id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 maart 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.148 Rolnummer: A. 234289/X-17978 Zaak: Arrest 256148 - Sluitingen van vestigingen - 28/03/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-03-28 Raadplegingen: 91 - laatst gezien 2026-06-10 08:43 Fiche Arrest nr 256.148 van 28 maart 2023 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Sluitingen van vestigingen Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 256.148 van 28 maart 2023 in de zaak A. 234.289/X-17.978 In zake : de BV HS-TRADING bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Chris Schijns en Jef Goffings kantoor houdend te 3600 Genk Grotestraat 122 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de STAD BREE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Marga Caproni kantoor houdend te 1000 Brussel Lloyd Georgeslaan 7 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 29 september 2021, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de burgemeester van de stad Bree van 6 augustus 2021 tot sluiting van de inrichting Ragnarok, Ziepstraat 1 bus 2 te 3960 Bree, van 8 augustus 2021 om 01.00 u tot 7 september 2021 om 24.00 u. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 251.369 van 12 augustus 2021 is de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. X-17.978-1/8 Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een verslag opgesteld. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De verzoekende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 2 december
- Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Chris Schijns, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Marga Caproni, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Iris Verheven heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Verzoekster baat te 3960 Bree, Ziepstraat 1 bus 2, danscafé Ragnarok uit. Zij wordt op 2 augustus 2021 uitgenodigd om door de burgemeester van de stad Bree op 4 augustus 2021 te worden gehoord met betrekking tot klachten over, en politievaststellingen van, geluidshinder en nachtlawaai. Meegedeeld wordt dat een bestuurlijke maatregel wordt overwogen op grond van artikel 134quater van de nieuwe gemeentewet. X-17.978-2/8 Een paar uur voor de hoorzitting, op 4 augustus 2021, ontvangt verzoekster een op 3 augustus 2021 gedateerd bestuurlijk verslag van de politie en een klacht van een omwonende van 3 juli
- In het bestuurlijk verslag is onder meer sprake van politie-interventies in de periode van 19 juni 2021 tot en met 31 juli 2021, met vaststelling van geluidsoverlast, en van drie “GAS-PV’s” die in dat kader zijn opgesteld. Op 6 augustus 2021 besluit de burgemeester tot de sluiting van de inrichting Ragnarok gedurende een maand, van 8 augustus 2021, om 01.00 u, tot 7 september 2021, om 24.00 u. Dit is de bestreden beslissing. IV. Onderzoek van het eerste middel Uiteenzetting van verzoekster
- Verzoekster leidt een eerste middel af uit “de schending van artikel 134quater Nieuwe Gemeentewet, de artikelen 2 en 3 van de Wet betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen van 29 juli 1991 […]; de materiële motiveringsplicht, het zorgvuldigheids- en het redelijkheidsbeginsel als algemene beginselen van behoorlijk bestuur; de hoorplicht, de rechten van verdediging”, en uit machtsafwending. Onder meer wordt toegelicht dat verzoekster op 2 augustus 2021 is uitgenodigd geworden om te worden gehoord op 4 augustus 2021, om 14.00 u, en dat het “administratief dossier” haar nauwelijks 3,5 u vóór de hoorzitting is bezorgd. Dit is onredelijk kort om in het verweer te kunnen voorzien. Het bestuurlijk verslag in het administratief dossier is van 3 augustus 2021 en dagtekent dus van na de uitnodiging. Tijdens de hoorzitting heeft verzoekster opgeworpen dat zij geen kennis heeft van de processen-verbaal waarvan het bestuurlijk verslag melding maakt. Zij heeft ze pas drie weken na de hoorzitting ontvangen. X-17.978-3/8
- In de memorie van antwoord reageert de verwerende partij dat verzoekster niet kan ontkennen dat zij voorafgaand aan de bestreden beslissing is gehoord en dat zij “dus in de gelegenheid werd gesteld om haar verdediging te voeren”. De bestreden beslissing werd “in hoofdzaak” genomen op grond van het bestuurlijk verslag van de politie, waarin de inhoud van de processen-verbaal werd samengevat. “Op het moment van het verhoor” was de verwerende partij evenmin in het bezit van de processen-verbaal. Ten tijde van het nemen van het besluit was zij in het bezit van de eerste twee van de drie processen-verbaal, maar het derde proces-verbaal ontving zij pas op 12 augustus
- Uit de processen-verbaal zijn geen feiten naar boven gekomen die een ander licht doen schijnen op de situatie waarover de burgemeester moest beslissen en waarover verzoekster was gehoord. Verzoekster kende ten andere de feiten aangezien de politie de uitbaters bij elke interventie heeft aangesproken.
- In de laatste memorie benadrukt de verwerende partij dat, wanneer “gekeken wordt naar de elementen die verzoekster heeft aangebracht tijdens de hoorzitting maar ook nadien in haar betwisting van de maatregel, alsook in onderhavige procedure, dan moet vastgesteld worden dat verzoekster in concreto wel degelijk alle elementen heeft kunnen inroepen die zij nuttig had kunnen inroepen”. In de praktijk heeft verzoekster geen enkel verweermiddel pas kunnen aanwenden na de hoorzitting. Er moet, aldus de verwerende partij, rekening worden gehouden “met het geheel der feiten”, namelijk met de zeer beperkte omvang en zeer beperkte complexiteit van het bestuurlijk verslag, en met het feit dat zich een snelle beslissing opdrong. Beoordeling
- Met de bestreden politiemaatregel wordt aan verzoekster, met toepassing van artikel 134quater van de nieuwe gemeentewet, een sluiting van haar inrichting opgelegd gedurende een maand, om reden van geluidshinder en nachtlawaai. Vooraleer een dergelijke beslissing te nemen moet, krachtens een beginsel van behoorlijk bestuur, de betrokkene in principe in de gelegenheid X-17.978-4/8 worden gesteld om nuttig zijn zienswijze te doen gelden en voor zijn belangen op te komen. “Nuttig” houdt in dat de betrokkene een voldoende voorafgaande mededeling krijgt van de essentiële gegevens die de overheid wil betrekken bij het nemen van haar beslissing en dat hij over een redelijke (minimum)termijn kan beschikken om zijn verweer voor te bereiden.
- Te dezen heeft de burgemeester verzoekster met een brief en een e- mail van 2 augustus 2021 uitgenodigd om door haar te worden gehoord op 4 augustus 2021, om 14.00 u. Daarin wordt aangegeven, in het algemeen, dat de politie heeft vastgesteld dat verzoeksters inrichting de openbare orde verstoort door het spelen van luide muziek. Verwezen wordt ook naar “verschillende klachten door omwonenden” en “[h]et meermaals ter plaatse komen van de politiediensten”. Zowel verzoekster persoonlijk als haar advocaat reageren op de uitnodiging met een schrijven van 3 augustus
- Verzoekster zegt niet te kunnen “opmaken op welke wijze geluidshinder en nachtlawaai werden vastgesteld en wanneer”. Zij vraagt “bij hoogdringendheid” “alle stukken van de aangevoerde beweringen (klachtbrieven – interventieverslagen en andere)” te bezorgen. De advocaat vraagt om het administratief dossier per kerende te mogen ontvangen omdat een hoorzitting “weinig daadwerkelijk nut” heeft als er niet op voorhand kennis van genomen kan worden. Uiteindelijk krijgt verzoekster op 4 augustus om 10.17 u het “administratief dossier” per e-mail toegezonden. Het bestaat uit twee stukken: een bestuurlijk verslag dat 3 augustus 2021 gedateerd is en een klacht van een omwonende van 3 juli
- Het bestuurlijk verslag beslaat twee bladzijden. Er wordt in gerelateerd dat er in de periode van 19 tot 31 juli 2021 zeven keer een interventieploeg ter plaatse is geweest en dat daarbij vaststellingen van overlast werden gedaan. In dat kader zijn drie “GAS-PV’s” opgesteld, waarvan een afschrift aan de uitbater “wordt” – begrijp: “zal worden” – bezorgd. In de klacht van de omwonende is sprake van geluidsoverlast die het slapen belet. X-17.978-5/8
- Met andere woorden kan verzoekster pas op het laatste moment kennis nemen van het administratief dossier, waarin concrete, nauwkeurige gegevens ontbreken.
- Wat die concrete gegevens betreft, komt het volgens de verwerende partij verzoekster toe ernaar op zoek te gaan, door de “GAS-PV’s” bij de politie op te vragen. Verzoekster krijgt ze drie weken na de hoorzitting. Ondertussen blijkt de verwerende partij, alleszins bij het nemen van de bestreden beslissing, wel zelf over de processen-verbaal te beschikken en put zij eruit voor die beslissing. Namelijk beroept de verwerende partij zich in de bestreden beslissing formeel op de eerste twee van die processen-verbaal om verzoekster “geen correcte weergave van de feiten” te verwijten en verwijst zij er ook in, gelet op de passus in verband met de geluidsmeter op 50 m van de uitbating, naar het derde proces-verbaal.
- Tevergeefs tracht de verwerende partij een en ander te minimaliseren en te vergoelijken door te beweren dat de uitnodiging van verzoekster voor het verhoor “gedetailleerd” was, dat het bestuurlijk verslag en de processen-verbaal in wezen dan ook niets nieuws bevatten, dat de hoorzitting “reeds grondig voorbereid en opgevolgd” was door de raadsman van verzoekster, dat het voor de burgemeester voldoende was om zich op het bestuurlijk verslag te baseren en zij de processen-verbaal niet behoefde. De beweringen missen grond: de uitnodiging voor de hoorzitting kan geenszins voor “gedetailleerd” doorgaan en (de raadsman van) verzoekster heeft zich moeten verweren zonder kennis te hebben van de precieze gegevens waar de verwerende partij zich mee op gebaseerd heeft.
- De verwerende partij heeft kennelijk slechts een karikatuur van de hoorplicht toegepast. X-17.978-6/8 Het feit dat verzoekster tijdens het verhoor meedeelde een “uitdraai van de [geluids]meter” te zullen bezorgen en dat uiteindelijk niet heeft gedaan, vormt daar geen verontschuldiging voor. Evenmin kan een zogenaamde “context van hoogdringendheid” verantwoorden dat verzoekster niet behoorlijk op voorhand de gegevens kreeg meegedeeld die de verwerende partij bij het nemen van de bestreden beslissing in aanmerking nam. Die beweerde hoogdringendheid is bepaald te nuanceren. Zo heet het in de laatste memorie van de verwerende partij dat “[e]en beslissing diende genomen te worden vóór het volgende weekend [van 7 en 8 augustus 2021] zich aandiende”. Het heeft de verwerende partij er niet van weerhouden om, alvorens de sluiting te doen ingaan, toch nog eerst uitdrukkelijk op 7 augustus 2021 een evenement met ongeveer honderd bezoekers te laten doorgaan.
- Het eerste middel is in de besproken mate gegrond. V. Ruimste vernietiging
- In de laatste memorie betoogt verzoekster dat “een ruimere vernietiging” in haar belang is en dat de overige middelen daartoe kunnen leiden. Zij vraagt om meer bepaald uitspraak te doen over het derde, vierde en vijfde middel.
- Aangezien in het auditoraatsverslag alleen het eerste middel is onderzocht, vereist een uitspraak over de andere middelen dat eerst een aanvullend auditoraatsverslag wordt opgesteld. In dit licht verklaart verzoekster ter terechtzitting niet meer aan te dringen op de beoordeling van een ander (dan het eerste) middel. BESLISSING
- De Raad van State vernietigt de beslissing van de burgemeester van de stad Bree van 6 augustus 2021 tot sluiting van de inrichting Ragnarok, X-17.978-7/8 Ziepstraat 1 bus 2 te 3960 Bree, van 8 augustus 2021 om 01.00 u tot 7 september 2021 om 24.00 u.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, op een bijdrage van 20 euro, en op een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van achtentwintig maart tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Stephan De Taeye, staatsraad, Bert Thys, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Johan Lust X-17.978-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.148 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.369 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div