingsvergunning ontvankelijk en volledig is en dat de behandelingstermijn voor de behandeling van dit beroep opgeschort wordt, gelet op het onder meer door verzoeker ingestelde bestuurlijk beroep tegen de drie gemeenteraadsbesluiten over de zaak van de wegen.
  12. Met een e-mailbericht van 22 april 2021 deelt het departement Mobiliteit en Openbare Werken van het Vlaamse Gewest aan verzoeker mee dat het beroepschrift van 5 juni 2020 tegen de drie gemeenteraadsbesluiten over de zaak van de wegen in goede orde is ontvangen.
  13. Op 27 mei 2021 neemt de Vlaamse Minister voor Mobiliteit en Openbare Werken het bestreden besluit, waarin zij het bestuurlijk beroep tegen de drie gemeenteraadsbesluiten over de zaak van de wegen als onontvankelijk verwerpt. Het bestreden besluit stelt: “Dit besluit is gebaseerd op de volgende motieven: - Door middel van een aangetekende brief wordt beroep ingediend tegen de besluiten van de gemeenteraad van Zaventem van 30 maart 2020 en het besluit van de gemeenteraad van Wezembeek-Oppem van 16 maart 2020 [door] de heer Günther Ettl [en door A.W., J.D., N.H., P.D. en J-B. F.] (hierna: beroepsindieners); - Het beroep wordt ingediend op grond van artikel 31/1 van het omgevingsvergunningsdecreet […]. Onderzoek van de ontvankelijkheid Overeenkomstig artikel 31/1, § 2 van het [omgevingsvergunningsdecreet] wordt het beroep op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen […] Daarnaast bezorgt de indiener op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan X-17.986-4/13 het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel
  14. - Het ingediende beroep is tijdig ingesteld. - Het beroep werd ingediend met een beveiligde zending doch niet bij de correcte beroepsinstantie; Overeenkomstig artikel 31/1 van het omgevingsvergunningsdecreet juncto de bepalingen uit het Decreet van 3 mei 2019 betreffende de Gemeentewegen dient het administratief beroep gericht tegen de gemeenteraadsbeslissing te worden ingesteld bij Departement Mobiliteit en Openbare Werken – Stafdienst, met kantoren aan de Koning Albert II-laan 20 bus 2 te 1000 Brussel. Onderhavig beroep werd dan ook verkeerdelijk toegezonden aan de Vlaamse Regering, Afdeling Gebiedsontwikkeling, Omgevingsplanning en -Projecten (GOP), Directie Omgevingsprojecten met kantoren aan de Koning Albert II-laan 20 bus 8 te 1000 Brussel. De beroepsinstantie dewelke oordeelt in het kader van de omgevingsvergunningsprocedure is immers niet dezelfde als de beroepsinstantie dewelke oordeelt in het kader van het administratief beroep tegen de gemeenteraadsbeslissing. - Een afschrift van het beroepschrift werd aan het college van burgemeester en schepenen doch niet aan de bevoegde beroepsinstantie bezorgd; In onderhavig geval werd het origineel toegezonden aan de bevoegde beroepsinstantie, zoals bedoeld in artikel 31/1 omgevingsvergunningsdecreet, en niet een kopie van het beroepschrift, gericht aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken. - Het ingediende beroep is niet ontvankelijk.”
  15. Op 20 oktober 2021 besluit de Vlaamse Minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme het beroep van onder meer verzoeker tegen de door de deputatie verleende omgevingsvergunning ongegrond te verklaren en de gevraagde vergunning te verlenen. Verzoeker deelt mee tegen dit besluit een beroep te hebben ingesteld bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen. IV. Ontvankelijkheid De aangevoerde exceptie
  16. In de memorie van antwoord werpt de verwerende partij als exceptie op dat in het verzoekschrift hoegenaamd niet wordt uiteengezet welk rechtstreeks, persoonlijk en wettig belang verzoeker concreet kan laten gelden bij de nietigverklaring van het bestreden besluit. Nochtans betreft het doen blijken van X-17.986-5/13 een dergelijk belang een ontvankelijkheidsvereiste en is er – zo schrijft de verwerende partij – “slechts sprake van een persoonlijk belang als de verzoeker zich in een bepaalde rechtsverhouding ten opzichte van de bestreden beslissing bevindt”.
  17. In haar laatste memorie stelt de verwerende partij dat verzoeker er met zijn argumentatie in de memorie van wederantwoord niet in slaagt te bewijzen waarom het bestreden besluit voor hem griefhoudend is. Beoordeling
  18. Terecht wijst verzoeker er in zijn memorie van wederantwoord op dat er geen stelplicht bestaat om het belang in het verzoekschrift nader toe te lichten. Het belang van verzoeker is afdoende gestaafd. Een vernietiging van het bestreden besluit geeft verzoeker immers een kans op inwilliging van zijn bestuurlijk beroep tegen de drie gemeenteraadsbesluiten over de zaak van de wegen, die betrekking hebben op een terrein dat paalt aan zijn woonperceel.
  19. De exceptie wordt verworpen. V. Onderzoek van het enige middel Standpunt van de partijen 17.
  20. In het eerste, derde en vierde middelonderdeel van het enige middel voert verzoeker onder meer de schending aan van artikel 31/1 van het decreet van 25 april 2014 ‘betreffende de omgevingsvergunning’ (hierna: het omgevingsvergunningsdecreet) en van het materiëlemotiveringsbeginsel. Als zesde middelonderdeel voert verzoeker “[t]oepassing artikel 159 [van de Grondwet] t.a.v. BVR van 2 oktober 2019 en schending substantiële formaliteit” aan. X-17.986-6/13 17.
  21. In het eerste, derde en vierde middelonderdeel licht verzoeker toe dat het bestreden besluit steunt op ontoelaatbare onontvankelijkheidsgronden. Volgens verzoeker verklaart het bestreden besluit zijn bestuurlijk beroep onontvankelijk omdat het formeel gestuurd is naar bus 8 van het adres van de Vlaamse administratie en niet naar bus 2 op ditzelfde adres. Bus 8 hoort bij het departement Omgeving en bus 2 bij het departement Mobiliteit en Openbare Werken. Aan de orde zijn twee postbussen in hetzelfde gebouw van een en dezelfde administratie. Verzoeker benadrukt dat de Vlaamse regering een en ondeelbaar is. Het bestreden besluit is behept met onwettige motieven door er van uit te gaan dat te dezen de beroepsinstantie die moet oordelen over het beroep tegen de gemeenteraadsbesluiten over de zaak van de wegen verschillend zou zijn van de beroepsinstantie die moet oordelen over het beroep tegen de omgevingsvergunning. In beide gevallen betreft het hier immers dezelfde Vlaamse regering. 17.
  22. Het zesde middelonderdeel viseert het door het besluit van de Vlaamse regering van 2 oktober 2019 vervangen artikel 13/1 van het besluit van de Vlaamse regering van 25 juli 2014 ‘tot delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de leden van de Vlaamse Regering’ (hierna: het delegatiebesluit). Verzoeker wijst er op dat het besluit van de Vlaamse regering van 2 oktober 2019 niet werd aangenomen met een voorafgaand advies van de afdeling Wetgeving van de Raad van State en dat de formele motivering in de aanhef van dit besluit dit verzuim ook niet verantwoordt. Nochtans verplicht artikel 3 van de RvS-wet tot de raadpleging van de afdeling Wetgeving voor de ontwerpen van reglementaire besluiten. Verzoeker voegt er aan toe dat deze raadpleging de openbare orde aanbelangt. 18.
  23. In haar memorie van antwoord werpt de verwerende partij vooreerst op dat het eerste en het vierde middelonderdeel niet ontvankelijk zijn bij gebrek aan concrete aanduiding of omschrijving waarom de aangehaalde bepalingen door het bestreden besluit geschonden zijn. 18.
  24. Ten gronde benadrukt de verwerende partij in haar memorie van antwoord dat het op 5 juni 2020 ingediende beroep weliswaar is toegezonden aan X-17.986-7/13 de Vlaamse regering, doch meer bepaald aan de afdeling Gebiedsontwikkeling, Omgevingsplannen en -projecten (GOP), directie Omgevingsprojecten, met kantoren aan de Koning Albert II-laan 20 bus 8 te 1000 Brussel (welke afdeling ressorteert onder de minister bevoegd voor Omgeving), terwijl om ontvankelijk te zijn, het beroep had moeten worden gericht aan de Vlaamse regering, departement Mobiliteit en Openbare Werken, Stafdienst, met kantoren aan de Koning Albert II-laan 20 bus 2 te 1000 Brussel (welk departement ressorteert onder de minister bevoegd voor mobiliteit en openbare werken en die daar uitdrukkelijk bevoegd voor werd gemaakt). Bovendien diende er gelijktijdig met de beveiligde zending van het wegenberoep een afschrift van dit wegenberoep met een beveiligde zending aan de beroepsinstantie inzake de omgevingsvergunning te worden bezorgd. Dit alles is niet conform geschied. De verwerende partij beklemtoont dat de vereisten dat het wegenberoep moet worden gericht aan de Vlaamse regering én een afschrift van het wegenberoep aan de beroepsinstantie inzake de omgevingsvergunning uitdrukkelijk voorgeschreven zijn op straffe van onontvankelijkheid. Volgens de verwerende partij betwist verzoeker niet dat het bestuurlijk wegenberoep in feite had moeten worden ingesteld bij het departement Mobiliteit en Openbare Werken en niet bij het departement Omgeving. Zij benadrukt dat binnen de Vlaamse regering elke minister zijn/haar eigen bevoegdheden heeft en zich niet zomaar op het werkdomein van een andere minister kan en mag begeven. Zo werd in artikel 13/1 van het delegatiebesluit uitdrukkelijk bepaald wie kan beslissen over de in artikel 31/1 van het omgevingsvergunningendecreet bedoelde beroepen tegen de gemeenteraadsbesluiten over de zaak van de wegen, meer bepaald de Vlaamse minister bevoegd voor de weginfrastructuur en het beleid. Het is derhalve van belang dat het georganiseerd administratief beroep wordt gericht aan het correcte departement van de bevoegde minister gelet op artikel 13/1 van het delegatiebesluit. De verwerende partij vervolgt dat, ofschoon een verkeerd busnummer werd gehanteerd op het beroepschrift – hetwelk nog zou kunnen duiden op een materiële vergissing – het ontegensprekelijk vaststaat dat verzoekers beroep van 5 juni 2020 gericht is aan de “Afdeling GOP Directie Omgevingsprojecten”, terwijl het nochtans de minister bevoegd voor X-17.986-8/13 weginfrastructuur is die moet beslissen. In geen geval kan worden voorgehouden dat de verwerende partij zich in feite en in rechte zou vergissen door te stellen dat de beroepsinstantie die dient te oordelen over het beroep tegen de omgevingsvergunning niet dezelfde is als de beroepsinstantie die dient te beslissen in het kader van de beroepen tegen gemeenteraadsbesluiten over de zaak van de wegen. Dat het te dezen in beide gevallen om de Vlaamse regering gaat, doet hier geen afbreuk aan. Integendeel, in de mate dat verzoeker meent te kunnen stellen dat beide beroepsinstanties dezelfde zouden zijn, miskent hij manifest het delegatiebesluit.
  25. In haar laatste memorie stelt de verwerende partij dat verzoeker in zijn verzoekschrift zelf toegeeft een verkeerd adres te hebben gebruikt bij het instellen van het wegenberoep. Zij kon niet anders dan dit beroep onontvankelijk verklaren daar het niet gericht was aan het departement Mobiliteit en Openbare Werken en er geen afschrift met beveiligde zending was bezorgd aan de beroepsinstantie inzake de omgevingsvergunning. Tot slot is artikel 13/1 van het delegatiebesluit perfect bestaanbaar met artikel 31/1 van het omgevingsvergunningsdecreet. Beoordeling
  26. In het door het zesde middelonderdeel geviseerde artikel 13/1 van het delegatiebesluit geeft de Vlaamse regering aan de Vlaamse minister “bevoegd voor de weginfrastructuur en het beleid” delegatie om te beslissen over de beroepen inzake gemeentewegen vermeld in artikel 31/1 van het omgevingsvergunningsdecreet. Verzoeker maakt niet aannemelijk dat deze bepaling een reglementaire aard zou hebben en aldus onderworpen zou zijn aan de door artikel 3 van de RvS-wet verplichte raadpleging van de afdeling Wetgeving. Het zesde middelonderdeel wordt verworpen. 21.
  27. De in randnummer 18.1 bedoelde exceptie wordt verworpen daar in het verzoekschrift voldoende duidelijk is uiteengezet dat het bestreden besluit de X-17.986-9/13 aangevoerde rechtsregels schendt doordat het het bestuurlijk beroep onontvankelijk verklaart op grond van onwettige motieven. 21.
  28. Artikel 72 van het decreet van 3 mei 2019 ‘houdende de gemeentewegen’ heeft artikel 31/1 ingevoegd in het omgevingsvergunningsdecreet, waarin onder meer het volgende wordt gesteld: “Art. 31/
  29. §
  30. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel
  31. […] Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan. §
  32. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op: 1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt; 2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt; 3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen. De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel
  33. […] §
  34. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf
  35. Die termijn is een termijn van orde. De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing. §
  36. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd: 1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen; 2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet; 3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.” X-17.986-10/13 21.
  37. Te dezen is het beroepsschrift van 5 juni 2020 tegen de drie gemeenteraadsbesluiten over de zaak van de wegen – zoals door artikel 31/1, § 2, eerste lid, van het omgevingsvergunningsdecreet is voorgeschreven – bij de Vlaamse regering ingediend. Uit de gegevens van de zaak blijkt voorts dat het departement Mobiliteit en Openbare Werken van het Vlaamse Gewest aan verzoeker heeft meegedeeld dat het zijn beroepsschrift in goede orde heeft ontvangen. Het bestaan van het bestreden besluit doet er van blijken dat dit beroepsschrift is voorgelegd aan de Vlaamse minister voor Mobiliteit en Openbare Werken. Het valt dan ook niet in te zien hoe de laatstgenoemde minister de onjuiste vermelding van het busnummer en van het bevoegde departement rechtsgeldig heeft kunnen aangrijpen om het beroepsschrift onontvankelijk te verklaren. Noch het omgevingsvergunningsdecreet, noch het delegatiebesluit biedt daar rechtsgrond toe. De beslissing om het beroepsschrift onontvankelijk te bevinden kan evenmin afdoende steun vinden in de enkele omstandigheid dat aan de inzake de omgevingsvergunning bevoegde beroepsinstantie – te dezen de Vlaamse regering – het origineel van het beroepsschrift van 5 juni 2020 is toegezonden, en niet – met de in het bestreden besluit gebruikte woorden – “een kopie” van dit beroepschrift, nu hun inhoud identiek is. 21.
  38. Het eerste, derde en vierde middelonderdeel zijn in de aangegeven gegrond. VI. Verzoek tot indeplaatstelling Verzoek
  39. In het verzoekschrift vraagt verzoeker dat de Raad van State, met toepassing van artikel 36, § 1, tweede lid, van RvS-wet, in de plaats van de verwerende partij het beroepsschrift van 5 juni 2020 ontvankelijk zou verklaren. X-17.986-11/13 Beoordeling
  40. Artikel 36, § 1, tweede lid, van RvS-wet luidt: “Wanneer de nieuw te nemen beslissing het gevolg is van een gebonden bevoegdheid van de verwerende partij, treedt het arrest in de plaats van die beslissing”.
  41. Te dezen betreft de nieuw te nemen beslissing het al dan niet inwilligen van het beroepsschrift van 5 juni
  42. Deze beslissing is niet het gevolg van een gebonden bevoegdheid. Er wordt niet ingegaan op het verzoek tot indeplaatsstelling. BESLISSING
  43. De Raad van State vernietigt van het besluit van de Vlaamse minister van Mobiliteit en Openbare Werken van 27 mei 2021 houdende verwerping van het bestuurlijk beroep van onder meer Günther Ettl tegen het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Wezembeek-Oppem van 16 maart 2020 tot goedkeuring van het rooilijnplan en het technisch dossier van de wegaanleg in de verkavelingsaanvraag van de nv Kwadraat voor een terrein aan de Hippodroomlaan te Sterrebeek, tegen het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Zaventem van 30 maart 2020 tot goedkeuring van het voornoemde technisch dossier en tegen het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Zaventem van 30 maart 2020 tot goedkeuring van het voornoemde rooilijnplan en van de ontwerpovereenkomst met de nv Kwadraat.
  44. De Raad van State verwerpt het verzoek tot indeplaatsstelling.
  45. Dit arrest dient bij uittreksel te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het vernietigde besluit. X-17.986-12/13
  46. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vierentwintig maart tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-17.986-13/13 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.137 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.