id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 april 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.285 Rolnummer: A. 233166/VII-41049 Zaak: Arrest 256285 - Milieuvergunningen - 18/04/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-04-27 Raadplegingen: 98 - laatst gezien 2026-06-13 13:32 Fiche Arrest nr 256.285 van 18 april 2023 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 256.285 van 18 april 2023 in de zaak A. é.166/VII-41.049 In zake : de VZW MILIEUFRONT OMER WATTEZ woonplaats kiezend te 9700 Oudenaarde Dijkstraat 75 bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Gwijde Vermeire kantoor houdend te 9000 Gent Voskenslaan 301 tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Steve Ronse en Isabelle Verhelle kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij : de NV REBUCO bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Gregory Vermaercke en Daan Vandenbroucke kantoor houdend te 8200 Brugge Dirk Martensstraat 23 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 11 maart 2021, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme van 7 januari 2021 waarbij de beroepen ingesteld tegen de beslissing van de deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen van 30 september 2010, houdende het verlenen aan de nv Rebuco van de milieuvergunning voor het veranderen van een afvalverwerkend bedrijf, VII-41.049-1/6 gelegen aan de Gaverstraat 35 te Geraardsbergen, gedeeltelijk gegrond worden verklaard en de beroepen beslissing wordt gewijzigd. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. De nv Rebuco heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 5 juli
- De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Auditeur Benny De Sutter heeft op 14 juli 2022 een verslag opgesteld. De verwerende partij en de tussenkomende partij hebben een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verzoekende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 1 december
- Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht. Advocaat Gwijde Vermeire, die verschijnt voor de verzoekende partij, advocaat Isabelle Verhelle, die verschijnt voor de verwerende partij en advocaat Marie Hoste, die loco advocaten Gregory Vermaercke en Daan Vandenbroucke verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Auditeur Benny De Sutter heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. VII-41.049-2/6 Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De nv Rebuco exploiteert een recuperatie- en sorteerbedrijf voor afval en inerte bouwstoffen te Geraardsbergen. Zij beschikt hiervoor over een milieuvergunning, verleend bij besluit van 4 april 2002 van de deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen, voor een termijn van 20 jaar. 3.
- Op 10 februari 2010 dient zij een milieuvergunningsaanvraag in voor het veranderen van de inrichting en ter regularisatie van de bestaande toestand. Het betreft onder meer de verandering door uitbreiding met de op- en overslag van afvalstoffen die niet verwerkt zullen worden, een tussentijdse opslagplaats voor grond van niet-gekende oorsprong, het sorteren en opslaan van afvalstoffen en de opslag en mechanische behandeling van inerte materialen. 3.
- Na herhaalde vernietigingsarresten van de Raad van State, beschikt de verwerende partij met de thans bestreden beslissing van 7 januari 2021 dat de ingestelde bestuurlijke beroepen gedeeltelijk gegrond worden verklaard. De opgelegde bijzondere vergunningsvoorwaarden worden gewijzigd, maar de overige bepalingen van de beroepen vergunningsbeslissing, die uitwerking heeft tot 3 april 2022, worden bevestigd. IV. Ontvankelijkheid van het beroep Exceptie
- In haar laatste memorie werpt de tussenkomende partij op dat de geldigheidsduur van de bestreden milieuvergunning verstreken is op 3 april 2022, dat de exploitatie van de inrichting actueel uitsluitend wordt voortgezet op grond van de omgevingsvergunning, verleend op 3 mei 2022, en dat door het teloorgaan VII-41.049-3/6 van het voorwerp van het annulatieberoep de verzoekende partij niet langer beschikt over het vereiste actueel belang bij de nietigverklaring van de bestreden vergunningsbeslissing van 7 januari
- De verzoekende partij repliceert in haar laatste memorie dat de eventuele vaststelling dat zij een actueel belang bij de gevorderde nietigverklaring ontbeert, meebrengt dat haar het recht wordt ontnomen om een schadevergoeding tot herstel te verkrijgen wegens “de onwettige uitbating van deze inrichting sinds 30 september 2010 terwijl al die tijd de inrichting hinder en schade aan het leefmilieu teweeg gebracht heeft” en dat daarenboven het gelijkheidsbeginsel zou worden geschonden doordat “iemand wiens zaak gewezen wordt net voor het aflopen van een vergunning wel nog recht [mocht] hebben op een schadevergoeding” terwijl “iemand wiens zaak gewezen wordt na het aflopen van de vergunning plots dat recht zou verliezen”. Beoordeling
- Overeenkomstig artikel 19, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kunnen de beroepen tot nietigverklaring voor de Raad van State worden gebracht door elke partij welke doet blijken van een benadeling of van een belang. De verzoekende partij moet doen blijken van het rechtens vereiste, rechtstreeks, persoonlijk, zeker en actueel belang bij de gevraagde vernietiging. Het belang als ontvankelijkheidsvoorwaarde verbiedt beroepen die een zuiver symbolische vernietiging beogen of die enkel strekken tot het vernietigen in het belang van de wet, zonder dat de verzoekende partij enig voordeel, hoe miniem ook, kan halen uit die nietigverklaring.
- Het belang moet bestaan op het ogenblik dat het beroep wordt ingesteld en moet blijven bestaan tot aan de definitieve uitspraak. Dit belang kan weliswaar in de loop van het geding evolueren, maar de verzoekende partij moet aannemelijk maken dat de vernietiging in de gewijzigde omstandigheden haar nog een concreet voordeel oplevert. VII-41.049-4/6 Om als toereikend te worden beschouwd, moet het belang onder meer rechtstreeks zijn en de verzoekende partij een voordeel verschaffen dat voldoende direct verband houdt met de finaliteit van een nietigverklaring, namelijk het doen verdwijnen van de bestreden rechtshandeling uit de rechtsorde. Onvoldoende om een nietigverklaring van de bestreden beslissing te kunnen verkrijgen, is het belang van een verzoekende partij dat in de loop van de annulatieprocedure is geëvolueerd naar nog uitsluitend een belang bij het onwettig horen verklaren van die beslissing.
- De geldigheidsduur van de bestreden milieuvergunning is thans verstreken, zodat de verzoekende partij niet langer in haar belangen kan worden geraakt door de tenuitvoerlegging ervan.
- In arrest nr. 244.015 van 22 maart 2019 heeft de algemene vergadering van de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State onder meer het volgende overwogen: “Heeft een verzoekende partij die niet meer van een belang bij de nietigverklaring doet blijken geen vordering tot toekenning van een schadevergoeding tot herstel ingesteld in de loop van de annulatieprocedure, dan zal zij van de Raad van State geen beoordeling van haar middelen mogen verwachten louter met het oog op het faciliteren van de eventuele toekenning van een schadevergoeding. Opdat immers de Raad van State ertoe bevoegd zou zijn om in het kader van het annulatieberoep tegen een rechtshandeling louter de (on)wettigheid van die rechtshandeling na te gaan ten behoeve van de toewijzing van een schadevergoeding, moet hij ook effectief een vordering in die zin ter behandeling voorgelegd hebben gekregen. Zo niet, gaat de Raad van State zijn bevoegdheid en het voorwerp van de enige vordering die bij hem is ingesteld - een vordering tot nietigverklaring - te buiten”. Op de vraag of voor de sluiting van het debat in voorliggende zaak een verzoek tot schadevergoeding tot herstel werd ingediend voor de nadelen veroorzaakt door de (onwettige) tenuitvoerlegging van de bestreden milieuvergunning van 7 januari 2021, heeft de verzoekende partij ter terechtzitting ontkennend geantwoord. VII-41.049-5/6
- Het beroep is niet ontvankelijk. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 20 euro. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van achttien april tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Carlo Adams, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Peter Sourbron, staatsraad, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Carlo Adams VII-41.049-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.285 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div