← België

Arrest 256229 - Varia (onderwijs en cultuur) - 06/04/2023

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 april 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.229 Rolnummer: A. 238082/IX-10193 Zaak: Arrest 256229 - Varia (onderwijs en cultuur) - 06/04/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-04-17 Raadplegingen: 82 - laatst gezien 2026-06-10 08:47 Fiche Arrest nr 256.229 van 6 april 2023 Onderwijs en cultuur - Varia (onderwijs en cultuur) Beslissing : Verwerping Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 256.229 van 6 april 2023 in de zaak A. 238.082/IX-10.193 In zake : XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Glynn Cooreman kantoor houdend te 3600 Genk Henry Fordlaan 47 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de UNIVERSITEIT HASSELT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jarien Bloemen kantoor houdend te 3500 Hasselt Gouverneur Roppesingel 131 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 29 december 2022, strekt tot de nietigverklaring van de “beslissing van de Interne Beroepscommissie studievoortgangsbeslissingen van de UHasselt van 8 november 2022 inzake het intern beroep van student XXXX, student bachelor Rechten, tegen het opleggen van bindende voorwaarden overeenkomstig art. 3.3, lid 3 Examenregeling”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Eerste auditeur Jurgen Neuts heeft een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. IX-10.193-1/4 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 6 maart
  3. Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitgebracht. Advocaat Jarien Bloemen, die verschijnt voor de verwerende partij, is gehoord. Eerste auditeur Jurgen Neuts heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Rechtsmacht van de Raad van State
  5. Op 12 oktober 2022 wordt verzoeker ervan in kennis gesteld dat de examencommissie van de bacheloropleiding Rechten van de verwerende partij hem bindende voorwaarden oplegt omdat hij “[i]n het academiejaar 2021- 2022 […] minder dan 60% van de door [hem] opgenomen studiepunten in het hoger onderwijs [behaalde]”. Verzoeker stelt tegen deze beslissing een beroep in bij de beroepscommissie Studievoortgangsbeslissingen van de verwerende partij. Met de thans bestreden beslissing van 8 november 2022 wordt zijn beroep als ongegrond verworpen.
  6. De bestreden beslissing, die in graad van beroep het opleggen van bindende voorwaarden behelst, is een maatregel van IX-10.193-2/4 studievoortgangsbewaking in de zin van artikel II.246, § 1, 1°/1, van de Codex Hoger Onderwijs. Luidens die bepaling kan het instellingsbestuur bij een nieuwe inschrijving aan eenzelfde of andere instelling een bindende voorwaarde opleggen “als een student geen 60% van de ingeschreven studiepunten verworven heeft [in] een vorig academiejaar”. Een dergelijke beslissing is een studievoortgangsbeslissing in de zin van artikel I.3, 69°, van de Codex Hoger Onderwijs.
  7. Luidens artikel II.285, tweede lid, van de Codex Hoger Onderwijs behoort het tot de bevoegdheid van de Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen om “als administratief rechtscollege uitspraak [te doen] over de beroepen die door studenten of personen op wie de beslissing betrekking heeft, worden ingesteld tegen studievoortgangsbeslissingen, na uitputting van de […] interne beroepsprocedure”. Die uitdrukkelijk toegewezen bevoegdheid van de Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen sluit de residuaire annulatiebevoegdheid van de Raad van State uit. De Raad van State is derhalve zonder rechtsmacht. BESLISSING
  8. De Raad van State verwerpt het beroep.
  9. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 200 euro.
  10. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partij niet bekendgemaakt. IX-10.193-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zes april tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Geert Van Haegendoren IX-10.193-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.229 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.