id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 april 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.296 Rolnummer: A. 237716/XII-9286 Zaak: Arrest 256296 - Overheidsopdrachten - 19/04/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-07-03 Raadplegingen: 95 - laatst gezien 2026-06-10 08:50 Fiche Arrest nr 256.296 van 19 april 2023 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 256.296 van 19 april 2023 in de zaak A. 237.716/XII-9286 In zake: de BV PRICEWATERHOUSECOOPERS BUSINESS ADVISORY SERVICES bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Els Empereur en Karel Veuchelen kantoor houdend te 2018 Antwerpen Generaal Lemanstraat 67 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de GEMEENTE ZAVENTEM bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Steven Van Garsse en Simon Verhoeven kantoor houdend te 2600 Antwerpen Prins Boudewijnlaan 18 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 21 november 2022, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de gemeente Zaventem van 17 oktober 2022, waarbij de opdracht met referentie CAD/2022/700/FIN/1597 voor “fiscale dienstverlening” wordt gegund aan de bv GD & A – Advocaten, en niet aan de bv PricewaterhouseCoopers Business Advisory Services. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 255.231 van 9 december 2022 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing bij gebrek aan voorwerp, minstens wegens het verlies van het belang van de verzoekende partij, verworpen. XII-9286-1/4 Het genoemde arrest is op 14 december 2022 aan de verzoekende partij ter kennis gebracht. Op 7 februari 2023 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 11/3, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling
- Naar luid van artikel 17, § 7, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest.
- De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. Hieraan is niet vreemd het feit dat de verwerende partij de bestreden beslissing op 5 december 2022 heeft ingetrokken.
- Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. XII-9286-2/4 IV. Kosten
- In de gegeven omstandigheden past het de kosten, zijnde het rolrecht, de bijdrage aan het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijns- bijstand en de rechtsplegingsvergoeding, ten laste van de verwerende partij te leggen. De verzoekende partij vraagt een rechtsplegingsvergoeding van 924 euro, zijnde het basisbedrag van 770 euro verhoogd met 20 %, op grond dat het een enig verzoekschrift betreft. Artikel 67, § 2, derde lid, van het voormelde besluit van de Regent bepaalt evenwel dat geen verhoging verschuldigd is indien toepassing wordt gemaakt van artikel 11/
- BESLISSING
- De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij. XII-9286-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negentien april tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Paul Lemmens, kamervoorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Paul Lemmens XII-9286-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.296 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.255.231 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.