id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 april 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.266 Rolnummer: A. 236700/VII-41551 Zaak: Arrest 256266 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 13/04/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-04-20 Raadplegingen: 84 - laatst gezien 2026-06-10 08:49 Fiche Arrest nr 256.266 van 13 april 2023 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 256.266 van 13 april 2023 in de zaak A. 236.700/VII-41.551 In zake :
- Maurice BALLIEUX
- Anja DE SCHUTTER bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Chris Schijns en Jef Goffings kantoor houdend te 3600 Genk Grotestraat 122 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de PROVINCIE LIMBURG Tussenkomende partij : Paul VIAENE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Gerald Kindermans kantoor houdend te 3870 Heers Steenweg 161 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het cassatieberoep, ingesteld op 27 juni 2022, strekt tot de nietigverklaring van arrest nr. RvVb-A-2122-0777 van de Raad voor Vergunningsbetwistingen (hierna: RvVb) van 19 mei 2022 in de zaak 2021-RvVb-0421-A. II. Verloop van de rechtspleging
- Het cassatieberoep is toelaatbaar verklaard bij beschikking van 1 september
- VII-41.551-1/7 De verzoekende partijen hebben een toelichtende memorie ingediend. Paul Viaene heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 25 oktober
- De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft op 18 januari 2023 een verslag opgesteld, op grond van artikel 16 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 9 maart
- Staatsraad Pierre Lefranc heeft verslag uitgebracht. Advocaat Chris Schijns, die verschijnt voor de verzoekende partijen en advocaat Charlotte Pexsters, die loco advocaat Gerald Kindermans verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft een met dit arrest andersluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 (hierna: RvS-wet). III. Feiten
- Op 19 juni 2020 verleent het college van burgemeester en schepenen van de stad Tongeren aan Paul Viaene een voorwaardelijke VII-41.551-2/7 omgevingsvergunning voor het tijdelijk plaatsen van semi-transparante wilgen tegen een draadafsluiting op palen met achterliggende haag. Het betreft de regularisatie van een afsluiting van de zijdelingse tuinzone aan de straat bij de woning van Paul Viaene bestaande uit een haag en zwarte draadafsluiting met betonplint van 20 cm en bovenbuis (totale hoogte 1,70 meter ) met tijdelijke bekleding in semi-transparante wilgenmatten en een 3 meter breed dubbel poortje met zwart kunststof vlechtwerk. Een vergunningsvoorwaarde luidt dat de op de omheining aangebrachte transparante wilgenmatten dienen te worden verwijderd voor 1 oktober
- Met een besluit van 23 december 2020 verleent de deputatie van de provincieraad van Limburg in graad van administratief beroep van de verzoekende partijen, aan Paul Viaene de omgevingsvergunning voor het plaatsen van een perceelsafsluiting zonder bekleding van wilgenmatten en zwart vlechtwerk.
- Het bestreden arrest verwerpt de drie middelen en bijgevolg het beroep van de verzoekende partijen tot vernietiging van deze omgevingsvergunning. IV. Onderzoek van het enige middel Standpunt van de verzoekende partijen
- De verzoekende partijen voeren de schending aan van artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM), artikel 4.3.1, § 1, 1°, a), van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (hierna: VCRO), artikel 4.3 houdende de ‘Zone voor Voortuinen’ van het bij ministerieel besluit van 4 oktober 2004 goedgekeurde Bijzonder Plan Aanleg (hierna: BPA) ‘Villawijk Romeinse Wallen - partiële herziening en uitbreiding’, artikel 149 van de gecoördineerde Grondwet en het algemeen rechtsbeginsel van de jurisdictionele motiveringsplicht: VII-41.551-3/7 “Doordat in het bestreden arrest, blz. 10-11, waar aangaande de toepassing van de voorschriften van het BPA ‘Villawijk Romeinse Wallen - partiële herziening en uitbreiding’, het BPA ‘Villawijk Romeinse Wallen - Partiële herziening en uitbreiding’ van toepassing wordt verklaard op onder meer de loten - het betreft hier de loten 18 en 19 uit de verkavelingsvergunning - waarop de huidige aanvraag tot omgevingsvergunning betrekking heeft. Doordat de Raad voor Vergunningsbetwistingen voorts vaststelt dat niet blijkt dat het college van burgemeester en schepenen bij de beoordeling van de kwestieuze verkavelingsvergunning zou hebben beslist dat de indeling in specifieke bestemmingszones, zoals deze tot uiting wordt gebracht op het verordenend grafisch plan bij het BPA, gevolgd moet worden op de loten 13 tot en met 19 uit voormelde verkavelingsvergunning van 5 december
- Doordat de Raad voor Vergunningsbetwistingen vaststelt dat deze indeling in specifieke bestemmingszones niet wordt overgenomen op het verkavelingsplan. Doordat de verzoekende partijen niet overtuigen waar ze stellen dat artikel 4.3 van de stedenbouwkundige voorschriften van het BPA ‘Villawijk Romeinse Wallen - Partiële herziening en uitbreiding’ van toepassing zou zijn op de thans voorliggende aanvraag tot omgevingsvergunning. Terwijl de Raad voor Vergunningsbetwistingen niet alle bijzondere voorwaarden uit de verkavelingsvergunning onderzocht heeft en betrokken heeft bij haar onderzoek, dat zij de bijzondere vergunningsvoorwaarde betreffende het volgen van de opgelegde voorwaarde uit het bindend advies van de gemachtigd ambtenaar miskent. Terwijl de Raad voor Vergunningsbetwistingen in het bestreden arrest van 19.05.2022 de aangehaalde regelgeving en beginselen heeft miskend, daar een correcte toepassing hiervan de Raad voor Vergunningsbetwistingen ertoe had moeten brengen om te oordelen dat de stedenbouwkundige voorschriften voor de specifieke bestemmingszones wél degelijk van toepassing zijn. Terwijl de Raad voor Vergunningsbetwistingen had moeten oordelen dat artikel 3 houdende de ‘Zone voor Voortuinen’ van het BPA ‘Villawijk Romeinse Wallen - partiële herziening en uitbreiding’ wél degelijk het vigerend stedenbouwkundig voorschrift betrof. Terwijl de Raad voor Vergunningsbetwistingen dienvolgend de bestreden beslissing had moeten vernietigen wegens strijdig met de stedenbouwkundige voorschriften. Terwijl artikel 149 Grondwet de rechter de verplichting oplegt om zijn rechterlijke uitspraak te motiveren”. Zij lichten toe dat de aangevoerde bepalingen geschonden worden door het bestreden arrest omdat het aanneemt dat 1) enkel de “Voorafgaandelijke bepalingen” van het BPA ‘Villawijk Romeinse wallen - partiële herziening en uitbreiding’ van toepassing zijn; 2) de “bepalingen VII-41.551-4/7 per zone’’ van het BPA ‘Villawijk Romeinse Wallen - partiële herziening en uitbreiding’ niet van toepassing zijn; 3) een aanvraag niet aan artikel 4.3 maar aan artikel 1.7 van het BPA ‘Villawijk Romeinse Wallen - partiële herziening en uitbreiding’ moet worden getoetst. “De [RvVb] past de vigerende stedenbouwkundige voorschriften verkeerd toe, minstens geeft [hij] er een invulling aan die nergens steun vindt en waardoor de [RvVb] alleszins ultra petita oordeelt. De [RvVb] voegt regels en draagwijdte toe aan de kwestieuze verkaveling juncto het BPA Villawijk Romeinse Wallen. Alleszins is het arrest verkeerd, onvoldoende en niet afdoende gemotiveerd”. Zij betogen dat de RvVb de verkeerde toepassing van de vigerende stedenbouwkundige voorschrift heeft “doorgetrokken naar alle middelen” en dat het bestreden arrest “niet, minstens niet afdoende, [heeft] geantwoord op dit onderdeel van het middel”. Beoordeling
- Het cassatieberoep kan enkel betrekking hebben op rechtsvragen. Artikel 14, § 2, RvS-wet bepaalt immers dat de Raad van State “niet in de beoordeling van de zaken zelf” treedt. Bijgevolg kan het cassatieberoep er niet toe strekken de Raad van State te verplichten de feitelijke beoordeling door de RvVb in tweede instantie over te doen. Het middel dat besluit dat de RvVb had moeten oordelen dat “artikel 3 houdende de ‘Zone voor Voortuinen’ van het BPA ‘Villawijk Romeinse Wallen - partiële herziening en uitbreiding’ wél degelijk het vigerend stedenbouwkundig voorschrift betrof” en dat de RvVb “dienvolgend de bestreden beslissing had moeten vernietigen wegens strijdig met de stedenbouwkundige voorschriften”, noopt de Raad van State tot het overdoen van de feitelijke beoordeling van de RvVb. Het middel is in zoverre niet ontvankelijk. VII-41.551-5/7
- Het aanvoeren in de aanhef van het middel dat elk van de opgesomde bepalingen door het bestreden arrest worden geschonden vereist op straffe van onontvankelijkheid dat wordt uiteengezet dat elk van deze aangevoerde bepalingen geschonden worden door het bestreden arrest.
- De rechterlijke motiveringsverplichting heeft het karakter van een vormvereiste met beperkte draagwijdte. Een uitspraak is gemotiveerd wanneer de rechter duidelijk en ondubbelzinnig de redenen uiteenzet - al waren ze verkeerd of onwettig - die hem ertoe brengen zijn beslissing te nemen. Bij de beoordeling of de rechterlijke motiveringsverplichting werd nageleefd, is bijgevolg niet de vraag aan de orde of in de beslissing een verkeerde beoordeling van de feitelijke gegevens is uitgedrukt. Het gaat er dan ook niet om of de motivering omstandig of juist is. Alleen een gemis aan motivering of daarmee gelijkgestelde gevallen, zoals tegenstrijdigheid in de motieven, maken een schending uit van artikel 149 van de Grondwet. Wanneer de motivering een verkeerde gevolgtrekking in rechte maakt, kan dit een schending van de wet uitmaken, maar is er nog geen sprake van een motiveringsgebrek. De rechterlijke motiveringsverplichting houdt niet in dat de RvVb moet antwoorden op elk argument dat tot staving of weerlegging van een middel is aangevoerd, maar dat geen afzonderlijk middel of afzonderlijke weerlegging vormt.
- Het middel, in zoverre ontvankelijk, zet niet uiteen waarom het bestreden arrest artikel 6 EVRM, artikel 4.3.1, § 1, 1°, a), VCRO en artikel 4.3 BPA schendt. De verzoekende partijen lichten enkel toe dat het bestreden arrest niet en “verkeerd, onvoldoende en niet afdoende gemotiveerd” is. Het middel is niet ontvankelijk in zoverre het de schending aanvoert van artikel 6 EVRM, artikel 4.3.1, § 1, 1°, a), VCRO en artikel 4.3 BPA.
- Het middel dat aanvoert dat het bestreden arrest “verkeerd, onvoldoende en niet afdoende gemotiveerd” is, gaat uit van een verkeerde rechtsopvatting van de rechterlijke motiveringsverplichting. VII-41.551-6/7
- Het middel dat tegelijk aanvoert dat het bestreden arrest niet gemotiveerd is, mist feitelijke grondslag.
- Het middel wordt verworpen. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het cassatieberoep.
- De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 400 euro, elk voor de helft, en een bijdrage van 22 euro. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van dertien april tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Carlo Adams, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Peter Sourbron, staatsraad, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Carlo Adams VII-41.551-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.266 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div