← België

Arrest 256335 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 24/04/2023

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 april 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.335 Rolnummer: A. 237240/XIV-39072 Zaak: Arrest 256335 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 24/04/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-05-02 Raadplegingen: 85 - laatst gezien 2026-06-10 08:51 Fiche Arrest nr 256.335 van 24 april 2023 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 256.335 van 24 april 2023 in de zaak A. 237.240/XIV-39.072 In zake: Philippe MAQUESTIAU bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Kristien Vanderheiden kantoor houdend te 3000 Leuven Diestsevest 47/001 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de POLITIEZONE 5341 ZUID bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Koen Clonen en Flora Wauters kantoor houdend te 2610 Antwerpen Sneeuwbeslaan 14 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 12 september 2022, strekt tot de nietigverklaring van de tenuitvoerlegging van het besluit van de politieraad van de lokale politiezone Zuid van 27 juni 2022 waarbij de betrekking van diensthoofd financiën (adviseur klasse A3) vacant is verklaard. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij arrest nr. 255.287 van 15 december 2022 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. Het genoemde arrest is op 29 december 2022 aan verzoeker ter kennis gebracht. XIV-39.072-1/5 Overeenkomstig artikel 26, § 2, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State’, heeft de voorzitter van de XIVe kamer bij beschikking van 27 februari 2023 aan de partijen voorgesteld dat de zaak niet op een openbare terechtzitting wordt behandeld, tenzij één van de partijen hierom verzoekt. De verwerende partij heeft om een terechtzitting gevraagd, die heeft plaatsgevonden op 19 april
  3. Kamervoorzitter Geert Debersaques heeft verslag uitgebracht. Advocaat Kristien Vanderheiden, die verschijnt voor verzoeker, en advocaat Flora Wauters, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Werner Weymeersch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  4. III. Beoordeling
  5. Bij arrest nr. 255.287 van 15 december 2022 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen omdat de bestreden beslissing is ingetrokken bij beslissing van de politieraad van de lokale politiezone Zuid van 24 oktober 2022 en een eventuele schorsing van de tenuitvoerlegging ervan derhalve geen nut meer heeft. Het genoemde arrest is op 29 december 2022 aan verzoeker ter kennis gebracht. XIV-39.072-2/5
  6. Bij brief van 18 januari 2023 deelt verzoeker aan de Raad van State uitdrukkelijk mee dat hij in de voorliggende zaak niet om de voortzetting van het geding verzoekt en dat, “ten gronde”, de verwerende partij dient te worden verwezen in de kosten “gelet de vordering is komen te vervallen om reden van de intrekking der bestreden beslissing.”
  7. Naar luid van artikel 17, § 7, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest.
  8. Verzoeker heeft geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend.
  9. Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. IV. Kosten Standpunt van de partijen
  10. Zoals hiervoor (supra, punt 4) is vermeld, vraagt verzoeker de kosten te laste te leggen van de verwerende partij om reden dat de vordering is vervallen door de intrekking van de bestreden beslissing. De verwerende partij van haar kant, vraagt dat de kosten ten laste worden gelegd van verzoeker omdat, samenvattend, volgens haar verzoeker niet met de vereiste diligentie heeft gehandeld en reeds meer dan zestig dagen voor het indienen van het voorliggende beroep moet worden geacht een voldoende kennis te hebben gehad van het bestaan, de aard en de draagwijdte van de bestreden XIV-39.072-3/5 beslissing, zodat die dus niet meer op ontvankelijke wijze een schorsings- en vernietigingsberoep kan instellen. Volgens de verwerende partij is het verzoekschrift dan ook in elk geval laattijdig en dus niet-ontvankelijk. De intrekking van de bestreden beslissing verandert volgens haar hieraan niets, zodat verzoeker, niettegenstaande de intrekking van de bestreden beslissing, dient te worden veroordeeld tot de kosten. Beoordeling
  11. Op grond van artikel 68, vijfde lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’, wordt “in ieder geval […] het geheel van de kosten […] ten laste gelegd van de partij die ten gronde in het ongelijk gesteld wordt”. Te dezen heeft de verwerende partij de bestreden beslissing, waarvan niet wordt betwist dat het een rechtsverlenende rechtshandeling betreft, ingetrokken. Met toepassing van het leerstuk van de intrekking, moet aldus worden aangenomen dat de verwerende partij oordeelde dat volgens haar de bestreden beslissing een onregelmatige rechtsverlenende rechtshandeling betreft die onder de voorwaarden van het leerstuk van de intrekking mocht worden ingetrokken. Ingevolge deze intrekking moet de verwerende partij worden beschouwd als de partij die ten gronde in het ongelijk werd gesteld en moeten de kosten haar ten laste worden gelegd. De omstandigheid dat, naar de verwerende partij ter terechtzitting betoogt, het ingestelde beroep in elk geval laattijdig en dus niet-ontvankelijk zou zijn, wordt niet betrokken bij de beoordeling wie de in het ongelijk gestelde partij is. De verwerende partij heeft immers op onbetwistbare wijze de bestreden beslissing ingetrokken, wat in rechte maar mogelijk is indien zij oordeelt dat het annulatieberoep ontvankelijk werd ingesteld. Ingeval een annulatieberoep is ingesteld, reikt de bevoegdheid van de verwerende partij tot XIV-39.072-4/5 intrekking van een rechtsverlenende rechtshandeling immers maar zover als het annulatieberoep onzekerheid heeft doen ontstaan, wat inzonderheid betekent dat de intrekking maar mogelijk is indien het annulatieberoep ontvankelijk werd ingesteld. In de mate dat de verwerende partij uitgaat van een andere rechtsopvatting door te stellen dat de intrekking niets verandert aan de onontvankelijkheid van het beroep, faalt die derhalve in rechte. BESLISSING
  12. De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
  13. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 22 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan verzoeker. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vierentwintig april tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Geert Debersaques XIV-39.072-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.335 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.255.287 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.