← België

Arrest 256295 - Overheidsopdrachten - 19/04/2023

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 april 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.295 Rolnummer: A. 236855/XII-9241 Zaak: Arrest 256295 - Overheidsopdrachten - 19/04/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-04-26 Raadplegingen: 94 - laatst gezien 2026-06-19 07:28 Fiche Arrest nr 256.295 van 19 april 2023 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 256.295 van 19 april 2023 in de zaak A. 236.855/XII-9241 In zake: de NV DELIMEAL bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Francis de Clippele kantoor houdend te 2000 Antwerpen Tabakvest 47 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de GEMEENTE ERPE-MERE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Wim Rasschaert kantoor houdend te 9620 Zottegem Gentse Steenweg 323 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 19 juli 2022, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de gemeente Erpe-Mere van 5 juli 2022, houdende toekenning van de overheidsopdracht met als onderwerp: ‘Leveren van warme maaltijden van de gemeentelijke basisschool voor de schooljaren 2022-2023 en 2023-2024’. Tevens wordt een schadevergoeding tot herstel gevorderd van 12.000 euro, te vermeerderen met de gerechtelijke intresten. XII-9241-1/4 II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend die aan de verzoekende partij ter kennis werd gebracht op 14 oktober
  3. Op 7 februari 2023 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij en de verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Beoordeling
  5. Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijn voor het toesturen van de memorie van wederantwoord niet eerbiedigt. Bij het versturen aan de verzoekende partij van een kopie van de memorie van antwoord heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van het genoemde artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State en van artikel 14bis, § 1, van het voormelde besluit van de Regent. XII-9241-2/4 De verzoekende partij heeft geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd binnen de termijn van zestig dagen bepaald in artikel 7 van het voormelde besluit van de Regent.
  6. Er dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt. IV. Verzoek tot schadevergoeding tot herstel
  7. Aangezien de Raad van State geen onwettigheid heeft vastgesteld, wordt het verzoek tot schadevergoeding afgewezen. Met toepassing van artikel 70, § 1, vijfde lid, van het voormelde besluit van de Regent zijn het recht en de bijdrage voor de vordering tot schadevergoeding in de gegeven omstandigheden evenwel niet verschuldigd en dienen ze aan de verzoekende partij te worden terugbetaald. BESLISSING
  8. De Raad van State verwerpt het beroep.
  9. De Raad van State verwerpt het verzoek tot schadevergoeding.
  10. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 22 euro, en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Het recht van 200 euro en de bijdrage van 22 euro voor de vordering tot schadevergoeding dienen aan de verzoekende partij te worden terugbetaald. XII-9241-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negentien april tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Paul Lemmens, kamervoorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Paul Lemmens XII-9241-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.295 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.